Woensdag 27/05/2020

MaatschappijMode

De metamorfose van het verpleegsterimago: een heuse rollercoaster

Vintage postkaarten uit vorige eeuw.Beeld Getty Images/Stocktrek Images en Popperfoto via Getty Images

Eindelijk staat de verpleegkundige weer waar zij/hij hoort: op een voetstuk. In de loop der tijd ondergingen zowel het imago, de status als het uniform van verpleegkundigen verschillende gedaantewisselingen. Een terugblik.

Het was Pasen en mijn moeder vertelde vrolijke verhalen over de late jaren vijftig, toen ze leerling-verpleegkundige was, en sommige patiënten hun handen niet thuis konden houden. Waarop mijn vader zei: “Dat zou nu niet meer kunnen!” Goh, dacht ik, goed dat papa op z’n 89ste zo woke is. “Het kan écht niet meer,” vervolgde hij jolig, “op anderhalve meter afstand kunnen ze tóch nergens bij!”

Hoe leutig deze anekdote ook is, en hoe weinig problemen mijn moeder er indertijd ook mee had, omdat het ‘erbij hoorde’ – het hele gezin lachte in de jaren zeventig ook hard om afleveringen van The Benny Hill Show waarin er lustig werd gegluurd onder korte verpleegstersrokjes – haar verhaaltje illustreert wel een teer punt. Dat verpleegkundigen, die momenteel zeer terecht op een schild worden gehesen, niet altijd zo’n eervolle status hebben gehad. Dat het een beroepsgroep is met een imago dat een wonderlijke, golfsgewijze transformatie heeft ondergaan, van engel tot voetveeg, van non tot snol, van drankorgel tot dame en van hete nachtzuster tot held.

Prentbriefkaart uit de National Library of Medicine-collectie met een verpleegster als pin-up.Beeld U.S. National Library of Medicine

Wie zich daar geen voorstelling van kan maken: check vooral even de collectie van de Ameri­kaanse verpleegkundige Michael Zwerdling, een verzameling van 2.588 ansichtkaarten, waarin de stereotypen van verpleegkundigen piekfijn worden geïllustreerd en gerubriceerd. In 2014 startte de Amerikaanse National Library of Medicine in Bethesda de reizende expositie Pictures of Nursing. Die expo is nu uitgereisd, maar gelukkig zijn de prentbriefkaarten nog online te vinden. Wie ‘Zwerdling Collection’ googelt, vindt ze zo.

Troostende engel

Een van de onschuldigste en toepasselijkste archetypen is die van de engelachtige, moederlijke verschijning die de zieken troost en verzorgt. Oudste bekende voorbeeld: de Griekse godin Hygieia, dochter van Asklepios, verpersoonlijking van de volksgezondheid en met een beetje fantasie de eerste geregistreerde verpleegkundige ooit – drie keer raden waar het woord hygiëne vandaan komt. Nadat in 427 voor Christus een kwart van de bevolking was bezweken aan ‘de plaag van Athene’ begon haar verering danig uit te breiden en werden er tempels en beelden aan haar gewijd.

Links: de Griekse Godin Hygieia. Rechts: Florence Nightingale, de Britse verpleegster die de stiel een nieuw aanzien gaf.Beeld U.S. National Library of Medicine en Getty Images

Ook ruim tweeduizend jaar later, in de tweede helft van de 19de eeuw, werden verpleegkundigen gezien als hemelse matriarchen. Op ansichtkaarten van Zwerdling staan ze afgebeeld met stralenkransen en vleugels, soms, in oorlogsjaren, uitgebreid met een vurig zwaard of schild: de verpleegkundige als koene strijder tegen tuberculose en andere ziekten. De aller­bekendste­ Engel van Barmhartigheid was uiteraard de veelbezongen dame met de lamp op wier verjaardag (12 mei) nog steeds de dag van de verpleging wordt gevierd: Florence Nightingale, de Britse die tijdens de Krimoorlog (1853-1856) het sterftecijfer van de soldaten drastisch naar omlaag wist te brengen, van 42 naar 2 procent, door hygiënische maatregelen te treffen. Een van haar belangrijkste aanbevelingen: handen wassen!

De allerstoerste frontengelen waren de Nederlandse Rosa Vecht en de Belgische Marie Somers, beter bekend als the Angel of Antwerp, die in 1914 niet alleen drie Britse mariniers uit een brandend Belgisch ziekenhuis redde, maar ook gruwelijke martelingen van de Duitsers zwijgend doorstond. Ook in de Tweede Wereldoorlog werden verpleegkundigen geëerd en aanbeden. Een kaart uit 1943 toont een Rode Kruis-verpleegster met de tekst: ‘the greatest mother in the world’. In dat licht gezien is het niet eens zo heel gek dat er op Moederdag een keer een patiënt van mijn moeder voor de deur stond, met een grote bos ­bloemen.

Waar zijn de mannen?

Behalve het hemelse en moederlijke archetype kent de Zwerdling-collectie ook nog de categorieën ‘koloniaal’, ‘particulier’, ‘militair’ en ‘carrière’, maar het voert te ver om die allemaal te behandelen. Wel noemenswaardig is dat de grote ontbrekende subcategorie die van de mannelijke verpleegkundigen is.

Logisch misschien, omdat mannen een beetje onzichtbaar zijn in de geschiedschrijving van de verpleging. Dat heeft een vrij prozaïsche oorzaak: waren religieuze ziekenbroeders herkenbaar door hun pij, voor lekenverplegers bestond er lange tijd geen witte beroepskleding, waardoor zij dus ook niet herkenbaar af te beelden waren. Dat ontbreken van een eigen tenue werd ene ‘verpleger Bestebroer’ in 1942 al te gortig, zodat hij in de pen klom en een pleidooi hield in het Tijdschrift voor ziekenverpleging. Hij had graag gezien dat ook verplegers en ambulancepersoneel een lange witte jas mochten dragen. Het bezwaar dat ze dan te veel op ‘den dokter’ zouden lijken, zo schrijft hij, “is mij te kleingeestig”. Bestebroers hartekreet haalde helaas niks uit. Mannelijke verpleegkundigen bleven kleding dragen die deed denken aan de huisjasjes van bedienden.

'Grey's Anatomy'. Goed voor meer dan 15 seizoenen drama en intrige tussen verplegend personeel, assistenten en dokters.Beeld 1996-98 AccuSoft Inc., All right

Wel een aparte en uitbundig geïllustreerde categorie in de Zwerdling-collectie is die van de romantiek: afbeeldingen waarop vrouwen in katzwijm vallen voor hun patiënt, maar minstens zo vaak is het object van hun verliefdheid een dokter – een beetje vergelijkbaar met het stereotiepe setje stewardess en piloot. Natuurlijk, dat er romances ontstaan op de werkvloer is logisch en in alle bedrijfstakken afdoende bewezen. Maar dat verpleegsters per definitie vallen voor (of op jacht zijn naar) knappe en/of rijke dokters is de afgelopen eeuw iets te gretig gesteld in talloze verpleegstersromans en televisieseries als Medisch Centrum West, ER en Grey’s Anatomy.

Stokoud stereotype

Nog interessanter en rijker geïllustreerd is de Zwerdling-categorie ‘saucy’, wat zoiets betekent als ‘uitdagend’ en ‘brutaal’. Het stereotype van het losbandige verpleegstertje is hardnekkig, zo blijkt, en stokoud. Het beeld wortelt in de tijd van de protestantse Reformatie in de 16e eeuw, toen de katholieke kloosters sloten en zusters hun traditionele ziekenverzorgende taken moesten neerleggen. Het verzorgen van al dan niet besmettelijke zieken door leken gold als laag in aanzien en dus weinig aantrekkelijk. Volgens Dan Gentile, de auteur van het artikel ‘A Brief History of Sexy Nurses’, stond in de VS het vak van verpleegkundige nog tot in de 19de eeuw dicht bij dat van prostituee, en werden beide beroepen vaak gecombineerd.

“Het wit symboliseert de smettelooze reinheid van zeden en gedachten, na den tijd van groote zedeloosheid, waarin de ziekenverzorgsters leefden in de 16e, 17e en 18e eeuw, geen overbodige eisch”, zo staat te lezen in het Tijdschrift voor ziekenverpleging uit 1918 in het artikel ‘Onze uniformen en wat er mede in verband staat’. Zelfs na de hervormingen van Florence Nightingale werden veroordeelde prostituees in New York voor de keuze gesteld: de gevangenis in of als verpleegster gaan werken.

Oppasseressen

Nightingales indrukwekkende modernisering ten spijt, midden 19de eeuw gold helaas nog steeds de opvatting dat nette vrouwen binnenshuis bleven. Verplegende nonnen in gasthuizen waren boven verdenking verheven, maar buitenshuis werkende ‘oppasseressen’, voorlopers van de latere verpleegkundigen, werden gezien als oneerbaar. Ook in het victoriaanse Groot-Brittannië, waar Charles Dickens in zijn boek Martin Chuzzlewit de voortdurend dronken, luie en corrupte verpleegster Sarah Gamp opvoerde.

Diaconessen uit Nederland in 1844.Beeld Inge Hondebrink

De diaconessen, een soort protestantse nonnen die zich vanaf 1844 in Nederland vestigden en eropuit gingen om zieken te verplegen, droegen daarom kleding die het midden hield tussen de tenues van nonnen en de uitdossing van nette, getrouwde burgervrouwen: alles om verwarring met ‘volksvrouwen’ te voorkomen.

Ook in alle lekenuniformen die sindsdien werden ontworpen stond voorop dat de betreffende dames simpel en fatsoenlijk gekleed moesten lopen, vaak met witte manchetten, schorten, kraagjes, kapjes, zwarte kousen en trutschoenen met lage, brede hakken. Alles was erop gericht om te tonen hoe keurig ze waren, zowel qua hygiëne als qua zeden. Dit laatste om de fantasie van de mannen met en voor wie ze werkten vooral niet te prikkelen. In de eerste dertig jaar van de 20ste eeuw werd het korset afgeschaft en kwam er hobbezakkerige reformkleding voor in de plaats.

Het synthetische blauw-witte Désirée-uniform, ontworpen door Constance Wibaut uit 1957.Beeld Inge Hondebrink

Toch had dit seksloze uniform in veel gevallen het tegenovergestelde effect. In de jaren dertig van de vorige eeuw wemelde het van de cartoons van de hot nurses, Betty Boop in strak uniform voorop. In de Tweede Wereldoorlog, zo illustreert ook de Zwerdling-collectie, lieten jonge verpleegkundigen de harten van gewonde soldaten sneller kloppen. En van zeelieden: Alfred Eisenstaedts wereldberoemde foto van de matroos die een verpleegster kust, genomen op Times Square, werd een icoon voor de overwinning op Japan – en voor de verpleegster als pin-up.

De iconische foto van Eisenstaedt op Times Square (1945).Beeld The LIFE Picture Collection via

Het pikante aura rond vrouwelijke verpleegkundigen bleef ook na de oorlog hangen, zeker toen in de jaren zeventig in de slipstream van de minirokken en hotpants ook de uniformjurken korter werden. Een en ander werd uitvergroot in strips met verpleegkundigen in korte jurkjes en tv-series als de eerder genoemde Benny Hill Show en het eveneens Britse Carry On Doctor, met actrice Barbara Windsor in een idioot kittig roze uniform. Ook Hot Lips uit M*A*S*H droeg weinig bij aan het deskundige imago van verpleegkundigen.

Kettingzaag

Rest ons het ruime assortiment aan halfblote verpleegsterkostuums die vandaag te koop zijn in erotiekwinkels en carnavalshops. De verpleegkundige en de sekswerker zijn voor sommigen blijkbaar nog steeds moeilijk uit elkaar te houden. Vandaar ook de talloze, pijnlijke verhalen over ongewenste intimiteiten, iets wat een ansichtkaart uit de Zwerdling-collectie wel erg plastisch illustreert: op de kaart uit 1980 staat een foto van een schreeuwende verpleegkundige met op haar schoot een flinke kettingzaag. Aan de muur hangt een anatomische poster van het mannelijke geslachtsorgaan. Bovenaan staat de tekst: ‘Ending sexual harassment’.

'Ending Sexual Harassment'-postkaart uit de eighties.Beeld U.S. National Library of Medicine

Geen wonder misschien dat na de mini-jurken de broekpakken ook voor vrouwelijke verpleegkundigen in zwang kwamen. In 1988 ontwierp de Nederlandse couturier Frans Molenaar zelfs een keurige collectie ‘Medisign’-broekpakken voor hem en haar. En toch: nog maar dertien jaar geleden, in 2007, eindigde de paragraaf over werkkleding van de Nederlandse Nationale Beroepscode voor verplegenden en verzorgenden met de woorden: “Dat ik zodanig gekleed ga dat ik zo min mogelijk aanstoot geef aan zorgvragers of ongewenst gedrag uitlok.” Sterk staaltje victim blaming avant la lettre. De eerste Belgische deontologische code voor verpleegkundigen uit 2004 luidt minder specifiek: “Bij de uitoefening van zijn beroep neemt de verpleegkundige een eervolle houding aan, die bijdraagt tot de faam van het beroep.”

Boris Johnson

Ook opmerkelijk: in 2006 berichtte Agence France Press nog dat 54 procent van de Britse mannen fantaseert over verpleegkundigen. Op nummer 2 stonden dienstmeisjes, op nummer 3 stewardessen – opvallend genoeg alle drie dienstverlenende beroepen. Bij de ondervraagde vrouwen bestond de top 3 uit brandweermannen, soldaten en zakenmannen. Helemaal onderaan de lijst eindigden politici.

Over politici gesproken: wie de speech van Boris Johnson na zijn ontslag uit het ziekenhuis zag, weet dat deze politicus óók heel warme gevoelens heeft voor verpleegkundigen. Maar: eerbiedige gevoelens, voor mensen die welhaast onherkenbaar waren onder hun beschermende kleding, brillen en mondkappen. Johnson zei: “Ik wil alle verpleegkundigen bedanken. Mannen en vrouwen die mij fantastisch hebben verzorgd (...) ik wil Po Ling en Shannon en Emily en Angel en Connie en Becky en Rachel en Nikki en Anne bedanken. En ik hoop dat ze het niet erg zullen vinden als ik in het bijzonder twee verpleegkundigen noem die 48 uur aan mijn bed hebben gestaan toen het nog de verkeerde kant op had kunnen gaan (...).”

Het Franse modeblad Elle maakte eind maart een cover met veertien verpleegkundigen en artsen, ook deze krant bracht vier weken geleden een aantal portretten van vermoeide verpleegkundigen en hun collega’s aan de frontlinie. Waarmee, laten we het hopen, het imago van verpleegkundigen, die tegenwoordig staan te zwoegen onder lagen beschermende overkleding, weer een beetje terug is bij dat van de godin Hygieia: de aanbedene. Uiteráárd houden we voortaan onze goedgewassen handen thuis: we hebben ze hard nodig om te klappen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234