Dinsdag 26/05/2020

De Morgen in tegenlicht

Tijdens mijn veertiendaagse observatieperiode bij De Morgen beleefde ik de euforie over nieuwe CIM-cijfers, een bewogen discussiedag, een ontslag in de nasleep van de X1-controverse, het uitwerken van in Parijs beklonken initiatieven, een ideologische strijd rond Sémira, het ontslag van een socialistisch boegbeeld, een opvallende vrouwenoverwinning en het vertrek van de geliefde zoon. Ik hoefde De Morgen niet tegen het licht te houden. De krant deed het zelf.

Woensdag 16 september 1998,

16 uur

"Kijk, onze chroniqueur is daar. Je kon geen beter moment uitkiezen." Glimmend van trots en knoestiger dan ooit begroet Yves Desmet (39) mij met zijn prettige priemogen. Of moet ik zeggen: priemende pretogen?

De De Morgen-hoofdredacteur heeft een reden voor zijn goed gevoel. Het vandaag vrijgegeven CIM-lezersonderzoek toont dat zijn krant in één jaar tijd een onwaarschijnlijk spectaculaire sprong voorwaarts heeft gemaakt van 31 procent. De advertentieafdeling mag voortaan reclametarieven aanrekenen voor 242.300 lezers, een stijging met zomaar even 57.300 in vergelijking met het jaar voordien.

"Jouw vrienden in Groot-Bijgaarden zullen niet weten waar ze het hebben!" Weer die speurend spottende blik. "Kijk, zij maken een duik van 10,5 procent, van bijna 300.000 naar 266.000 lezers. Dat is nog nauwelijks meer dan wij."

Yves Desmet komt nu echt op dreef. Alsof in zijn ogen het gevecht nog moet beginnen. "In de week van 19 tot 25 oktober pakken wij uit met drie nieuwe initiatieven: op woensdag de Metro-bijlage met een activiteitenkalender,

's vrijdags het uitgebreide buitenlandkatern De Wereld en elke dag, behalve op maandag, zes pagina's De Financiële Morgen."

En dan volgt de pointe van het succesverhaal: "De Nederlandse krantendokter Leon De Wolff, die ook werkte voor de VUM, Het Volk en diverse Nederlandse bladen, schrijft in een rapport dat 71 procent van de De Morgen-kopij goed is inzake structuur en taalgebruik. Dat percentage is hoger dan bij gelijk welke andere krant in het Nederlandse taalgebied."

Berust zoveel enthousiasme ergens op? Leidt het niet tot gevaarlijke hubris? Dat moet ik de komende dagen uitvissen. Ik installeer mij aan de centrale desk van het landschapsbureau, een plaats waarvan ik gezworen had dat ik er nooit meer zou gaan zitten.

Zaterdag

5 mei 1990, 9 uur 30

Als een verhuizer stap ik door de verlaten gangen en zalen van de redactie. Op een karretje dat ik voor mij uitduw liggen dozen met persoonlijke documenten en notities opgestapeld. Daarbovenop een grote foto van mijn kleinkinderen, omgekeerd. Waar die gehangen heeft, prijkt nu een blad papier met daarop in dikke viltstiftletters: "Uitgebroken uit de gouden kooi". Op de eerste pagina van De Standaard en Het Nieuwsblad een exit van vijf regeltjes. Verder niets. "Aan onze lezers. De heer Hugo De Ridder, commentator binnenlandse politiek, heeft op eigen verzoek deze krant verlaten." Alleen Geert, de gecultiveerde receptionist, is getuige van mijn uitbraak. Zijn ontroering is groter dan die van mij. "Een onbegrijpelijke beslissing." Meer kan hij niet uitbrengen. Sindsdien heb ik geen stap meer gezet in het gebouw aan de Gossetlaan in Groot-Bijgaarden. Niet uit afkeer of wegens slechte herinneringen, maar eerder om niet in de verleiding te komen mijn ex-collega's met mijn waarheid, mijn wijsheid te overstelpen. Ik huiver voor dat 'schoonmoederen': in mijn tijd dit, in mijn tijd dat ... Elke collega is nog altijd welkom in mijn werkkamer en ik help met plezier elke journalist die mij opbelt. Maar zoals ik elders al schreef: elke generatie heeft recht op haar vergissingen. Die lokalen met de landschapsbureaus duiken nog geregeld op in mijn angstdromen. Ik zit voor een tergend leeg scherm en krijg nauwelijks een zinnige zin ingetikt. Het sluitingsuur komt dichter. Steeds meer redacteurs verzamelen zich achter mij. Ze gnuiven. Plotseling stel ik vast dat ik geen schoenen of kousen draag, en ook geen hemd, geen broek, geen bril. Een stem zegt: "Gelukkig hebben we nog reservekopij". Ik schrompel ineen en word badend in het zweet wakker. Die terugkeerdroom moet iets te maken hebben met mijn ingewortelde afkeer voor open werkruimtes en voor menigten. De ruwe journalistiek kun je in die grote zalen bedrijven, maar het betere werk doe je het best alleen, in afzondering.

Woensdag

16 september 1998,

17 uur

Acht jaar later zit ik dus weer op een redactie, in een landschap vol jonge, hardwerkende collega's. Maar zij hebben een deadline, ik niet, een overheerlijk gevoel dat ik graag koester. Of bedrieg ik mezelf?

Het scherm licht op. Er verschijnt een bericht aan alle journalisten: Besten, Sinds vandaag, en dat voor minstens een week, loopt u een grote kans een grijsbebaard en voornaam man door de redactie te zien schrijden. Het gaat om de heer Hugo De Ridder, die bereid is gevonden om voor het speciale 20-jaar-nummer een reportage te maken over het dagelijkse reilen en zeilen van deze krant. Hij zal te pas en hopelijk vaak te onpas mee aanschuiven bij vergaderingen, naar uw diepste zielenroerselen peilen en de resultaten daarvan licht monkelend neerschrijven. De heer De Ridder heeft daarbij van de hoofdredactie de absolute vrijheid gekregen om te doen wat hij wil, en om het op te schrijven zoals hij dat wil. Er is geen enkele dwingende noodzaak om vanaf nu dagelijks uw ondergoed te verschonen, minder brute grappen dan anders te maken, hem te verzwijgen dat u eigenlijk liever voor De Standaard zou werken en dat de hoofdredactie van deze krant uit een trio harteloze bastaarden bestaat, die het als hun enige levensopdracht zien uw briljante pennenvruchten uit de krant te houden, ten voordele van collega's die ontegensprekelijk minder getalenteerd zijn. Blijf gewoon doen, we willen een eerlijk portret, geen publireportage. Met dank, Yves.

Ik kijk onderzoekend rond en doe gulzig indrukken op die de bewoners van dit pand ongetwijfeld ontgaan. Niets went sneller dan een omgeving waarin je dagelijks vertoeft. De redactionele ruimte is een rommelige pijpenla. De redactiepools zitten in de smalle steel. Ze worden van elkaar afgeschermd door kasten in alle groottes en formaten. Er ligt onwaarschijnlijk veel papier verspreid over de grond en op de vensterbanken, tot dertig centimeter hoog. Veel kasten lijken eerder met een schop dan met de hand te zijn volgestouwd. Daartussen zowel warmte- als koelteblazers en op elk bureau een pc-scherm volgeplakt met spiekbriefjes.

In de kop van de pijp zit het brein van de redactie: de centrale desk met de rubriekleiders. Daarnaast de lay-out. Verderop, in een ruime glazen kooi en achter een clean bureau, algemeen hoofdredacteur Yves Desmet. Tegenover hem, in een afgesloten ruimte met vergadertafel, de twee hoofdredacteurs: Jules Hanot en Ludwig Verduyn.

In de uitwaaierende rookpluim werkt, verborgen achter een muur van kasten, de afdeling Dossiers, de fameuze 'onderzoekscel', het ploegje van Agusta,

X1... De ramen zijn er slordig afgeplakt met krantenpapier, telexen en dienstnota's. Wat verder bevindt zich de documentatiedienst, verzuipend in een baaierd van papier.

De 52 mannelijke en 16 vrouwelijke journalisten die hier rondlopen zijn overwegend jong, leergierig en slim. Zo werden ze mij getypeerd. Jong zijn ze in elk geval: 19 zijn nog geen dertig jaar oud, 33 tussen de dertig en veertig jaar, 11 zijn veertigers en maar 5 ouder dan vijftig. De gemiddelde leeftijd zal nog verder dalen. Zopas gingen vijf jonge stagiairs aan de slag. Twintig journalisten zijn nog geen twee jaar op de redactie, vijftien tussen twee en vijf jaar, 26 tussen vijf en tien jaar en maar zeven langer dan tien jaar. Slechts een dozijn mannen en één vrouw zijn oud-strijders van het Paul Goossens-tijdperk (1978-1991).

Ze zijn nonchalant gekleed: in jeans en kleurige of donkere T-shirts. Er wordt grimmig en gedreven gewerkt. Ze moeten immers - zoals alle jonge eeuwwenders - stressbestendig, herschoolbaar, flexibel en creatief zijn. Volgens hun burgerlijke stand zijn er 26 alleenstaand, 30 samenwonend en 12 gehuwd. Samen hebben ze 43 kinderen. Naarmate ik ze beter leer kennen, zal ik bij velen de pijn van het bestaan ontdekken: ze zijn zoekend, gekneusd, involved en vooral maatschappelijk bewogen. Er zijn opvallend veel linkshandigen. De redactie roept bij mij het beeld op van een toekomstige ontzuilde samenleving, maar dan in een verhevigde vorm en met een hoog soortelijk gewicht.

Met zo'n jonge en relatief kleine ploeg elke dag opnieuw een interessante krant van minimum dertig bladzijden maken moet niet makkelijk zijn. Want aan journalisten worden bijzonder hoge eisen gesteld. Hun steeds talrijker wordende critici lijken dat niet meer te beseffen. Journalisten moeten bijvoorbeeld in enkele uren ingewikkelde rapporten, waarop specialisten jarenlang hebben gezwoegd en die vaak in jargon en/of kromtaal geschreven zijn, in begrijpelijk Nederlands omzetten en de maatschappelijk relevante zaken ervan belichten, als het even kan. 's Anderendaags zal hun analytisch werkstuk door tienduizenden worden gewikt en gewogen.

Zij moeten elke dag weer gebeurtenissen, die soms ongrijpbaar zijn, in woorden trachten te vatten en de complexe realiteit die erachter zit overbrengen aan duizenden lezers met een zeer uiteenlopende scholingsgraad en ervaringswereld.

De De Morgen-journalist moet bovendien harder werken. Dat is wel eens zijn handicap. Terwijl andere media met drie of zelfs vier mensen op het Agusta-proces verschijnen, staat Walter De Bock er alleen voor. Andere kranten kunnen voor hun bijlagen of magazines aparte redacties samenstellen. De De Morgen-meisjes en -jongens moeten ook die pagina's volschrijven, weliswaar met de hulp van een stel freelancers.

Een jonge redactie kan ook al niet op veel tradities of routine terugvallen. Er zijn wel journalisten die al enkele jaren ervaring hebben opgedaan bij de Financieel-Economische Tijd, De Standaard of Humo. Na wat De Morgen-tijd hebben zij een voor een het gevoel voor de beste krant van Vlaanderen te werken. De levenslange loyaliteit lijkt larie.

Een 'primeur' wekt in alle geledingen van de redactie nog een onversneden enthousiasme. Dat wordt echter getemperd door het dagelijks uitgeprinte overzicht van de binnenlandse kranten. Hierin vinden de journalisten, naast een tiental stukken die 'alleen of het best bij ons' stonden, een lijst van zestig tot honderd reportages of nieuwsitems uit andere kranten die de lezer van De Morgen moest missen. En geregeld stijgt een jammerklacht op vanuit de sporthoek omdat door het vroege sluitingstijd (circa acht uur 's avonds) belangrijke voetbalmatchen alleen bij de concurrentie te lezen zijn.

Op papier is de organisatie van de redactie vrij strak: een driekoppige hoofdredactie met daaronder een zestal coördinatoren, die elk over een pool redacteurs beschikken (cultuur, politiek, binnenland, buitenland, economie, sport, bijlagen).

Algemeen hoofdredacteur Yves Desmet is populair bij zijn journalisten. Ze kijken naar hem op, ook degenen die het niet altijd met zijn opvattingen eens zijn. Hij incarneert de hoofdredacteur die naar het woord van de Britse mediadeskundige professor Jeremy Tunstall "als een renaissancemens van alle markten thuis moet zijn, maar vooral van De Markt".

Zijn twee adjuncten, Jules Hanot en Ludwig Verduyn (die ook de titel van hoofdredacteur voeren), spelen de rol van vergadertijgers of soms zelfs "slavendrijvers".

Jules Hanot is een no-nonsenseman, brutaal verknocht aan zijn krant. Hij leerde de stiel op de sportredactie en klom door hard werken en mensenkennis op tot zijn huidige functie. Ook in andere media wordt de knowhow van sportjournalisten steeds hoger aangeslagen. Het hoeven in leidende functies niet altijd politieke journalisten te zijn.

Ludwig Verduyn komt van de Financieel-Economische Tijd. Hij heeft al enkele dossiers en boeken op zijn conto. (Op de Kredietbank verzuurt de champagne in de mond bij het uitspreken van zijn naam.) "Niet geliefd, maar professioneel efficiënt", is de meest gehoorde omschrijving.

Het dagelijkse werkin-

strument van dit trio zijn, behalve de vele persoonlijke contacten, de middag- en de avondvergadering. Daar wordt samen met de coördinatoren de krant van morgen ontworpen en gestuurd. Er heerst een opvallende openheid, en ironie en sarcasme tieren welig. Het gebruikelijke journalistenjargon krijgt De Morgen-varianten met 'de tong', 'een honey', 'een Brogniez', 'een Tarek Azizke', een '1,2,3'. Stuk voor stuk codenamen voor rubrieken en formats.

De vergadergesprekken lopen meestal over de pagina's 1 en 3, het aangezicht en uithangbord van de krant. Het gevolg is dat op die bijeenkomsten de foto's, de lay-out, het algemeen nieuws, de binnenlandse politiek en economie prominent aanwezig zijn, maar cultuur, buitenland en sport nauwelijks aan bod komen. De betrokken coördinatoren lijken het volle vertrouwen te genieten.

Vooral sinds op drie redactiedagen waar beurtelings een deel van de journalisten naartoe trok, de Nederlandse mediamanager Leon de Wolff aanleerde hoe je op 21 verschillende manieren over boerenkool kunt schrijven, hamert de hoofdredactie op een meer mensgerichte en minder institutionele benadering van het nieuws.

Wat de inspraak van directie en uitgever betreft, heeft algemeen directeur Koen Clement dagelijks een babbel met Yves Desmet. Ook tussen uitgever Christian Van Thillo en de hoofdredactie zijn er geregeld contacten. "Maar die verlopen in volle respect voor de redactionele autonomie", zo drukt men mij op het hart. Ik wil het graag geloven. De nieuwe ambitieuze initiatieven (De Financiële Morgen, het vrijdagse buitenlandkatern De Wereld en de vrijetijdsbijlage Metro op woensdag) werden half mei besproken en gefinaliseerd in Parijs. Deze inspirerende stad hadden Van Thillo en Clement uitgekozen om zich met het hoofdredactionele trio twee dagen af te zonderen voor een diepgaand gesprek in een informele sfeer.

Donderdag 24 september 1998, 18 uur

Emotieloos deelt hoofdredacteur Yves Desmet mee dat politiek journalist Pol Deltour vandaag de krant verlaat. Hij wordt algemeen secretaris van de journalistenvereniging AVBB. Zijn plaats wordt ingenomen door een pas aangeworven jurist die tot nu toe op de buitenlandredactie aan de slag was.

De leden van de redactieraad reageren niet eens verrast. "Hij zal daar gelukkiger zijn dan hier", zegt er een. "Een goede reden om ons lidgeld aan de persbond niet te betalen", schampert een ander. Yves Desmet maakt een bezwerend gebaar en kijkt in mijn richting.

Pol Deltour was zo te horen niet meer populair op zijn krant, waar hij sedert 1990 als politiek redacteur gezaghebbende artikels schreef over de magistratuur, het veiligheidsbeleid, de commissie-Verwilghen, migranten. In de beroepsvereniging zit hij in de Raad voor Deontologie en hij is docent deontologie en gerechtsjournalistiek aan de Economische Hogeschool VLEKHO.

Bart Brinckman, coördinator politiek: "Pol bekeek alles te veel als jurist, vanuit de structuren. Hij vindt dat we te populistisch worden, dat we Het Laatste Nieuws achternalopen. Wij geven inderdaad meer dan vroeger ruimte aan gebeurtenissen en mensen. We maken een krant, geen rechtskundig weekblad. Pol voerde bepaalde opdrachten niet of met tegenzin uit. En hij verweet ons de aanpak van de X1-verhalen. Daar zijn heel wat wrijvingen uit ontstaan."

Pol Deltour: "Ik heb ze op voorhand gewaarschuwd dat ze fout zaten, dat ze over de X1-zaak eenzijdig ingelicht werden. Ik ben zowat de enige die vóór de publicatie zijn nek heeft uitgestoken. Op de evaluatievergadering achteraf hebben er teveel gezwegen die mij privatim gelijk gaven.

"Maar X1 staat niet geïsoleerd. De bestemming van De Morgen wordt volgens mij onduidelijk. Het institutionele wordt als saai en irrelevant ervaren. Het moet allemaal individueler, directer. We worden te zeer opgejut. Het gemakkelijkste is dan een dicteetje op te schrijven van een of andere querulant. En dat wordt nog het meest gewaardeerd ook."

Het ontslag van Pol Deltour heeft de X1-wonde weer opengereten in de redactie. Velen willen hun verhaal bij mij kwijt.

Algemeen directeur Koen Clement: "Ik blijf voor driehonderd procent achter die reeks staan, ook al zijn er hier en daar inschattingsfouten gemaakt. De onderzoekscel werkte - als haar íets verweten kan worden - iets te geïsoleerd. Waren er andere redacties bij betrokken geweest, dan hadden we allicht hier en daar iets meer genuanceerd."

Een desk-redacteur: "Op de reeks was weinig of niets aan te merken. Voor mij is de X1-zaak niet afgesloten. Ze begint pas! Maar toen zijn we direct in het oog van een nooit geziene mediastorm beland. We zijn allemaal luidkeels gaan zingen om ons gelijk te bewijzen. En af en toe was daar een valse noot bij. Begrijpelijk!"

Marianne De Baere, die de opiniebladzijde en de zaterdagse Bijsluiter verzorgt: "De hoofdredactie - Yves Desmet, Jules Hanot en Ludwig Verduyn - heeft de reeks op voorhand gelezen en goedgekeurd. Maar geen van hen heeft praktische juridische ervaring. Daar had ik zo mijn bedenkingen bij. Douglas is ontzettend knap maar hij werkt in overdrive. Naast zijn celwerk krijgt hij voortdurend opdrachten voor de dagkrant."

Douglas De Coninck, die begin 1998 samen met collega en levensgezellin Annemie Bulté de reeks over de onopgehelderde moorden op jonge meisjes schreef, is verrassend jong: 32 jaar. Hij is de coördinator van de vierkoppige afdeling Dossiers en heeft op de redactie een stevige reputatie. Een aantal geruchtmakende dossiers over nutteloze bouwwerken, Sabena, de NMBS en ABOS zijn daar niet vreemd aan. Maar deze rasjournalist dankt zijn redactioneel prestige vooral aan de wijze waarop hij De Morgen door het moeilijke post-Piryns-tijdperk hielp loodsen.

Toen Piet Piryns in 1992, na een conflict met de toentertijd nieuwe eigenaar Van Thillo over het te vroege sluitingsuur, samen met enkele topredacteurs het pand verliet, was De Morgen op sterven na dood. Als chef van de reporters reorganiseerde Douglas De Coninck de krant, samen met Jules Hanot en anderen. Hij wierf nieuwe mensen aan, hield ondanks de dagelijkse onheilsberichten stand en bewees dat de krant leefbaar was. Na twee jaar vechten kwam dan op 1 oktober 1994 Yves Desmet, met een toezegging van De Persgroep dat er in De Morgen geïnvesteerd zou worden. "Die dag weende ik van geluk", zegt Douglas De Coninck.

Op de vraag hoe hij op de X1-saga terugkijkt, vooral nu Regina Louf in haar boek twijfels laat horen, zegt De Coninck: "Vier parketten hebben er een jaar en vier maanden hun beste mensen op gezet. Zoiets doe je niet voor een hysterica of een fabelvertelster. De onderzoekers hebben waarschijnlijk meer fouten gemaakt dan wij.

"Wij voelden ons in die periode gedragen door de redactie. Redacteurs kwamen ons aanmoedigen, redactrices brachten pizza's. Iedereen wist dat we met iets groots bezig waren. Het is dan ook pijnlijk te moeten vaststellen dat sommigen achteraf hun kar hebben gekeerd.

"Nee, ik heb nergens spijt van, op één of twee schoonheidsfoutjes na. Ik betreur dat ik me heb laten verleiden tot polemieken en interviews. Je gaat dan door de sfeer van polarisatie dingen zeggen of schrijven waarover je onvoldoende hebt kunnen nadenken. Maar geloof me: het dossier van de X'en is niet dood. Let maar op."

De redactie heeft lessen getrokken uit de X1-polemiek. De redactiestructuur is nu steviger uitgebouwd dan in het begin van het jaar en er kwam een deontologische raad. De tegenpartij aan het woord laten wordt op vergaderingen een ingebouwde reflex. Een ombudsman onderzoekt de klachten en bedenkingen van lezers en brengt daar in de krant wekelijks verslag over uit; een rubriekje onder de lezersbrieven zet foutieve informatie recht.

Ook de zogeheten onderzoekscel ontsnapt niet aan de lange schaduw van Regina en wordt vrijwel ontmanteld. Een moeilijke beslissing voor een krant die nogal eens complotten vermoedt als bij de overheid een comité van toezicht of een inspectiedienst wordt geherstructureerd. De vier redacteurs die haar bevolken (Douglas De Coninck, Walter De Bock, Georges Timmerman en Annemie Bulté) worden uit hun door kasten afgeschermde citadel gehaald.

Hoofdredacteur Ludwig Verduyn: "We gaan de prestatiedruk op de cel verlichten. De vier zullen ingeschakeld worden in het dagwerk. Zo kunnen ze meer terugvallen op de volledige redactie. Per dossier kunnen ze dan een beroep doen op andere assistentie. Ze zullen, als ze niet direct met iets bezig zijn, ook het gewone werk op zich nemen. Douglas sturen we bijvoorbeeld naar Gasthuisberg. Of moet ik zeggen de Schuldenberg? Daar komt zeker een goed verhaal van."

Dinsdag 22 september, avondvergadering, kwart over zes

Of hoe grote gebeurtenissen op kousenvoeten op de redacties binnensluipen.

Binnenlandredacteur: "De rijkswacht heeft een Nigeriaanse madam het ziekenhuis ingeslagen. Ze verzette zich tegen haar repatriëring."

Yves Desmet: "Tobback zal zeggen: dura lex, sed lex."

De hoofdredactie beslist het bericht op pagina 3 te plaatsen en pagina 1 te openen met het gerechtelijk onderzoek naar de lekken bij procureur Bourlet. Het commentaartje zal trouwens ook over de zogenoemde cel pampers gaan.

Om 21 uur en 32 minuten overlijdt Sémira Adamu, meer dan een uur na het afgesproken sluitingsuur van De Morgen. Door een krachtige interventie van de redactie in de drukkerij van Kobbegem komt haar dood nog op pagina 1 en verhuist Bourlet naar de 3. Oef, De Morgen van 23 september heeft hét nieuws dat onze democratie de volgende weken zal beheersen, niet gemist.

's Anderendaags reserveert de redactievergadering het grootste deel van de pagina's één en twee, plus vijf extra pagina's voor de dood van Sémira Adamu. De redactie is zeer geschokt en ze krijgt veel telefoontjes. De hoofdredactie dringt aan op een evenwichtige behandeling en hoopt dat zeven pagina's zullen volstaan. Niet minder dan 21 bijdragen, foto's en tekeningen worden op 24 september aan de tragische dood van de afgewezen asielzoekster gewijd. De lessen 21 manieren om te schrijven over... van krantendokter De Wolff worden in de praktijk omgezet.

Donderdag

24 september, 10 uur

Op de redactie geven twee artikels aanleiding tot verhitte debatten. Eerst zijn er de extra pagina's waarin een anonieme getuige de geloofwaardigheid van Sémira ondermijnt. "Tot straks, houd mijn eten warm, was het favoriete zinnetje." Was het nodig om die aan het meisje toegeschreven woorden zo opvallend bovenaan te plaatsen? En waarom een anonieme getuige opvoeren?

Nog meer commotie is er bij 'linkse ideologen' die het standpunt 'Niet te simpel' van hoofdredacteur Yves Desmet niet goed verteren. Zijn vergoelijkende toon, de bezorgdheid om Tobback, de te zachte woordkeuze vallen bij hen niet in de smaak. Vooral de zin "Het is onlogisch tegelijk een streng asielbeleid te voeren en het budget voor ontwikkelingssamenwerking laag te houden" stuit op onbegrip. Wat heeft dit met "onlogisch" te maken? Er had moeten staan: "Het is onrechtvaardig, wraakroepend, humanisten en socialisten onwaardig...". Door het te herleiden tot logica moet de lezer besluiten dat een verhoging van het ontwikkelingsbudget tot een strenger asielbeleid mag leiden of dat een wat humaner asielbeleid een inkrimping van het budget van Moreels rechtvaardigt.

Het groepje besluit zijn ongenoegen bij de hoofdredacteur kenbaar te maken. 's Anderendaags alludeert Desmet daarop in zijn standpunt 'Volgens het boekje'. Hij noemt de dood van Sémira "onvergeeflijk", spreekt over minigevangenissen en hekelt de inhumane uitvoering van het asielbeleid. Maar hij blijft de beleidsoptie van Tobback verdedigen.

Bart Brinckman hierover: "Yves en ik ook hebben een zeker respect voor de moed en de rechtlijnigheid van Tobback, maar we zitten met een achterban van lezers die hem arrogant, onmenselijk en een achternaloper van het Vlaams Blok vinden. Een week voor Sémira's dood schreef Yves nog: 'Daarom verdienen politici als Vande Lanotte en Tobback, die dit asielbeleid gestalte hebben gegeven, meer begrip dan ze krijgen'. (DM 18/9/98, nvdr) Wij gaan dit standpunt niet veranderen onder druk van emoties."

De Sémira-commotie op de redactie ebt niet gauw weg. Niet minder dan vijf redacteurs (Yves Desmet, Ludwig Verduyn, Bart Brinckman, Jan de Zutter en Filip Rogiers) schrijven in die dagen standpunten, opinies en analyses met klemtonen die sterk van elkaar verschillen.

Maandag

28 september, 9 uur

Twee dagen na het ontslag van Tobback gooit het persoverzicht van de radionieuwsdienst opnieuw olie op het redactievuur. Uit een vrij genuanceerd artikel van Bart Brinckman - Yves Desmet was dat weekend voor een uitstapje in Nice - wordt het zinnetje gelicht dat een uitzettingsbeleid onvermijdelijk blijft. De radiojournalist zet het in schril contrast met het diepmenselijke stukje van Luc Van der Kelen van Het Laatste Nieuws. De luisteraar moest wel tot het besluit komen dat de liberale krant veel humaner was dan de linkse progressieve krant. En dat is nog niet alles: concurrent Het Nieuwsblad blijkt een bloedstollend stuk te hebben over zaal Z in De Refuge, het asielcentrum te Brugge.

De middagvergadering verloopt dan ook nogal grimmig. Yves Desmet staat er als een betrapte schooljongen bij. Door een onweersbui was zijn vliegtuig in Nice niet kunnen vertrekken en heeft hij de nacht op de trein moeten doorbrengen.

Jan de Zutter, coördinator binnenland: "Anne de Graaf heeft gehoord dat rijkswachters negerinnen begeleiden om ze dan ter plekke te vogelen. Dat kunnen we zo niet in de krant zetten, maar we gaan het onderzoeken." (Het bericht komt niet in de krant, wel dat rijkswachters aan repa-triëringen geld kunnen verdienen door abnormaal hoge kosten aan te rekenen.)

Het Het Nieuwsblad-bericht over de zaal Z wordt gecheckt, maar nu al is duidelijk dat het fel overdreven is. Er komt een suggestie om burgemeester Ivan Cattrysse van De Haan, die een gepland opvangcentrum voor asielzoekers in zijn gemeente tegenhoudt, te interviewen.

Jules Hanot: "Een tong?" (De Morgen-jargon voor de rubriek 'Heet van de tong' op pagina 2.)

Jan de Zutter: "Zoek maar een andere tong. De rechtse klap die hij gaat uitkramen kunnen we missen."

Yves Desmet: "Ik verneem dat de SP woedend is op het Paleis."

Jan de Zutter: "Albert wou naar de begrafenis van Sémira gaan en dat kon worden gezien als een afkeuring van Tobback. Van Ypersele (de kabinetschef van de koning, nvdr) zal wel weer de populist hebben willen uithangen. Of Albert zal eens uitvoerig gesproken hebben met Chris De Stoop..." (Hiervan komt niets in de krant.)

Jules Hanot: "Er zijn meer vrouwen dan mannen aan de KUL."

Marijke Libert: "Toch niet bij de proffen." (gelach)

Yves Desmet (na enig over-en-weergepraat): "Marijke zal een gender-verhaal maken om alles eens op een rijtje te zetten. Dat is goed voor onze vrouwelijke doelgroep."

Jules Hanot: "Alles is verboden tot de hoofdredacteur zegt dat het mag ..."

Yves Desmet: "Zo gaat dat hier ..."

Zondag

26 juni 1977, 15 uur

Zopas heb ik Karel Van Miert geïnterviewd, de onverwachte SP-voorzitter die tot drie weken voordien als directe medewerker van Willy Claes nauwelijks bekendheid genoot. In zijn eenvoudige woning in Evergem zingt de 35-jarige jongeman de lof van "het socialisme uit het noorden: niet het abstracte socialisme van de zuiderlingen, maar concrete projecten die we stap voor stap zullen realiseren". Op de redactie van De Standaard zit Paul Goossens te slaven op een stuk over het staal. Met oprechte belangstelling vraagt hij: "En hoe was het?" Ik antwoord: "Als Van Miert slaagt, kan jij hoofdredacteur van Volksgazet worden!" (bulderend gelach) Een jaar later is Goossens hoofdredacteur van De Morgen, de krant die de failliete Volksgazet en de kreupele Vooruit moet vervangen. Aanvankelijk klikt het tussen Van Miert en Goossens, maar na een nieuw faillissement op donderdag 30 oktober 1986 (door de redactie gekwalificeerd als de SP-moord op De Morgen) zal Van Miert zeggen dat hij zich in heel zijn politieke leven nooit smeriger behandeld heeft gevoeld dan door Paul Goossens. "Acht jaar heb ik gebedeld voor die krant. Ik ben Goossens zelf bij De Standaard gaan weghalen. De socialistische beweging heeft tussen 450 en 500 miljoen in het product gestopt. En wat deed mijnheer Goossens? We kregen als SP een stuk censuur als dank, want ons standpunt mocht op het laatst niet meer in zijn krant. Dat noemt zich dan progressief verdraagzaam..." (Exclusief, april 1987)

Sindsdien is het nooit meer echt goed gekomen tussen de progressieve krant en partij. Ook vandaag blijft het conflict smeulend actueel. Eind augustus 1998 vraagt een redacteur van De Morgen Willy Claes aan de telefoon om een reactie op de artikelenreeks over Agusta in de krant. Het antwoord luidt: "Wat jullie, bende gemanipuleerde smeerlappen, daarmee doen, interesseert mij niet."

De Agusta-reeks met als ondertitel 'De SP en het geld van de wapenhandel' verscheen in de laatste week van de vakantie - wellicht daarom kreeg ze minder Wetstraat-belangstelling - en was van de hand van de twee 'linkse' leden van de onderzoekscel, Walter De Bock en Georges Timmerman. Zij waren niet bij de X1-zaak betrokken.

De reeks is niet mals voor de SP. Zo wordt Tobback er onder meer van beschuldigd een valse datum te hebben verzonnen, Claes te hebben 'gedropt' en instructies te hebben gegeven om de opheffing van het Zwitserse bankgeheim tot de laatste snik te verhinderen.

Woensdag

16 september 1998, gesprek

Bart Brinckman: "De SP speelt hoog spel. Wat als blijkt dat de partijtop toch betrokken was?"

Yves Desmet: "We zouden een stuk in ons achterhoofd moeten houden over het morele dilemma van Frank (Vandenbroucke, nvdr) op het ogenblik dat hij het vuile geld ontdekt."

Bart Brinckman: "Zodra de zaken wat klaarder zijn, kunnen we ook de ondertekenaars van 'De SP is nodig' gaan ondervragen."

Maandag

21 september 1998

redactievergadering

Jules Hanot: "Moeten we daar niets aan doen: Mangé vertelt op het proces dat het Agusta-geld voor De Morgen bestemd was?"

Yves Desmet: "Dat is de prijs die we betalen voor onze Agusta-reeks. En terzijde: de reeks heeft onze verkoop niet doen stijgen, maar wel de relaties met de SP vertroebeld."

Jules Hanot: "Kunnen we Walter De Bock niet vragen dat recht te zetten?"

Yves Desmet: "Ik zal het zelf doen. Het kan zeer kort zijn. In 1989, bij de storting van de Agusta-miljoenen, waren krant en partij al langer dan drie jaar uit mekaar. Er is dus geen frank Agusta-geld naar De Morgen gegaan."

Redacteur: "Men vertelt bij de SP dat Van Thillo 'zijn' redactie opzweept om een coalitiewissel mogelijk te maken."

Yves Desmet: "Op dwaasheid staat geen prijs."

Donderdag

24 september 1998

redactievergadering

Bart Brinckman: "Ik probeer mij in te leven in de gemoedstoestand van Tobback: Agusta blijft bedreigend, de voetballiga speelt met zijn voeten over de pasjes, hij zit diep in de put over Sémira, de kreten 'moordenaar' komen zeer hard bij hem aan. Er is bij hem een veer gebroken. Volgens mij neemt hij ontslag."

Woensdag

30 september 1998

18 uur

koffiehoek

Ruud Goossens, redacteur binnenland: "Wat bezielt Tobback om met het asielbeleid de communautaire toer op te gaan? Hij ontgoochelt me."

Het gesprek over politiek en politici is op De Morgen nooit ver weg. Redacteurs van sport, buitenland, economie, cultuur en lifestyle spreken hun woordje mee. Maar de primauteit van de politieke redactie, die Paul Goossens zo hoog in het vaandel voerde, lijkt definitief passé.

Verscheidene politieke redacteurs hebben het zelf over een tamelijk sterke antipolitieke onderstroom in De Morgen. Er is een tegenstelling gegroeid tussen redacteurs die zich permanent met politieke verslaggeving bezighouden - en dus genuanceerd over politieke onderwerpen hebben leren denken - en zij die er zich maar mee inlaten op bijzondere momenten, als er journalistieke pluimen mee te verdienen zijn. Die laatsten zouden niet genoeg begrip opbrengen voor de moeilijkheidsgraad van veel politieke onderwerpen en de tijd die nodig is voor het uitwerken ervan, evenmin voor de goede wil van veel politici...

Ludwig Verduyn, van wie de naam geregeld valt in dit verband (samen met die van Jan de Zutter en Jules Hanot), repliceert: "Met politiek als instelling lopen we inderdaad niet erg hoog op. Daarmee nemen we trouwens dezelfde houding aan als een groot deel van de bevolking."

Veertien dagen een redactie beluisteren, met veel gesprekken en talrijke confidenties, maakt het mogelijk een beeld te krijgen van de positie die een krant inneemt tegenover de politieke partijen en ideologische stromingen. Een oefening.

SP: een moeilijke relatie, zoals ik hierboven al aangaf. Er is nogal wat bewondering voor Tobback, Vandenbossche en zelfs Erdman. "De SP reageert vaak chagrijnig op onze berichtgeving. Op de Keizers-laan denken ze nog te veel dat wij hen maar goed moeten vinden. Wij zijn geen SP-krant. Nooit geweest. Maar soms willen we dat té overtuigend bewijzen. Agusta consacreerde de breuk."

CVP: de 'antitsjeven'-houding is nog latent aanwezig maar de politieke redactie heeft die geobjectiveerd. De verstandhouding is erop verbeterd, zeker met de progressieve vleugel. "De wijziging van hun ethisch profiel inzake euthanasie, echtscheiding en samenlevingscontracten heeft daar veel toe bijgedragen."

Er wordt op De Morgen met waardering gesproken over Dehaene, Van Peel, Paula D'Hondt en zelfs over de 'rechtse' Herman Van Rompuy. Over Mark Eyskens, Mia Deschampelaere en Leo Tindemans vallen veelal laatdunkende woorden.

VLD: over de VLD heerst dezelfde verdeeldheid als destijds op de Knack-redactie. Zoals wijlen Sus Verleyen heeft ook de De Morgen-hoofdredacteur een opvallend zwak voor Verhofstadt: hij verdedigde hem tegen De Croo, schreef het voorwoord van zijn boek De Belgische ziekte, speechte op een feest van Gabriëls en pleitte op een ID21-bijeenkomst voor een paarse coalitie. Velen op de redactie vinden dat hij daarin te ver gaat. Maar de verhouding met de links-liberalen - voorzover die in de VLD aanwezig zijn - is goed.

Vlaams Blok: op de redactievergadering nog altijd omschreven als 'de zwartzakken'. Na de verkiezingen van 24 november 1991 was beslist slechts over het Vlaams Blok te berichten als de leden hun 'ware gelaat' lieten zien, dus altijd negatief. Geleidelijk aan is dat standpunt verzacht: Vlaams Blokkers krijgen geen opiniestukken of interviews, maar ze komen wel aan bod in de Wetstraat-berichtgeving. Een uitgebreid interview met Alexan-dra Colen voor De Bijsluiter moest onder druk van de redactie herschreven worden tot een kritische analyse.

VU en Agalev: deze twee partijen beschouwen De Morgen zowat als 'hun' krant. De redactie kan zich ook vaak vinden in het partijstandpunt, behalve in dat van de Volksunie als het communautaire in het geding is. Met de voormannen wordt haast kameraadschappelijk omgegaan. "Als de redactie dan toch kritiek heeft, komt die dubbel zo hard aan. Zoals onlangs, toen gewezen werd op de inconsequentie van Agalev toen ze wilden verbieden dat Anciaux en Verhofstadt op twee plaatsen op de lijst zouden staan, terwijl ze zelf met Mieke Vogels en Patsy Sörensen een electorale stoelendans voorbereidden. Hoe kleiner de partij, hoe langer blijkbaar de tenen. Dat geldt ook en vooral voor ID21, Marchal, Vivant. Het is toch niet omdat ze zich progressief noemen of voor vernieuwing zijn dat ze op onze onvoorwaardelijke steun kunnen rekenen."Het communautaire

Het correcte politieke denken in progressieve en artistieke kringen vereist dat je lichtjes neerbuigend spreekt over de Vlaamse identiteit, grapjes maakt over de Vlaamse minister-president en elke poging tot verdere communautarisering afdoet als een aanval op de vanzelfsprekende solidariteit tussen landgenoten.

De redactie van De Morgen, zo blijkt uit gesprekken, leeft grotendeels in deze gedachtesfeer. Dat kwam onlangs nog tot uiting in een wat onbehouwen commentaartje over de Vlaamse burgemeester van Ronse die de Waalse schoolbussen had laten verbaliseren. Hij kreeg meteen het etiket 'fascist' of 'extremist' opgeplakt, al deed hij niets anders dan de wet toepassen.

"We reageren vaak gecrispeerd, concurrentiegestuurd", zegt Bart Brinckman. Walter Pauli verduidelijkt: "Als De Standaard weer eens uit een rapport alleen het communautaire heeft gefilterd, zal De Morgen uit hetzelfde rapport met opzet andere, vaak belangrijker aandachtspunten naar voren halen en de Waals-Vlaamse verschillen zelfs niet eens vermelden."

"Zolang Achten, Tegenbos en Vandendriessche bij de VUM de dienst uitmaken, hoeven wij niet bang te zijn", zegt een directielid van De Persgroep. "Hun communautaire obsessies worden niet gedragen door jongeren en progressieven. En ook niet door de kaderleden die steeds meer naar De Morgen overschakelen. Onze onderzoeken en lezersenquêtes wijzen dat uit. Het communautaire staat niet of hoogstens onderaan op hun prioriteitenlijst. Met onze Financiële Morgen, ons nieuw aanbod buitenlandse politiek en de eigen rotatiepers in september 1999 kunnen we de concurrentie als een volwaardige partner aangaan."

Politiek journalist Filip Rogiers ziet een kentering, toch op de politieke redactie: "Als wij ons afzetten tegen de communautaire koorts van sommige Vlamingen, dan zijn we even wars van unitaristen of belgicisten. Aanvankelijk was mijn houding ook afwijzend, zo van: 'Alsof er geen grotere problemen zijn: werkloosheid, duale samenleving...'

"Die negatieve fase is voorbij. Het communautaire is een dossier zoals de andere, maar wel een waanzinnig moeilijk, ontdekte ik. Velen bij ons zijn geëvolueerd naar het federalisme, maar we zijn niet partizaan. Het dispuut De Batselier-Willockx over onder meer de regionale opsplitsing van de sociale zekerheid hebben wij objectief weergegeven. Bij de omzendbrief over de faciliteiten van Peeters hebben we wel grote vraagtekens geplaatst. En we onderhouden nu ook contacten in IJzerbedevaartkringen. Dat heeft ons zelfs een primeur over de toespraak van Lionel Vandenberghe opgeleverd. De concurrentie noemde het een manoeuvre, maar het was gewoon goede informatie."

Onder impuls van de hoofdredactie is er tegenover het christendom een andere houding aan het groeien. Je kunt niet langer spreken van een partizaan antigodsdienstig gevoel en de oproepen om zich te laten ontdopen zijn nog maar een verre herinnering. Wel is er een stevig antiklerikalisme voelbaar, een meer dan kritische houding tegenover kerkelijke structuren en gezagsdragers en een natuurlijke sympathie voor wie daartegen in opstand komt.

Desgevraagd spreken vele journalisten wat lacherig over drie logebroeders en één logezuster op de redactie. Hun invloed wordt geminimaliseerd. "Gelukkig pompen ze heel wat nieuws uit hun logevrienden", beweert een coördinator.

"Godsdienst in de brede zin van het woord, zeg maar: het religieus gevoel," stelt Yves Desmet, "zal prominenter aan bod komen in de krant, omdat het ook in de nieuwe samenleving een topic is. Vandaar dat we een reeks plannen over 'gelovigen in Vlaanderen', in de marge van ons promotieboek Een wereld van religies."

De vrouwen op De Morgen! Op de redactie zijn ze met zestien. Een militante groep en allemaal persoonlijkheden, die tekenen voor mooie, lezenswaardige stukken.

Op de redactiedag van 17 september zeggen enkele vrouwen schamper: "Men noemt De Morgen een vrouwelijke krant. Maar wat stelt dat voor? De hoofdredactie en de rubriekleiders zijn mannen. En uit de lezersenquête blijkt bovendien dat ruim twee derde van hen mannen zijn."

Yves Desmet: "Toch noem ik De Morgen een vrouwelijke kwaliteitskrant. Ik bedoel dat niet seksistisch, wel letterlijk. Er zijn twee soorten nieuws: het mannelijk nieuws komt van boven, van de gezagsdragers en de autoriteiten. Het gaat naar beneden, naar het veld. Het vrouwelijk nieuws daarentegen komt van beneden en gaat naar boven."

De uitspraak dat er geen vrouwelijke rubriekleiders zouden zijn klopt niet: Marianne De Baere is verantwoordelijk voor een van de meest gekoesterde bijlagen van de krant, de zaterdagse Bijsluiter.

Haar naam hoorde ik zevenmaal tijdens mijn eerste rondgang op de krant. "Vraag dat aan Marianne...", "Marianne moet dat maar regelen..." Steevast komt haar naam voor op de lijstjes van de spraakmakers op de redactie, in het gezelschap van Yves Desmet, Bart Brinckman, Walter Pauli, Dirk De Wilde en Koen Vidal.

Met haar zachte ogen en energieke trekken is deze workaholic een van de steunpilaren van de krant. Ze werd als student-stagiaire nog door Paul Goossens aangeworven als secretaresse, ontpopte zich tijdens die chaotische jaren als talentenjaagster en organisatrice, en kent als geen ander de zielenroerselen van coördinatoren, journalisten en lezers.

Ze is de secretaresse van de hoofdredacteur gebleven maar draagt bovendien de verantwoordelijkheid voor de selectie van de stukken 'Ja/neen/een mening' en van de rubriek 'Opiniemakers' op pagina 2. Maar haar troetelkind is De Bijsluiter. Elke week opnieuw tracht ze redacteurs en redactrices ervan te overtuigen om naast hun dagelijkse opdrachten zichzelf te overstijgen in lange, goedgeschreven bijdragen. Ze hoopt maar dat de bijkomende werkdruk van de nieuwe initiatieven niet ten koste van 'haar' Bijsluiter zal gaan.

Marianne De Baere: "Wij hebben steeds meer aandacht voor vrouwenproblemen. De vrouwen vinden elkaar op de redactie. Niet dat er een tegenstelling is, maar we staan wel op onze gelijkwaardigheid. Dat is met Yves geen probleem. De vrouwelijke invloed groeit. We doen duidelijk meer aan gender-problematiek dan andere kranten. Maar we willen het niet verkrampt laten klinken."

Een opvallende overwinning was het opstarten van een column waarin een journaliste wekelijks haar visie op gebeurtenissen, mensen en dingen weergeeft. Er was wat verzet van mannen die vreesden dat de krant de weg zou opgaan van de zo verfoeide aparte vrouwenrubrieken, maar Yves Desmet hakte de knoop door. Marijke Libert mocht op woensdag 7 oktober de spits afbijten met haar beklijvende stukje 'Shankaron'.

Is De Morgen nog een maatschappelijk project, zoals de stichters dat beoogden, of glijdt de krant af naar een commercieel product dat bedoeld is om te renderen en winst op te leveren?

Luidens haar beginselverklaring van april 1995 is De Morgen "een onafhankelijke, progressieve Vlaamse krant die zich baseert op de beginselen van verdraagzaamheid, democratie en sociale rechtvaardigheid". De Morgen wil "ruimte scheppen voor op vernieuwing gerichte denkbeelden, stromingen en cultuuruitingen. Daarmee beoogt zij een fundamentele bijdrage te leveren aan het tot stand brengen van een volledig geëmancipeerde samenleving, waarbij een kritische houding tegenover alle bestaande instituten en machtscentra richtinggevend is voor de opstelling van de krant."

Verdraagzaamheid, democratie, sociale rechtvaardigheid, vernieuwende denkbeelden, geëmancipeerde samenleving, kritische houding..: Veel kranten kunnen dit onderschrijven. Ligt de klemtoon dan op het onafhankelijke, het progressieve? Maar het woord 'progressief' is met de komst van Yves Desmet uit de ondertitel verdwenen!

Is De Morgen voor De Persgroep niet meer dan een vehikel om reclame voor de duurdere producten te werven? De 'Link de Luxe' waarmee de Financieel-Economische Tijd en De Morgen samen advertenties gaan werven voor dure juwelen, sterke dranken, merkkleding, parfums en dergelijke meer kan daarop wijzen.

Walter De Bock, een van de weinige founding fathers die nog op de redactie werken: "Waarom is Van Thillo plotseling in De Morgen gaan investeren? Omdat hij in zijn publiciteitsaanbod aan de adverteerders meer mensen uit de A-klasse kan aanbieden. Wat De Standaard is voor de VUM, moet De Morgen worden voor de Persgroep. Maar ik bekijk dat niet negatief. We zijn de fase van de hoofdredacteur-bedelaar ontstegen. De krant heeft daardoor een veel grotere sensibiliteit kunnen ontwikkelen voor wat in de samenleving leeft. In de periode-Goossens was belangrijk wat leefde in onze hoofden, nu proberen wij te brengen wat leeft in de hoofden van de mensen. Mannen en vrouwen zijn veel mondiger geworden. Ook zaken als Dutroux en Agusta hebben ondanks hun negatieve connotaties veel meer mensen doen nadenken over politiek en maatschappij dan gelijk welk theoretisch discours.

"We bevinden ons in een nieuw stadium van de maatschappelijke evolutie, met geresponsabiliseerde politici en een grotere en alertere groep denkende mensen. De nieuwe generatie redacteurs speelt daar heel sensibel op in. De 'editorialen' met het opgestoken vingertje namens de burger of namens Vlaanderen zijn volledig uit de tijd. Voor Yves is zijn mening niet belangrijker dan die van een lezer of de schrijver van een opiniestuk."

Een gelijkaardige toon bij Bart Brinckman: "We hoeven ons niet te schamen over onze wat commerciëlere aanpak. De jonge redacteurs komen uit een open samenleving zonder zuilen of enge ideologieën. De krant wordt daardoor leesbaarder, aantrekkelijker. We zijn geëvolueerd van een bekrompen naar een open links wereldbeeld. 'De krant die je een geweten schopt' hield op te bestaan met het vertrek van Goossens senior. Als ik ons maatschappelijk project moet omschrijven, zou ik zeggen 'links-liberaal'."

Op de vraag wat De Morgen met de uitbreiding van de economische pagina's beoogt, antwoordt hoofdredacteur Ludwig Verduyn: "Natuurlijk spelen het concurrentiële en het commerciële een rol. Ook in deze pagina's zullen wij echter ons etiket progressieve krant waarmaken. Maar verwacht van ons geen antikapitalistische kreten of aanvallen op het ondernemerschap. We staan bijvoorbeeld uitgesproken positief tegenover KMO's. Maar witwassers en fiscale fraudeurs zullen we hard blijven aanpakken, welke machtige groepen er ook achter staan. Het is onze ambitie de economische wereld transparant te maken, de vragen te stellen die jonge eigentijdse intellectuelen bij het economische en financiële gebeuren hebben."

Ook de opvallend nieuwe aanpak van de sportpagina's is concurrentiegestuurd. Toch, zo zegt sportcoördinator Walter Pauli, trachten wij de sport vanuit onze eigen invalshoek te behandelen. De keuze van Walter Pauli voor de 'belangrijkste bijzaak' is op zichzelf al niet alledaags. De gewezen militante Veto-redacteur behandelde op De Morgen zowel economie, politiek als religie en schreef een meer dan kritisch boek over Opus Dei. Waarom die overstap naar voetbal en fiets?

Walter Pauli: "De maatschappelijke relevantie van de sport wordt groter met de dag. Groot geld, drugs, omkoperij, combines bedreigen de echte sportbeoefening. Heel wat oudere collega's, die zijn opgegroeid in de geest van camaraderie en een kritiekloze loyaliteit tegenover de sportvedetten, hebben het lastig met die nieuwe aanpak. Ook de doorsnee sportlezer heeft het er niet altijd op begrepen. Maar wij doen door. Onze ramp is het vroege sluitingsuur. We tellen de dagen af tot september 1999. Dan hebben we onze eigen rotatiepers en zullen we ook onze sportlezers de gewenste kwaliteit kunnen geven."

Is De Morgen, samen met De Standaard en de Financieel-Economische Tijd, een kwaliteitskrant, zoals zij zichzelf graag noemt?

Volgens Louis Tobback "haalt geen enkele Vlaamse krant het niveau van NRC Handelsblad, de Volkskrant, Le Monde of La Stampa. Ja, we hebben De Standaard en De Morgen, maar die komen nog niet tot aan de enkels van deze bladen."

Wat is dat, een kwaliteitskrant? De geroemde buitenlandse kranten stralen zeker prestige uit, tot je er berichten over Belgische toestanden in aantreft die vaak dooraderd zijn met de meest platte clichés en vooroordelen, en die getuigen van een ernstig gebrek aan feitenkennis. Op zo'n moment stel je je onwillekeurig de vraag: is wat ze schrijven over Rwanda, Kosovo of Ierland dan zoveel betrouwbaarder?

Een kwaliteitskrant - zo wil het ons voorkomen - is een streefdoel, nooit een gegeven. 'Kwaliteit' stoelt op een vaak moeizaam en langdurig opgebouwde reputatie van correctheid en betrouwbaarheid die wel eens een keer, maar zeker niet te vaak, een deuk mag krijgen. Zowel in De Standaard als in De Morgen beginnen veel lezersbrieven met iets in de trant van: "Voor een kwaliteitskrant hebben jullie in dit bericht toch geblunderd ..." Zo'n lezer geeft zijn ontgoocheling te kennen en verwacht de volgende keer beter.

De kwaliteit moet ook in zoveel mogelijk rubrieken en artikels terug te vinden zijn. Want zo'n krant is meer dan een losse verzameling leesbare stukken. Ze moet een onderlinge samenhang vertonen, zowel in de berichtgeving als in de commentariëring. Zoiets heette vroeger de "lijn van de krant". Zo'n krant heeft bovendien een eigen agenda en wordt niet gestuurd door emotie, concurrentie of een of andere overheid.

De geloofwaardigheid van De Morgen staat duidelijk onder druk. Tijdens mijn veertiendaagse observatieperiode werd de krant door reclameman Wim Schamp en door Paul Marchal beschuldigd van flagrante leugens. Volgens Steve Stevaert verspreidde de krant fabeltjes over de Agusta-miljoenen en de uitval van Willy Claes over de 'manipulatie' door De Morgen kwam reeds aan bod. Om nog te zwijgen over de scheldtirades telkens wanneer de X1-affaire opnieuw aan bod komt.

Hoe zit het met de kwaliteitsbewaking van De Morgen? De strakkere organisatie van de hoofdredactie, de aanstelling van Dirk De Wilde tot ombudsman die bemiddelt tussen lezers en redactie en het aantrekken van specialisten zijn stappen in die richting. Op de middag- en avondvergadering wordt vaker over 'missers' gepraat, maar een korte uitleg van de betrokken coördinator volstaat vaak als verklaring en verontschuldiging. Ook op de redactiedag en in vele gesprekken was dit een onderwerp.

Redactrice: "Alles is resultaatgericht. Als je iets aankondigt mag het niet de mist ingaan. Je reportage moet er zijn en moet die bepaalde lengte hebben. Vandaar dat er nogal wat gelul is of stukken opgeblazen zijn. Soms zie ik mijn naam er liever niet onder."

Redacteur: "Als journalist leef je in een precaire situatie. Elk aangekondigd stuk kan mislukken. Dan komt er een gat op je pagina en ben je verplicht een shitstuk te schrijven."

Coördinator: "Wij stellen geweldig hoge productiviteitseisen aan de jonge journalisten. Wie van een andere krant komt, zegt na enkele dagen dat hij hier dubbel zo hard moet werken. Met de nieuwe regeling van recuperatiedagen en het vrij grote verloop op de redactie is onze bezetting echt krap. Ik hoop maar dat de bijkomende economie- en buitenlandpagina's niet ten koste van de kwaliteit zullen gaan."

Walter De Bock: "De kwaliteit en de betrouwbaarheid van De Morgen zijn sterk verbeterd. Toch stel ik vast dat er over de inhoud van artikels te weinig discussie is. We hebben daar onvoldoende tijd en structuur voor. Yves Desmet gaat wel geregeld eten met een van zijn redacteurs en dan komt de kwaliteit van de prestaties ter sprake. Maar een echt kritische bespreking onder collega's van een artikel of een reeks wordt snel zeer persoonlijk, kribbig en onaangenaam. Een buitenstaander als jij zou dat veel beter kunnen."

Met deze vleiende gedachte wou ik deze kroniek op 2 oktober afsluiten in het besef dat ik zwaar tekort schoot. De geroemde cultuurredactie en haar richtinggevende bijlage Café des Arts, de spitse buitenlandpagina's, de sfeeroproepende fotografen, de innoverende lay-out, de sublieme ZAK-cartoons ontsnapten alsnog aan mijn kritische aandacht. Om te trachten deze leemten op te vullen kom ik op dinsdag 6 oktober terug naar de Brogniezstraat. Ik loop er Filip Rogiers (32), net terug uit vaderschapsverlof, tegen het lijf.

Filip Rogiers werd mij twee jaar geleden door Yves Desmet getipt als een van de meest lucide politieke waarnemers. Hij sprak over Filip met een vaderlijke warmte. Sedertdien heb ik zowat alles van hem in De Morgen gelezen, net als zijn boek Het orkest van de Wetstraat. Yves Desmet had gelijk.

Op weg naar een eethuisje valt me Filips gejaagde spanning op. Hij zit nog maar nauwelijks of hij legt me een blad papier voor dat enkele minuten voordien is uitgeprint. Mijn oog valt op de eerste woorden: "Ik neem afscheid..." Ik kijk hem aan en lees verder.

Het is een aangrijpende brief: "(...) De titel van kwaliteitskrant moet je elke dag verdienen. Dat doen we niet. Kwaliteit situeert zich in de mate van reflectie en wijsheid in elk stuk ... Jullie kennen mij goed genoeg om te weten dat ik niet tot het slag mensen behoor dat de notie 'kwaliteitskrant' verwart met een verzameling van onleesbare, taaie, droogkloterige 'belangrijke' artikels. Prachtige leesverhalen, groot gemaakte 'petites histoires' vallen voor mij ook/zeker onder de noemer kwaliteit. Maar ik zie, hoor en lees te veel mentale fastfood in onze krant... Ik weet heel zeker dat dit nooit de bedoeling is geweest van het concept waarmee Yves op de krant is gekomen: het eerste onafhankelijke, echt ontzuilde dagblad. Daar blijf ik in geloven. Het is geen kwestie van links of rechts, maar van link of recht. Geen kwestie van politiek correct of incorrect, maar van wijs of dom. Precies omdat ik ervan overtuigd ben dat De Morgen de enige krant is met dit potentieel vind ik elke afwijking daarvan in de praktijk doodzonde. Precies daarom blijf ik De Morgen de beste krant vinden in Vlaanderen. Maar goed is niet altijd goed genoeg. "Voor mezelf heb ik al veel langer uitgemaakt dat ik in de dagkrant artikels schrijf die niet beantwoorden aan de definitie van kwaliteit ... Dat ik loop te sakkeren over de ratrace van elke dag maar die drukte tegelijkertijd omarm omdat ze mij een excuus geeft voor gebrek aan diepgang. Tevreden binnen de gevangenismuren, de schizofrenie van de krantenjournalistiek ... Het vervelende gevoel van een snelle pen en een te trage geest heeft mij nooit verlaten. Het kreeg de voorbije dagen met de crisis rond de dood van Sémira Adamu een nieuwe opstoot ... Ik word te veel gedwongen (niet door jullie, maar door de aard van het medium) tot intellectuele improvisaties waarmee ik niet langer functioneren kan, wil ... Ik heb mij op De Morgen herkend, oneindig veel meer in elk geval dan in mijn vroegere job ... Maar nu en dan moeten nieuwgevormde muren en halfslachtige zekerheden weer naar beneden. Opdat het niet stopt, neem ik afscheid."

Enkele uren later zit Yves Desmet met Bart Brinckman het ontslag van Filip te bespreken, bedrukt. Ik neem haastig afscheid: "Ik heb hier genoeg onheil gesticht", zeg ik.

Aangedaan loop ik van de redactie naar het station. "Nu en dan moeten nieuwgevormde muren en halfslachtige zekerheden weer naar beneden ...", hamert het in mijn hoofd. Tot ik ontdek dat ik verloren sta tussen de drilboren die de oude stadswijk rond het Zuidstation aan het moderniseren zijn.

Een loodzwaar déjà vu-gevoel overvalt me. Jarenlang liep ik van de redactie aan de Jacqmainlaan naar het Noordstation. Ook toen werd mijn tocht begeleid door bulldozers, sloopkogels en pneumatische hamers. En samen met dat bouwgeweld beukte de commercie op het cultuurgoed dat een krant toen nog was.

Hugo De Ridder

26 oktober 1998

De Sémira-commotie op de redactie ebt niet gauw weg. Vijf redacteurs schrijven in die dagen standpunten, opinies en analyses met klemtonen die sterk van elkaar verschillenOver de Agusta-reeks. Redacteur: 'Men vertelt bij de SP dat Van Thillo 'zijn' redactie opzweept om een coalitiewissel mogelijk te maken.' Yves Desmet: 'Op dwaasheid staat geen prijs'Yves Desmet: 'Godsdienst in de brede zin van het woord, zeg maar: het religieus gevoel, zal prominenter aan bod komen in de krant, omdat het ook in de nieuwe samenleving een topic is'De vrouwen op de redactie: 'Men noemt De Morgen een vrouwelijke krant. Maar wat stelt dat voor? De hoofdredactie en de rubriekleiders zijn mannen. En uit de lezersenquête blijkt bovendien dat ruim twee derde van hen mannen zijn'Walter De Bock: 'Waarom is Van Thillo plotseling in De Morgen gaan investeren? Omdat hij in zijn publiciteitsaanbod aan de adverteerders meer mensen uit de A-klasse kan aanbieden. Maar ik bekijk dat niet negatief'Filip Rogiers neemt ontslag: 'Het vervelende gevoel van een snelle pen en een te trage geest heeft mij nooit verlaten. Het kreeg de voorbije dagen met de crisis rond de dood van Sémira Adamu een nieuwe opstoot'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234