Maandag 13/07/2020

DossierZelfdoding

De mentale beproeving van de lockdown: ‘Toen heb ik beslist: ik wil niet dood. Ik wil léven’

Beeld thinkstock

De lockdown was voor iedereen een mentale beproeving. Maar wat als je leven ook zonder corona al geen wandeling in het park was? Waren de voorbije maanden dan de druppel die de emmer deed overlopen, het laatste duwtje richting de afgrond? Of blijft de voorspelde tsunami aan psychisch leed voorlopig uit?

Rob: “Op een dag heb ik mijn fiets genomen en ben ik naar het station gefietst. Ik had al heel lang geen suïcidegedachten meer gehad, maar opeens kwam er van alles samen: de coronacrisis, een bericht van een ex dat ze een nieuwe relatie had, en een gebrek aan structuur in mijn dagen. Samen creëerde dat een perfecte storm in mijn hoofd. Ik werd helemaal gek. Aan de sporen stond ik te kijken hoe een goederentrein kwam voorbijgedenderd. ‘Kijk maar eens goed hoe snel dat gaat’, zei ik tegen mezelf. Toen heb ik beslist: nee, ik ga het niet doen. Ik wil niet dood, ondanks de wanhoop. Ik wil léven. Ik heb een ervaringsdeskundige gebeld en mijn verhaal gedaan. Daarna ben ik een paar dagen op adem gekomen in een herstelhuis. Sindsdien heb ik weer rust.”

Rob – hij getuigt liever niet onder zijn echte naam – is een jongeman met een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS): “Die heb ik overgehouden aan een jeugd van verwaarlozing, mishandeling en misbruik.” Nochtans ging het goed met hem toen corona losbarstte.

Rob: “Ik had een coach op wie ik wekelijks een beroep kon doen, werkte op een sociale werkplek en had ook een betaalde baan bij een bloemist. Dat viel allemaal weg.

“Vóór corona had ik lang geen drank of drugs meer aangeraakt, maar nu ging ik toch weer gebruiken. Zo belandde ik bijna in een psychose. In volle coronacrisis wakkerde mijn psychosegevoeligheid mijn paranoia aan. Op een bepaald moment dacht ik dat ik kon voorvoelen wat er met de aarde zou gebeuren. Ik was ervan overtuigd dat er een derde wereldoorlog zat aan te komen, dat soort dingen. Die angst en paranoia hebben me naar de sporen gedreven.”

Was Rob toen voor die goederentrein gesprongen, dan was hij nu een Covid-19-slachtoffer dat buiten de statistieken valt, collateral damage van een respiratoir virus. Voorlopig hebben we er nog het raden naar of de coronacrisis het aantal zelfdodingen de hoogte zal injagen, zegt suïcide-expert Gwendolyn Portzky (UGent).

Gwendolyn Portzky.

Portzky: “Op de officiële suïcidecijfers, op basis van overlijdenscertificaten, is het altijd lang wachten. De cijfers van 2018 verwachten we pas tegen het najaar. De enige cijfers waarover we al beschikken, zijn de suïcidepogingen, die ons worden doorgegeven door de spoedopnamediensten van de Vlaamse ziekenhuizen. Van een zevental kregen we al cijfers door. Daaruit blijkt dat er sprake was van een daling in de eerste zeven weken van de lockdown.”

Terwijl we eerder een toename zouden verwachten.

Portzky: “We moeten voorzichtig zijn met die cijfers. Betekent de daling echt dat er minder pogingen waren? Of werd de registratie bemoeilijkt door de uitzonderlijke situatie in de ziekenhuizen?

“Een pandemie op deze schaal hebben we nog nooit meegemaakt. Het enige waarmee we enigszins kunnen vergelijken, is de periode van de Spaanse griep. Toen werden in Europa ook lagere suïcidecijfers opgetekend, maar we doen er goed aan die met een korrel zout te nemen: we weten niet hoe betrouwbaar de registratie was in de jaren 1918-1919 – het stigma rond zelfdoding was nog veel groter. Maar ook na de aanslagen van 9/11 hebben wetenschappers in de VS een duidelijke daling van de zelfmoordcijfers vastgesteld.”

Weten we waarom?

Portzky: “Experts hebben het over het sociale cohesie-effect: het gevoel gezamenlijk een trauma te moeten dragen, zorgt voor minder suïcides. Dat zie ik ook bij mijn patiënten: een aantal heeft het nu moeilijker, maar met een deel gaat het beter dan vóór de crisis. ‘Ik moet hier niet alleen door’, zeggen ze. ‘Iedereen maakt dit mee.’ Ze zijn het gewoon zich sociaal afgesloten te voelen, maar nu even niet.”

Ze voelen zich geen buitenbeentje meer?

Portzky: “Doorgaans voelen ze zich de uitzondering: ‘Ik ben degene die altijd faalt.’ Dat geeft een eenzaam gevoel en dat is nu even weg. We moeten voorzichtig zijn, maar we vermoeden dat de suïcidecijfers in volle crisis lager zullen liggen dan normaal.”

Midden in de coronacrisis belandde Patrick (59), die met een bipolaire stoornis leeft, in een depressie. Maar tot zijn verbazing bracht die hem niet tot aan de rand.

Patrick: “Ik piekerde meer, maakte me zorgen over werk, familie en toekomst, voelde me onzeker en eenzaam. Ik heb wel een liefdevolle partner en twee kinderen uit een vorige relatie, maar ik miste de sociale contacten met collega’s en vrienden. Op den duur schoten mijn drive om te werken en actief te leven er volledig bij in. Alle goesting was weg.”

Het was niet je eerste depressie.

Patrick: “Ruim tien jaar geleden maakte ik het al mee, maar het grote verschil was dat ik dit keer geen last had van zelfmoordgedachten. Het was minder hopeloos. Destijds zei ik tegen mezelf: als ze nu het licht uitdoen, zou ik content zijn. Nu niet. Ik voelde mijn levensdrive wel wegzakken, maar niet zo diep dat het me allemaal te veel werd.”

Vreemd, want toen kwam er géén lockdown bovenop je depressie.

Patrick: “In die periode zat ik in mijn eigen lockdown: ik had me volledig afgesloten van mijn omgeving. Het was tijdens de kerstperiode. Ik weet nog hoe verschrikkelijk ik al die kerstliedjes vond. Als je in een depressieve fase zit en iedereen rond je praat alleen over cadeautjes en feestjes, ga je eronderdoor. Deze keer was het anders: ik luisterde op de radio naar lockdownprogramma’s zoals We zullen doorgaan op Radio 1. ’s Avonds applaudisseerde ik voor de zorgverleners. Dat gaf me hoop. Verbondenheid, dat maakte het deze keer anders. Die sociale connectie, zelfs vanuit je kot, houdt je in leven.

“Ik zag zoveel berichten van steun op sociale media. Natuurlijk weet ik dat mensen niet snel zullen posten: ‘Ik zie het niet meer zitten.’ Maar waar vroeger de berichten individueler waren, is nu de ondertoon: we zijn nu even niet samen, maar we zijn er toch voor elkaar. De virtuele knuffels maken een verschil.”

Ben je blijven werken?

Patrick: “Zes weken geleden ben ik in ziekteverlof gegaan. In het begin zat ik met een schuldgevoel – ik wilde mijn verantwoordelijkheid niet ontlopen – maar thuiswerken lag gewoon heel moeilijk voor mij. Nu, na zes weken, voel ik me weer opgeladen. Het klinkt melig, maar ik heb weer zin om ertegenaan te gaan. Mijn werkgever heeft ook veel meer begrip voor de situatie dan mijn vorige baas, tien jaar geleden. Hij begreep niet dat ik, door mijn bipolaire stoornis, soms zeer goed werkte en dan weer periodes slecht. Hij wilde dat ik permanent goed functioneerde. Na een depressie heeft hij me ontslagen, terwijl ik nu begrip krijg van mijn werkgever en collega’s: ‘Patrick, neem je tijd.’

“Op psychische kwetsbaarheden rust nog altijd een enorm stigma. Vroeger zeiden mensen over een depressie: ‘Draai gewoon de knop om in je hoofd, recht je rug en ga er weer voor.’ Zo werkt het niet. Je hebt tijd, inzicht en hulp nodig. Corona en de lockdown leken dat allemaal wat meer bespreekbaar te maken. Iedereen ervaarde hoe het voelt om kwetsbaar te zijn en in een mentale of sociale lockdown te zitten. Plots hoorde je zeggen: ‘Ik begrijp dat mensen het lastig hebben.’ Dat lucht op.”

GOED GEAMUSEERD

Marleen Gheldof, psychotherapeut bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Andante in Antwerpen: “In normale tijden staat onze telefoon roodgloeiend, maar in het begin van de lockdown viel hij opeens stil. Misschien had het te maken met de eerste stressreactie op de crisis: mensen hadden hun handen vol met de reorganisatie van praktische zaken – school, opvang, werk – en probeerden zich aan te passen aan een wereld die plots minder vertrouwd was. Hulp zoeken voor psychische problemen is dan voor velen niet het eerste wat ze doen. In oorlogstijd zijn er geen neuroses, zegt men. Kennelijk is daar iets van aan. De echte impact van deze crisis zal zich wellicht later laten voelen, als de nasleep zichtbaarder wordt en als mensen door hun reserves zitten, die ze in de acute fase hebben moeten aanspreken. Maar voorlopig is het zeker niet allemaal kommer en kwel. Ik hoor verhalen van cliënten die zeggen: we doorstaan dit beter dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. In nood beschikken ze over een veerkracht die ze zelf niet kenden.”

Marleen Gheldof.

Carine (56) had vroeger moeite met het jachtige tempo van de samenleving. Door haar aandoeningen – ze worstelt met een complexe PTSS, hoogsensitiviteit, chronischvermoeidheidssyndroom en fibromyalgie (een aanslepende pijn over het hele lichaam) – lukt het haar niet om aan te haken. Tot corona kwam en het hele land stilviel.

Carine: “Opeens voelde ik me minder abnormaal. En niet alleen dat: ik heb me de voorbije maanden zelfs goed geamuseerd. Fysiek kan ik niet goed uit de voeten en ook financieel zit ik met beperkingen – ik leef van een invaliditeitsuitkering. Veel activiteiten buitenshuis kan ik doorgaans niet doen, maar door de lockdown kwamen veel creatievelingen met een gratis onlineaanbod. Ik heb me daar volledig op gegooid: webinars, yogalessen, meditatieoefeningen, een workshop ‘Het creatieve dagboek’... Normaal ben ik erg gevoelig voor prikkels en zijn drukke lokalen niets voor mij, maar nu hoefde ik niet bang te zijn voor drukte of lawaai: alles gebeurde vanop afstand. Het voelde alsof de wereld opeens op mijn maat was gemaakt. We matchten beter.”

Kunnen onlinecursussen het echte contact vervangen?

Carine: “Nee, maar ook daar hielp de lockdown een handje. Enkele vrienden die normaal een druk professioneel leven hebben, hadden nu meer tijd. We zijn nog nooit zo vaak samen gaan wandelen als de voorbije maanden. Mijn therapie viel grotendeels weg, maar ik haalde zoveel energie en steun uit mijn nieuwe bezigheden, dat ik verder kon. Ik heb mijn medicatie zelfs kunnen afbouwen.”

Hoe verklaar je dat je de lockdown zo goed doorstond?

Carine: “Ik denk dat ik er beter tegen opgewassen ben: isolement hoort bij mijn leven. Mensen met drukke sociale agenda’s leden eronder dat de hele wereld achter slot en grendel ging, maar ik was het binnenblijven en alleen-zijn gewoon. Ik had al een coping mechanism klaar, terwijl anderen daar nu pas naar op zoek moesten. Ik kan me voorstellen dat sommigen daardoor straks tegen een muur knallen.

“Ik heb ook moeilijke momenten gehad, hoor. Met Pasen was iedereen zo hard met zijn eigen gezin bezig, dat ik me vreselijk eenzaam begon te voelen in mijn bubbel-van-één. Toen heb ik een keer naar Tele-Onthaal gebeld, om met iemand te kunnen babbelen. Met de versoepelingen schoot ik ook niets op: ik heb geen tuin, gezin of kinderen. De enige versoepeling waarop ik zat te wachten, was het moment waarop ik terug naar mijn behandelingen mocht, zoals naar de osteopaat. Dat was de eerste keer sinds de lockdown dat ik weer werd aangeraakt door een mens. Ik had verwacht dat het veel emoties zou losmaken, maar het viel mee. Ook in huidhonger ben ik kennelijk beter getraind dan een ander.”

Jij wilt liever niet terug naar de normaliteit?

Carine: “Niet echt. Ik voel nu al dat de rust aan het wegtrekken is en de stress terugkeert. Het onlineaanbod verdwijnt weer achter de betaalmuur, de vrienden zijn aan het werk. Ik hoop dat er toch iets van de verstilling blijft hangen. Natuurlijk wil ik niet dat mensen ziek worden of sterven, maar als er straks een tweede lockdown komt, zou ik er niet rouwig om zijn. Op tijd en stond een vertraging van de maatschappij zou iedereen deugd doen.”

MANNEN MET ZORGEN

Bij de Zelfmoordlijn stellen ze geen stijging vast van het aantal oproepen.

Kirsten Pauwels van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding: “Corona zal mensen niet suïcidaal maken, maar wie al met suïcidale gedachten worstelde, heeft het wel moeilijker gekregen. Meer dan een derde van onze bellers zegt expliciet dat ze last hebben van de situatie en de maatregelen. Ze voelen zich eenzamer, hebben meer angsten, meer problemen met de kinderen, meer juridische of financiële problemen. We houden ons hart vast voor straks. Hoe moet het verder als alles weer helemaal op gang komt en mensen geconfronteerd worden met de gevolgen? We verwachten op middellange termijn een grotere impact.”

Kirsten Pauwels.

Portzky: “Dat is ook mijn grote angst. Iedereen moet terug naar het normale leven, maar de gevolgen – verlies van job, inkomen, relatie – zullen voor sommigen heel zwaar zijn. Wetenschappelijke studies zijn unaniem: tijdens een zware economische crisis zien we vaak een stijging van de zelfmoordcijfers. De economische crisis van 2008 zorgde ook voor een toename, al viel die bij ons mee en was ze enkel in 2011 even merkbaar in de cijfers.

“We worden nu al om de oren geslagen met doembeelden: het zal nog jaren duren voor de economie zich hiervan herstelt! Zelfstandigen gaan massaal op de fles! Die berichten versterken het effect nog.”

We moeten ons vooral zorgen maken over mannen van middelbare leeftijd die hun job dreigen te verliezen, lees ik.

Portzky: “De effecten van een economische crisis zien we sowieso vooral bij de actieve bevolking – studenten of bejaarden blijven gespaard. Financiële problemen treffen mannen ook harder dan vrouwen, omdat zij vanuit het traditionele genderpatroon nog altijd meer druk voelen: ze moeten voor hun gezin zorgen en geld in het laatje brengen. Je werk kwijtraken op je 50ste is ook een ander verhaal dan je job verliezen op je 30ste.

“Mannen van middelbare leeftijd vormen al langer een groep waarover we ons zorgen maken. De voorbije jaren zijn de suïcidecijfers in Vlaanderen mooi gedaald. Bij mannen gaat het over een daling met 27 procent, bij vrouwen met 26 procent, verspreid over alle leeftijden. Logisch, er is het voorbije decennium in Vlaanderen veel geïnvesteerd in suïcidepreventie. Maar bij één leeftijdsgroep zien we die daling niet of nauwelijks: de groep tussen 45 en 59 jaar. Daar doen we nu volop onderzoek naar: waarom hebben alle preventieve acties geen invloed op die leeftijdscategorie?”

Gheldof: “Voor de boodschap die we met de geestelijke gezondheidszorg willen brengen, is het nu zoeken naar een moeilijk evenwicht. Aan de ene kant doen we er niet goed aan om nu al grote alarmboodschappen de wereld in te sturen: die dragen alleen maar bij tot een sfeerschepping die we kunnen missen, én we kunnen nu eenmaal niets voorspellen. We hebben nu vooral nood aan hoopvolle, verbindende boodschappen die ons door de crisis loodsen. Tegelijk treffen we achter de schermen al allerlei voorbereidingen, omdat we toch een toename van het aantal hulpvragen verwachten. We moeten die toevloed – of het een tsunami wordt, laat ik in het midden – straks wel aankunnen.”

‘IK WIL DOOD’

Voor Pascale (54) mag de coronacrisis stilaan stoppen: ze zit nu al op haar tandvlees.

Pascale: “Mijn man worstelt met een drankprobleem. Vijftien jaar geleden kwam daar de diagnose van bipolaire stoornis bij, en de alcohol heeft intussen zijn brein aangetast. Tien jaar geleden heeft hij in een paar weken twee zelfmoordpogingen ondernomen, gevolgd door een jarenlange depressie en een manische periode. Het heeft ons gezin ei zo na gekraakt, maar we vonden uiteindelijk toch een manier om te overleven.

“Overdag kon mijn man aangepast vrijwilligerswerk doen. Een paar dagen per week ging hij naar een vrijetijdsgroep voor mensen met een psychische beperking: ze kaarten samen en doen af en toe een uitstap. Werd het ons echt te veel, dan kon hij voor een kort verblijf naar een soort psychiatrisch hotel. Van de ene op de andere dag viel dat allemaal weg. Van ’s morgens tot ’s avonds zaten we zelf met de zorgen. Zijn toestand verslechtert zienderogen. Ik durf hem niet meer alleen thuis te laten, zelfs niet om naar de bakker te gaan. ’s Nachts houdt hij het hele huis wakker, omdat hij naar beneden gaat en zo lang wegblijft dat ik begin te denken: hij zal toch weer geen overdosis pillen slikken? Ik voel dat ik er zelf onderdoor begin te gaan. Mijn grote hoop is dat hij straks toch ergens terechtkan voor een kortverblijf en dat ik als mantelzorger even rust heb.

“Vóór de crisis ging ik maandelijks naar een lotgenotengroep. Die gaat nu twee keer per maand online door, maar ik heb niet altijd zin om deel te nemen: de miserie van anderen kan er nu even niet bij. Ik begrijp dat alle hulp zich nu op corona concentreert, maar ik vrees dat gezinnen zoals wij het straks zwaar zullen bekopen.”

Dan stelt Els (35) het op dit moment beter.

Els: “Al is dat in het begin van de lockdown wel even anders geweest. (lachje) Ik sleur redelijk wat trauma’s mee uit mijn kindertijd – een complexe posttraumatische stressstoornis, is de diagnose – waardoor ik me het best voel als ik bezig ben. Van rust word ik onrustig. Toen de maatregelen werden ingevoerd, heb ik in enkele uren mijn overvolle agenda zien leeglopen. Ik werd er enorm angstig van. Het enige wat nog op mijn planning stond, was mijn afspraak met de psycholoog. Die zal ook wel niet doorgaan, dacht ik. En inderdaad...”

Gingen de sessies online door?

Els: “Ja. Eerst dacht ik: het is beter dan niets. Maar na een paar sessies zag ik het niet meer zitten. We hebben toen in levenden lijve afgesproken voor een wandeling – groentherapie, noemde mijn psycholoog het – maar het voelt niet bepaald veilig om over je diepste trauma’s te praten als je naast andere coronawandelaars door het bos loopt.

“Voor mensen die makkelijk overprikkeld raken, was de lockdown misschien een zegen, maar ik word zelfs onrustig van in de zetel naar tv te kijken. Het ontspant me totaal niet.”

Wat deed je om de onrust te bestrijden?

Els: “Ik doe al jaren vrijwilligerswerk bij Uilenspiegel, een lotgenotenvereniging voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Daar zochten ze nu vrijwilligers voor hun nieuwe Luisterlijn. Ik heb me daarvoor geëngageerd – ik wilde me nuttig maken in deze crisis.”

Is het wel verstandig om in zo’n precaire toestand de besognes van een ander erbij te nemen?

Els: “Mja. De telefoons en chats die binnenkwamen, waren erg uiteenlopend. Dan belde iemand: ‘Ik verveel me tussen mijn vier muren, mag ik met jou wat praten?’ Andere oproepen waren best heftig. Eén keer kreeg ik een meisje aan de lijn dat meteen zei: ‘Ik wil dood.’ Meer dan die drie woorden kreeg ik er niet uit. Ik heb haar de raad gegeven contact op te nemen met haar psychiater. Toen ze ophing, kon ik alleen maar hopen dat ze dat ook echt zou doen. Achteraf is er gelukkig nog een bedankmail gekomen: ze had haar psychiater gebeld en was opgenomen.”

Heb je zelf ooit met dat soort gedachten gezeten?

Els: “Vroeger wel, maar corona heeft die donkere gedachten niet teruggebracht. Vóór de maatregelen van kracht werden, heb ik even gedacht: dit wordt ontzettend zwaar. Maar ik kon mezelf altijd moed inpraten: het is maar tijdelijk.

“Net als veel mensen met een psychische kwetsbaarheid woon ik alleen. Het gebrek aan sociaal contact heeft zwaar op me gewogen. Gelukkig heeft mijn buurvrouw het op zich genomen om elke avond aan de voordeur een halfuurtje met me te praten – ze vond het zo zielig dat ik helemaal alleen zat en zelf was ze zo ook even verlost van haar kinderen. Ik ben haar daar heel dankbaar voor. Misschien vergis ik me, maar er is tijdens deze lockdown wel goed voor elkaar gezorgd.”

Ben je bang voor een tweede lockdown?

Els: “Ik weet dat de kans groot is, maar ik schuif die gedachte zo ver mogelijk voor me uit.”

DE PEDALEN KWIJT

Al wekenlang horen we de voorspellingen over ‘een tsunami aan psychisch leed’. Valt die nog tegen te houden?

Pauwels: “We moeten in elk geval blijven sensibiliseren, mensen aanmoedigen om contact op te nemen met hulpverleners en dat vooral niet uit te stellen. De overheid krijgt de zware taak ervoor te zorgen dat er straks voldoende hulp voorhanden is.”

Wat zeg je tegen iemand die met suïcidegedachten alleen thuis zit?

Pauwels: “Veel mensen zijn bang om het woord ‘zelfdoding’ te laten vallen. Ze denken: ik ga die persoon daarmee toch niet op gedachten brengen? Maar het probleem benoemen is precies wat je wél moet doen. De eerste stap naar hulp en preventie is erover mogen en kunnen praten.”

Iets wat je beter niet zegt, is: 'Je gaat toch niets doms doen, hè?’

Pauwels: “Daarmee minimaliseer je het. Stel dat iemand zegt dat hij het niet meer ziet zitten, dan kun je vragen: ‘Betekent dat dat je aan zelfmoord denkt?’ Het is moeilijker om die vraag te stellen dan om ze te krijgen.”

Wat als het antwoord is: ‘Ja, daar denk ik aan’?

Pauwels: “Dan vraag je door: ‘Wat denk je dan?’ ‘Ben je daar constant mee bezig?’ ‘Hoe concreet zijn die gedachten?’ Een menselijk, open gesprek.”

“Ik dacht dat ik wist wat ik moest doen om me beter te voelen – of toch in elk geval niet al te slecht,” vertelt Marleen, “maar dat was buiten corona gerekend.”

Marleen (38): “Ik heb een combinatie van een sociale angststoornis en een eetstoornis. Op mijn 17de ben ik voor het eerst opgenomen met anorexia en een depressie. Tot 2017 zat ik regelmatig in opname. Het begon pas beter met me te gaan toen ik de touwtjes van mijn behandeling in eigen handen nam. Twee jaar geleden heb ik een WRAP opgesteld: een Wellness Recovery Action Plan – in Nederland is zoiets bindend, hier niet. Het is een ‘gebruiksaanwijzing’ voor hoe ik mezelf wil helpen en hoe ik wil dat anderen me helpen, als het weer slecht begint te gaan. Welke hulpverleners mogen me helpen? Naar welke ziekenhuizen wil ik? Welke medicatie wil ik nog krijgen? In het verleden heb ik een paar negatieve ervaringen gehad, vandaar. Alleen had ik in dat hele document totaal geen rekening gehouden met een pandemie.

“Bijna alles wat ik had opgeschreven onder ‘Wat kan ik doen om me beter te voelen?’ werd half maart plots illegaal: contact zoeken met vrienden, een knuffel vragen als ik er één nodig heb. Ook mijn hobby’s stonden op dat lijstje. Het klinkt misschien banaal, maar ik zing en dans in een groep. Dat gaf me letterlijk een plaatsje in de samenleving. Toen alles stopte, kreeg ik het heel moeilijk. Moeilijker zelfs dan ik in eerste instantie had verwacht. Ik kan mezelf goed bezighouden en kon van thuis uit werken, maar ik was plots mijn plek in de wereld kwijt.

“Wat me vooral stoorde: zodra er over de exit gesproken werd, was het duidelijk dat de economie op de eerste plaats kwam. Ergens begrijp ik dat wel, maar ik voelde me enorm afgewezen en niet gehoord. Het was zo erg dat een onschuldige opmerking van vrienden over de economie me helemaal kon onderuithalen. Rond Pasen zat ik heel diep. Op dat moment stond ik niet meer in voor mijn eigen daden. Ik had het gevoel: ik ben de pedalen kwijt.”

Heb je iets ondernomen?

Marleen: “Ik heb geprobeerd zelfmoordpreventie te bellen, maar ik kreeg niemand aan de lijn bij Tele-Onthaal: alle lijnen waren bezet en ik moest het later opnieuw proberen. Ik slikte redelijk wat medicatie – geen overdosis, gewoon om voldoende te kalmeren. Ik weet niet waar ik de kracht vandaan heb gehaald, maar ik stuurde een whatsappje naar mijn zus: ‘Ben je nog wakker?’ Ik heb even met haar gepraat, tot de medicatie begon te werken. In eerste instantie was dat genoeg, maar omdat het al de tweede keer was dat het gebeurde, heeft mijn zus contact opgenomen met mijn huisarts.”

Wist je huisdokter hoe slecht het met je ging?

Marleen: “In normale tijden zie ik haar wekelijks, maar door de lockdown had ik haar een paar weken niet gezien. Ze had me gevraagd haar elke week te bellen, maar ik ben niet zo’n beller: ik ben altijd bang dat ik op een ongepast moment bel of dat ze belangrijkere dingen te doen heeft. Na het telefoontje met mijn zus heeft ze het Mobiel Crisisteam ingeschakeld. Dat heeft me heel goed geholpen. Toen ze me vroegen wat ze voor me konden betekenen, zei ik ronduit: ‘Ik wil gewoon deze weken doorkomen.’”

Hoe zijn ze daarin geslaagd?

Marleen: “Ik ben nogal perfectionistisch, waardoor ik de maatregelen tot in de puntjes wilde opvolgen. De mensen van het Mobiel Crisisteam hebben me doen inzien dat ik het beter wat soepeler kon aanpakken. Het heeft geen zin strikt in je kot te blijven, als je er daardoor mentaal onderdoor gaat. Het kan niet de bedoeling zijn het aantal Covid-doden laag te houden door het aantal zelfmoorden te laten stijgen.”

Hebben we te veel op de economische impact gefocust en de emotionele noden genegeerd?

Marleen: “Ja. Ik kan me perfect voorstellen dat er gezinnen zijn van tweeverdieners voor wie deze crisis goed doenbaar is. Dat is prima, maar er zijn ook redelijk wat mensen voor wie het anders is. In maart en april hoorde ik heel weinig mensen het opnemen voor singles of psychisch kwetsbaren. Pas sinds een paar weken komt daar begrip voor, maar misschien is het al te laat.

“Op sociale media merk ik dat mensen ofwel heel erg solidair worden, ofwel iedereen die het anders doet dan zij scherp veroordelen. Met dat laatste heb ik het heel moeilijk. Ik heb een sociale angststoornis en ben extreem gevoelig voor wat anderen van me denken. Mensen begrijpen niet wat een sociale angststoornis is. ‘Voor jou moet dit de ideale tijd zijn’, zeggen ze dan. ‘Geen sociaal leven, dus ook geen last van sociale angst.’ Maar het is veel ingewikkelder dan gewoon introvert zijn. Een sociale angststoornis gaat meer over bestaansrecht zoeken.”

Ik las al vaker dat de lockdown een zegen moet zijn voor introverte mensen.

Marleen: “Niet dus. Je blijft een sociaal wezen. Je blijft iemand over wie anderen oordelen, of het nu in real life is of via Zoom.”

Wat doet een lockdown met een eetstoornis?

Marleen: “Ik eet gezonder, omdat ik meer tijd heb om te koken. Maar gezond eten is een valkuil: ik kan daar heel makkelijk in doorschieten.”

Zijn je donkere gedachten nu helemaal weg?

Marleen: “Ja, omdat ik mezelf weer toesta meer mensen te zien. Dat heb ik nu wel geleerd over mezelf: ik haal veel energie uit contact met anderen. Mijn medemens als gevaar zien, dat is voor mij niet ideaal. Ik hoop dat het vertrouwen snel terugkomt en we weer dicht bij elkaar durven te komen.”

Met Rob gaat het intussen ook beter. De zware weken zijn achter de rug.

Rob: “Samen met mijn arts heb ik mijn medicatie wat verhoogd. Het is weer kalm in mijn hoofd. Het heeft me veel pijn, verdriet en tranen gekost, maar nu ben ik de coronacrisis zelfs dankbaar. Ik had laatst een heel mooi gesprek met een vriend, die zei: ‘Nu zit iedereen in crisis.’ Ik maak al vijftien jaar de ene na de andere crisis mee.”

Hoe kijk je naar de toekomst?

Rob: “Ik wil graag terug naar de normaliteit, naar het geluk dat ik voelde vóór deze crisis, maar het zou fout zijn om dat nu geforceerd te willen terughalen. Voor hetzelfde geld valt er over een maand toch opeens een bom op ons hoofd. Stephen Hawking zei het al: we leven in de meest gevaarlijke tijd voor onze planeet. Ik heb er een hard hoofd in. Los van mijn paranoia denk ik dat het einde nog lang niet in zicht is. En dan heb ik het heus niet alleen over de coronacrisis.”

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het nummer 1813 of op zelfmoord1813.be

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234