Donderdag 29/10/2020

De middelste man van het land

DE KNIK

Elke politicus op topniveau komt ooit op het moment dat zijn of haar carrière een beslissende opwaartse knik krijgt. Bij Kris Peeters waren er twee zulke momenten. Er was het telefoontje van Yves Leterme in de zomer van 2004, met de vraag of hij minister wilde worden in de Vlaamse regering. En er was maandagochtend 22 september 2008. Toen doorbrak Peeters in zijn plaats Yves Letermes dilemma. Het was regering en staatshervorming of kartel, beide kon niet meer. Dat mes ging diep. Die dag stapte Peeters in de wagen, liet een verslagen partij en vooral een aangeslagen Leterme achter en reed naar zijn Vlaamse regering, die hij behoed had voor besmetting door de federale impasse. “Ik heb zelden een politicus zo’n offer weten te brengen”, zegt een collega-minister. “Tegen het partijbelang in, voor de publieke zaak. Chapeau. Het heeft hem veel krediet opgeleverd. Alleen is hij daar later, in zijn gemeenschapsdialoog, niet echt voor beloond. Hij is ronduit gesaboteerd. Peeters kon of mocht niet slagen.”Kris Peeters begon zijn tocht in de Wetstraat als wild card van Yves Leterme. Vandaag is hij zelf de sterkste oranje kaart. De minister-president en de gewezen premier horen elkaar minder dan vroeger. Samen uit eten doen ze nooit, zelfs het telefoonverkeer is nagenoeg stilgevallen. It’s not personal, it’s strictly business. Is er sprake van een koningsdrama? De facto: ja. Was het een gewilde, bewuste daad van de een tegen de ander? Nee. “Kris Peeters was Yves’ poulain, zoals Inge Vervotte dat ook was”, zegt een CD&V’er. “Dat de tafels daarna gekanteld zijn, is een feit. Het is de logica der dingen, het waren de omstandigheden. Vergelijk het eerder met een vader die zijn zoon groot ziet worden.”Eind juni 2008 wordt voor iedereen duidelijk dat Leterme de in het regeerakkoord vooropgestelde deadline, 15 juli, niet zal halen. Die lat had hij daar trouwens niet zelf gelegd: dat deden Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy in zijn plaats in februari, toen Leterme in het ziekenhuis lag. Op 15 juli moest de kip eieren leggen: er moest een tweede communautair pakket liggen. Een getuige: “Dat was om de zaak te redden. Maar toen gebeurden er met B-H-V in april opnieuw ongelukken. Eind juni pas kon er opnieuw onderhandeld worden, met de moed der wanhoop.”Op 15 juli wordt akte genomen van het echec. Leterme zegt dat het federale overlegmodel zijn limieten heeft bereikt. Kris Peeters is het daarmee eens. Hij komt met zijn copernicaanse omwenteling aanzetten: niet de federale regering, maar de deelstaten moeten de motor worden van een staatshervorming. “Yves was daar niet rouwig om”, zegt een CD&V-bron. “Anders dan velen willen doen geloven, was er in die fase geen enkel haar in de boter tussen Leterme en Peeters. Yves was blij dat de communautaire fakkel werd overgenomen. Zo kon hij premier blijven.”“Als Peeters eenmaal zijn nek heeft uitgestoken, gaat hij ervoor”, zegt CD&V-ondervoorzitter Wouter Beke. “Hij was niet van plan om weer met iets halfbakken op de proppen te komen, het moest worden uitgeklaard. Het was eieren of joeng. Ik heb hem in die periode eens gevraagd waarom hij er zich wilde aan wagen? Na een lange stilte zei hij: ‘Er is ook nog zoiets als loyaliteit.’ In de vele dingen die geschreven zijn over Yves en Kris is dat onderbelicht.”Het loopt niet met de dialoog zoals Peeters het zich gedroomd had. “Hij begon er volstrekt naïef aan”, zegt een top-CD&V’er. Hij hoopte zijn Waalse evenknie Rudy Demotte (PS) aan de andere kant van de tafel te krijgen, voor een ‘zuivere’ dialoog van gemeenschap tot gemeenschap. Dat lukte niet. Didier Reynders (MR) gunde het de PS niet, Elio Di Rupo (PS) wou zelf niet in de communautaire wind gaan staan. Tegenover de Vlaamse minister-president en zijn ministers kwamen weliswaar communautaire expertsMeer en meer werd CD&V een speelbal van kartelpartner N-VA. Misverstanden stapelden zich op. Dat Leterme na zijn ontslag opnieuw in de Zestien ging zitten, verzuurde de relaties. Wou Bart De Wever de dialoog misschien nog een kans geven, zijn troepen morden, Geert Bourgeois capteerde de Vlaams-nationalistische onderbuik en torpedeerde de dialoog.Zondagavond, 21 september. De Vlaamse leeuw heeft die dag hard gebruld op het N-VA-congres, sp.a-minister Frank Vandenbroucke formuleert een veto tegen de partij van De Wever. De CD&V-toppers zitten die avond samen. “Sommigen van ons wilden mordicus een val van de federale regering vermijden”, schetst een deelnemer de sfeer. “Maar intussen was er hommeles in de Vlaamse regering. Peeters wist dat hij een probleem had in zijn regering, als de federale regering doorging. Om de stabiliteit te handhaven moest hij kiezen: sp.a of N-VA. Hij koos sp.a, al gingen we die avond niet uiteen met de indruk, laat staan de wetenschap dat de volgende dag het kartel zou barsten.”Maandagochtend wacht het politieke bestuur van CD&V op Kris Peeters. Die rept zich van het Martelarenplein, waar de bijeenkomst van de Vlaamse regering wordt geschorst, naar Zellik. De top gaat even apart zitten. Als na een half uur de partijgenoten op de lagere verdieping het nieuws over het einde van het kartel op de radio horen, is Peeters alweer onderweg naar het Martelarenplein. “Kris Peeters heeft het einde van het kartel doorgedrukt, met instemming van Yves Leterme, maar niet per se naar zijn zin. Jo Vandeurzen heeft die boodschap toen wel met volle overtuiging gebracht, Yves Leterme heeft er zich bij aangesloten.”“Ik nam een groot risico door het initiatief in de zomer naar mij toe te trekken”, zegt Kris Peeters. “Want ik ben geen superman, nog altijd niet. Toch heb ik me niet één seconde de bedenking gemaakt dat mijn politieke carrière een serieuze patat kon krijgen als ik het deed en het mislukte. Zo zit ik niet in elkaar. Als ik in iets geloof, pak ik het meestal aan zonder bijgedachten.”“Die zondagavond en maandagochtend in september waren heel intense, moeilijke uren. Sinds 15 juli had ik Frank Vandenbroucke kunnen overtuigen, ik had heel wat vergaderingen met N-VA achter de rug, we hadden uren gesoebat over garanties. Maar het congres van N-VA die zondag was de spreekwoordelijke druppel. Heel mijn partij had voordien al enkele keren niet anders gekund dan de N-VA te volgen. Ettelijke keren was het grote schip achter het sloepje gehaakt.”Zondagavond wordt er nog op Peeters ingepraat. “Sommigen zeiden: ‘Peeters, wat is het probleem? De Vlaamse regering kan toch niet vallen. Laat het passeren en over enkele weken of maanden waait het wel over.’ Ik kon het niet hebben dat de Vlaamse regering maanden op apegapen zou liggen. Het imago van de regering en van mezelf als minister-president zou tot nul zijn gezakt, en terecht.”“Ik ga niet de aanslag opeisen van de breuk van het kartel, ik weet dat het een schokgolf door de partij gejaagd heeft. Het CD&V-congres dat erop volgde, was een zeer delicaat moment. Had men toen gezegd: ‘Foert, wij offeren de Vlaamse regering op’, dan had ik geantwoord: ‘We kunnen ook uit de federale regering stappen.’ Resoluut kiezen voor de gemeenschapsdialoog en het laten springen van het kartel gaf de mogelijkheid om zowel de Vlaamse als de federale regering in het zadel te houden en er alsnog iets van te maken. Overigens, de regering-Leterme heeft na die episode een elan gevonden en dat was ook nodig, gezien de financiële crisis die in alle hevigheid losbarstte. Toen de bankencrisis werd aangepakt, stond in de kranten: ‘De echte Leterme is opgestaan’.”“Het moet vooruitgaan, dat is een wezenlijke karaktertrek van Kris Peeters”, zegt Peter Poulussen, in die dagen de rechterhand van Leterme. “In de partij leefde veel frustratie over de N-VA. Jo Vandeurzen heeft dat lang volgehouden, maar het was op. Velen vonden dat we N-VA genoeg gevolgd hadden. Ze waren het moe om afgeschilderd te worden als de slechte Vlamingen, versus de goede. We hadden ook nog ons eigen communautaire gezicht. Dat werd in die dagen niet zo woordelijk gezegd, maar dat aanvoelen was er wel. En Peeters heeft dat heel goed aangevoeld.”Er is nog een andere reden waarom Peeters kon doen wat Leterme niet kon. “Peeters is in de politiek gekomen in 2004”, zegt Wouter Beke. “De paringsdans rond het verenigen van CD&V en N-VA heeft hij alleen van buitenaf meegemaakt. Hij was waarnemer, geen participationist. Voor mensen als Leterme, Luc Van den Brande en ikzelf was het kartel een sluitstuk van een jarenlang parcours. Anders dan velen in onze partij was Peeters nooit emotioneel betrokken bij het kartel.”“Kris kwam bij de groep toen de familie al gevormd was”, zegt ook een andere partijgenoot. “Yves Leterme moest zijn eigen kind op het kapblok leggen. Begrijpelijk dus dat het niet ging. Maar of dat sporen nalaat? Vergeet niet dat Peeters door zijn beslissing Leterme in september ook in het zadel heeft gehouden.”Peeters wilde vooruit, de anderen ook, maar ze wisten niet hoe. Peeters: “Niemand durfde daar eigenlijk een vonnis uit te spreken dat al in de lucht hing. Het klopt dat de emoties bij Yves Leterme en bij anderen heftig waren. Het kartel was ook hun verwezenlijking en het heeft de partij een aantal overwinningen opgeleverd om u tegen te zeggen. Maar het verder laten aanmodderen was dodelijk geweest, niet voor het kind maar voor de vader. Er was misschien iemand nodig die heel snel kon beslissen. Wat indien Leterme toen wel had gezegd: ‘Peeters, allemaal goed en wel, maar het kartel blijft behouden en ga nu dus maar terug naar uw Vlaamse regering’? (stilte) Ik weet het niet. Het is een interessante denkoefening, maar het is niet zo gegaan.”“Als Leterme de klok kon terugdraaien”, zegt een bron, “had hij waarschijnlijk een ander parcours gevolgd. Dan nam hij na 10 juni 2007 geen ontslag als minister-president en voerde hij vanuit die positie communautaire onderhandelingen, zoals Peeters na hem geprobeerd heeft. Leterme heeft een stap gezet die onomkeerbaar is, enfin, toch voor enkele jaren. Wat er ook gezegd moge worden over een koningsdrama, de hamvraag is of ze maatschappelijk, communautair en sociaaleconomisch een andere analyse maken? Het antwoord is: neen. Leterme komt van het ACW en verdedigt het Rijnlandmodel. Peeters komt van Unizo, maar is opgegroeid in het sociaal overleg en verdedigt ook het Rijnlandmodel.”De tafels zijn gekanteld: niet alleen in CD&V, ook in de institutionele pikorde van dit land. “Kris Peeters heeft geen federale ambities. Anders was hij nu al premier”, zegt Wouter Beke. Peeters zelf is formeel: het hoefde toen niet, het zal ook morgen niet hoeven. “Minister-president is een topfunctie in Vlaanderen, hoger kun je niet. Wat mij betreft, is het Belgisch premierschap niet hoger, het is nevengeschikt en het levert me geen meerwaarde op.”

ANGRY YOUNG MAN

De stap naar de politiek was tot zijn 42ste geen optie. Dat was het zelfs nog niet op 10 juni 2007, toen zijn naam nochtans al begon te gonzen in de Wetstraat. Hij is er naar eigen zeggen pas beginnen over na te denken toen hij dat telefoontje van Leterme kreeg. “Mocht dat telefoontje er niet geweest zijn, dan zat ik vandaag waarschijnlijk niet in de politiek. Het is niet zo dat ik vond dat ik het allemaal wel gezien had bij Unizo. Het was geen bewust geprogrammeerde stap. Ik ben ingegaan op de vraag van Yves Leterme, omdat ik toch wel waardeerde wat hij in CD&V had verwezenlijkt, maar ook omdat Frank Vandenbroucke in die regering zat, en andere mensen met wie ik dacht het verschil te kunnen maken. Partijen vind ik ondergeschikt aan de mensen die ze belichamen.”De jonge Peeters liet zich niet in met politiek. Al kwam hij dan uit een nest dat van de Christelijke Volkspartij (CVP) doordesemd was. Zijn vader Jan was lokaal actief in de Kristelijke Werknemersbeweging (KWB) en de CVP. Hij deed één keer mee aan gemeenteraadsverkiezingen, die slecht uitvielen voor de partij. Had de vader zelf geen hogere politieke ambities, van zijn zoon verwachtte hij wel één en ander. “Mijn vader ging ervan uit dat ik vroeg of laat wel in de politiek zou terechtkomen. Ik was het daar niet mee eens. Hij had meer doorzicht dan ik toen maar kon bevroeden. (lacht) Jammer genoeg heeft hij het niet meer mogen meemaken. Hij is zeer plots gestorven in 1996.”“Ik heb de stap naar de politiek nooit overwogen. Ik was zeer actief bij Unizo, waar ik in 1988 begon als fiscaal adviseur, ik gaf les (aan het Postuniversitair Centrum Limburg LUC, fr) en ik zat op het Europese niveau. Ik haalde vooral veel voldoening uit wat ik de kunst van het vraag- of eisbare zou noemen. Je wilt iets, je gaat ervoor en je haalt je slag thuis. Zo werkte ik. In zo’n omgeving voelde ik mij vrij. Dat zag ik op dat moment allemaal niet in de politiek. De Wetstraat was het toneel van grote discussies, zoals vandaag eigenlijk. Ik heb in mijn Unizojaren ook vaak met premiers en ministers gesproken, en dan dacht ik wel vaker: ‘Wat een geluk dat ik hier zit en niet daar.’ Nee, ik had niet echt een fraai beeld van de politiek.”Ook in zijn studententijd hield hij zich ver van de politiek. Hij maakte furore met andere dingen. ‘Een gewone jongen uit Ruisbroek maakt indruk aan de universiteit’, stond er ooit in een ‘kotkrantje’. In een discussie met professoren had hij het hoge woord gevoerd. Het onderwerp? “De positie van de afwezige”, vertelt de MP met pretoogjes. “Dat is een juridische figuur. Als u morgenvroeg thuis vertrekt en men vindt je nergens terug, ben je niet vermist maar afwezig. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Stel je voor dat je na twintig jaar weer opduikt en je vrouw is intussen hertrouwd. Is dat dan bigamie? En hoe zit het met de erfenis? Enfin, daar hield ik mij dus mee bezig.”Van zijn studententijd onthoudt hij vooral ‘het venster op de wereld’. Komende van het landelijke Ruisbroek proefde hij in Antwerpen de vrijheid. “Goh, ik kon gaan slapen wanneer ik wou. Thuis moest er altijd gewerkt worden, ook in het weekend. Mijn jonge broer mocht gaan spelen, ik moest altijd klusjes uitvoeren. Ik heb de gevel van het ouderlijk huis wel zeker vier keer geverfd! Ik heb wel een goede thuis gehad, daar niet van. Maar op kot gaan in Antwerpen, ja, dat was een openbaring.”“Ik wist niet goed welke weg ik wilde inslaan. Ik koos rechten vanuit de gedachte dat je met zo’n diploma nog altijd meer dan de helft van de wereld kunt tegemoet treden. De rechtsvakken vond ik saai, ik was gepassioneerd door wijsbegeerte en psychologie. Ik had in die tijd de gewoonte om mij gedurende dagen en weken door het oeuvre van één auteur te worstelen. Weken Dostojevski, ik kan je verzekeren, dat kleurt je wereldbeeld. (lacht)”“Ik was van thuis uit wel geëngageerd. Ik diende op op het bal van het Goede Hart en dergelijke, ik was bij de Chiro. Maar politiek? CVP? Nee. Ik ben twee keer naar een vergadering van de CVP-jongeren in Puurs geweest en dat sprak me niet aan. Ik was ook geen lid van een politieke studentenvereniging. Ik had er een gezonde afstand, ja zelfs bijna een afkeer van. Ik was een beetje hoogmoedig en arrogant wellicht, een angry young man. Ik dacht: ‘Laat ons eens discussiëren over echt ernstige dingen’. Over Friedrich Nietzsche en Arthur Schopenhauer. Ik vond van mezelf dat ik op een meer intellectueel niveau zat, of ik deed me toch voor als intellectueel. Ik stond zeer kritisch ten aanzien van wat ik beschouwde als het pragmatische, politiek vond ik, welja, iets lager. Ik was gewoon zoekende wellicht.”De wijsbegeerte is aan de man blijven kleven. “Ik herinner me een boottochtje naar Robbeneiland”, vertelt ACV-voorzitter Luc Cortebeeck, die in het sociaal overleg vaak tegenover de toenmalige Unizovoorzitter heeft gezeten. “We waren op missie in Zuid-Afrika, in het kielzog van Theo Kelchtermans. We hadden een paar uurtjes vrij en besloten dus om de gevangenis te bezoeken waar Nelson Mandela de helft van zijn leven heeft gezeten. Daar, op het water, kregen we echt de filosoof Kris Peeters te zien. Dan zie je zijn betrokkenheid bij de natuur, de wereld rondom hem. Dan heb je ook andere gesprekken met hem, die veel breder gaan dan het moment zelf. Hij is economisch geschoold, maar dat filosofische heeft hij nooit losgelaten. Het zit ook in zijn speeches. Hij kan het niet laten om af en toe een filosoof te citeren. Hij werkt zeer efficiënt, maar hij houdt er ook van om de dingen wat te verbreden, om afstand te nemen.”Peeters kan zich op elk moment loswrikken uit de technische dieptes van een dossier en een filosofische noot in de groep gooien. Het helpt, zeggen medewerkers, om de tunnelvisie te doorbreken. Dat, en zijn Britse humor. De Vlaamse regering maakte de afgelopen jaren naar buitenuit de indruk dat er zelden of nooit geruzied werd, maar dat klopt niet. Een medewerker: “Er werd soms duchtig gediscussieerd, zeg maar geroepen. Soms stonden ministers wel eens met de klink in de hand. Maar hoe luider iemand roept, hoe stiller Kris begint te spreken. Opzettelijk. Ik heb het meegemaakt dat iemand het ene moment rood aanliep van boosheid en het volgende moment, na een droog mopje van Kris, de slappe lach kreeg. Hij is daar echt meesterlijk in.”Plus est en vous. Hij heeft het onlangs voor een publiek van zeventien- en achttienjarige scholieren met vuur bepleit. Hij zweert ook voor zichzelf bij dat motto. Maar waarom heeft hij er dan toch niet voluit naar geleefd? Want ondanks zijn voorliefde voor filosofen heeft hij de wijsbegeerte na de kandidatuurjaren vaarwel gezegd. Zijn rechtenstudie maakte hij wel af, vervolgens stortte hij zich op een speciale licentie “in de fiscaliteit en het boekhoudkundig onderzoek”, aan de Vlerickschool voor management. Vreemd als het mag klinken, maar de vleesgeworden middenstander-ondernemer had een broertje dood aan boekhouding en ander gecijfer.“Ik kreeg daar nog meer boekhouden te verwerken dan mij lief was. Ik zag sterretjes. Ik was naar Gent getrokken om mij te verdiepen in de filosofen en daar zat ik plots gebogen over cursussen kostencalculatie en balansen. Ik dacht: ‘Peeters, waar zijt ge nu toch mee bezig?’ Maar dat is dan ook een karaktertrek van mij: ik geef niet op, je krijgt er mij niet onder. Hoe saai ook, ik wilde dat afmaken. En het is me ook gelukt.”

DE TEST

Vanzelfsprekend was Letermes telefoontje naar Peeters in de zomer van 2004 allerminst. Niet enkel omdat Leterme daarmee een paar CD&V’ers met een jarenlange staat van dienst, Eric Van Rompuy op kop, ongelukkig maakte. In de oppositiejaren van CD&V was de relatie tussen Unizo, onder de leiding van Kris Peeters, en de partij niet wat ze ooit geweest was onder Peeters’ voorganger Petrus Thys. Niet langer gezapig, eerder scherp. Als CD&V-voorzitter Stefaan De Clerck kon pochen dat zijn partij ‘ontstand’ was, dan was dat in sterke mate te ‘danken’ aan Kris Peeters, die meer en bewuster dan zijn collega’s van de andere standen de partij voor een voldongen feit stelde. Peeters schrapte de C uit de naam van de organisatie.Anders dan zijn Unizocollega Marianne Thyssen, die de jonge Peeters overigens bij het toenmalige NCMV heeft binnengeloodst, passeerde Peeters op geen enkel CVP-kabinet. Wel woonde hij occasioneel een vergadering van de zogeheten Dinsdagavondgroep bij. Dat is een wisselend gezelschap dat dateert uit de jaren vijftig, onder Théo Lefèvre en Gaston Eyskens, en dat tot doel heeft om de intellectuele lijn tussen de partij en de christelijke leefwereld, breder dan de standen, open te houden. Peeters mag dan al een CVP-lidkaart hebben gehad, hij was geen tjeef. Wanneer hij in 1999 gedelegeerd bestuurder wordt van het NCMV, nadat hij eerder al directeur van de studiedienst en secretaris-generaal was geweest, schudt hij de kussens hard op. Cortebeeck: “Bij het begin vonden we hem redelijk onstuimig in vergelijking met zijn voorganger. Hij zette direct de toon. Hij deed duidelijke uitspraken, ging voluit voor de belangenbehartiging van de kmo’s. Hij moest zich stellen tegenover andere werkgevers en ook binnen zijn eigen organisatie. Het heeft wat tijd gekost voor hij in de richting van het overleg en de consensus evolueerde.”1999 is ook het jaar van de dioxinecrisis. Vlaanderen leert Kris Peeters kennen. De CVP, die wanhopig de politieke schade van de besmette kippen tracht te beperken, ook. Dag na dag komt de kersverse NCMV-topman op televisie. Peeters: “Ik denk niet dat CVP het mij kwalijk heeft genomen, maar ze waren wel verrast. Het was hectisch. Bepaalde producten moesten uit de rekken worden genomen, maar niemand wist welke. Voortdurend kregen we te horen dat er een lijst zou komen, maar de informatie liep mank. Wij gingen op de stoep staan voor de kabinetten: ‘Waar blijft de lijst?’ Onze lijn was zuiver: wij gingen voor de kleine en middelgrote ondernemingen, we zouden geen millimeter wijken, wat de partij er ook mocht van zeggen. De druk van onze achterban was dan ook verschrikkelijk groot. Niemand kwam op het idee om te zeggen: ‘Peeters, dimmen.’ Wellicht ook omdat ze wisten dat het niet zou lukken. Ze vonden dat ik mijn job deed, denk ik. Hooguit zouden ze gewild hebben dat ik het met wat minder overgave en enthousiasme deed (lacht).”Moeilijker had de CVP het toen Peeters een jaar later de naamsverandering van NCMV naar Unizo doorvoerde. “Voor de partij was dat een schok te veel”, zegt hij. “Het was een oefening die bij ons al langer was ingezet, maar dat viel natuurlijk samen met het moment waarop de partij in de oppositie belandde. Onze lijn was ook daar duidelijk: we wilden van Unizo dé zelfstandigen- en kmo-organisatie van Vlaanderen maken. Dat was de missie en we wilden niet lager uitkomen. We wilden niet blijven zitten in een leuke middenstandsorganisatie die onderdeel van een partij was. Ik was daar ambitieuzer in. Er is daar veel discussie over gevoerd, maar we hebben het schrappen van de C en de M geforceerd. Ik had toen voldoende gezag in de organisatie verworven om te zeggen: we doen het zo of het is zonder Peeters.”Het was vechten op twee fronten tegelijk. “We kregen toen heel duidelijke signalen dat de VLD, die aan de macht was gekomen, niet alleen de CVP pijn wilde doen, maar ook Unizo op zijn plek wilde zetten. Ze wilden dat de liberale tegenhanger, LVZ, minstens op hetzelfde niveau kwam. Het is hen niet gelukt. We hebben alle zeilen bijgezet om onze koers aan te houden.”Wanneer Peeters vier jaar later in de politiek stapt, zet hij eigenlijk een stap terug. De primus inter pares van Unizo wordt ‘maar’ een vakminister in de regering, onder een andere numero uno: Yves Leterme. Al in zijn eerste weken moest hij leren stil te zitten toen hij geschoren werd. Met een onbesuisde uitspraak over ‘de overheid die geen bossen meer moet aankopen’, wekte hij de toorn van Frank Vandenbroucke (sp.a) op, waarna Leterme gedwongen werd om zijn poulain publiekelijk terug te fluiten (“Beginnersfoutje”).“Dat was wennen, ja. Zeker in het begin. Ik had niet altijd evenveel oog voor de finesses van de politiek. Ik ging rechtdoorzee. De Eliataks bijvoorbeeld vond ik een gedrocht van een belasting die zo snel mogelijk moest worden afgeschaft. Grote consternatie, want die taks was het product van een delicaat politiek evenwicht. Het moest de gemeenten compenseren voor de wegvallende dividenden van Electrabel. Het was een typische Belgische constructie waarvan niemand durfde te zeggen dat het een onding was. Op een ministerraad zei ik tegen Yves: ‘Afschaffen die handel.’ Ik stond voor een bord waarop allerlei berekeningen gekrabbeld stonden en hij zei: ‘Ah bon. Probeer het maar.’ Ook Dirk Van Mechelen kuchte en zei: ‘Kris, ken jij iets van de boekhouding van de gemeenten?’ Ik denk, achteraf gezien, dat Yves mij graag eens testte. Hij liet mij al eens gaan om te zien hoe ver ik zou geraken. (trots) Maar die Eliataks is toch maar afgeschaft!”Een collega-minister: “Ik denk niet dat hij met een negatief a priori moest starten in de regering. Ook niet dat hij zich moest bewijzen. Hij had zichzelf al bewezen in zijn vroegere functies. Maar als minister van Leefmilieu speelde hij wel een duidelijke, door CD&V doelbewust aangestuurde rol: hij moest bewijzen dat je de groene inspiratie van paars-groenkon breken. Peeters deed dat met verve. Hij is geen reactionaire betonboer, maar ik denk evenmin dat hij zich heeft moeten forceren om die antigroene rol te spelen.”“Niemand heeft mij dat moeten vragen”, zegt Peeters. “Ze wisten wel dat er met de keuze voor mij een andere lijn zou worden getrokken. Niet anti-Groen!, verstandig groen noem ik het. Het was de eerste keer dat iemand die toch uit de bedrijfswereld kwam die bevoegdheid kreeg. Ik had ook geen enkele binding met milieubewegingen, anderen in onze partij waren nauwer verwant met Natuurpunt en zo.”Leterme ‘kreeg’ Peeters trouwens niet voor niets. Bij een stemming in de CD&V-fractie in het Vlaams Parlement kreeg hij eerst niet het vereiste quorum. Er kwam een tweede stemronde aan te pas. Peeters: “Ik kan heel goed begrijpen dat mijn komst moeilijk te slikken was voor mensen die al jaren actief waren. Yves zei: ‘Ik heb een wildcard, en die trek ik nu’. Dat was ook voor hemzelf niet zonder risico. Het kon volledig mislukken. Er waren uit het verleden alleen maar negatieve precedenten. En dan nog met die bevoegdheden! Waarom heeft men Openbare Werken, Leefmilieu, Natuur en Energie aan een niet-beroepspoliticus gegeven? Waarschijnlijk waren er sommigen die dachten: daar komen vodden van, wacht maar, na drie maanden is die Peeters toch volledig opgebrand en wordt hij afgevoerd.”De waarheid is genuanceerder, minder avontuurlijk - avontuur en Peeters gaan overigens niet goed samen, zijn voorliefde voor gevaarlijke sporten ten spijt. Leterme en Peeters hebben het risico op mislukking beperkt, onder meer door de zorgvuldige samenstelling van zijn kabinet. Partij- en streekgenoot Koen Van den Heuvel: “Hij weet zijn medewerkers te kiezen, ook bij Unizo al. Cruciaal was de keuze voor Raf Suys als kabinetschef. Een goede technicus, maar ook iemand die bij de meubels van de partij hoort. Door die man te kiezen heeft hij zijn vervellen tot CD&V-kopstuk versneld.”

DE VLAMING

“Heel vreemd, maar ik ken geen enkele politicus van wie zelfs de meest directe collega’s zo weinig weten als van Kris Peeters. Wie hij echt is? Hoe zijn privéleven er uitziet? We zouden het niet weten”, zeggen partijgenoten. Gewone jongen, redelijk briljant, maar niet geniaal, guitig, niet kwaadaardig. Houdt de handen altijd aan het stuur, behalve als hij fietst. Een politieagent heeft hem, net minister, eens betrapt op en berispt voor dergelijk roekeloos rijgedrag in de dorpskom. Zwaarder rebels gedrag onbekend. Leterme in het kwadraat, maar met meer humor, betere looks. En zonder harde schijf.“Ontgoocheld ben ik soms wel, rancuneus zelden of nooit. Ik heb ook wel een harde schijf, maar dan vraag ik me af: moeten die akkefietjes van alledag daar allemaal wel op? Er is zoveel in het leven dat meer de moeite waard is om te onthouden. Ik probeer altijd het essentiële van het bijkomstige te onderscheiden. Ik vind dat er al zoveel kwaad in de wereld is, ik probeer daar zo weinig mogelijk aan toe te voegen. Ik probeer te helpen waar ik kan.”Ongeduld is hem niet vreemd, zoals Leterme, maar hij weet het beter te verbergen. Verliest zijn glimlach nooit. Meester in the art of restraint. Reden waarom het campagne voeren hem eigenlijk niet afgaat: als hij als eens op blauw of groen schiet, is het met een speelgoedgeweertje. Hij verstaat de kunst van de diplomatie: the art of telling people to go to hell in such a way that they look forward to the trip. En het werkte bij Dirk Van Mechelen (Open Vld): “Kris Peeters heeft dat perfect gedaan”, zei hij deze week. Peeters is niet geschikt voor het meer bijtende politieke werk, maar net daarom is hij vandaag ook het geknipte boegbeeld voor CD&V. De partij heeft het centrum opnieuw tot kracht verheven. Het DNA: sterk in moeilijke tijden, een land van harde werkers voor wie gewoon al gek genoeg is, eenvoudige mensen, correct als je niet tegen hun kar rijdt, en meelevend. Het heeft een naam, een gezicht, een kleur: Kris Peeters, oranje.Hij krijgt het op zijn heupen van twee dingen: nutteloosheid en oneerlijkheid. “Ik heb een hekel aan aanmodderen. Vergaderingen die niet vooruitgaan, waar oplossingen worden gezocht voor een ander probleem dan wat voorligt. Politiek gaat over het algemeen belang. Natuurlijk, je moet wat ruimte laten voor discussie en debat, maar tussenkomsten waarvan je je afvraagt ‘waar gaat dit nu eigenlijk over?’, nee dank u.”Cortebeeck: “Hij is erg ambitieus. Hij wil winnen. Ik denk niet dat hij goed tegen verlies kan. Maar hij is zeker geen koppensneller, iemand die over lijken zal gaan om zijn doel te halen.”Peeters: “Ik probeer mensen niet te kwetsen. Het is mijn stijl niet. Ik kan ook moeilijk overweg met politieke strategieën en spelletjes. Ik zal het zelf niet toepassen en als ik zie dat anderen dat wel doen, word ik kregelig. Het is eigen aan de politiek, maar ik houd er niet van. Als er geen loyaliteit wordt verwacht, raakt het mij minder. Maar als dat wel zo is, en het wordt gebroken, vind ik dat erg. Ik vind het verschrikkelijk belangrijk dat de volgende Vlaamse regering bestaat uit mensen die ik kan vertrouwen en die goed kunnen samenwerken. Ik probeer zo ver mogelijk weg te blijven van mensen die elkaar de loef afsteken of aan afbraakpolitiek doen. Ik zal er alles aan doen om niet in zo’n klimaat terecht te komen. Dat het toch kan gebeuren, vind ik een ondraaglijk idee, de hel gewoon. Ik ga niet koste wat het kost in de politiek blijven. Er is nog zoveel te doen in het leven. Als ik per dag 12, 15 of 18 uur zou moeten bezig zijn met iets waar ik het nut niet van inzie, zoek ik wel iets anders. Het leven is te kort en te kostbaar om te blijven hangen in het nutteloze.”Voor de hel komt de val, La Chute van Albert Camus. Het is het verhaal van een geslaagde advocaat met een hoge eigendunk. Helpt oude vrouwtjes de straat over, doet goed waar hij maar kan. Tot hij op een avond een vrouw op een brug van de Seine ziet staan, doorwandelt en achter zijn rug een plons hoort. Hij stapt verder. Het verwoest zijn leven. “Een christendemocraat zou teruggekeerd zijn”, zegt Peeters daarover. Het personalisme, dicht bij huis.Kabinetschef Raf Suys: “Als hij geconfronteerd wordt met zaken die onrechtvaardig overkomen, is hij echt verontwaardigd. Zoals die keer met dat kindje dat bepaalde medicijnen niet kreeg omdat ze nog in een experimentele fase zaten. Hij neemt dan contact op met de betrokken firma en kijkt met de administratie of het toch niet kan.” “Het is mij verweten dat ik daar politiek misbruik van maakte”, zegt Peeters. “Maar het is waar, ik kan niet weigeren als ik denk iets goeds te kunnen doen. Laatst kwam een vrouw naar mij die voor een goed doel, de strijd tegen kanker, een veiling wilde organiseren. Of ik de cheque niet wou komen overhandigen? Haar ouders waren gestorven op hun vijftigste, zij was nu zelf vijftig en ze moest dit doen. Die veiling was op 18 mei, mijn verjaardag, ik had aan mijn vrouw beloofd dat ik er zou zijn. Ik sla het aanbod dus af. Vijf minuten later kwam de zus van die mevrouw hetzelfde vragen. Toen heb ik toch toegezegd. Ik heb gebeld naar huis dat ik later zou zijn. Wéér later. (aarzelt) Mijn echtgenote vangt veel op, ze verdraagt heel veel, maar ik ben bijna niet meer thuis. Ik ben daar heel zwaar in te kort geschoten. Het is zoals met een topvoetballer. Die kan het ook niet even wat minder doen.”In een onopvallende straat in Ruisbroek staat zijn huis, het hek blijft hermetisch dicht voor de buitenwereld. “Ze hebben geprobeerd om mijn vrouw en zoon te interviewen. Daar gaan we nooit op in. Als dat nodig is om het te halen in de politiek, hoeft het voor mij niet.” Gesloten boek, geen inkijk. Ook zijn culturele paspoort blijft een goed bewaard geheim. “Ik hou van klassieke muziek, Bach vooral. Ik kan geen partituur lezen, en dat vind ik een groot gemis. En van kunst ken ik niet zoveel. Toen ik in New York was voor de opening van Flanders House heb ik me uren laten uitleggen wat Joseph Beuys precies deed. Ik probeer dat altijd filosofisch te bekijken, te peilen naar wat er achter zo’n kunstwerk zit, maar ik ben een grote leek.”Het laatste toneelstuk dat hij zag, was een komedie, geschreven door een dorpsgenoot. “Iets met een pastoor en zo. Vlaams, folklore. Het heeft iets aandoenlijks, vind ik. Onlangs ging het in een van de verkiezingsprogramma’s op de radio over dé Vlaming. Een groot debat. Maar de doorsnee-Vlaming is gewoon een goede mens. Hij wil werken, hogerop geraken. Als je hem niet bedot, vertrouwt hij u. Wij zijn geen mensen die messen in elkaars rug steken. De doorsnee-Vlaming is eigenlijk zeer de moeite waard om minister-president van te mogen zijn.”Portret, zelfportret. Heel zeker zien morgen heel wat ‘gewone’ Vlamingen in het stemhokje een spiegel hangen. Een flatterende spiegel, dat wel. Clooney op zijn Vlaams inderdaad, de mediaan als gladiator, de middelste stand van het land en de partij. “Die starke Kraft der Mitte”, mocht Yves Leterme graag Angela Merkel citeren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234