Zaterdag 23/10/2021

AchtergrondMoordfamilies

De moord op de IBM-directeur: hoe zijn vrouw verraden werd door een postzegel

null Beeld Humo
Beeld Humo

Láng voor true crime een begrip was, schreef de Nederlandse misdaadchroniqueur Ton van Dijk, die vorige maand op 77-jarige leeftijd overleed, al messcherp over moord en doodslag. Voor zijn laatste bundel, Moordfamilies, selecteerde hij zijn beste verhalen. Zo volgt hij het spoor van Linda Läckner, de vrouw die in 2004 in Nijvel terechtstond voor de moord op haar man, IBM-bons Robert van Hoeken. Was zij een op geld beluste moordenares of was het toch een ongelukje? Een voorpublicatie.

Op maandag 12 juni 1995, tegen vijf uur ’s middags, vinden bermenmaaiers langs de E17 een verongelukte witte Volvo 850-stationcar met Franse nummerborden. De auto is naast de snelweg vlak bij hectometerpaaltje 18.2 tussen Deerlijk en Kortrijk zo’n tien meter van het steile talud af gedoken en in een greppel beland. Een man ligt met zijn hoofd op het stuur. De verkeerspolitie komt. De man is dood. Hij heeft een kleine snee op zijn voorhoofd. Zijn veiligheidsriem hangt los over zijn schouder. Zijn schoenen liggen naast zijn voeten. De benzinetank staat open, er hangt een koord uit dat aangestoken en weer uitgegaan is. In het handschoenenkastje ligt een portefeuille. Er zit geen geld in, wel identiteitspapieren.

De dode man is Robert van Hoeken, directeur bij IBM Europa in Parijs, Nederlander, geboren op 27 oktober 1935 in Leiden en nu dus 59 jaar. Aangenomen wordt dat hij op weg van Nederland naar Parijs is vermoord.

De rechter van instructie, de leider van het team speurders en de gerechtelijke lijkschouwer kammen de Volvo uit. Met het lichaam van Robert van Hoeken is ruw omgesprongen. De schouwarts vindt wurgsporen en opgedroogde schaafwonden rond hals en nek, een bloeduitstorting op de schedel, blauwe plekken op de linkerhand en op beide ellebogen en armen. De lijkstijfheid is ingezet. De lichaamstemperatuur is 18,5 graden. Een voorzichtige schatting is dat Van Hoeken 20 tot 24 uur dood is. Van gevonden haren, peuken en gebruikte papieren zakdoekjes moet het DNA worden vastgesteld.

De volgende dag vindt autopsie plaats. Robert van Hoeken was 1,90 meter lang, stevig gebouwd en woog 90 kilo. Zijn hart was wat vergroot, hij had een lichte chronische longaandoening en een nog klein maar kwaadaardig gezwel in de alvleesklier. De pathologen-anatomen vinden nog meer sporen van geweld op zijn rug, zijn billen, dijen en scheenbenen. De wurgsporen lijken van een touw te zijn.

In bloed en urine bevinden zich sporen van cafeïne en nicotine, het alcoholgehalte is 0,23 promille in het bloed en 0,34 promille in de urine. De gaschromatograaf vindt geen sporen van drugs of medicijnen uit de waaier van middelen waar standaard naar gezocht wordt. Ook de anale en orale spermatest is negatief. De lijkschouwers nemen aan dat Robert van Hoeken om het leven is gekomen door verwurging in combinatie met lichamelijk geweld.

LAAGHARTIGE MOORD

De maandagmiddag waarop Robert van Hoeken vermoord wordt gevonden, krijgt Linda van Hoeken-Läckner een telefoontje van haar mans secretaresse. Robert is niet op kantoor komen opdagen. Op dinsdag 13 juni is er nog steeds geen spoor van Robert, bij IBM denkt men aan een ongeluk. Die dag komt de recherche van Kortrijk erachter dat het adres van Van Hoeken in Neuilly-sur-Seine zijn Parijse pied-à-terre is, maar dat hij met vrouw en twee zoons in Waterloo nabij Brussel woont. ’s Middags bellen ze aan bij de witte villa, het laatste huis aan de rustige Avenue de la Vieille Source nummer 69, en ze vertellen dat de heer des huizes door een misdrijf om het leven is gekomen. Linda Läckner verklaart dat haar man zondagochtend al voor acht uur vertrokken is voor een golftoernooi in Nederland en daarna naar Parijs zou rijden. Zij zijn al dertien jaar gelukkig getrouwd, alhoewel Robert door zijn drukke werk alleen in het weekend thuis was. Ze hebben samen twee zoons, Adriaan (11) en Joris (8). Linda Läckner zou niet weten of Robert vijanden had. De Kortrijkse speurders keren na een vluchtig kijkje in de villa huiswaarts met alleen een lijstje namen van golfvrienden.

Robert van Hoeken is een topman van IBM, zijn dood haalt de internationale pers, tot en met de The Wall Street Journal. Justitie geeft zijn foto vrij. Navraag of Van Hoeken of zijn Volvo met kenteken 7109 ZC 92 die zondag 11 juni zijn gesignaleerd in wegrestaurants of benzinepompen langs de route, op golfbanen in Nederland, bij familie of kennissen, levert niets op. Natuurlijk wordt de hulp van de Nederlandse recherche ingeroepen voor deze assassinat crapuleux.

De hypothese is dat Robert van Hoeken ‘laaghartig is vermoord’ op één van de ‘verdachte, door drugsrunners, verslaafden en homoseksuelen gefrequenteerde’ parkeerplaatsen langs de E17. Speciale aandacht ging uit naar de beruchte parkeerplaats van Kruishoutem. Na de krantenberichten en oproepen in Belgische tv-programma’s en het Nederlandse Opsporing verzocht melden zich enkele getuigen. De verklaringen stroken niet met elkaar. De één heeft Van Hoeken absoluut in een restaurant in Kortrijk gezien, volgens een ander zat hij op die tijd in een Nederlands wegrestaurant.

Echtgenote Linda Läckner weet dat haar man graag contant geld gebruikte. De vrijdag voor het weekend had zij nog 75.000 Belgische frank voor hem opgenomen.

Even lijkt het of de zaak een wending krijgt. Begin juli duikt in de brievenbus van het Parijse appartement een anonieme brief uit Nederland op. De tekst, in uitgeknipte letters: ‘V.H: Deze racist moest verdwijnen.’

De Kortrijkse recherche hoort collega’s en ondergeschikten bij IBM. Robert van Hoeken was een harde werker, ambitieus, doelgericht en niet altijd even makkelijk in de omgang. De personeelschef van de vestiging in Brussel noemt hem intelligent, een streber en een opportunist. Hoewel hij veeleisend was, kortaangebonden soms, werd hij ook gerespecteerd. Dat hij een racist zou zijn die zo veel haat heeft gezaaid om iemand aan te zetten tot moord, gelooft niemand.

Na bijna twee jaar verkeert het onderzoek nog steeds in een impasse. Met de handen in het haar schakelt justitie in maart 1997 nogmaals Belgische opsporingsprogramma’s in. IBM wil tipgeld aanbieden van 500.000 frank. Weduwe Linda Läckner wijst het aanbod af. Ze zegt schouderophalend dat ze daar haar man toch niet mee terugkrijgt.

Robert van Hoeken was een rijk man. Er wachtte hem nog een grote erfenis van zijn vader. Hij bezat vier huizen. In zijn beleggingsportefeuille zat ook een pakket aandelen en opties in IBM. Na zijn dood liepen bij Linda de rekeningen vol. De particuliere levens- en ongevallenverzekeringen en die van IBM betaalden uit. Eind 1997 had de weduwe bijna 130 miljoen Belgische frank ontvangen; in euro’s van nu voegde zich ruim 2,9 miljoen euro bij het al aanwezige bezit van enkele miljoenen.

Linda Läckner leek niet gelukkig van de geldstroom te worden. Ze liet een jaar na de moord een nieuw huis bouwen in Ophain, in Waals-Brabant. Robert en zij waren al op twee hectare in Eigenbrakel een enorm huis aan het bouwen, Linda wilde een park, een arboretum aanleggen, ze was een fervent tuinierster. Die bouw werd een fiasco door allerlei rompslomp en ruzies met aannemers; Linda kon goed ruziemaken, ook met oudere zonen van Robert, en met zijn broer had ze nauwelijks contact meer.

Linda Läckner vereenzaamde en raakte depressief. Die depressie had zich al voor de moord ingezet. Ze kon er niet zo goed tegen dat haar man zo vaak weg was en dat zij er doordeweeks altijd alleen voor stond. Ze had – toevallig, zei ze – in Roberts auto en in zijn toilettas condooms gevonden. Zij was gesteriliseerd. Ze vertrouwde hem niet meer. Ze slikte toen al pillen van de huisarts, het werden er meer, ook de kurk bleef niet lang op de witte wijn.

EEN GOED HUWELIJK

Gerlinde Läckner is op 13 maart 1947 in Zell am See in Oostenrijk geboren. Haar vader heeft ze nooit gekend; hij verliet haar moeder toen die in verwachting van Linda was. Wanneer Linda twaalf is, hertrouwt haar moeder, Linda krijgt een halfzus. Ze ziet haar jeugd als betrekkelijk normaal en gelukkig. Haar hobby’s zijn skiën en bergbeklimmen. Ze volgt een opleiding voor secretaresse. Haar liefste wens is eigenlijk biologe worden, dierenarts, of landschapsarchitect.

Op haar negentiende vertrekt ze naar het buitenland. Eerst als au pair in Engeland, dan naar Parijs. Ze volgt een schildercursus, ze woont een paar jaar samen met een ontwerper. Ze krijgt een baan bij IBM. Daar leert ze in 1978 op een IBM-skiweekend in La Plagne Robert van Hoeken kennen, die met zijn eerste vrouw in scheiding ligt. Robert is twaalf jaar ouder. Ze krijgen een verhouding, tot Robert in de lente van 1979 terug wil naar zijn vrouw en zijn twee zonen. In september 1981 neemt Robert opnieuw contact met haar op, de scheiding van zijn eerste vrouw gaat hij doorzetten. Op 4 september 1982 trouwen Linda en Robert. Linda raakt in verwachting, op 1 november 1983 wordt Adriaan geboren. Robert werkt in Parijs, de familie woont daar ook. Op 3 april 1987 wordt ze uitgebreid met Joris.

IBM Nederland roept Robert terug, ze wonen in Aerdenhout tot 1992. Dan gaat Van Hoeken naar Brussel, ze huren het huis in Waterloo en maken plannen voor het grote huis in Eigenbrakel, met kantoorruimte voor als Robert zich later uit IBM zal terugtrekken. Amper een jaar later wordt Parijs weer zijn hoofdzetel. Van Hoeken huurt een appartement voor doordeweeks, Linda is het verhuizen zat en blijft in Waterloo.

Hoewel een roofmoord lange tijd de belangrijkste hypothese was van de Belgische speurders, overwoog men ook de mogelijkheid van een dader dichtbij. Het alibi van Linda leek deugdelijk, de telefoontjes zondagmiddag en -avond met een vriendin en op maandag met het kantoor in Parijs klopten, haar verhaal was consistent, op één ding na: Linda had gezegd zondagavond het huis niet uit te zijn geweest, maar de recherche vindt een betaling van 330 frank bij een tankstation in de buurt. Ook de anonieme brief blijft de Kortrijkse recherche intrigeren.

Toch duurt het vier jaar voor iemand het licht ziet. Pas begin september 1999 geeft de rechter van instructie de opdracht voor een DNA-onderzoek naar speekselresten op de achterkant van de postzegel. Bingo! Cherchez la femme! Het DNA komt overeen met dat van een zakdoekje uit de Volvo van Robert. Het is het DNA van Linda Läckner.

Het duurt een jaar voor de recherche Linda Läckner oproept voor verhoor. In die tussentijd heeft men, deugdelijk maar langzaam, de gangen van Linda na de moord op Robert nagetrokken. Linda gebruikte haar creditcard voor een hotelkamer in Amsterdam op de dag dat de anonieme brief gepost werd en ze had, toen ze 8 juli in Parijs was om haar kinderen naar een IBM-zomerkamp te brengen, aan Harald, de tweede zoon uit het eerste huwelijk, voorgesteld om te kijken of er nog post was in het appartement van Robert in Neuilly.

Op dinsdag 10 oktober 2000 nemen de verhoorders alle details van dat weekend in 1995 nog eens met de weduwe door. Linda blijft bij haar verhaal. Op vrijdag kreeg ze een telefoontje uit Parijs dat haar man later die avond thuis zou komen. Zaterdagochtend ging hij golfen, maar hij kwam al vrij snel weer terug, de baan was dicht vanwege de regen. ’s Middags zijn ze naar de nieuwbouw gaan kijken, ieder met de eigen auto, want Robert zou daarna de kinderen van een schoolpartijtje ophalen. Zij bereidde de barbecue voor. Ze is nog de deur uit gegaan om een zak houtskool te halen. Robert vertelde haar dat hij de andere dag zou gaan golfen in Nederland. Ze zette zijn koffer klaar. Na de maaltijd keken ze televisie. Zondagochtend stond ze om negen uur op, Robert was al vertrokken. Ze bracht om half elf de kinderen naar karate. ’s Middags belde haar vriendin of zij startkabels had. Die had ze niet. Later die middag is ze naar een braderie geweest met de kinderen. De vriendin belde ’s avonds of ze langs mocht komen, maar Linda had daar geen zin in, ze wilde vroeg naar bed. O, was ze toch nog ’s avonds laat de deur uit geweest? Ja, dat was ze vergeten, ze had nog een jerrycan benzine gehaald voor de grasmaaier. Die maandag bleek Robert spoorloos en jazeker, ze hadden een goed huwelijk.

GEEN POLS MEER

Pas de volgende dag vertellen de rechercheurs dat haar DNA op de postzegel is gevonden en dat ze weten dat zij liegt. Linda Läckner breekt en draait om als een blad aan de boom. Ze zegt de waarheid te willen vertellen. Een waarheid waar ze vijf jaar over na heeft kunnen denken.

Robert van Hoeken was een tiran zonder enig gevoel. Hij begon haar en haar kinderen net zo te behandelen als hij zijn eerste vrouw en zijn kinderen uit zijn eerste bed behandelde. Hij zou er plezier in hebben om tweedracht te zaaien en zijn familie kapot te maken. Die avond bij de barbecue is ze het zat. Ze gelooft niet dat hij de andere dag gaat golfen, ze weet bijna zeker dat hij naar zijn maîtresse wil, niet voor niets had hij condooms.

Van Hoeken was een man van strikte gewoontes. Bij de maaltijd dronk hij altijd een goede fles bordeaux die zij minstens een uur tevoren moest openmaken. Linda had vijf of zeven – precies wist ze het niet – Halcion-slaaptabletten fijngestampt en in de fles gedaan. Daarbij morste ze wat wijn. Ze pakte een fles met een zelf bereid extract van de akoniet. Ze had het gif al maanden eerder getrokken om de woelmuizen in haar nieuwe tuin te bestrijden. Een scheutje om de fles bij te vullen zou niet opvallen. Ja, verklaart ze, ze weet dat het gif dodelijk kan zijn, de bloeddruk kan dramatisch omlaagvallen en het verlamt de ademhaling en het hart. Maar ze wil haar man alleen maar ziek maken, zodat hij de afspraak met zijn maîtresse zal missen.

Robert neemt een paar Ricards voor het eten, drinkt zijn wijn en nog een enkele digestief. Zij brengt de kinderen naar bed. Robert kijkt televisie. Als ze terugkomt, wil hij seks met haar. Ze heeft geen zin en moet hem dan maar pijpen. Ze gaat naar boven om een halfuurtje te lezen. Wanneer ze terugkomt, ligt Robert in een vreemde houding op de bank. Ze schrikt. Ze voelt geen pols meer. Ze weet het zeker, hij is dood. Linda besluit geen hulp in te roepen, ze is bang, ze weet dat het haar schuld is.

Linda Läckner weegt misschien 65, hooguit 70 kilo. Hoe moet zij het 90 kilo wegende lijk van haar man kwijt? Haar ervaring met bergbeklimmen en touwen komt van pas. Ze rolt het lijk in een tapijt zodat het makkelijker glijdt. Ze sjort touwen om het tapijt. De slaapkamer van Robert, ze sliepen gescheiden, is op de eerste etage. Ze takelt het tapijt met inhoud meter voor meter de trap op, die halverwege een scherpe draai maakt. Even houdt ze het gewicht niet. Het lijk dendert naar beneden, Roberts hoofd bonkt langs de traptreden. Ze knoopt een strop om zijn keel om zijn hoofd vast te binden en begint opnieuw aan de weg naar boven. Het zal de later gevonden kneuzingen, wurgsporen en bloeduitstortingen verklaren. Boven laat ze Robert in het tapijt op de vloer van zijn kamer liggen en doet de deur op slot.

Op zondag zegt ze tegen haar kinderen dat vader al weg is, ze gaat met hen naar karate en de braderie, ze eten en de kinderen gaan naar bed. Om twee uur ’s nachts takelt ze het lijk weer naar beneden. Ze parkeert de Volvo zo strak mogelijk met de bestuurderskant naast de deur van de villa in het stille laantje en manoeuvreert Robert op de bestuurdersplaats. Ze krijgt zijn schoenen niet meer aan zijn gezwollen voeten, ze zet ze er maar bij. Ze gaat op de schoot van haar dode man zitten en begint te rijden. Ze zoekt de route die Robert vanuit Nederland zou hebben gereden; bij Gent neemt ze de E17 richting Kortrijk. Na 114,7 kilometer, bij hectometerpaaltje 18.2, stuurt ze de Volvo met lopende motor in de eerste versnelling het talud af. Ze hangt een koord in de benzinetank, steekt het aan, wacht niet af of dat lukt, en loopt naar de volgende afslag om terug te liften. Een jong echtpaar brengt haar naar het station van Zottegem, waar ze de trein naar Brussel neemt en een taxi naar huis. Ze is op tijd om haar kinderen te wekken en naar school te brengen.

Na haar bekentenis wordt Linda Läckner in hechtenis genomen. Dat blijft ze maar kort. Iets meer dan twee maanden later, net voor kerst, wordt ze tegen een borgtocht van 5 miljoen frank vrijgelaten.

SLANGENKINDEREN

De deur zwaait open, de stank is niet te harden. Linda Läckner kweekt in kooien muizen en ratten als voedsel voor haar zeven reuzenslangen, boa constrictors en pythons, de langste haalt vier meter. In het glazen middenstuk tussen de twee vleugels van haar nieuwe huis in Ophain is een metersdiep terrarium uitgegraven. Onder glazen loopbruggen soezen de slangen in hun bakken. Frau Läckner, betrekkelijk klein, donkerbruinig haar, vaal van gelaatskleur, begroet ons in het Duits, maar spreekt ook goed Frans, Nederlands en Engels. Een vriendje van haar zoon woonde een tijdje bij hen en had zijn slang meegebracht. Eerst was ze bang voor slangen. Nu is het vriendje allang weg en zijn slangen haar hobby geworden. Als ze haar kinderen niet had gehad, haar slangen, haar zes katten en twee honden, had ze liever helemaal niet geleefd.

Het proces moet nog komen, vijf jaar heeft ze met haar geheim rondgelopen en nu, al vier jaar na haar bekentenis, leeft ze in onzekerheid. Ze zegt dat ze een nerveus wrak is geworden, ze drinkt en rookt te veel, slikt nog meer pillen en altijd is ze moe. Ze willen haar voor moord met voorbedachten rade veroordelen! Dat kan toch niet: je wilt het liefste wat je overkomen is, Robert, de vader van haar kinderen, toch niet vermoorden? Om het geld? Ze wist niets van zijn geldzaken, ze waren in 1982 in België getrouwd maar hadden in 1988 de Nederlandse regels van gemeenschap van goederen laten vastleggen. Ze wilde Robert helemaal niet dood, ze wilde hem alleen tegenhouden die zondag weg te gaan. Dat gif was helemaal niet zo erg. In de homeopathie is het een middel tegen hoge bloeddruk. Ze had voor haar verdediging precies weer zo’n zelfde aftreksel van akoniet gemaakt. Dat had ze uitgeprobeerd op haar muizen en ratten, die gingen er niet dood van, en ook de slangen die de prooien aten, leven nog. Natuurlijk had ze geen medeplichtige gehad om dat zware lichaam naar boven en naar beneden te zeulen. De angst gaf haar bovenmenselijke krachten. Even lacht ze. Misschien is ze daarom nog steeds zo moe.

De Kortrijkse rechercheurs moeten ‘hun’ zaak tandenknarsend overdragen aan de collega’s in Nijvel omdat Linda in Waals-Brabant woont en daar voor het hof van assisen zal moeten verschijnen. De Walen doen het hele onderzoek en de getuigenverhoren nog eens dunnetjes over, en laten alle stukken uit Kortrijk in het Frans vertalen. Toxicoloog en patholoog-anatoom gaan opnieuw aan het werk. Bloed is niet bewaard, urine, lever en nieren zijn dat wel en worden uit de diepvries gehaald om gericht te testen op triazolam (Halcion) en aconitine. Het slaapmiddel wordt niet aangetoond, wel aconitine, het gif uit de aconitum napellus, de akoniet, de blauwe monnikskap, ook bekend als de duivelsknol. In de urine zit 810 nanogram, in de lever en nieren 6,5 en 1,3 miljardste gram. In totaal zou Robert van Hoeken de dinsdag van zijn autopsie nog 121 microgram van het gif in zijn lichaam hebben gehad.

De Gentse toxicoloog professor De Leenheer stelt dat de oorspronkelijke dosis dodelijk moet zijn geweest. Er is een geval bekend waarbij 2 milligram voldoende was. Aangenomen wordt dat de dodelijke dosis 3 tot 6 milligram bedraagt, hoewel er een casus bekend is waarbij iemand 10 milligram overleefde, weliswaar na directe medische hulp. De dood treedt één tot zes uur na inname in door hartstilstand en verlamming van de ademhaling. Aconitine, drank en Halcion kunnen elkaar versterkt hebben. Halcion is weliswaar ook de tweede keer niet aangetoond, dat is volgens de toxicoloog ook lastig, de methode is niet zo nauwkeurig en de stof kan in de tijd dat Van Hoeken al dood was en door de lange bewaartijd verdwenen zijn. Ook in de diepvries vindt nog enig metabolisme plaats. Het kan ook zijn dat Robert van Hoeken in een diepe coma is geraakt, zelfs nog leefde toen hij de trap op werd gehesen en pas veel later stierf. Dat zou het betrekkelijk lage alcoholgehalte verklaren. Volgens Linda had hij veel meer gedronken, maar hoe waar haar verklaring is, weet niemand.

Het parket in Nijvel neemt ruim de tijd. Pas na acht maanden horen ze Linda Läckner opnieuw. Linda had in Kortrijk, geconfronteerd met de vondst van haar DNA, nog verklaard dat ze wist dat haar zelfgetrokken aconitine zeer giftig was. Nu zegt ze dat de ondervragers haar in Kortrijk door haar gebrekkige Nederlands verkeerd hebben begrepen. Twee psychiaters en een psycholoog onderzoeken haar. Linda wil zelf een leugendetectortest ondergaan bij een Canadese deskundige die toevallig in België is. Wat was haar motief? Is zij een gewetenloze, op geld beluste gifmengster die met een weloverwogen plan bijna de perfecte misdaad heeft gepleegd? Of is zij wat ze iedereen wil doen geloven: het zenuwachtige, terneergeslagen vrouwtje dat het ongeluk over zichzelf heeft afgeroepen door in een vlaag van verstandsverbijstering iets heel stoms te doen, waar ze nu verschrikkelijk spijt van heeft?

En hoe was Robert? Linda doet er alles aan om het beeld te schetsen van een tiran, een rokkenjager, een onmogelijke vent voor wie iedereen bang was. Ze diept brieven op van Robert en zijn oudste zonen, Alexander en Harald, waarin hij zegt hen niet meer als zijn zonen te zien. Een ruzie die toen hoog liep, omdat de kinderen niet onvoorwaardelijk vóór hun vader en tégen hun moeder wilden kiezen, maar die allang weer opgelost was.

Justitie zoekt naar de laatste eindjes. Is er geen medeplichtige in het spel? Uit de reconstructie blijkt dat Linda in staat is om een pop van 90 kilo naar boven te slepen, zij het dat het haar veel moeite kost. Ze kan ook zittend op de knieën van de pop de pedalen van een Volvo 840 bereiken, maar er is slechts enkele meters gereden, een langere rit leek te gevaarlijk. Is Linda uit de auto gesprongen? Naast de stationcar zijn geen sporen gevonden. Waarom had zij zondagavond laat nog benzine gekocht? Van wie kreeg Linda een lift naar Zottegem? Dat echtpaar blijft onvindbaar. Ook de taxichauffeur die haar naar Waterloo bracht vanaf Brussel-Zuid of Brussel-Centraal – Linda wist zelf niet in welk station ze uitgestapt was – is niet te vinden. Klopten de tijden, reed er zo vroeg al een directe trein? Eerst kloppen ze niet, Linda stelt snel bij dat het wat later geweest moet zijn. Ze is in die vijf jaar veel details vergeten en heeft veel verdrongen. Ook een maîtresse van Robert is niet te vinden. Hebben de buren niets gemerkt? Heeft niemand dan die nacht – het wordt ’s zomers al weer vroeg licht – een witte Volvo zien rijden met twee hoofden achter het stuur? Ook niet.

WIE STAAT TERECHT?

Gezien de zwaarte van de zaak moet Linda terechtstaan voor het hof van assisen, waar een jury van twaalf gezworenen de schuld of onschuld moet uitspreken. Eindelijk, eindelijk is er een datum: maandag 11 oktober 2004, meer dan negen jaar na de moord.

Maître Michèle Hirsch en haar collega mr. Nathalie Kumps zien tevoren het proces met vertrouwen tegemoet. In koor stellen zij dat Linda Läckner zich pas na de dood van haar man als moordenares is gaan gedragen. In een opwelling wilde ze hem ziek maken. Dat liep uit de hand, ja, maar daarna is Linda pas begonnen met het uitwissen van sporen en het optrekken van rookgordijnen. De verdediging zal proberen aan te tonen dat het een tragisch ongelukje was.

De oudste zonen van Robert, zijn eerste vrouw en zijn broer hebben zich gevoegd. Het gaat hun niet om het geld, zij eisen 1 euro schadevergoeding. Zij willen dat vast komt te staan dat Linda willens en wetens hun broer en vader heeft vermoord. Misschien omdat ze hem niet meer uit kon staan, maar vooral voor het geld. Misschien wilde hij scheiden, misschien wilde zij scheiden. Ze was bang dat ze dan haar deel zou mislopen, want ze hadden wel een Nederlandse overeenkomst inzake gemeenschap van goederen, maar die was waarschijnlijk ongeldig, omdat ze veel eerder voor de Belgische wet buiten gemeenschap van goederen getrouwd waren. Ze zegt dat ze niets van geldzaken weet, maar ze kende de bezittingen van Robert, vastgelegd in stukken die zij mee ondertekend had. Linda Läckner wilde altijd financieel onafhankelijk zijn, ze is een geldwolf, weet de familie van Robert zeker.

 Ook AXA voegt zich, de verzekeringsmaatschappij die op de door IBM afgesloten ongevallenpolis 3,4 miljoen frank uitbetaalde.

Acht lange dagen, van 11 oktober tot en met 20 oktober tegen middernacht, sleept het proces in Nijvel zich voort. In een vitrine liggen de touwen waarmee Robert op en neer is getakeld en de uitgebreide tuinbibliotheek van Linda. Voor het hof van assisen moet al het bewijsmateriaal opnieuw getoetst worden. Meer dan vijftig deskundigen en getuigen passeren de balie, alleen al de videoband met de leugentest van de Canadese getuige-deskundige à décharge neemt twee sessies van enkele uren in beslag. De procureur-generaal, de verdediging en de advocaten van de civiele partijen hebben twee volle dagen nodig voor het requisitoir en de pleidooien, de twaalf gezworenen, vijf mannen en zeven vrouwen, hebben soms moeite niet in te dutten.

Linda Läckner hoort alles onbewogen aan, afwezig. In de pauzes dwaalt ze verdwaasd rokend door de gangen naast de rechtszaal, met Oostenrijkse beleefdheid knikkend naar advocaten en getuigen.

Woensdagmiddag gaat de jury in beraad. De gezworenen hebben drie uur nodig. Linda Läckner wordt niet schuldig bevonden aan moord met voorbedachten rade, alleen aan het veel lichtere homicide involontaire, ongewilde dood door schuld.

Met verbijstering horen Roberts zonen uit het eerste huwelijk de uitspraak aan. Wie heeft hier terechtgestaan? De verdediging heeft Robert zwarter dan de nacht afgeschilderd om medelijden voor de dader op te wekken. Een dader die door de deskundigen omschreven is als een narcistische, manipulatieve vrouw met hysterische trekken. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat de jury geheel voorbij is gegaan aan de rammelende vaststelling van het tijdstip van de moord? Ter zitting bleek dat wetsgeneesheer Piette altijd gedacht had dat Van Hoeken zondagavond pas dood was. Hij stelde zijn rommelige verklaring snel bij. Niets is zeker, vierentwintig uur dood kon net zo goed ook zesendertig uur zijn. Ook de toxicoloog vindt het gedraai verbijsterend. De verklaringen van Linda zijn als gatenkaas. Ze had de witte Volvo die zondag achter het huis geparkeerd. Daar ligt de televisiekamer; de kinderen hadden toch moeten zien dat de auto van hun vader er nog stond? Hoe kreeg ze meer dan vierentwintig uur later een stijf lijk achter het stuur van een auto? Waarom bewaarde ze de aconitine in de keuken en niet in de garage waar nog ander gif tegen woelmuizen stond, of nog beter bij het nieuwe huis, waar ze het nodig had?

Nee, Robert van Hoeken is op een ander tijdstip en op een andere plaats vermoord, al of niet met een medeplichtige. Als Linda de benzine die ze die zondagavond nog gehaald had niet had vergeten mee te nemen om zijn auto in de fik te steken, had er helemaal geen haan naar gekraaid. De leugendetectie heeft te veel indruk op de jury gemaakt. Nota bene uitgevoerd door een Canadees commercieel bedrijf, door Linda betaald. Leugendetectie die in Canada én in België niet erkend wordt.

Een cruciale vraag was: ‘Heeft u op 10 juni 1995 opzettelijk uw man vergiftigd?’

‘Nee!’ was het antwoord.

Als ze Robert op 11 juni heeft vergiftigd, sprak ze de waarheid.

Na de uitspraak vergadert de jury voor de strafmaat. Linda krijgt drie jaar, waarvan een jaar voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. De familie krijgt haar claim van 1 euro toegewezen. AXA heeft zich al voor de uitspraak teruggetrokken, Linda Läckner heeft de eis tot terugbetaling met 100.000 euro afgekocht. Dat scheelt advocatenkosten, zo verdienen ze er allebei nog wat aan.

De broer en zonen van Robert zijn woedend en verbijsterd dat de Belgische rechtspraak dit resultaat heeft opgeleverd. Linda Läckner heeft niet gehuild bij de begrafenis van haar man, niet in de negen jaar daarna, en maar heel even bibberde haar stem bij haar laatste woord. Toch geloofde een jury van leken dat het zielige vrouwtje haar man per ongeluk vermoordde. De familie ziet Linda Läckner als een gewetenloze moordenares, een op geld beluste haai. Als haar twee kinderen straks volwassen zijn, zal ze wel met de poet naar Jamaica vertrekken, daar wilde ze altijd al heen. De plantengroei is er veel uitbundiger.

In de wandelgangen lekt uit dat de stemmen van de jury staakten, zes tegen zes. Regel is dan dat in het voordeel van de verdachte wordt geoordeeld.

De speurders van Kortrijk zijn niet blij. Zij weten dat Linda eerst wel degelijk verklaarde dat ze wist hoe sterk haar gif was. Maar ja, dan grijpt ze acht maanden later terug op het taalprobleem. Ondertussen had ze met haar advocaat gesproken. Het gaat over de grens tussen iets doelbewust of per ongeluk doen.

Allez, ze is er zeer goed vanaf gekomen, de jury heeft beslist. De advocaten van Linda Läckner zijn heel blij, Linda zelf is het maar een beetje. Ze ziet er zo tegenop weer de gevangenis in te moeten. Haar advocaten gaan een gratieverzoek indienen voor de luttele tijd die ze nog zou moeten uitzitten.

‘Ik heb al die jaren al genoeg geleden. Ik weet het, ik heb vijf jaar gelogen en gezwegen omdat ik mijn kinderen niet alleen wilde laten. En daarna heb ik nog eens vier jaar in angst en onzekerheid geleefd.’

Linda Läckner vindt dat ze genoeg straf heeft gehad. ‘Ik heb hem niet dood gewild. Ook mijn leven is kapot. En dat alleen door een ongelukje.’

Ton van Dijk, ‘Moordfamilies: in sommige families is je leven niet veilig’, Just Publishers.

null Beeld RV
Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234