Zaterdag 18/09/2021

De mooiste schaduwplanten (1)

Heel veel schaduwplanten bloeien in het voorjaar, voor de bomen volop in blad staan. Typisch zijn natuurlijk de vele voorjaarsbollen zoals wilde hyacinten, bosanemonen, daslook, sneeuwklokjes, zomerklokjes, meiklokjes, enzovoort, waarvan er vele afkomstig zijn uit een bosomgeving. Hoe onmisbaar deze voorjaarsbollen en -knollen ook zijn in de schaduwtuin, hier zal het vooral gaan over een aantal waardevolle vaste schaduwplanten.

Op de eerste plaats zijn er de vele helleborussen en de nog talrijker geraniums die de voorkeur geven aan lichte tot zelfs zware schaduw. En natuurlijk de tientallen hosta's die meestal omwille van hun fraaie blad worden geplant, maar waarvan een groot aantal ook mooi bloeit. Maar er is nog veel meer bloeiend moois te vinden voor de schaduwtuin.

Bekend

Iedereen kent natuurlijk de sleutelbloem, maar in de tuin kom je ze eigenlijk relatief weinig tegen - en vaak gaat het dan nog om de Primula vulgaris. Probeer echter de wilde soort te vinden. Ook de in ons land in het wild voorkomende Gewone Sleutelbloem (Primula veris), met lichtgele, geurende bloempjes en lancetvormig blad, is een goede schaduwbloeier op voorwaarde dat de grond vochtig genoeg is.

Ook viooltjes zijn alom bekend maar net als de sleutelbloemen kom je ze in de tuin relatief weinig tegen als vaste plant. Nochtans zitten er echte juweeltjes bij. Zoals het Maarts viooltje (Viola odorata) met kleine hartvormige blaadjes en heerlijk geurende, violette of witte bloempjes, en Viola sororia. Viola labradorica heeft heel donkere, bijna purperen blaadjes met kleine blauwe bloempjes. De vele cultivars van het populaire hoornviooltje (Viola cornuta) hebben meer zon nodig.

Van het inlandse speenkruid (Ranunculus ficaria) bestaan ook een paar mooie cultivars met dubbele bloemen, met (bijna) witte en zelfs licht oranje bloemen, met bruine, gele, gevlekte of gespikkelde bladeren, enzovoort. Tot de cultivars die alleszins de moeite waard zijn behoren onder meer 'Flore Pleno', 'Anemoneflora' (of 'Collarette'), 'Green Petal' en 'Brazen Hussy'.

In een iets grotere en wat wildere schaduwtuin mag natuurlijk ook het vingerhoedskruid niet ontbreken dat met zijn lange bloemstelen oprijst tussen de lagere bladplanten. Bekendst is Digitalis purpurea die zich in de tuin wel eens wat te gretig wil uitzaaien. Maar de lusten wegen ruimschoots op tegen de lasten. Een hele mooie soort voor een iets lichtere standplaats is Digitalis grandiflora met grote, bleekgele bloemen.

Nog zo'n bekende en terecht populaire tweejarige plant is de Judaspenning (Lunaria annua). Vooral de witbloeiende vorm 'Alba' is heel aantrekkelijk. Nog mooier en veel minder bekend is echter de Vaste Judaspenning (Lunaria rediviva), een bossige plant met een heel fraai driehoekig tot hartvormig blad en tere violetblauwe bloempjes. Ook geschikt voor diepe schaduw. Cardamine waldsteinii en C. trifolia zijn twee laagblijvende plantjes, verwant aan onze inheemse pinksterbloem, die in april-juni overvloedig bloeien met grote witte pinksterbloempjes. C. trifolia is bovendien wintergroen. Ook de gewone pinksterbloem (Cardamine pratensis) gedijt in vochtige schaduw.

Een andere dankbare schaduwbloeier is het vergeet-me-nietje (Myosotis sylvatica), dat in het voorjaar prachtig combineert met allerlei bloeiende bollen. Omdat vergeet-me-nietjes na de bloei niet veel zaaks meer zijn, kun je beter Brunnera macrophylla aanplanten. De hemelsblauwe bloemen lijken als twee druppels water op vergeet-me-nietjes, maar na de bloei blijft het grote hartvormige, harig aanvoelende blad zeer de moeite waard. In het najaar kan nog een tweede bloei volgen. Ook Omphalodes verna bloeit met vergeet-me-niet-achtige bloempjes. Het is een heel mooi bodembedekkertje, vooral dan de witte vorm ('Alba') voor diepe schaduw.

En minder bekend

Een veel minder bekende schaduwbloeier is Mertensia pulmonarioides (of M. virginica). Vroeg in het voorjaar verschijnt het dikke grijsblauwe blad, gevolgd door trossen helderblauwe trompetvormige bloempjes. Nadeel is dat de plant na de bloei volledig verdwijnt. Mertensia ciliata lijdt niet aan dat euvel maar heeft dan weer niet het aparte grijsblauwe blad.

Iets moeilijker maar zeker het proberen waard is Jeffersonia dubia. Het is een bescheiden bosplantje dat nauwelijks 20 cm hoog wordt, met schotelvormige, eerst paarsrode en later blauwgroene bladeren op rode steeltjes. In het voorjaar schieten de kogelronde bloemknoppen uit de grond. Het bloeit in april met vrij grote, lilablauwe bloemen.

Nog zo'n bescheiden schaduwplantje is het leverbloempje (Hepatica nobilis en H. transsylvanica). Het is een laagblijvend, min of meer wintergroene vaste plant met leerachtig aanvoelend blad, drie- of vijflobbig en kleine blauwe tot violetblauwe, anemoonachtige bloemen. Ze kunnen eind februari al in bloei komen.

Ook weinig bekend is de damastbloem of nachtviool (Hesperis matronalis) die in de diepste schaduw nog wil bloeien en bovendien 's avonds en 's nachts heerlijk geurt. Mooist is de witbloeiende 'Alba'.

De sierlijke Salomonszegel, met zijn witte klokjes, is wel vrij goed bekend. De inheemse Polygonatum multiflorum groeit zelfs op heel schrale grond in diepe schaduw. P. odoratum heeft geurende bloemen die doen denken aan het verwante meiklokje. Polygonatum x hybridum 'Weihenstephan', een kruising van P. odoratum en P. multiflorum, verenigt het beste van beide ouders. Van deze hybride Salomonszegels bestaan diverse vormen, waaronder zelfs een bontbladige soort ('Striatum').

Salomonszegel heeft ook enkele minder bekende nichtjes en neefjes. Smilacina racemosa (ook wel Valse Salomonszegel genoemd) lijkt zonder bloemen wel een tweelingszusje van Salomonszegel, maar ze bloeit met roomwitte pluimen in plaats van met klokjes. De voornaamste sierwaarde vormen echter de trossen witte bessen die langzaam rood verkleuren. Om te kunnen genieten van die bessen moet je wel verschillende planten in elkaars buurt zetten omdat ze kruisbestuiving nodig hebben om zaad te vormen. Het paradepaardje uit de familie is Uvalaria grandiflora. Er bestaan verschillende cultivars die alleen verschillen in de geeltint van de bloemen en die allemaal even mooi zijn. Uvalaria wordt ongeveer 40 cm hoog.

Nog zo'n onbekend juweeltje is Disporum. Net als Salomonszegel heeft Disporum meestal klokvormige bloempjes die in kleine groepjes aan korte stengels uit de bladoksels (en soms ook bovenaan de stengel) hangen. De kleine bloemen zijn roomwit met een groenachtige schijn. De bekendste soort is Disporum sessile, en dan vooral de bontbladige vorm 'Variegatum' met een groen blad met brede witte strepen. Campanula poschkarskyana is een bijna onverwoestbaar klokje dat het op elk type grond en in de zwaarste schaduw doet. Het wurmt zich met zijn lange, rankende stengels tussen andere planten omhoog. Campanula latifolia var. macrantha, en dan vooral de witte vorm, bloeit weliswaar maar kort, maar eist in die periode alle aandacht op.

Voor de echte liefhebber bestaan er nog veel meer prachtige schaduwplanten die echter soms heel moeilijk te vinden zijn en/of veel meer verzorging en aandacht nodig hebben dan de meeste tuiniers kunnen opbrengen. Trillium bijvoorbeeld, Arisaema, Pinellia, Paris, Glaucidium, Deinanthe, Hacquetia epipactis, Roscoea, Sanguinaria canadensis, Vancouveria hexandra...

Onverwacht

Alhoewel akeleien niet echt schaduwplanten zijn, doen ze het toch uitstekend in niet te donkere schaduw. Kies dan bij voorkeur een van de licht bloeiende cultivars of hybriden van de gewone Aquilegia vulgaris of de heel mooi geelbloeiende A. chrysantha. Ook floxen worden meestal niet in een schaduwtuin aangeplant alhoewel de gewone en meest bekende zomerflox (Phlox paniculata) en zijn vele cultivars het heel goed doen in lichte tot halfschaduw. De voorjaarsflox (Phlox divaricata) geeft zelfs de voorkeur aan schaduw en verdraagt zelfs diepe schaduw. Ze wordt nauwelijks zo'n 30 tot 40 cm hoog en bloeit overvloedig met meestal lilablauwe bloempjes die de hele tuin parfumeren.

Siererwten zijn nog van die planten die je alleen in volle zon verwacht. Maar Lathyrus vernus is een uitstekende, laagblijvende schaduwplant. Ze heeft een fijnverdeeld, bijna varenachtig blad en bloeit in het voorjaar met trosjes roodpaarse vlinderbloempjes, net als een echte erwt.

Ook papavers verwacht je natuurlijk alleen in de blakke zon. En terecht. Op één uitzondering: de blauwe papaver of schijnpapaver, Meconopsis betonicifolia en M. grandis. Dit zijn echte schaduwminnaars. Maar er is een maar: er bestaat waarschijnlijk geen moeilijker plant om te kweken. Anderzijds bestaat er waarschijnlijk ook geen enkele plant die zo tot de verbeelding spreekt met haar onwezenlijk grote en nog onwezenlijker blauwe papaverbloemen.

Veel minder moeilijk, minder exclusief weliswaar maar best leuk is de gele schijnpapaver (Meconopsis cambrica). Die doet het op haast elke grond en zaait zich ook heel gemakkelijk uit. Probeer wel om de helgele vorm te hebben en niet de vuiloranje die vaak wordt aangeboden.

Ook Amsonia is een prachtplant die doorgaans op een droge en zonnige plaats moet staan. Amsonia tabernaemontana verdraagt echter ook zeer goed schaduw. De merkwaardige paarsblauwe bloemstengels schieten in het voorjaar als asperges uit de grond en worden zo'n 50 cm hoog. Van april tot juni staan ze vol met trossen blauwe stervormige bloempjes. Het al even merkwaardige blauwgroene wilgachtig blad verkleurt ook mooi geel in de herfst.

Laatbloeiers

Zoals gezegd bloeien de meeste schaduwplanten in het voorjaar. Maar er bestaan uitzonderingen. Tot de meest spectaculaire laatbloeiers voor de schaduwtuin behoren zilverkaars (Cimicifuga) en de onvolprezen Japanse wasbloem (Kirengeshoma palmata). Cimicifuga racemosa bloeit 's zomers met hele lange kaarsen vol kleine witte bloempjes die zich in de vreemdste vormen kronkelen. C. simplex var. matsumurae heeft heel de zomer een prachtig blad en bloeit als laatste in oktober-november met feestelijke dikke bloemtrossen. Bij C. cordifolia zijn de bloemen iets minder spectaculair, tenzij ze in grote groep worden aangeplant, maar het grote blad is heel mooi. De meest sierlijke is wellicht C. dahurica met een sterk vertakte bloeiwijze en pluizige witte bloemen. C. japonica wordt minder hoog - de meeste zilverkaarsen kunnen toch wel 1,5 m hoog worden - en heeft vooral een heel mooi, esdoornachtig blad. Een buitenbeentje is C. foetida die als enige zilverkaars geelachtig bloeit, met sierlijk overhangende trossen.

Kirengeshoma zou in geen enkele schaduwtuin mogen ontbreken. Hij bloeit niet alleen prachtig met grote zachtgele, wasachtige klokken die eens uitgebloeid mooie zaaddozen vormen, maar heeft bovendien ook een heel mooi, plataanachtig blad. Bloeit zelfs in de diepste schaduw. Een andere onmisbare plant die ook vrij zware schaduw verdraagt, is het Zeeuws knoopje (Astrantia major) die bijna heel de zomer tot in september ononderbroken doorbloeit. Je kiest best een van de lichtbloemige cultivars die zeker in de schaduw beter tot hun recht komen dan de nieuwere donkerbloemige cultivars.

Een heel bijzondere maar nogal delicate schaduwplant is de paddelelie (Tricyrtis formosana). Ze heeft een mooi glanzend groen blad en bloeit in september-oktober met heel opvallende roze en mauve gevlekte bloemen. Schitterend in een wat grotere groep voor een vochthoudende standplaats.

Gebroken hartje (Dicentra eximia en D. formosa) is een bekende en heel aantrekkelijke bosplant, niet alleen vanwege de heel typische bloempjes die er uitzien als tranende hartjes, maar ook voor het fijn verdeelde, grijsgroene blad. Bloeit heel lang, van mei tot augustus. Ook vrouwenmantel (Alchemilla mollis) herbloeit later op het jaar als je de bloemen na de eerste bloei afknipt. Hetzelfde geldt voor Pulmonaria en voor de verschillende geraniums.

In een stadstuin zou je witte vlijtige liesjes kunnen planten die doorbloeien tot aan de eerste vorst. Op een niet te donkere plek kunt u ook de struikclematis (Clematis heracleifolia 'Wyevale') planten. Hij bloeit op het einde van de zomer met kleine, trompetvormige licht paarsblauwe bloemen en is goed bestand tegen droogte. En dan is er natuurlijk Cyclamen hederifolium die niet alleen een mooi zilverwit gemarmerd blad heeft, maar in het najaar ook prachtig bloeit.

Bij het Christoffelkruid (Actaea pachypoda en A. rubra) zijn het niet zozeer de bloemen maar wel de spectaculaire (glanzend porceleinwitte of glanzend rode) bessen die aan het eind van de zomer de aandacht trekken. De bessen zijn, net als die van het Christoffelkruid, giftig voor de mens (kinderen mogen er zeker niet mee spelen), maar ze zeer geliefd bij vogels.

Ook bij Smilacina racemosa, die in mei bloeit, valt het echte hoogtepunt in het najaar, als ze pronkt met haar trossen witte bessen die langzaam rood verkleuren.

In een van de volgende edities volgt het tweede deel van 'De mooiste schaduwplanten'.

De meeste schaduwplanten bloeien in het voorjaar, maar gelukkig zijn er uitzonderingen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234