Dinsdag 19/01/2021

de merckx-jaren van Walter Pauli

Ik ben geboren in 1965, het jaar dat Eddy Merckx 'beroepsrenner' werd, zoals dat toen heette. Merckx kondigde zijn afscheid aan in 1978, het eerste jaar van mijn middelbaar onderwijs, het begin van mijn puberteit. Daartussen lagen de gelukkige jaren: de era van Eddy Merckx, en mijn kindertijd.

Jazz Bilzen, de golden sixties en de gele trui

ls er één uurwerk zich met wielrennen associeerde, dan Pontiac. Dat kwam natuurlijk door die inventieve reclameslogan nadat de voortvarende Wim Van Est in het ravijn van de Aubisque was gedonderd, 40 meter viel, maar het er levend van afbracht. Dat werd: 'Zijn hart stond stil, maar zijn Pontiac klopte nog.' Sindsdien associeerden wielerfans horloges met Pontiac.

Behalve in Bilzen. Daar moest Pontiac jarenlang de concurrentie van Rodania duchten. Rodania zorgde immers voor het geluid van de koerswagen bij de Nacht van Bilzen. In mijn herinnering is er niets fijners, niet zaligers dan de zomerse augustusdagen in Bilzen. Eerst de Nacht van Bilzen, kijken naar Eddy Merckx in zijn gele trui. Een paar weken later Jazz Bilzen, het stadje vol 'jazzmannen' - dat was toen plaatselijk dialect voor langharige jeugd in jeans of hippere kledij. (Tot ver in de jaren tachtig heette in Bilzen een jongen met haar tot over de schouder 'een jazzman'. Spreek niet uit op zijn Engels, maar wel op zijn Limburgs: met twee 'aa's', een beetje langgerekt: jázz-mánn.) Op Jazz Bilzen zongen Ike en Tina Turner dan hun sidderende versie van 'River Deep, Moutain High'. Yeah yeah.

Het zijn herinneringen om te koesteren, die Nachten van Bilzen. Al van ver klonk de reclamajingle door de luidspreker op het dak van de wedstrijdwagen: 'Rodania! (Tá-tá-tá-táá!) En wij kinderen liepen dan vrolijk met een rennerspetje op het hoofd. Onze ouders hadden er twee gekocht, één van Merckx, één, om God weet welke reden, van Gimondi. Mijn broer had als peuter een geweldig groot hoofd, en hij kreeg het Merckx-petje gewoon niet opgezet. Dat was mijn grote geluk. Ik liep met de enige echte Eddy op mijn hoofd, Wim heeft zijn kindertijd lang de last van Gimondi moeten torsen.

Heerlijke avonden waren dat, die Nachten van Bilzen - zo heette het na-Tour-criterium dat jarenlang door de straten van dat Zuid-Limburgse stadje werd verreden, tot het een stille dood stierf, bij gebrek aan vedetten en dus toeschouwers.

In de jaren zestig en zeventig zakten duizenden mensen naar Bilzen af, en ze keken zich de ogen uit. Er was aan vedetten dan ook geen gebrek. Ik zie ze nog rondrijden: de betreurde Jean-Pierre Monseré met zijn jongenslach. Joop - en iedere keer dat hij voorbij ons huis passeerde, élk rondje, riepen de drie zonen van dokter Dops, onze overbuur: 'Zuurmelk!' Nederlandse namen waren voor ons, jochies uit Zuid-Limburg, een bron van vermaak. Humor voor kinderen, maar toch: naast wielrenner Zoetemelk hoorden we van voetballer Suurbier. Gniffel gniffel.

We keken vol bewondering naar Gianbatista Baronchelli, een lange, gebruinde man in die mooie trui van Scic: wit, met aan de zijkant een brede verticale strook in het zwart. We zagen lefgozer Roger De Vlaeminck in zijn Brooklyn-trui, chewing gum die verpakt was in een Amerikaanse vlag. We supporterden voor Frans Verbeeck en Herman Vanspringel, niet het minst omdat die twee zich thuis kwamen omkleden. Dat was toen de gewoonte: renners dienden zich aan in de Kloosterstraat, in café Het spurtend wiel - echt waar, zo heette dat. Mensen vonden het een hele eer dat wielrenners zich in hun huis kwamen omkleden. Eddy Merckx en zijn ploeg waren onbereikbaar. Die werd al jaren vooraf 'besproken', vooral door de bestuursleden van Het spurtend wiel onder elkaar, of door een of andere sponsor. Maar er waren in die tijd nog goede renners. En zo had de familie Pauli ook haar huisgasten, Herman Vanspringel en Frans Verbeeck, af en toe met ploegmaats. Die kleedden zich dan om in de jongenskamer van mijn broer Wim en ik. En achteraf lieten ze dan een petje achter, of, nog meer gegeerd, een drinkbus. En één keer vonden we 's avonds een lege spuit. Die pakte papa prompt af, en werd vervolgens aan de familie getoond. En allemaal grinniken, en knipogen. Wie durft zeggen dat 'men' vroeger niets wist of nooit gehoord had van doping, die liegt.

Er was ook een interessante en voor het grote publiek nauwelijks zichtbare nevencompetitie tussen de renners die zich in eenzelfde woning omkleedden. Ze moesten immers een na een in hetzelfde bad. Zoals dat in die tijd was, vier of vijf man na mekaar in bad, dat wilde zeggen dat de laatste met koud water zat. Frans Verbeeck was onklopbaar in die specialiteit. Ooit reed hij lek, een ramp in Bilzen. Het parcours was amper een kilometer lang, vandaar dat er een rondje of honderd werd gereden. Leuk was dat voor het publiek, maar sneu voor de renners, die horendol werden van dat bocht-bocht-bocht-parcours. Verbeeck liet zich dus inlopen door het peloton, reed vervolgens als 'gedubbelde' de koers uit. 'Uit' is een groot woord: toen de groep in de laatste ronde voor ons huis passeerde, stapte hij ineens van de fiets. Sprintje, snel het bad in. Als eerste van vier.

Verbeeck won ooit zo'n Nacht van Bilzen, net zoals Walter Godefroot (mijn persoonlijke held, want de Walter-der-Walters). We keken niet naar Merckx in het geel, we gaapten hem aan. En overal klonk het: Ed-dy! Ed-dy!

Eddy Merckx was een renner van zijn tijd. Hij wint zijn eerst grote amateurkoersen in 1963, het jaar dat Martin Luther King in Washington orakelt: 'I have a dream', en die dag zingen Bob Dylan en Joan Baez samen van 'The times they're changing, en 'The answer is blowing in the wind'. Het zouden Merckx' credo's kunnen geweest zijn. De wind waaide oude waarheden weg. Er stonden spannende tijden op stapel, originele dagen. De sixties, ze begonnen pas in de helft van het decennium en liepen door tot halfweg de jaren zeventig. Tot... ja, tot wanneer? De oliecrisis dateert uit 1973, en ineens is het uit met het ongebreidelde optimisme. In mijn beleving is het geen toeval dat uitgerekend dan Merckx de Tour eens niet wint.

Het is uiteraard breder dan Bilzen. Merckx in zijn gele trui is een icoon van de golden sixties. Ook in de sport was namelijk l'imagination au pouvoir, zoals studenten op Parijse muren kalkten. Mei 1968, weet u wel. Wel, op 21 mei 1968 startte de Giro d'Italia waarin Eddy Merckx op de Tre Cime di Lavaredo stunt zoals niemand het had durven verbeelden. Ook in de sportwereld waren het tijden van ongebreideld optimisme. Is het echt louter toeval dat precies in de tijd van Merckx zoveel sporten hun absoluut hoogtepunt beleefden? Neem het voetbal. Tussen 1966 en 1974 had Brazilië zijn Pelé, Nederland zijn Cruijff, Portugal zijn Eusebio, Engeland de beide Bobby's (Moore en Charlton), en Duitsland de generatie van Beckenbauer, Maier, Müller en Netzer. En Mark Spitz in het zwemmen. En Mohammed Ali, eerst nog Cassius Clay, in het boksen. Zelfs het schaken had Bobby Fischer. Golden sixties, zeker weten. En dat werd besloten met die geweldige sprong, op de Olympische Spelen van Mexico, van Bob Beamon. Een sprong naar een nieuw record, een nieuwe tijd. Doen wat tot dan ondenkbaar was. Studenten in Parijs en Leuven, flowerpower op Woodstock, Neil Armstrong op de maan. Op de tv de eerste afleveringen van Star Trek, to boldly go where no one has gone before. Toeval bestaat niet, als juist dan Merckx op Tre Cime en Tourmalet tot de hemel rijkt. 'River Deep, Mountain High' - Eddy Merckx wist er alles van. Wij hoorden de muziek, verstonden de woorden niet, maar humden vrolijk mee. Kinderen van de sixties, met Eddy Merckx als icoon. Merckx, die stond voor hoop, voor lef, voor de levenswijsheid dat vechten voor de goede zaak wel zeker de moeite loont. In deze barre tijden zijn er slechtere herinneringen om te koesteren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234