Donderdag 06/05/2021

'De moordenaars van mijn man hebben geen enkele visie'

interview Mariane Pearl de andere 9/11-weduwe

Mariane Pearl & Sarah Crichton

A Mighty Heart. The Brave Life and Death of my Husband, Daniel Pearl

Scribner, New York, 320 p., circa 25 dollar.

De vertaling verschijnt in april bij uitgeverij Arena.

'Die roze achtergevel daar is van het huis van Bob Dylan, en in het blauwe huis woont Richard Gere. Wij zijn de arme mensen van het blok." Mariane Pearl (36), weduwe van, geeft een rondleiding in haar appartement in Greenwich Village in New York. De Nederlandse cameraman die naast haar woont, is het al gewoon dat bezoekende fotografen de bank op zijn terras gebruiken voor de fotosessie. Het is wat Mariane Pearl, zelf journaliste, tegenwoordig doet: andere journalisten te woord staan, en lezingen geven uit haar boek A Mighty Heart.The Brave Life and Death of my Husband, Daniel Pearl. Haar boodschap uitdragen.

Er is in het appartement maar weinig dat herinnert aan Daniel Pearl (38). De enige foto van hem lijkt bijna achteloos op een knijper te zijn gezet: een omgekrulde foto van een grijnzende, jongensachtige Pearl met een sigaar in zijn mond. Wellicht is hij genomen in Cuba, toen ze samen de asse van Marianes Cubaanse moeder Marita gingen uitstrooien op een heuvel nabij Santiago de Cuba.

Maar over de parketvloer kruipt een veel levendiger herinnering aan Danny Pearl: Adam, geboren eind mei 2002, vier maanden nadat zijn vader op gruwelijke wijze werd vermoord door de moslimterroristen die hem hadden gekidnapt. Zoals het een negentien maanden oude peuter past, probeert Adam voortdurend zijn vingers in het stopcontact te steken. Mariane Pearl plukt hem afwezig van de vloer. Ze is geen overbezorgde moeder, net zo min als ze een rouwende weduwe is.

Mariane Pearl, zo blijkt keer op keer, houdt er niet zo van aan clichés te beantwoorden. Zelfs de ontvoerders van Daniel Pearl moeten even geschrokken zijn toen ze erachter kwamen dat zijn vrouw geen Amerikaanse was maar tegelijk Franse en Nederlandse en Cubaanse, dochter van een naar Frankrijk geëmigreerde Nederlandse joodse vader en een Cubaanse moeder van Afrikaans-Chinese afkomst. Niet meteen het vijandsbeeld dat de terroristen voor ogen hadden toen ze de Pearls uitkozen voor hun meest ophefmakende actie na 11 september 2001.

Over New York, waar ze in het voorjaar 2003 naartoe verhuisde, heeft ze niet lang moeten nadenken. "Het leek de meest coherente plaats voor ons om te wonen", zegt ze. "Het enige probleem is dat het handenvol geld kost om hier een kind te hebben." New York is een nieuw begin - Parijs had te veel herinneringen aan de tijd dat ze daar met Danny woonde. Maar het is ook een erg symbolische verhuizing, naar de plaats waar het allemaal begon. Als ze hier tweeënhalf jaar geleden had gewoond, had Mariane de Twin Towers kunnen zien instorten vanuit haar slaapkamer. Er was toen geen enkele reden geweest om te vermoeden dat de aanslagen van 11 september meer dan een professionele impact zouden hebben op het echtpaar Pearl, beiden journalisten. Het was helemaal ondenkbaar dat de man die volgens de CIA het echte brein was achter de aanslagen in New York en Washington, Khalid Sheikh Mohammed, een kleine vijf maanden later, nog steeds volgens de CIA, een mes ter hand zou nemen om er hoogstpersoonlijk het hoofd van haar man mee af te snijden. New York is in zekere zin waar ze thuishoort. Het is de enige plek ter wereld waar ze meer dan honderd soortgenoten heeft: vrouwen die zwanger waren toen ze door toedoen van 9/11 weduwe werden.

Er is nog een andere reden, zegt ze. "Je gaat lachen. Maar als ik in New York komen wonen ben, heeft dat ook veel te maken met Laura Bush." Kort na de dood van Danny was de first lady op eigen initiatief Mariane komen opzoeken in haar kleine appartementje in Montmartre. Bush had het gehad over hoe onvoorbereid de Amerikanen zijn op de nieuwe realiteit in de wereld. "U heeft een missie", had ze gezegd, "het is cruciaal dat u naar Amerika komt om met de mensen te praten, om met ons te delen wat u begrepen heeft." 23 januari 2002, vier uur 's ochtends. De zon gaat weldra opkomen boven Karachi. In Danny's warme omhelzing voel ik mij veilig. Ik hou ervan dat deze positie in het Engels "spooning" heet. We zijn als twee lepels in een lade, tegen mekaar aangedrukt, perfect in mekaar passend. Ik hou van deze zalige momenten van vergetelheid, en het gevoel van vrede dat ze mij geven. Waar we ook zijn - Kroatië, Beiroet, Bombay - dit is mijn schuiloord. Het is onze manier om de uitdaging aan te gaan, om de chaos van de wereld te confronteren.

Het is het begin van de dag waarop Daniel Pearl een afspraak heeft waar hij al lang naar zit te hengelen. Hij heeft eindelijk een interview geregeld met Sheikh Mubarak Ali Shah Gilani, van wie gefluisterd wordt dat hij de spirituele leider en misschien zelfs de opdrachtgever is van Richard Reid, de zogenaamde 'shoe bomber', die op 22 december 2001 op een haar na de vlucht Parijs-Miami deed ontploffen, de man die er verantwoordelijk voor is dat wij tegenwoordig onze schoenen moeten uitdoen voor we in een vliegtuig stappen. Mariane wil die dag nog een featureverhaal maken over huiselijk geweld in Pakistan. Het is hun laatste dag in Pakistan; morgen gaan ze op vakantie naar Dubai. Geen van beiden kan vermoeden dat het de laatste keer is dat ze mekaar zullen zien.

"Danny en ik zijn op 12 september 2001 in Karachi aangekomen. We woonden in die tijd in Bombay, waar Danny bureauchef was van The Wall Street Journal voor Zuid-Azië. Na de aanslagen van 11 september was het vanzelfsprekend dat hij naar Pakistan zou gaan."

Het was even vanzelfsprekend dat Mariane zou meegaan, ook al was ze op dat moment vijf maanden zwanger. "Danny en ik hebben altijd samengewerkt. Ik ging mee naar de meeste van zijn interviews, en hij ging mee naar de meeste van de mijne. Maar ik maakte mij niets wijs. Danny was altijd de meer ervaren journalist. Hij werkte voor een van de machtigste nieuwsorganisaties ter wereld, terwijl ik voor de Franse openbare omroep werkte, die amper genoeg geld had om in Parijs mijn metrotickets terug te betalen.

"Als journalisten waren we heel anders", zegt ze. "Danny was 'old school', rigoureus, geobsedeerd door feitelijke correctheid. Ik was meer idealistisch, geïnteresseerd in nieuwe vormen van journalistiek, een meer geëngageerde, meer persoonlijke journalistiek. We vulden mekaar heel goed aan. Hij heeft mij veel geleerd inzake feitenjournalistiek, terwijl ik hem misschien een beetje bevrijd heb op het vlak van persoonlijke expressie."

Het boek is behalve een journalistiek verslag van de moord op haar man ook het verhaal van een onwaarschijnlijke liefdesgeschiedenis. Op het eerste gezicht waren Danny Pearl en Mariane van Neyenhoff zo verschillend dat de kans erg klein leek dat ze mekaar ooit zouden ontmoeten. Hij: een keurige Amerikaan in kostuum, zoon van een joods-Israëlische vader en een joods-Iraakse moeder, opgegroeid in Californië, opgeleid aan de prestigieuze Stanford-universiteit, journalist bij een van de meest conservatieve kranten in de Verenigde Staten. Zij: dochter van een Nederlandse jood, Hanco van Neyenhoff, die zich in 1960 bij de Cubaanse revolutie aansloot en daar een arme Afrikaans-Chinese Cubaanse vrouw huwde. Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort, Mariane en haar broer Satchi, die vervolgens werden meegesleurd naar Portugal om er de Anjerrevolutie mee te maken.

Ze ontmoeten elkaar toch in 1998, op een van de Cubaanse feesten die haar moeder elke zondag geeft, "om de eenzaamheid te verdrijven die je kan overvallen tijdens Parijse weekends". De feesten waren geïnspireerd op de guateques, traditionele boerenfeesten in Cuba, en Marianes moeder ging zover dat ze wasgoed ophing om de sfeer van de Cubaanse solares op te roepen. Danny was uitgenodigd door een gemeenschappelijke kennis. "Hij stond in een conservatief blauw pak en met zijn kleine ronde brillenglazen te kijken hoe ik met mijn moeder aan het dansen was. Hij was gefascineerd door onze compliciteit. Op mij maakte hij de indruk van een elegant buitenaards wezen dat met een verrukte maar enigszins verbijsterde blik naar de aardbewoners keek." Een jaar later waren ze getrouwd.

Op het persoonlijke vlak speelden de verschillen geen rol, zegt Mariane. Ze citeert de Saint-Exupéry: "'L'amour, ce n'est pas se regarder dans les yeux, c'est regarder dans la même direction.' We hadden veel meer gemeen dan wat ons verschillend maakte. We keken op dezelfde manier tegen de wereld aan, en de rol van de journalistiek daarin. Tijdens de ontvoering gaf dat mij het meeste hoop. Want Danny was geen typische Amerikaan, er zat niets in hem dat deed denken aan de Amerikaanse vlag. Ik dacht dat zijn authenticiteit mogelijk zijn leven zou redden."

Dit alles wil Mariane op 30 januari 2002 duidelijk maken wanneer ze een interview toestaat aan CNN. Danny is al een week vermist. Mariane heeft weinig zin om de cameraploegen te woord te staan die sinds dag één het gazon hebben ingepalmd voor het huis in Karachi waar ze logeert bij Asra Nomani, een collega van The Wall Street Journal. Maar CNN wordt door heel de wereld bekeken, dus ook door de kidnappers. En die ochtend is er een e-mail binnengekomen van iemand die zich kidnapperguy@hotmail.com noemt. "Wij hebben mr. D. Pearl verhoord en wij zijn tot de conclusie gekomen dat hij, in tegenstelling tot wat wij eerder dachten, niet voor de CIA werkt. In feite werkt hij voor de Mossad, daarom zullen we hem binnen vierentwintig uur terechtstellen tenzij Amerika aan onze eisen tegemoetkomt."

'Mevrouw Pearl, heeft u een boodschap voor de groep die uw man vasthoudt?", vraagt de CNN-ankerman. "Ja, ik heb een boodschap. Ten eerste wil ik hen eraan herinneren dat mijn man en ik allebei journalisten zijn. Wij zijn twee mensen die verliefd op mekaar zijn geworden omdat wij hetzelfde ideaal hebben: een dialoog op gang brengen tussen de beschavingen. De reden waarom wij in Pakistan zijn is omdat we meer wilden weten over de mensen hier en over hun opvattingen wilden schrijven. Die dialoog is nu afgebroken. Ik wil hen vragen om de dialoog opnieuw op gang te brengen." Ze hamert erop dat ze Franse is, geen Amerikaanse, en dat ze zwanger is. Maar ze vertikt het om te huilen, zoals haar gesuggereerd is.

De eisen, zo weet iedereen, zijn onzinnig: de uitlevering van alle Pakistaanse gevangenen in Guantanamo Bay aan Pakistan, de vrijlating van de gewezen Taliban-ambassadeur in Pakistan, en het vrijgeven van een levering F16-gevechtsvliegtuigen aan Pakistan die in 1990 door het Amerikaanse Congres was tegengehouden. De volgende dag wordt Daniel Pearl geëxecuteerd, maar het zal nog drie tergende weken duren voor Mariane Pearl een videoband van zijn executie ontvangt die het onomstotelijke bewijs levert. Pas half mei wordt zijn stoffelijke overschot teruggevonden op aanwijzing van drie verdachten - zijn lichaam was in stukken gesneden.

De feiten, zoals we ze nu kennen. Op 23 januari 2002 had Daniel Pearl in het restaurant Village Garden, in het centrum van Karachi, afgesproken met ene Bashir die hem bij Gilani zou brengen. Bashir, zo zal later blijken, was een pseudoniem voor Omar Saeed Sheikh. Als Daniel Pearl dat geweten had, was hij wellicht nooit naar de afspraak gegaan. Omar Sheikh is een Engelse Pakistaan, een gewezen student van de London School of Economics die in de jaren negentig moslimmilitant was geworden naar aanleiding van de oorlog in Bosnië-Herzegovina, en vervolgens naar Afghanistan was getrokken om er tegen de Sovjets te vechten. Maar vooral: Omars specialiteit was buitenlanders kidnappen. In 1994 ontvoerde hij in India vier rugzaktoeristen, een Amerikaan en drie Britten, met de bedoeling hen uit te wisselen tegen moslimstrijders uit Kashmir die in Indiase gevangenissen werden vastgehouden. Het plan mislukte en Omar belandde zelf in de gevangenis. Toen op kerstavond 1999 een Indian Airlines-vlucht van Nepal naar New Delhi werd gekaapt en afgeleid naar de luchthaven van Kandahar, verkregen de kapers de vrijlating van drie moslimmilitanten in Indiase gevangenissen, waaronder Omar Sheikh.

Ironisch genoeg wist Danny wie Omar Sheikh was. Tijdens zijn gevangenschap had Mariane zijn IBM ThinkPad doorzocht, en ze had ontdekt dat Danny aan zijn assistent in India had gevraagd om hem informatie over Omar Sheikh door te mailen. Dat was naar aanleiding van een artikel in The Independent waarin beweerd werd dat Omar Sheikh honderdduizend dollar had overgemaakt aan Mohammed Atta, een van de 9/11-kapers. Maar toen Danny, enkele weken voor zijn ontvoering, Bashir/Omar Sheikh een eerste keer ontmoette, wist hij niet wie hij voor zich had.

Mariane Pearl kan boos worden als gesuggereerd wordt dat Danny het 'gezocht' zou hebben, dat het niet verstandig was om op de interviewafspraak in te gaan. "Als Danny iets niet was, dan was het een cowboy. Hij deed eigenlijk niet eens news, hij maakte bij voorkeur featureverhalen, achtergrond. Natuurlijk heeft hij zich afgevraagd of het gevaarlijk was om naar die afspraak te gaan. De dag van de ontmoeting heeft hij aan zeker drie mensen gevraagd of het wel veilig was. Die hebben hem allemaal gezegd: doe het, maar zorg dat je op een openbare plek afspreekt. Dat heeft hij gedaan: ze hebben afgesproken in een restaurant."

Danny Pearl beschouwde zichzelf niet eens als een oorlogscorrespondent. Ondanks grote druk vanuit het hoofdkantoor in New York had hij herhaaldelijk geweigerd om naar Afghanistan te reizen. Zijn enige oorlogservaring was in Kosovo, en na zijn verblijf daar had hij een pagina's lange nota opgesteld voor de hoofdredactie van The Wall Street Journal waarin hij erop wees dat de krant in het geheel niet ingesteld was op werken met journalisten in oorlogsgebied. Maar zonder het helemaal te beseffen, bevond hij zich in Pakistan wel degelijk in oorlogsgebied, een nieuw soort oorlogsgebied.

Waarom is Daniel Pearl vermoord? De Franse filosoof Bernard-Henri Lévy suggereert in Qui a tué Daniel Pearl? dat Pearl op het spoor moet zijn geweest van de mogelijke overdracht van Pakistaanse en Noord-Koreaanse nucleaire technologie aan het Al-Qaeda-netwerk, "een heimelijke overeenkomst van Pakistan met de grootste schurkenstaten en terroristennetwerken ter wereld".

"Ik weet waar Danny op aan het werken was. De vraag of Pakistan nucleaire technologie had geleverd aan Al-Qaeda was iets waar elke journalist in de regio op dat moment mee bezig was. Want we wisten dat Pakistan de atoombom had, en we wisten ook dat er historisch sterke banden waren tussen Pakistan en de Taliban, dat Al-Qaeda ontstaan is uit de moedjahedien die in hun strijd tegen de Sovjet-Unie gesteund werden door de CIA via de Pakistaanse inlichtingendienst ISI. Zelfs als president Musharraf besloten had om de bondgenoot van Amerika te worden, wist iedereen dat het verleden daarmee niet uitgevaagd was. Dus natuurlijk probeerde Danny zoals ieder journalist de vraag te beantwoorden of Pakistan betrokken was bij de aanslagen van 11 september."

Ze is geen fan van Lévy's roman-quête, zijn hybride mengeling van onderzoeksjournalistiek en dichterlijke vrijheid, waarin hij harde feiten afwisselt met ingebeelde beschrijvingen van de diepste gedachtegangen van Daniel Pearl en zijn kidnappers. "Op een bepaald moment moet men toch de keuze maken tussen een journalistieke inspanning of iets anders. Hij brengt tenslotte ernstige dingen ter sprake, hij verwacht wel dat men geloof hecht aan zijn onderzoekswerk. Wat voor mij ook gênant is, is die pretentie om zich iemands laatste gedachten toe te eigenen. Ik vind dat bijzonder arrogant en ongezond. Ik ben zijn vrouw en zelfs ik zou nooit durven te beweren dat ik kan weten wat er door Danny's hoofd ging tijdens die laatste momenten. Dat behoort alleen hem toe. Niettemin heb ik wel bewondering voor het werk dat Lévy in de zaak heeft gestoken. Dat het uitgerekend een Franse filosoof moet zijn die een jaar uittrekt om de moord op Danny te onderzoeken, in plaats van een Amerikaanse journalist bijvoorbeeld. Want de moord op Danny is toch ook een aanslag op de pers geweest. En ik ben het met Lévy eens dat de dood van Danny en de aanslagen van 11 september precies hetzelfde waren, hetzelfde gebaar."

In die zin kan ze ook ergens het Amerikaanse buikgevoel na 11 september begrijpen, het verlangen naar wraak. Dat gevoel had ze zelf toen onherroepelijk vaststond dat Danny dood was.

"Randall en de anderen gaan erop uit om de moordenaars te zoeken. Ik ren hen achterna. Ik ruk een AK-47 uit de handen van een bewaker en zeg beslist tegen Randall: 'Ik ga mee!'

'Jij gaat niet mee', zegt Randall, 'het is veel te gevaarlijk.' 'Fuck you! I don't fucking care about danger!'

Tranen wellen op in Randalls ogen: 'Mariane, please.'

Ik geef de bewaker zijn geweer terug en sluit mij op in mijn kamer.

"Op dat moment had ik geen enkele angst. Ik voelde mij heel dicht bij Danny, als ik ook doodging zouden we weer samen zijn. Ik was heel kalm, ik bekeek de situatie objectief: ik kon ervoor kiezen om te sterven of om te leven. Maar als ik ervoor koos om te blijven leven, dan moest ik heel goed weten waarom en hoe. Ik wist dat ik niet getroost wilde worden, mij eroverheen zetten, mijn leven opnieuw opvatten, helen... Ik moest een goede reden hebben om door te gaan."

Volgens het Hollywood-scenario - Brad Pitt en Jennifer Anniston hebben de filmrechten op het boek gekocht - had ze natuurlijk moeten zeggen: "Ik heb voor het leven gekozen voor het kind in mijn buik." Maar zo zit Mariane Pearl niet in mekaar.

"Nee, dat was het in zijn geheel niet. Misschien dat andere mensen dat gezegd zouden hebben... Maar weet je: zwanger zijn en een kind hebben, dat zijn twee verschillende dingen. Goed, je bent zwanger maar je kunt je daar eigenlijk weinig bij voorstellen. En vooral: als mijn ventje moest opgroeien met een dode vader en een spook van een moeder, dan was het de moeite niet. Ik mocht niet op hem rekenen om opnieuw gelukkig te zijn, ik moest zelf gelukkig zijn om hem een kans te geven. Ik heb in de plaats aan Danny gedacht, aan de foto's die de kidnappers hadden opgestuurd en waarop hij stiekem een overwinningsteken maakte. Aan de video ook."

Je kunt hem bekijken op het internet, de video die eindigt met het afsnijden van Danny's hoofd. Mariane heeft altijd geweigerd om ernaar te kijken. Wat ze ervan weet, is wat ze gehoord heeft van 'Captain', de Pakistaanse politieman die een vriend is geworden. Op de video leest Danny een tekst voor die hem overhandigd moet zijn door de kidnappers. "Mijn naam is Danny Pearl. Ik ben een Amerikaanse jood. Van vaderskant stam ik af van een familie van zionisten. Mijn vader is een jood. Mijn moeder is een jood. Ik ben een jood." En dan zegt hij iets vreemds: dat er een dorpje bestaat in Israël, Bnei Barak, waar een straat is genoemd naar zijn grootvader Haim Pearl. Het was iets wat de ontvoerders onmogelijk hadden kunnen weten, en Mariane en Danny's ouders hebben dat geïnterpreteerd als een boodschap aan hen. "Ik wist daardoor dat hij zich tot op het laatst is blijven verzetten. Het is daarom dat ik beslist heb dat ik ook niet zomaar kon opgeven. Ik moest mij verzetten, ik mocht niet toelaten dat ze ook het leven in mij zouden doden."

De ironie, zegt ze, "is dat men Danny gedood heeft omdat hij een symbool was - een Amerikaan, een jood -, maar in feite hebben zijn ontvoering en al de media-aandacht errond er juist voor gezorgd dat miljoenen mensen geweten hebben wie hij echt was. Men heeft hem het zwijgen willen opleggen, maar juist daardoor heeft hij aan een zo groot mogelijk publiek duidelijk kunnen maken wat zijn waarden waren, dat hij niet hetgene was waarom hij vermoord is. Ik weet dat uit de honderden brieven die ik gekregen heb van mensen die om de een of andere reden precies begrepen hadden wie Danny was. Daarom zeg ik: uiteindelijk hebben wij gelijk gekregen. De waarden die Danny en ik deelden, zijn nog altijd dezelfde en het zijn de waarden die ik aan Adam zal doorgeven. Ik ben nergens op moeten terugkomen. Daartegenover staat een totaal obscurantisme: want de mensen die Danny hebben vermoord, hebben geen enkele visie, geen enkel project voor de wereld."

Niet dat het altijd makkelijk is geweest om trouw te blijven aan die waarden. Mariane Pearl en de mensen van The Wall Street Journal die de ontwikkelingen in Karachi op de voet volgden, wisten goed dat de Pakistaanse politie niet altijd zachtaardig omsprong met verdachten. Op een bepaald moment wordt de familie van Omar Sheikh door de politie opgepakt met de bedoeling om de man uit zijn schulp te lokken. "Zij kidnappen, wij ook", vatte een politieman samen.

"We hadden vooral een probleem als journalisten", zegt Mariane Pearl. "We wisten dat er gefolterd werd. De vraag was: zwijgen we erover of niet? We hebben met mekaar afgesproken dat we niets zouden schrijven over het onderzoek zolang Danny vermist was. Ik ben uiteraard geen voorstander van foltering, maar op dat moment was ik bereid om alles te doen om de politie te helpen, behalve meegaan tijdens raids en zelf mensen folteren. Ik weet het niet... Hetzelfde probleem rees later met de doodstraf voor Omar Sheikh."

Want Mariane Pearl, de linkse Française met haar revolutionaire achtergrond, heeft een brief geschreven naar president Pervez Musharraf van Pakistan waarin ze de executie van Omar Sheikh eist. Sheikh werd in juli 2002 tot de doodstraf veroordeeld voor zijn aandeel in de ontvoering van Daniel Pearl. Maar de doodstraf is nooit uitgevoerd, en Sheikhs beroep is al vijf keer om onduidelijke redenen uitgesteld. Het vermoeden is dat Pakistan Sheikh niet wil terechtstellen uit vrees voor de reactie van de fundamentalisten, of door de druk van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI. Er zijn immers sterke aanwijzingen dat Omar Sheikh in nauw contact stond met de ISI. En sinds het Witte Huis in oktober vorig jaar Khalid Sheikh Mohammed heeft aangeduid als Pearls feitelijke moordenaar, is de inzet nog groter geworden. Want als Pearls ontvoerder een mannetje van de ISI was, en zijn moordenaar was de nummer drie van Al-Qaeda en het brein achter 11 september, wat zegt dat dan over de betrokkenheid van de ISI bij de aanslagen in New York en Washington?

"Ik ben woedend dat Musharraf mij in deze positie heeft gedwongen", zegt Mariane Pearl. "Men heeft mij vaak gevraagd: 'U bent boeddhiste, hoe kunt u nu voor de doodstraf zijn?' Het is waar dat ik altijd tegen de doodstraf ben geweest. In India heb ik daar met Danny een discussie over gehad. Hij was voor de doodstraf. Ik heb mij toen afgevraagd: ben ik nu tegen de doodstraf omdat dat tot mijn linkse erfenis behoort, of denk ik dat echt zelf? En ik ben uiteindelijk een stuk naar zijn standpunt opgeschoven. We hebben daar nog om gelachen: dat hij alsmaar linkser werd en ik alsmaar rechtser. Die discussie heeft mij geholpen toen het later allemaal heel echt werd."

Persoonlijk verwacht ze niets van de dood van Omar Sheikh: geen opluchting, geen wraakgevoel, geen 'closure', zoals de Amerikanen zeggen. "Ik wil die doodstraf niet voor mijzelf maar voor Pakistan. Het zijn de Pakistanen die de politieke moed moeten opbrengen om de macht in hun land opnieuw in eigen handen te willen nemen. Want de meeste Pakistanen zijn gematigd - daarvan ben ik overtuigd -, alleen durven ze hun mond niet open te doen uit schrik voor de fundamentalisten. Dat is de echte inzet. Uiteindelijk komt het toch weer terug op de dialoog. Mensen denken dat de dialoog een zwak antwoord is op het terrorisme, ik denk dat het juist de moedigste keuze van allemaal is."

Deze boodschap heeft ze ook proberen overmaken aan de wereldleiders die ze heeft ontmoet. Het feit de weduwe te zijn van Pearl opende alle deuren. Ze werd ontvangen door Musharraf en Chirac en, in één ontmoeting, door George Bush, Nationaal Veiligheidsadviseur Condoleeza Rice, Justitieminister John Ashcroft en Buitenlandminister Colin Powell. Hen heeft ze geprobeerd duidelijk te maken hoe Amerika eruitziet vanuit de rest van de wereld, "en dat er mensen bestaan als 'Captain', die op de frontlijn van de oorlog tegen het terrorisme vechten, die elke dag hun leven riskeren voor een zeker idee van gerechtigheid, maar die zo weinig middelen hebben dat wij hen uit eigen zak computers en printers hebben moeten kopen." En tegen Bush heeft ze, gewoon voor de lol, gezegd dat haar moeder in Havana geboren is en haar schoonmoeder in Bagdad. "Hij kom ermee lachen." Dat ze Franse was en geen Amerikaanse, heeft geholpen om de zaak te objectiveren, zegt ze. "Het heeft ervoor gezorgd dat de zaak niet kon gerecupereerd worden voor het Amerikaanse patriottisme, in de stijl van 11 september. Maar voor mij is het sowieso absurd om te denken in termen van landsgrenzen. Ik geloof werkelijk in het idee van global citizenship. Dat is ook de reden waarom zoveel mensen zich deze zaak hebben aangetrokken, denk ik, omdat ze grensoverschrijdend was. Het is zoals bij de aanslag op het World Trade Center, waarbij de terroristen Amerika hebben willen treffen zonder erbij stil te staan dat er in die torens mensen uit heel de wereld aan het werk waren. Het toont de blindheid aan van het terrorisme, en hoe het uitgangspunt telkens weer verkeerd is.

"Ik ben er honderd procent van overtuigd dat ik gelijk heb in wat ik verdedig. Het is een echte 'oorlog' die we meemaken, tegen het obscurantisme van de terroristen. Het is een beetje teleurstellend maar niet echt verrassend dat een land als Amerika daarop reageert vanuit een buikgevoel. Maar dat verhindert niet dat er andere krachten kunnen werken. Ik geloof dat mensen zich steeds meer rekenschap beginnen te geven van hun eigen verantwoordelijkheid, in plaats van alles aan de politici over te laten. We gaan ons lot toch niet in de handen van Bush leggen? Dat is al te gek. Het zal lang duren en het zal moeilijk en pijnlijk zijn. Maar er zijn andere manieren: de dialoog, beetje bij beetje."

Komt er niet een moment, vraag ik tot slot, waarop ze er genoeg van zal krijgen om alsmaar als 'Danny Pearls weduwe' door het leven te moeten gaan? Mariane Pearl lacht. "Het is niet alsof ik de keuze heb."

Gert Van Langendonck

'Ik heb met Danny een discussie over de doodstraf gehad. Hij was ervoor. Uiteindelijk ben ik een stuk naar zijn standpunt opgeschoven''We gaan ons lot toch niet in de handen van Bush leggen?

Dat is al te gek'

'Het is een echte 'oorlog' die we meemaken,

tegen het obscurantisme van de terroristen'

'Ik ervoor koos om te blijven leven.

Ik had een goede reden om door te gaan'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234