Vrijdag 18/09/2020

De minister zegt soms domme dingen

Kongolees minister van Buitenlandse Zaken Abdoulaye Yerodia zorgde voor de politieke rel van de week. Een week nadat zijn Belgische ambtsgenoot Louis Michel nog met hem handjes stond te schudden, raakte bekend dat de Brusselse onderzoeksrechter Damien

Vandermeersch op 11 april een internationaal aanhoudingsmandaat uitvaardigde tegen Yerodia wegens misdaden tegen de menselijkheid. 'Het grote probleem met Yerodia', zegt zijn voorganger, 'is dat je hem te allen prijze uit de buurt van een microfoon moet houden. Hij is onvoorstelbaar dom.'

DOUGLAS DE CONINCK

"Voor ons zijn zij afval, microben die op vastberaden en methodische wijze moeten worden uitgeroeid. En de tijd die ik u daarvoor kan becijferen, is afhankelijk van de resistentie van de microben. Maar wat ons betreft: we zijn vastbesloten om de meest probate behandeling toe te passen."

Dat had Abdoulaye Yerodia, toen nog kabinetschef van president Laurent-Désiré Kabila mooi gezegd. Het was 5 augustus 1998. De internationale media volgden met argusogen de zoveelste strijd om het territorium genaamd Kongo, dit keer een offensief op de hoofdstad Kinshasa, ingezet vanuit Matadi door een nieuwe Kongolese rebellenbeweging met de steun van Rwanda en Oeganda, die kort tevoren nog bondgenoten waren geweest van het regime-Kabila.

De vijand kwam overduidelijk uit Rwanda en het militaire offensief werd beantwoord met een vanuit Kabila-kringen gedirigeerde haatcampagne. Radiozenders in het oosten van het land lanceerden oproepen om Rwandese Tutsi's "zonder genade af te slachten". De berichten over de mate waarin daar gevolg aan werd gegeven, waren verwarrend, maar de akelige herinneringen aan de genocide in Rwanda waren nog levendig. De internationale gemeenschap vreesde het ergste. In november 1998 stapten enkele families van vermoorde Tutsi's, met citaten uit de propagandamachine van toen, naar het Brusselse parket. Daar leken juridische perspectieven aanwezig. Onderzoeksrechter Damien Vandermeersch had zich nog maar net beroemd gemaakt met het uitvaardigen van een aanhoudingsmandaat tegen de Chileense ex-dictator Pinochet.

Erik Kennes, Kongo-kenner en verbonden aan het Afrika Instituut, vindt enige relativering toch wel op zijn plaats: "Je kunt heus niet zeggen dat de toespraak van Yerodia aan de basis heeft gelegen van een genocide. Volgens de rapporten van Amnesty International zijn er in 1998 in het oosten van Kongo tweehonderd Tutsi's vermoord en dan nog eens honderd in Kinshasa. En voor het overige zijn de Tutsi's in Kongo niet eens zo slecht behandeld. Doordat het Kabila-regime op grote schaal Tutsi's liet arresteren, zijn waarschijnlijk vele duizenden behoed voor lynchpartijen. Anderen kregen een vrije uittocht naar Benin, Kigali en Brussel. Oké, die mensen waren wel alles kwijt. En oké, driehonderd doden, dat zijn er altijd driehonderd te veel, maar je kunt dus niet spreken van een genocide. Zeker niet als je gaat vergelijken met de berichten over wat de Rwandezen uitspoken in de door hen bezette gebieden in de Kivu."

De naam van Yerodia duikt voor het eerst op in 1965. Het is de tijd van de Simba-opstanden, een strijd van maoïstische rebellen die in een mum van tijd het halve grondgebied van Kongo in handen krijgen. Enkele maanden is Abdoulaye Yerodia voorzitter van de Conseil Supérieure de la Révolution. Dat is het eindpunt van zijn revolutie, waarvoor hij in 1963 is overgekomen uit Parijs. Dat de opstand uiteindelijk mislukt, komt mede doordat diverse groepen onderling gaan ruziën en zich afsplitsen in een onontwarbaar kluwen. De naam van Yerodia zal, net als die van jeugdvriend Kabila, wegdeemsteren in de analen van de revolutionaire mythe.

"Je kunt niet zeggen dat hij een tweederangsfiguur was", merkt Erik Kennes op. "Om een idee te geven: toen laatst die foto's opdoken van het bezoek van Che Guevara aan Kongo, in 1965, was er één waarop je hem zag in het gezelschap van een van de rebellen van toen. Velen gingen er vanuit dat het de jonge Kabila was die Che rondleidde. Wel, in feite was het Yerodia."

Zijn vader komt uit Senegal, zijn moeder uit de Bas-Congo. Het zal Yerodia als nationalist een paar keer in de problemen brengen, aangezien hij volgens de ene bron Senegalees is en volgens de andere staatsburger in Kongo-Brazzaville. De schaarse gegevens over zijn jeugd vermelden studies in Parijs, waar hij in het begin van de jaren zestig aan de slag is gegaan als onderwijzer. "Professeur", zegt hij zelf, maar in het Frans heeft dat woord gelukkig twee betekenissen. Nadat de Simba-opstanden zijn mislukt, keert Yerodia terug naar de Lichtstad. Hij komt er in 1968 terecht in een al even idyllisch milieu als het vorige. Hij wordt kind aan huis bij de Franse filosoof Jacques Lacan, een van de grote postmoderne denkers uit die tijd.

Wanneer de troepen van Kabila begin 1997 volop bezig zijn aan hun opmars richting Kinshasa, is Yerodia in geen velden of wegen te bekennen. Hij zit nog steeds in Parijs. De eerste keer dat hij weer ergens opduikt, is in een filmpje dat Ludo Martens (PvdA) over Kongo maakt. De plicht roept hem pas achteraf. Kabila heeft aanvankelijk, op 17 maart 1997, zijn oude makker Aubert Mukendi aangesteld als kabinetschef. Die wordt echter getroffen door prostaatkanker en er moet een vervanger komen.

Mukendi laat zich tegenwoordig verzorgen in Parijs, maar meldt aan de telefoon dat hij de prestaties van zijn opvolger niet om over naar huis te schrijven vindt. "Yerodia heeft mij opgevolgd op 3 januari 1998. En daar is toen een heel gedoe aan voorafgegaan. Kabila had eerst iemand van de Kasaï in gedachten. Ik heb hem toen gezegd: 'Monsieur le Président, dat is prima, maar dan moet u wel eerst nog even vijf miljoen Katangezen vermoorden, want die gaan een opstand organiseren.' Ja, het was niet simpel."

En dus valt daar opeens de naam van Kabila's oude makker, de filosoof in Parijs. "Mijn eerste reactie was: néé toch", zucht Mukendi. "Maar anderzijds. Alles was beter dan problemen met de Katangezen. Ach, Yerodia... Met zijn verhalen over de Sorbonne waar hij zogenaamd dertig jaar lang professeur is geweest. Wel, we hebben toen niet veel gemerkt van zijn opleiding. Le bonhomme raconte vraiment n'importe quoi, lui. Hij is zo ingenomen met zijn positie dat hij alle controle over zichzelf verliest van zodra hij ergens een microfoon ziet staan. Ik herinner me dat bezoek van Emma Bonino, een respectabele politica toch, aan Kongo. Yerodia heeft haar uitgescholden voor kalf of zoiets. We hebben hem gezegd dat hij niet mocht vergeten dat hij namens alle Kongolezen sprak en dat hij moest uitkijken of de hele wereld beschouwt ons als wilden. Hij trok er zich niks van aan. Hij kletst maar raak. Ik denk dat u zijn uitspraken van augustus '98 meer in die context moet zien." "Hij is onvoorstelbaar dom en impulsief. Na het mislukken van de revolutie, dertig jaar geleden, haalde hij het op de luchthaven opeens in zijn hoofd om luidkeels een speech af te steken en te gaan schelden tegen enkele militairen die nochtans geacht werden aan zijn kant te staan. Hij heeft toen moeten rennen voor zijn leven en is op een voorbijrijdend toestel van KLM gesprongen. Zo is hij toen terug in Parijs beland."

Sommigen vermoeden dat Yerodia diep gefrustreerd is doordat niemand zijn hoogstaande intellectuele gaven weet te waarderen. "Hij praat graag in metaforen", zegt Erik Kennes. "Hij denkt vast dat dat goed overkomt. Laatst zei hij weer zoiets: 'Kongo heeft nood aan een mannelijke moeder.' Het duurde even voor men begreep wat hij bedoelde. Het kwam hierop neer dat hij meer steun van België aan Kabila verhoopte."

Over hoe en waar Yerodia zijn uitspraken over uit te roeien "microben" nu precies pleegde, heerst ook al verwarring. Het hoger vermelde citaat komt uit een petitie waarmee familieleden van vermoorde Tutsi's sinds eind 1998 mee rondgaan om aandacht te vragen voor het bloedvergieten van toen. Dat is niet noodzakelijk een garantie voor correctheid. In het Kabila-kamp zegt men dat de actuele bevelhebbers in Rwanda de hand hebben in de klacht bij het Brusselse parket. In het rapport van Amnesty International heet het dat Yerodia het aan het begin van zijn speech had over "l'ennemie". De vijand. "En dat was toen toch duidelijk Rwanda", zegt Kennes. "Natuurlijk was het in de context van toen politiek zeer onverstandig om als kabinetschef van de president zo'n taaltje te gebruiken, maar anderzijds zie je dat eigenlijk bij elk Afrikaans conflict gebeuren. Er is een militaire dreiging en men wil de bevolking snel mobiliseren. De makkelijkste weg bestaat er dan in het conflict over te enten op etnische sensibilisering."

Volgens Mukendi maakt het allemaal weinig uit. "Oorlog of geen oorlog. Yerodia heeft alle Kongolezen te schande gemaakt en kan daar maar beter de gevolgen van moeten dragen. Hij is geen twaalf jaar meer, toch? Hij speelde met vuur. Het had net zo goed kunnen uitdraaien op een écht drama."

De kabinetschef-op-rust acht zijn opvolger, die inmiddels dus minister van Buitenlandse Zaken werd, perfect in staat om overmorgen in een vliegtuig naar België te stappen om proefondervindelijk uit te zoeken wat hij nu eigenlijk riskeert door dat Belgische aanhoudingsbevel. "En als jullie hem te pakken krijgen, hou hem dan. Als dat kan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234