Vrijdag 22/10/2021
null

AchtergrondTour de France

De Mont Ventoux, pelgrimsoord voor God en klein Pierke

Beeld Photo News

Vandaag trekt de Tour-karavaan niet één maar twee keer over de mythische Mont Ventoux. De Kale Berg is een pelgrimsoord voor God en klein Pierke. ‘En elk jaar vallen er twintig doden.’

“We kampeerden al jaren bij Bédoin, maar reden misschien één keer met de auto naar de top. Die vreemde berg kon me eerlijk gezegd gestolen worden”, vertelt de Nederlander Lex Reurings (73). Het kan verkeren: vandaag runt hij met dekaleberg.nl wellicht de meest fanatieke Mont Ventoux-encyclopedie ter wereld. Een klein verslagje in 1996 zorgde voor de omslag. “Ik had net mijn eerste racefiets gekocht, en wilde eens kijken of ik ook een berg op kon. Ik haalde, stomverbaasd, in één trek de top en was werkelijk euforisch van het uitzicht. Sindsdien heeft de berg me niet meer losgelaten.”

Op zijn website en in het gelijknamige boek krioelt het van die petites histoires, de reus van de Provence absorbeert ze als een spons. Er is de Italiaanse monnik Petrarca, die in 1336 de berg besteeg “louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw te nemen”. En er is Sjef, die de vervelende vliegen in het steile bos als “een psychische kwelling” bestempelt en tot de al even pijnlijke vaststelling komt dat hij zijn 16-jarige zoon Rudi niet meer kan bijhouden.

De Ventoux is een virus dat gratis bij elke koersfiets wordt geleverd. Ook de Tour valt er om de zoveel jaar ten prooi aan. “Het is altijd weer een spiegel voor de extremen van het wielrennen”, zegt journalist Bert Wagendorp, die de roman Ventoux schreef. De dood van de Brit Tom Simpson of het klimrecord van de Bask Iban Mayo zijn in doping gedrenkt, de overwinning van Froome in 2013 was dan weer te danken aan een trapfrequentie die zelfs een wasmachine deed duizelen. “Een belediging voor de berg, eigenlijk”, lacht Wagendorp. “Wellicht daarom moeten ze de Ventoux dit jaar twee keer op.”

Eerst vanuit Sault – de zachtste en mooiste kant – en nadien vanuit Bédoin – de martelgang door het bos. Eindigen doet het peloton met een razende afdaling naar Malaucène, de derde invalsweg. Alsof het nog niet zwaar genoeg is, dreigt de mistral onderweg wat klopjes uit te delen. Het is nooit ‘gewoon’ op de Ventoux.

Solitair karakter

“Het is een liefde voor de mythologie, waar je als gewone sterveling heel even deel van kan uitmaken”, zegt Wagendorp over de grote aantrekkingskracht. “Op de Ventoux klim je mee met Tom Simpson en doe je bij het monument je petje af: ‘Jij bent hier dood neergevallen, ik heb het gehaald.’” Een meting aan Chalet Reynard, waar de wegen vanuit Bédoin en Sault samenvloeien, registreerde in 2016 zo’n 130.000 beklimmingen. Op Strava alleen al zijn de laatste tien jaar zo’n 250.000 beklimmingen geregistreerd – Alpe d’Huez heeft er 40.000.

Vooral Vlamingen en Nederlanders plannen hun hele reis om die ene berg, of maken op de terugweg van de Côte d’Azur een ommetje. Honderd meter van de top neemt een professionele fotograaf dan kiekjes van hijgende kopjes. Op de drukste zomerdagen verschijnen nadien duizenden betalende beelden online, en aan het bordje met daarop ‘Sommet du Mont Ventoux 1910 m’ is het aanschuiven zoals in de Efteling.

De meest voorkomende motivatie is wellicht die van Ingrid Castelein, die intussen drie boeken schreef over berg en streek. “Iedereen doet dat daar, en toen ik tien jaar geleden op reis die berg zag opdoemen door het raam, begon het simpelweg te kriebelen”, zegt ze.

Het solitaire karakter van de berg spreekt tot de verbeelding. “Op 50 kilometer van Avignon zie je de berg al opdoemen”, zegt Wagendorp. In het zuiden overschouwt de reus het lappendeken van lavendelvelden en wijngaarden van de Vaucluse, en op een heldere dag zelfs de Middellandse Zee. Naar het noorden toe rijzen de eerste Alpen uit de grond. “En andere legendarische Tour-beklimmingen leiden niet naar de top, maar naar een bergpas of een skistation, en rond je zie je enkel andere bergen.” Ook mooi, maar niet uniek zoals het maanlandschap van de Ventoux.

Attest van viriliteit

Voor oude knarren zoals Reurings, die de berg al negentien keer overwon, is het eveneens een attest van viriliteit en jeugdigheid – “ik kan het nog”. In 2004 sloot hij zich als nummer 1.177 aan bij de Club des Cinglés, een kransje liefhebbers dat de berg drie keer in één dag beklimt vanuit Bédoin, Sault en Malaucène. Wat toen nog een puur Franse aangelegenheid was, is nu een lijst van ruim 15.000 mensen met vooral Nederlandstalige achternamen. Steeds meer vrouwen ook; de Ventoux is al lang geen mannenbastion meer.

Iedereen heeft zijn eigen reden voor zo’n exploot. “Al is het maar om de held van je moeder te worden”, schrijft oud-renner Peter Winnen in het voorwoord van De kale berg.

Na de derde beklimming in één dag – met een Peugeot Ventoux, een erfstuk van mijn vader – stond ook mijn eigen moeder te wachten met een vers gekocht Ventoux-truitje, waarna we een grote steen voor de podiumceremonie uitkozen. Het jaar nadien zat ik amper nog op de koersfiets. Dat heb je dan ook weer met van die ‘doelen’.

Toch gaat het vaak verder dan de puur sportieve uitdaging. De Ventoux is een waar pelgrimsoord, een fondsenwerver zonder weerga. Vaak zijn beklimmingen gelinkt aan ziektes zoals kanker of ALS, en de dag voor de Tour-rit waagden enkele terreurslachtoffers zich op de berg. Ook Jo Emmers (47) vond de Ventoux op zijn weg, na een niertransplantatie. “Toen ik na de operatie weer door de gang van het ziekenhuis wandelde, zag ik een affiche met daarop de top van de Ventoux. Dit wordt mijn doel, wist ik meteen.”

In 2013 reed hij met vzw Transplantoux een eerste keer naar de top, een “erg emotioneel moment”. Al blijkt de beklimming voor sommige deelnemers elk jaar weer een sisyfusarbeid. “De top halen is mooi, maar daar draait het niet om. Meer nog dan boven komen, was ik erg geraakt door het samen fietsen. Mensen rijden er naar boven op één been, met een driewieler of na een long- én harttransplantatie. Allemaal met een rugzakje vol stenen, die ze onderweg laten vallen. De berg is op zo’n moment een metafoor, een overwinning op jezelf. Daar krijg ik nog steeds kippenvel van.”

Achtbaan van bochten

Al dat volk – tegenwoordig kan je er ook een teambuilding bestellen – heeft een keerzijde. “Bédoin is een afschuwelijk dorp aan het worden”, zegt Wagendorp, die met zijn boek heeft bijgedragen aan de populariteit bij Nederlanders. “Toen ik laatst de burgemeester sprak, liet ik vallen dat ik over een vervolg nadenk. Hij smeekte me bijna: ‘Alsjeblieft, doe het niet.’” Voor de lokale bevolking is het haat-liefde, de economische troef versus de wurgende drukte. “Als er een wagen wild claxonneert naar een fietser, mag je er zeker van zijn dat er 84 op de nummerplaat staat”, vertelt Ingrid Castelein. Département Vaucluse dus. “Al begrijp ik dat ongenoegen wel een beetje.”

Lokale hulpdiensten moeten er om de haverklap uitrukken om een fietser van het asfalt of uit de bomen te redden. “Steeds meer ongetrainde fietsers wagen zich aan de beklimming, en die vergeten weleens dat je na die zware beklimming ook weer naar beneden moet. De afdaling naar Bédoin is een achtbaan van bochten, met heel wat verkeer”, zegt Wagendorp. “Elk jaar vallen er twintig doden, en dan moet je weten dat de berg slechts zo’n twintig weken in een jaar berijdbaar is.”

Eén ding is zeker: geen pelgrimsoord is zo ongenadig als de Ventoux. “De berg wordt door bewoners gezien als een aanwezige entiteit die zijn eigen wil opdringt”, zegt Castelein. In 2016 stond ze met de camper langs het maanlandschap, toen de Tour-rit door het hevige weer werd ingekort tot Chalet Reynard, waar Thomas De Gendt zegevierde. “Onze camper stond te schudden, mensen langs de weg waaiden met fiets en al omver. ‘De Ventoux wil het niet’, klonk het toen.”

Ook Philippe Muyters (N-VA), die als Vlaams minister van Sport jarenlang met het Sporta-event meefietste, kan erover meespreken. “Ik herinner me een beklimming waarbij het op de top aan het vriezen was. Daar stonden een aantal journalisten te wachten voor een foto, maar ik ging zo kapot dat ik wel had kunnen wenen. Toch heb ik een grote liefde voor die berg.”

Wat daarbij helpt: “Op het einde van de rit krijg je geen deprimerend ski-oord voorgeschoteld, maar la douce France met drie uitroeptekens erbij”, zegt Castelein. Het is wellicht dé reden waarom de voertaal in Bédoin Vlaams is, meent ook Wagendorp. “De Ventoux is altijd al een berg van de Belgen geweest, terwijl Alpe d’Huez de Nederlanders toebehoort. Overdag het grote verzet, ’s avonds heerlijk eten en drinken, dat sluit perfect aan bij jullie bourgondische aard.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234