Vrijdag 07/08/2020

ReportageCoronavirus

‘De mensen vallen hier dood zoals mussen van het dak’: terug naar het zwaar getroffen Alken

In het najaar wil Alken zijn coronadoden eren. Tot dan blijven ze samen sterk.Beeld Eric de Mildt

Alken is zichzelf kwijt. Het Limburgse dorp verloor in een maand tijd veertig mensen door het coronavirus. ledereen telt af tot de lockdown voorbij is. ‘Ik heb het gevoel dat ik in een slechte droom zit. Zonder corona zou mijn familie er nog zijn.’

De zon schijnt in Alken en op een normale, doordeweekse middag zou dat betekenen dat de terrassen in de schaduw van de Sint-Aldegondiskerk vol zitten. Op het plein zouden fietsers af en aan rijden. Gejoel zou aanwaaien vanuit de speeltuin en het minigolfterrein, lopers zouden sprintjes trekken op de sintelbaan van de atletiekclub.

Maar normaal bestaat niet meer in Alken. Het dorp ten zuiden van Hasselt geeft een lege aanblik. Er zijn geen fietstoeristen, geen kinderen, geen terrassen. Alleen aan brouwerij Alken-Maes stopt af en toe een vrachtwagen. Op de parking van de Carrefour staat een tiental auto’s. Een werkneemster ontsmet de winkelkarren en zet ze in de juiste rij. Elke bezoeker heeft er eentje nodig, waarschuwt een bord aan de ingang. ‘Als er geen karren meer zijn, gelieve dan buiten te wachten.’

In de winkel loopt de helft van de bezoekers rond met een mondkapje. De sfeer is bedrukt. Aan de broodsnijmachine is met tape op de vloer afgeplakt hoeveel anderhalve meter is. “Daar ga ik niet binnen”, zegt een jonge vrouw verschrikt, nadat ze heeft gezien hoe in de rij met droge voeding twee shoppers elkaar rakelings kruisen. Aan de kassa hebben de rekken voor de impulsaankopen plaatsgemaakt voor pallets met voorverpakte chirurgische mondmaskers – 17,95 euro voor tien stuks – en flessen ontsmettingsalcohol.

In de kapel komt een moeder een kaarsje branden voor haar dochter. Beeld Aurélie Geurts

Tot zover het openbare leven in Alken. Fotograaf Eric verbaast zich erover hoe nauwgezet de weinige voorbijgangers zich aan de fysieke-afstandsregels houden. “In Gent is dat wel anders.” Maar dit is Limburg, de provincie die het zwaarst werd getroffen door het coronavirus. In de meeste Limburgse gemeenten schommelt de besmettingsgraad tussen vier en acht mensen per duizend inwoners; Alken spant de kroon met zeventien besmettingen op duizend. Buurgemeente Nieuwerkerken volgt met zestien besmettingen, dan Sint-Truiden met veertien besmettingen per duizend inwoners.

Drie aaneensluitende gemeenten, een donkere vlek in het zuidwesten van Limburg – verbonden door de spoorlijn Hasselt-Sint-Truiden en een steenweg die in de jaren 1980 aangevuld werd met een expresweg, precies om de dorpskern van Alken te ontlasten.

Je zou denken dat hier een superverspreider aan het werk is geweest – zoals Mattia, de zogenoemde patiënt nul in Italië die onbewust veel mensen aanstak. Maar daar heeft burgemeester Marc Penxten (N-VA) zijn twijfels bij. Als een volleerde stadsmarketeer wijt hij de hoge besmettingsgraad in zijn dorp aan het rijke verenigingsleven.

“Wij zijn een warme gemeente, iedereen hangt aan elkaar. Ik ben geboren en getogen in Alken, sta met twee voeten in de gemeenschap. Elke week is hier wel iets te doen – een straatfeest, een wijkbarbecue, een fuif van een vereniging.” Nee, Penxten weet het wel zeker: Alken is het slachtoffer geworden van zijn eigen hartelijkheid.

‘Jonkmannen’

In het verlaten gemeentehuis bereidt Penxten met de politiekorpschef en een gemeentefunctionaris de gefaseerde heropstart van het openbare leven voor. Zijn grootste bekommernis? “Alles! Er zijn zoveel vragen die op je afkomen dat je niet weet waar te beginnen. Iedereen belt mij op om te vragen: mag dit, kan dat? Het houdt niet op.” Maar Penxten houdt het hoofd koel. Dat heeft hij geleerd als ondernemer.

“In Alken hebben we altijd vooruitgelopen op de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad. Toen ik op 5 maart een mail kreeg waarin stond dat er in een klas twee kinderen uit aparte gezinnen besmet waren, wist ik meteen: niet goed. Een dag later belegde ik een crisisvergadering, waar ik bijna alleen zat. Verschillende mensen waren ziek. Onmiddellijk heb ik mijn personeel gevraagd van thuis uit te werken. Wie pas terug was van vakantie, heb ik in quarantaine gezet.” Een week later gingen in het hele land de scholen, de openbare ruimte en veel werkplekken dicht.

Dokters bevestigden Penxten achteraf dat twee besmettingshaarden het dorp hebben platgelegd. “Enerzijds waren er de mensen die terugkwamen van skireizen in Italië. In Alken is er een lange traditie om tijdens de krokusvakantie met een autobus op skireis te gaan. Het weekend daarop zijn er nog twee fuiven geweest – veredelde après-skiparty’s eigenlijk. Ik moet er geen tekening bij maken: daar zijn veel overdrachten gebeurd.”

Burgemeester Marc Penxten (N-VA): 'De mensen vallen hier dood zoals mussen van het dak.'Beeld Eric de Mildt

Het is vooral de samenstelling van de Alkense bevolking die de gemeente de das omdeed, zegt Penxten. “Nu we iedereen van mondmaskers moeten voorzien, heb ik gevraagd hoeveel 65-plussers wij precies hebben. Ik dacht duizend, maar uit het bevolkingsregister blijkt dat er van onze 11.500 inwoners 2.500 mensen ouder dan zijn 65 jaar. Die mensen besmetten elkaar als ze nog maar goeiedag zeggen. Bovendien hebben wij nogal wat jonkmannen – alleenstaande zonen van intussen hoogbejaarde mensen, die nog altijd bij hun ouders wonen.”

Om aan te tonen dat hij niet overdrijft, vertelt Penxten het verhaal van een koppel dat zijn 65-jarige huwelijksverjaardag vierde in een Alkens eethuis en die avond een ander koppel tegenkwam. De man van het eerste koppel raakte besmet met het coronavirus en overleed. Tien dagen later werd Cyriel, de man van het tweede koppel, ziek. Toen de hulpdiensten hem kwamen halen, was er zelfs geen tijd om hem aan te kleden. In pyjama en blootsvoets werd Cyriel in de ambulance gehesen.

De burgemeester haalt zijn gsm boven en laat enkele WhatsApp-berichten zien die Cyriels dochter hem stuurde. “Cyriel werd opgenomen op intensieve zorgen, waar ze hem moesten intuberen. Tien dagen lang werd hij beademd, tot het ziekenhuis plots belde met goed nieuws. Kijk, dit is de tweede foto die ik van zijn dochter kreeg: Cyriel in de auto, op weg naar huis.” Penxten klikt zijn gsm uit en zucht. “Het gaat razendsnel. De mensen vallen hier dood zoals mussen van het dak. In een maand tijd, van 15 maart tot 15 april, hadden we veertig sterfgevallen – normaal maar tien. Cyriel is het lichtpuntje waaraan we ons optrekken. Hij symboliseert dat er straks een post-coronatijdperk aanbreekt.”

Etenstijd in woon-zorgcentrum Cecilia. Hier vonden 16 van de 40 overlijdens in Alken plaats.Beeld Eric de Mildt

In de vrije basisschool ’t Laantje werkt directrice Kathlien Vanschoenwinkel met haar schoolteam aan een plan voor na de lockdown. “We zijn aan het nadenken hoe we de klassen van het eerste, tweede en zesde leerjaar kunnen opsplitsen, zodat elke leerling vier vierkante meter en elke leerkracht acht vierkante meter ter beschikking heeft. Dat zal wel lukken, al moet ik voor die ontdubbeling leerkrachten van het derde, vierde en vijfde leerjaar inzetten – wat betekent dat die leerkrachten op dat moment geen online-aanlooplessen kunnen geven.”

Vanschoenwinkel staat op een lege speelplaats. ’t Laantje is een van de drie basisscholen in het centrum van Alken. Normaal lopen hier 280 leerlingen rond. “Behalve in de paasvakantie zijn we nooit dicht geweest. We hadden elke dag een tiental kinderen in de opvang. Daar verwachten we straks meer kinderen dan op school, dus hoe we de fysieke afstand in de opvang gaan regelen, dat blijft voorlopig een vraagteken.”

Ondertussen gaan leerkrachten op het internet en in supermarkten op jacht naar handgel, zeep, mondmaskers, papieren handdoekjes en plastic handschoenen. De mama van een juf is voor elke leerkracht mondkapjes aan het naaien.

Het coronavirus tastte ook de schoolgemeenschap aan, knikt Vanschoenwinkel. “Op school was er weinig absenteïsme, maar er zijn tantes en nonkels van leerkrachten overleden. Veel grootouders van leeftijdsgenoten van mijn kinderen, die 19 en 21 jaar zijn, kregen met het virus te maken. Ik woon in het centrum van het dorp, waar het leven volledig stilviel. De eerste weken van de lockdown werd de stilte alleen onderbroken door het geluid van ambulances. Die sirenes, dat is wat ik altijd met deze periode zal verbinden.”

Het Amarylliskoor, dat in het schoolgebouw repeteert en waarvan Vanschoenwinkel lid is, deelde eveneens in de klappen. Zeker tien leden zijn ziek geweest, zegt de directrice. Telkens als er een appje binnenkwam van het koor, hield Vanschoenwinkel haar adem in. “Een koorlid van 52 jaar ligt nog op intensieve zorgen. Ze werd beademd, maar is nu bij bewustzijn. Het gaat stilaan de goede kant uit.”

Schooldirectrice Kathlien Vanschoenwinkel: ‘Zodra de scholen opengaan, zal het virus opflakkeren.’Beeld Eric de Mildt

De directrice wijst naar een winkel op straat. “Ook Pierre van de kinderkledingwinkel ligt nog altijd in het ziekenhuis. Hopelijk komt hij erdoor.”

De angst voor een opflakkering van het virus leeft in Alken. “En die gaat er komen zodra de scholen opengaan”, voorspelt Vanschoenwinkel. “Je kunt nog zo voorzichtig zijn, probeer kinderen van het eerste leerjaar maar eens duidelijk te maken dat ze elkaar niet mogen aanraken. En hoe moet het straks met het afscheid van de zesdejaars, die gewoontegetrouw sketches opvoeren tijdens hun diploma-uitreiking? Er zal plaats genoeg zijn voor de festiviteiten, maar zal het toegelaten zijn? We willen onze kinderen niet zomaar laten gaan.”

Alarmknop

Op het kerkhof van Terkoest, een woonkern net buiten het centrum, wordt duidelijk hoe het coronavirus het leven in Alken heeft ontwricht. Op de voorlopige zerk van het recentste graf prijken twee namen: die van Annie Appeltans, overleden op 16 maart, en die van René Renaerts, haar echtgenoot die veertien dagen later stierf, op 30 maart.

Nog voor René stierf, overleden ook zijn zussen: Laura Renaerts stierf op 17 maart, Ghislaine Renaerts op 23 maart, allebei aan Covid-19.

Eén familie, twee weken, vier doden: bijna niet te bevatten. “Wij beseffen het nog altijd niet”, zegt Gert Neutelaers, de zoon van Ghislaine. “Ik heb het gevoel dat ik in een slechte droom zit – alleen word ik maar niet wakker. Je kunt zeggen: het zijn oude mensen en negentig jaar is mooi. Maar dat is geen troost. Hun verhaal was nog niet ten einde. Zonder corona zou mijn familie er nog zijn.”

Annies overlijden is het enige wat de familie niet met corona associeert. Ze was al langer ziek en verbleef in een woon-zorgcentrum. Opgeleefd, zegt Neutelaers. “Maar tante Laura had geen klachten. Onlangs vierden we haar negentigste verjaardag. Ze kwam een dag eerder dan mijn moeder in het ziekenhuis terecht. Samen hebben ze nog op dezelfde ziekenhuiskamer gelegen. Plots ging ze snel achteruit en was er geen bezoek meer mogelijk. Haar zoon en dochter zijn nog naar het ziekenhuis gegaan, maar ik weet niet of ze er op tijd zijn geraakt.”

Ook zijn moeder schoffelde thuis nog op haar gemak rond voor ze besmet werd met corona, vertelt Neutelaers. “We woonden dicht bij elkaar. Elke avond na mijn werk sprong ik bij haar binnen, mijn broer ging ’s middags bij haar zijn boterhammen opeten. Op een nacht is ze bij het opstaan twee keer gevallen – ze had een alarmknop waarmee ze ons kon verwittigen. Na haar laatste val zagen we dat ze slap was van de koorts. De thuisverpleegster die ’s ochtends langskwam, zei dat mama best naar het ziekenhuis kon gaan.”

Burgemeester Penxten: ‘Ik wil iedereen zo snel mogelijk een mondmasker bezorgen.’Beeld Aurélie Geurts

De eerste dagen kon Neutelaers nog bellen met zijn moeder - al praatte ze niet gemakkelijk, met een zuurstofmasker op. “We zijn een paar keer op bezoek geweest, in beschermende kledij. Gelukkig mochten we mama aanraken, het verliep allemaal erg menselijk. Maar dat was nog voor de piek in de ziekenhuizen. Ik heb nadien andere verhalen gehoord.”

Na Ghislaines overlijden moest het ineens snel gaan. “Ik kreeg een telefoontje van de begrafenisondernemer die zei dat hij mama onmiddellijk moest gaan ophalen. Er was geen tijd om een kist te kiezen. De begrafenis vond plaats op het kerkhof. Een gebedje van vijf minuten en het was voorbij. We waren met vijf: mijn broer en ik, onze echtgenotes en mijn oudste zoon. Mijn moeder heeft altijd gezongen in het begrafeniskoor van Terkoest. Voor haar uitvaart was er geen koor.”

Begrafenissen, zeker in Limburg, zijn bij uitstek een sociaal gebeuren, stelt Neutelaers. “Nu viel dat weg. We konden niet met de familie bijeenkomen om de rouwbrieven te schrijven, dat moest per telefoon. Al had dat weinig zin: er mocht toch niemand naar de begrafenis komen. Een koffietafel was er ook niet. Heel eigenaardig. Je weet dat mensen sterven, maar je maakt het niet mee. Je ziet alleen dat er een houten kruis is bijgekomen op het kerkhof en je denkt: ah, die ook al?”

Neutelaers is blij dat het einde van de lockdown in zicht komt. Hij snakt naar een regelmatig leven, terug naar het bekende. “Als een familielid overlijdt, kun je een dag vrij nemen, klein verlet. Daarna ga je weer werken en raakt je leven weer op de rails. Maar nu, met dat telewerken, blijf je in de rouwsfeer hangen. Alles wat je erdoor sleurt, mag niet. Met vrienden afspreken, op café: allemaal verboden. Alle begrip daarvoor, maar het maakt een overlijden extra zwaar.”

Wafels en jenever

Van de veertig overlijdens in Alken vonden er zestien plaats in het woon-zorgcentrum Cecilia. Campusdirecteur Els Dethier werd in snelheid gepakt, zegt ze. “Op 12 maart zijn we dichtgegaan. De eerste week hadden we geen zieken, maar vanaf dag tien was de helft van onze 87 bewoners besmet met corona. Dat bleek uit testen die we op eigen kosten hebben gedaan. We hebben toen twee van onze drie afdelingen omgevormd tot corona-afdeling. Dat had als voordeel dat de mensen niet op hun kamer hoefden te blijven.”

Ook het personeel ontsnapte er niet aan: op het hoogtepunt waren er twintig afwezigen. Nog altijd zijn er vijf mensen thuis, nu al bijna een maand. “Het is hier zwaar binnengekomen”, zegt Dethier, die haar uitleg liever buiten doet dan binnen, met mondkapje. “Sorry”, zegt ze. “Macht der gewoonte. Kijk, onze bewoners zijn vrienden van elkaar. Door de vele overlijdens moesten we plaatsmaken voor hun verdriet. Zodra iedereen terug in de gemeenschappelijke ruimtes mocht, zagen ze dat er mensen weg waren. Dat was moeilijk, veel bewoners zaten met vragen. Ze wilden weten of hun vrienden hadden afgezien en of ze afscheid hadden kunnen nemen van hun familie.”

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, benadrukt Dethier. Ze vraagt of we ook kunnen schrijven dat de bewoners fijne dingen doen. “Er is zeven dagen op zeven animatie. Onze bewoners mogen aangeven waar ze zin in hebben. De buren zijn al langsgekomen met wafels en gisteren was er jenever.”

Maar de onzekerheid blijft. Zowel nu – Dethier houdt ook thuis afstand en heeft haar veertienjarige dochter al zeven weken niet geknuffeld – als in de toekomst. “Gaan mensen hierna nog kiezen voor de zorg?”, vraagt Dethier zich af. “Hoelang zijn besmette mensen immuun? Zal er volgende winter een nieuwe golf uitbreken? We gaan misschien wel stilaan naar het einde van de lockdown, maar dit is nog lang niet voorbij.”

'Probeer kinderen van het eerste leerjaar maar eens duidelijk te maken dat ze elkaar niet mogen aanraken', zegt schooldirectrice Kathlien Vanschoenwinkel.Beeld Eric de Mildt

In het gemeentehuis denkt burgemeester Marc Penxten dat Alken dit te boven komt. “Omdat we sterk zijn. En gedisciplineerd. Onlangs moest ik in het Genker Plantencentrum zijn. Toen ik Genk binnenreed, dacht ik dat ik in het buitenland was terechtgekomen. Overal volk op straat, zoveel auto’s. Ik kan dat begrijpen, maar we moeten nog even volhouden.”

Penxten vergeet dat de discipline ook in zijn gemeente niet altijd even groot is. Twee Alkense agenten vlogen eind april op de bon omdat ze in de voortuin van een vriendin aan het zingen waren voor haar veertigste verjaardag. De vrouw zou normaal een feest geven, maar door de coronamaatregelen kon dat niet plaatsvinden. Drie koppels, waarvan een echtgenoot als hoofdinspecteur bij de federale politie werkt, en een bij de lokale politie Limburg Regio Hoofdstad, besloten de jarige te verrassen. “Dat had nooit mogen gebeuren”, zegt Penxten. De agenten kregen een boete, het parket zal zich over de zaak buigen.

Er zijn diepe wonden geslagen in Alken, erkent Penxten. “Bijna een hele generatie, die van mijn vader zaliger, is uitgewist. Dat zijn mensen die hard hebben gewerkt en die Alken mee hebben opgebouwd. Ze hebben hier kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Mijn moeder is bang geworden. Er zijn kameraden van haar gestorven, de families die aangifte kwamen doen van hun overlijden ken ik bijna allemaal persoonlijk – een op twee mensen heeft zelfs voor mij gestemd. Daarom stel ik alles in het werk om iedereen zo snel mogelijk een mondmasker te bezorgen.”

In het najaar wil Alken zijn coronadoden eren. Er komt een plechtigheid voor alle slachtoffers en er zullen herdenkingsplaatsen worden opgericht. “Langs het Limburgs fietsroutenetwerk”, zegt Penxten. “Zodat iedere Limburger die iemand verloren heeft, in Alken kan komen herdenken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234