Maandag 16/05/2022

Interview

"De morele paniek is helemaal vergelijkbaar met de jaren 30"

Frank Caestecker, professor Economische geschiedenis aan de UGent.  Beeld Eric de Mildt
Frank Caestecker, professor Economische geschiedenis aan de UGent.Beeld Eric de Mildt

Soms slaan vergelijkingen met de jaren 30 nergens op. Soms zijn ze noodzakelijk en urgent. Vandaag bijvoorbeeld. Dat Europa het liefst zo weinig mogelijk vluchtelingen uit Syrië opneemt, doet historicus Frank Caestecker terugdenken aan de zwartste bladzijde uit onze geschiedenis. Een confronterend gesprek over jodenjagers en strenge politici.

Joël De Ceulaer

"Ik sta daarvan versteld", zegt historicus Frank Caestecker. "Je zou denken dat we lessen hebben getrokken uit wat we in de jaren 30 hebben meegemaakt. Maar blijkbaar is dat niet het geval. Het humanitaire beleid dat we hebben opgebouwd na de vreselijke ervaring van de Tweede Wereldoorlog is helemaal aan het verwateren. Er bestaat een vluchtelingenbeleid, dat stevig verankerd is. Maar dat geldt alleen voor wie tot in Europa geraakt en het wordt steeds moeilijker om hier te geraken. Het politieke discours over mensen in nood aan onze grenzen stelt teleur."

Frank Caestecker (56) is als historicus verbonden aan de faculteit Economie van de UGent. Hij doceert onder meer over de geschiedenis van de globalisering, maar verdiept zich al decennialang in het Europese migratie- en vluchtelingenbeleid. In de jaren 80 werkte hij een tijdlang voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en later voor de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. De periode die hij als historicus het beste kent, is die tussen 1933 en 1939, toen Duitse joden op de vlucht sloegen of door de nazi's het land werden uitgezet en haast nergens asiel vonden.

Caestecker is streng voor de huidige Europese leiders. Vluchtelingen die hier geraken, worden goed behandeld, zegt hij. "We hebben instellingen die hun werk doen, dat is het punt niet. Het probleem is dat we volgens mij niet genoeg doen aan de grenzen. Europa zou veel meer Syrische vluchtelingen die vandaag in Libanon of Turkije zitten, moeten gaan ophalen en naar hier brengen. In de eerste plaats kwetsbare mensen die het moeilijk hebben om zich te redden in deze eerste asiellanden. Maar dat doen we niet of nauwelijks. De buurlanden van Syrië sturen hen niet terug, en wij moeten meer solidariteit tonen met die landen. België heeft vorig jaar ongeveer 500 vluchtelingen uit dat programma van de Europese Commissie hervestigd, zoals dat heet."

In België wordt de crisis enorm opgeblazen, vindt Caestecker. "Eind jaren 90 kwamen er in ons land meer asielzoekers aan dan vandaag. Vandaag gaat het echt om minimale aantallen. Op televisie ziet het er soms spectaculair uit, maar dat is het niet."

Neem ons eens mee naar de jaren 30 van de vorige eeuw, professor. Hoe gingen Europese landen toen om met joodse vluchtelingen?
"Ook de joden waren toen nergens welkom. In de jaren 20 geraakten de meeste immigranten nog wél binnen, omdat we mensen nodig hadden om in onze mijnen en fabrieken te werken. Joden wilden die jobs niet doen. Ze kwamen vooral uit Polen, zetten eigen bedrijfjes op, en dat was een doorn in het oog van veel middenstanders. Toen al waren de joden het mikpunt van xenofobe agitatie. Men vond dat ze de nationale eenheid in gevaar brachten, omdat ze een andere cultuur hadden."

Frank Caestecker, professor economische geschiedenis aan de UGent.  Beeld Eric de Mildt
Frank Caestecker, professor economische geschiedenis aan de UGent.Beeld Eric de Mildt

Wat gebeurde er met de joden die uit Duitsland kwamen?
"Vanaf begin jaren 30 voerden Europese landen een restrictief immigratiebeleid. Dat hing samen met de opkomst van de welvaartsstaat: men wilde niet dat immigranten onze jobs kwamen inpikken, omdat de overheid het eigen volk dan werkloosheidsuitkeringen moest betalen. Die gesloten grenzen waren er onder meer gekomen op aandringen van de vakbonden. Om de prille welvaartsstaat te beschermen. De joden die vanaf 1933 door de nazi's Duitsland werden uitgezet, konden nergens meer terecht."

Stuurden we hen terug naar Duitsland?
"Niet onmiddellijk. Dat vonden we aanvankelijk te moeilijk. Daarom probeerden we hen door te sturen naar Nederland of Frankrijk. Maar daar waren ze ook niet welkom, dus die aanpak bleek een doodlopende straat. Er waren wel joodse hulpcomités, die mensen opvingen. Politieke vluchtelingen, die in die eerste jaren veel harder werden vervolgd door de nazi's, kregen bij ons wel verblijfsrecht. Veel joden die werden opgevangen door de hulpcomités, probeerden door te reizen naar de VS. Maar in 1938, toen de jodenvervolging in Duitsland echt begon, leidde dat bij ons tot een politieke crisis."

Wat deden de nazi's en wat deden wij?
"Na Kristallnacht in november 1938 werden joden in Duitsland systematisch beroofd, opgesloten en het land uitgezet. Ze werden helemaal berooid gedumpt net over de grenzen met onder meer België, Nederland en Zwitserland. In een eerste reactie stuurde de Nederlandse overheid die mensen terug, vanuit het idee: het zijn niet de Duitsers die moeten bepalen wie ons land binnenkomt. In Luxemburg werden joden gearresteerd, opgesloten en manu militari gerepatrieerd, zodat iedereen het kon zien. Dat was zeer dramatisch: sommige van die mensen probeerden onderweg zelfmoord te plegen. Dat heeft toen zoveel discussie uitgelokt dat men er tijdelijk van is teruggekomen."

Waren joden daarna welkom, bedoelt u?
"Nee, men repatrieerde hen nog altijd, maar men deed het voortaan stiekem, in alle stilte, zonder pers, zodat niemand het zag. Zweden en Zwitserland hebben toen zelfs met nazi-Duitsland onderhandeld, met de vraag of de Duitsers duidelijk wilden maken wie jood was en wie niet. Duitsers hadden geen visum nodig, dus grenswachters konden geen onderscheid maken tussen een arische Duitser die gewoon toerist was, en een joodse Duitser die werd verdreven of wilde vluchten. De Duitsers hebben toen, op vraag van de Zwitsers en de Zweden, besloten om een 'J' in elk joods paspoort te stempelen."

Frank Caestecker in gesprek met Joël De Ceulaer.  Beeld Eric de Mildt
Frank Caestecker in gesprek met Joël De Ceulaer.Beeld Eric de Mildt

Dat is ronduit verbijsterend.
"Inderdaad. Europese landen namen de raciale categorieën van de Duitsers gewoon over. Uit die overeenkomst blijkt trouwens ook hoe chaotisch het Duitse rijk toen nog werd bestuurd: ze wilden van de joden af, maar zorgden er tegelijk voor dat joden herkenbaar waren aan de grens, zodat ze er niet van af geraakten."

Maar dat wilden ze wel? Van uitroeiing was nog geen sprake toen?
"De nazi's wilden van de joden af. Dat hebben ze altijd gewild. Het kon hen niet schelen waar ze terechtkwamen. En nee, uitroeiing stond toen nog niet op de agenda. Voor die uitroeiing zijn niet wij verantwoordelijk, maar de Duitsers. Toch kun je zeggen dat we medeverantwoordelijk zijn: omdat de Duitsers die joden niet kwijt geraakten over de grens, hebben ze uiteindelijk beslist om hen uit te roeien. Wat ook meespeelde bij de beslissing, was dat er door de uitbreiding van het rijk almaar meer joden in Duitsland woonden. Maar het feit dat de joden nergens welkom waren, speelde mee."

Is dat historische besef vandaag voldoende aanwezig, vindt u?
"Blijkbaar niet. Wat vandaag in Syrië gebeurt, is ook onze verantwoordelijkheid niet, het is Assad die zijn eigen bevolking uitmoordt. Maar in zekere mate is de situatie toch ook vergelijkbaar, omdat wij de mensen die daar in nood zijn, hier geen kans bieden. Als je mensen die vervolgd worden geen hulp biedt, dan ben je medeverantwoordelijk voor wat hen overkomt."

Vandaag zijn veel mensen bang voor vluchtelingen, onder meer omdat het moslims zijn en die vertrouwen ze niet. Hoe was dat met de joden destijds?
"Vergelijkbaar. De joden werden van alles beschuldigd. Het waren zogezegd allemaal bolsjewieken, ze werden verdacht van financiële malversaties, ze deden onze bedrijven oneerlijke concurrentie aan, ze betaalden geen sociale zekerheid, enzovoort. Dat werd allemaal over hen gezegd. Zelfs over joodse kinderen werd kwaadgesproken, want dat werden later allemaal ook grote, valse joden, vonden sommigen."

Frank Caestecker.  Beeld Eric de Mildt
Frank Caestecker.Beeld Eric de Mildt

Hoe ging de toenmalige Belgische regering om met joodse vluchtelingen?
"In 1938 was de socialist Paul-Henri Spaak eerste minister, de katholiek Joseph Pholien was minister van Justitie. Pholien wilde electoraal scoren door streng op te treden tegen joodse vluchtelingen. De fascistische partij Rex van Léon Degrelle had flink wat stemmen weggehaald bij de katholieke partij en Pholien wil die kiezers terug. En dus liet hij op een bepaald moment 250 joden oppakken en opsluiten in Vorst, met de bedoeling om hen terug te sturen naar Duitsland. En toen ontstond de politieke commotie."

Wie veroorzaakte die commotie?
"Emiel Vandervelde was nog altijd voorzitter van de socialisten. Hij was al zeer oud, en politiek op zijn retour, maar had nog veel moreel gezag. Alleen zijn relatie met eerste minister Spaak was niet goed. Toen Vandervelde vernam dat joden werden opgesloten in Vorst, nam hij het voor die mensen op. Hij stak zijn nek uit. En veel mensen volgden hem. Gevolg: er werd een oplossing gezocht voor die joden, ze konden terecht in een opvangcentrum in Merksplas. Al werd dat niet aan de grote klok gehangen."

En wat vond minister Pholien daarvan?
"Die vond dat geen goed idee. Dat opvangcentrum zou volgens hem een aanzuigeffect creëren op andere joodse vluchtelingen."

De parallellen met vandaag zijn haast onwezenlijk.
"Dat is zo. De morele paniek is helemaal vergelijkbaar. In Merksplas was men bang dat brave katholieke meisjes zouden worden aangerand door joden. En toch heeft Pholien zich toen verbrand. Toen hij zelfs onbegeleide kinderen terugstuurde naar Duitsland, werd dat groot uitgespeeld in de pers. Dat heeft hem uiteindelijk genekt. En de oproep van Vandervelde had een enorme impact op andere politici, die vonden dat we joodse vluchtelingen niet meer konden terugsturen naar Duitsland."

Was België op dat vlak een uitzondering in Europa?
"Ja, op dat vlak wel. De joden die zich in ons land bevonden, werden opgevangen. Maar de controles aan de grenzen gingen door. Daar werden joden nog altijd tegengehouden, tot aan het begin van de oorlog. Er reden zelfs rijkswachters langs de grenzen, die men jodenjagers noemde."

Is de Conventie van Genève na de Tweede Wereldoorlog ontstaan uit een vorm van schaamte om wat wij de joden hebben misdaan?
"Inderdaad. Die ervaring met joodse vluchtelingen was de aanleiding voor de Conventie van Genève. Het centrale idee van dat akkoord is dat je mensen niet kunt terugsturen naar het land waar ze worden vervolgd. In 1956, toen veel Hongaren hun land ontvluchtten na de inval van de Sovjets, is die Conventie voor het eerst getest. En ze heeft haar waarde toen bewezen: Hongaarse vluchtelingen werden zelfs als helden onthaald. Na de oorlog in Joegoslavië is de Europese vluchtelingendefinitie uitgebreid: sindsdien komen ook mensen die niet individueel worden vervolgd maar op de vlucht zijn voor een oorlog, ook in aanmerking voor asiel."

Frank Caestecker.  Beeld Eric de Mildt
Frank Caestecker.Beeld Eric de Mildt

N-VA-voorzitter Bart De Wever vindt dat die Conventie van Genève aan herziening toe is. Wat vindt u daarvan?
"Als Bart De Wever die Conventie ter discussie stelt, overschrijdt hij de grenzen van de welvoeglijkheid. Van die Conventie moeten we afblijven. Het is een humanitaire leidraad die we de voorbije halve eeuw hebben opgebouwd, en die we nodig hebben. Als je die tekst afbreekt, houden we niets meer over, dan wordt Europa weer een jungle zoals in de jaren 30. De leidende politici zouden die humanitaire waarden moeten uitdragen. Ook omdat dat de efficiëntie van het toelatingsbeleid verbetert. Dat doen ze niet meer."

We hebben een nieuwe Emiel Vandervelde nodig.
"Juist. Die is er niet. Ook niet bij de oppositie. Niemand werpt zich op als de verdediger van mensen in nood. Wij hebben hen niet nodig, dat is altijd duidelijk geweest. Maar het besef dat die vluchtelingen ons nodig hebben, is blijkbaar helemaal verdwenen."

Hoe kijkt u naar de strijd die staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) voert tegen het humanitaire visum dat hij tot nader order moet uitreiken aan een Syrisch gezin?
"Ik denk niet dat hij daar finaal toe kan worden verplicht. Het argument om dat visum toe te kennen is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De vraag is of ook mensen die nog niet in Europa aanwezig zijn daar een beroep op kunnen doen. Er is een precedent, zou je kunnen zeggen: de Italiaanse kustwacht heeft eens bootvluchtelingen opgepikt buiten de Italiaanse wateren en teruggebracht naar Libië. Daarvoor is Italië veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens: die schepen van de kustwacht werden als het ware beschouwd als Italiaans grondgebied."

Maar geldt dat voor het bewuste gezin in Syrië?
"Dat denk ik dus niet. Je zou je kunnen afvragen of iemand die zich toegang verschaft tot een consulaat of ambassade zich wél op Belgische grondgebied bevindt, en wel een beroep kan doen op het Europees Verdrag, maar hier lijkt dat niet van toepassing."

Dan was het inderdaad een activistische rechter die daar anders over dacht?
"Je zou dat een zoekende rechter kunnen noemen. Hij tast af tot waar dit Europees verdrag, dat onze overheid fatsoensnormen oplegt, reikt. Dit gezegd zijnde vind ik het geen goede zaak dat een politicus zich profileert op een individueel dossier. Dat laat een nare smaak na. Politiek kapitaal vergaren door ferm te zijn tegen mensen die vastzitten in Aleppo, daar heb ik het moeilijk mee. Francken heeft die familie trouwens ook proberen verdacht te maken, en ook dat vind ik ongehoord."

Dat Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, daarmee heeft Europa...
"Zichzelf in de voet geschoten? Ja, dat kun je zeggen."

Of zichzelf opgetild.
"Dat is mooier gezegd. Zo kun je het ook bekijken. Dat verdrag had helemaal niet de bedoeling om de rechten van Europese burgers te versterken, het was meer een signaal naar het Oostblok, tijdens de Koude Oorlog, om de vijand duidelijk te maken dat wij superieur waren. Daarmee hebben we de lat voor onszelf terecht hoog gelegd."

Tot slot: wat dacht u toen de Duitse bondskanselier Angela Merkel vorige zomer zei: "Wir schaffen das"?
"Wat Merkel deed, was het enige wat op dat moment mogelijk was. Mocht zij de grenzen op dat moment niet hebben opengezet, dan waren er doden gevallen. De druk vanuit Hongarije was te groot. Vandaag gebeurt het omgekeerde: nu heeft Europa de grenzen gesloten, en laat het Turkije en Libanon alle vluchtelingen opvangen. Er bestaat wel een hervestigingspolitiek, maar dat gaat om zeer kleine aantallen."

Hoeveel heeft België er dit jaar al opgevangen in het kader van die hervestiging?
"Ik denk een duizendtal. Dat moeten er meer worden. Het is de enige manier om de waarden waar we zo trots op zijn, uit te dragen naar de rest van de wereld. Nogmaals: dat geen enkele politicus zich daarop profileert, is bijzonder verontrustend."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234