Vrijdag 22/11/2019

De muizenissen van Art Spiegelman

Art Spiegelman werd wereldberoemd dankzij Maus, dat werd geprezen als het beste stripboek aller tijden. Een retrospectieve van zijn werk in het Jewish Museum in New York toont dat hij nog heel wat meer in zijn mars had. En heeft, zo mogen we hopen. De 65-jarige kettingroker is nog steeds superproductief.

Het is niet zijn eerste retrospectieve - hij had er al drie in de voorbije twee jaar - wel de meest volledige. Zo is het de enige die het volledige manuscript van Maus II bevat. Ook in zijn strips van de laatste jaren keek Spiegelman vaak terug, zoals in Portrait of the Artist as a Young %@&*! en Metamaus (over de totstandkoming van Maus). "Misschien komt het door mijn naam", zegt hij glimlachend. Toch beweert hij dat hij de retrospectieve eigenlijk niet wilde, maar door anderen overhaald werd. "Ik vond het terugblikken wat angstaanjagend", zegt hij. "Ik bedoel, mijn haar wordt grijs en valt uit en ik zit te bladeren in mijn oud werk dat al begint te vergelen..." Maar al bij al is hij tevreden over het resultaat. "Sommige oude strips zijn gênant slecht maar andere zijn beter dan ik me herinnerde. Als ik deze expo zie, denk ik: niet slecht. Het lijkt bijna alsof ik wist wat ik aan het doen was."

De expo begint met Spiegelmans eerste probeersels. Hij was 14 toen hij zijn eigen striptijdschrift begon. Blasé heette dat en het was duidelijk geinspireerd op het populaire stripblad Mad. "Mijn ouders waren Poolse joden die Auschwitz hadden overleefd. Mad was mijn venster op Amerika", zegt hij. "De humor van Mad was gebaseerd op parodie. Voor die tijd was het heel subversief. Ik ben ervan overtuigd dat Mad het massaal verzet tegen de Vietnamoorlog hielp mogelijk maken." De cartoonisten van Mad waren zijn grootste invloed. Vooral Harvey Kurzman. Later kwamen er andere invloeden: schrijvers als Kafka en Philip K. Dick. Beeldende kunstenaars zoals Otto Dix, George Grosz, Magritte en Frans Masereel. En Picasso, aan wie sommige van zijn prenten toch doen denken? "Ik vond hem eerst irritant", zegt hij. "Later bekeek ik zijn schilderijen als uitvergrote stripplaten en toen vond ik ze best genietbaar."

Pulitzer

De woelige sixties baarden een nieuw stripgenre: de underground comix. "Voor het eerst had de stripwereld een zelfbewuste avant-garde", zegt Spiegelman. Hij was als een vis in het water in dat milieu. "In de klassieke comics waren er tal van regels en die wilden we allemaal breken. We deden alles wat niet mocht: seks, drugs, politiek, viezigheid, geweld en alles zo raar mogelijk... Ik probeerde nog gekker en schokkender te zijn dan de rest." Wat hij ook deed, zo blijkt op de expo, is voortdurend vernieuwing zoeken in vormgeving en verhaalstijl.

In 1976 ontmoette Spiegelman een studente uit Parijs. Françoise Mouly werd zijn levensgezellin. Samen lanceerden ze in 1980 het tijdschrift Raw. Het werd een laboratorium voor vormelijke vernieuwing van de strip dat snel een grote internationale invloed kreeg. Raw bracht sommige van de beste underground comix-artiesten en vernieuwende striptekenaars uit Europa samen. Het lanceerde aanstormend talent zoals Charles Burns en Chris Ware. En het was een platform voor Spiegelmans vormelijke experimenten met het genre. Sommige platen zijn prachtige kunstwerken op zich.

Intussen was hij al met Maus bezig, het epos over de belevenissen van zijn ouders in bezet Polen en dan in Auschwitz. En ook over zijn relatie met zijn vader. De vorm is vrij klassiek voor een strip, met dieren in de rol van mensen: de Joden zijn muizen en de Duitsers katten. Maar het verhaal is enorm aangrijpend, grappig en droef tegelijk. Ook zonder tekeningen zou het een keigoed boek zijn. Spiegelman zwoegde er dertien jaar aan. Het verscheen in twee delen, in 1986 en 1991. Het succes was enorm. Hij kreeg er de Pulitzer-prijs voor - een eer die een striptekenaar nog nooit te beurt was gevallen. Zijn collega Chris Ware was niet de enige die Maus het beste stripboek aller tijden noemde.

Hij heeft dat exploot sindsdien niet herhaald. "Ik denk dat ik eigenlijk niet gebouwd ben voor het lange formaat", zegt hij. Zelf houdt hij van strips die kort en gebald zijn en zo heeft er ook veel gemaakt. Maar Maus was anders. Dat verhaal moest eruit. Daarna was hij emotioneel uitgeput. Ook al heeft hij sindsdien geen mijlpaal meer geproduceerd, zijn werk bleef boeiend en vernieuwend. Hij illustreerde boeken, maakte memorabele covers voor The New Yorker, tekende surrealistische kinderboeken ("Magritte voor beginners", grapt hij). Zijn strips werden vaak uitgesproken politiek, zoals In the Shadow of No Towers, een aanklacht tegen de exploitatie door Bush van 9/11.

De laatste zaal in de expo heet 'Still Moving' en gaat over zijn recente projecten. Dit is mijn favoriete sectie", zegt hij. Ze omvat een ontwerp voor een glasraam, een collaboratie met de dansgroep Pilobolus en een spektakel dat Wordless heet, met strips en live muziek en nog veel meer. "Als je al het voorgaande gezien hebt, is dit het logisch vervolg", zegt hij. "Ik volg mijn onderbewuste en het heeft me langs vreemde paden geleid. En nu dus naar kruisbestuiving met andere media. Het mooie van zo'n retrospectieve is dat je merkt dat er een lijn inzit, dat het samen een coherente zin vormt."

Art Spiegelman's Co-Mix: a Retrospective, tot 23 maart in het Jewish Museum, New York

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234