Zondag 19/09/2021

De menselijke tol van 'lichte' trektochten

In sommige gevallen bleken de sjouwers zelf de extra voorzieningen te dragen die hun leven hadden kunnen redden

Nepal

De dood van het grootste deel van de Nepalese koninklijke familie, begin deze maand, heeft het Aziatische land in een diepe crisis gestort. Woedende betogers

eisten opheldering over de fatale schietpartij aan het hof. De onlusten leidden tot een tijdelijke uittocht van buitenlanders. Tijdelijk, want het land is erg populair voor trekkings door de Himalaya. Daarbij wordt een beroep gedaan op sherpa's en dragers die vaak hun leven op het spel zetten voor een schamel loontje.

Toen sherpa Babu Chiri vorige maand om het leven kwam in een bergspleet op de Mount Everest was hij bezig met het verwezenlijken van een droom. De droom dat zijn zes dochters nooit 'iemands uitrusting naar boven zouden moeten dragen', zoals hij het op de Everest zovele keren had gedaan. Hij was van plan om met zijn zuurverdiende centen een school te bouwen in zijn dorp Taksindu in Solu Khumbu, het thuisland van de sherpa's. Nepal rouwt nog steeds om de dood van Babu Chiri, die de status van volksheld heeft verworven.

Babu Chiri was het immers die, als snelste klimmer met het grootste uithoudingsvermogen, tien keer de top van de Everest wist te bereiken. In 1999 logeerde hij maar liefst 21 uur op de top van de wereld. Vorig jaar maakte hij nog een volledige beklimming, vanaf het basiskamp, in 16 uur en 56 minuten. 'Normale' bergbeklimmers doen er vier dagen over. Babu Chiri klom zonder zuurstofflessen. De 'Engelse lucht', zoals sherpa's de flessen tientallen jaren geleden noemden, was niet aan hem besteed. Hij plande in het voorjaar twee nieuwe beklimmingen, waarmee hij het record van sherpa Apa - elf beklimmingen - wou breken. Maar in een ongeval dat door zijn banaliteit het vernoemen bijna niet waard is, verloor Babu onlangs het leven. In een bergspleet op de Mount Everest. Hij was foto's aan het maken in de buurt van zijn kamp, op de westelijke kant van de berg.

Babu begon zijn carrière als sherpa toen hij pas dertien was. Omdat het hem weinig moeite kostte om andermans bagage te verzeulen, werd hij algauw een ster in zijn branche. Hij verdiende nauwelijks 30 frank per dag. Zware lasten en een laag loon zijn, ook vandaag, de enige zekerheden die duizenden sjouwers in Nepal, inclusief de sherpa's, hebben.

In 1905 zat de beruchte Aleister Crowley rustig thee te nippen in zijn kamp op de Kangchenjunga, terwijl zijn drie van zijn kruiers en een Zwitserse bergbeklimmer onder een lawine werden bedolven. Het dramatische voorval heeft Crowleys koude kleren nooit kunnen raken. Hij zei dat hij in "geen enkel opzicht medeleven kon betuigen" bij een ongeval dat vermeden kon worden. De vier slachtoffers hadden zich, zo beweerde hij, maar met een touw moeten aaneenbinden. De apathie van Crowley is weinig verrassend, als je weet dat hij zichzelf 'Great Beast 666' noemde en meer bekendstond als priester die zwarte magie bedreef dan als klimmer. Het drama betekende hoe dan ook het einde van Crowleys poging om de hoogste berg ter wereld te beklimmen. De dood van zijn vier kompanen zorgde nadien voor behoorlijk wat schandaal, die zijn reputatie als bergbeklimmer uiteindelijk de das omdeed.

Jammer genoeg was het ongeval uit 1905 niet het laatste waarin onvoorzichtige kruiers zichzelf en andere beklimmers in gevaar brachten. Tegenwoordig kiezen heel wat enthousiaste reizigers voor een expeditie in Nepal. Maar terwijl deze vakantievorm aan populariteit wint, moet het lot van de Nepalese mannen en jonge meisjes die ons 'reiscomfort' op hun rug meeslepen, toch in vraag worden gesteld.

Vorige herfst moest een groep bergbeklimmers uit Ierland een kruier te hulp komen in de streek van Khumbu, ten zuiden van de Mount Everest. Hij was totaal uitgeput, had geen geld bij en leed aan een acute vorm van AMS (Acute Mountain Sickness, nvdr). Die aandoening wijst op een tekort aan zuurstof op grote hoogte en kan fataal zijn.

De trekkers brachten de kruier naar een kliniek in Pheriche, waar vrijwillige dokters hem extra dosissen zuurstof gaven met een voetpomp. De Ierse klimmers pompten om beurten mee, de hele nacht door. Tegen de ochtend was de 29-jarige sjouwer voldoende hersteld en kon hij naar een andere kliniek worden overgebracht. Maar zijn (onbekende) werkgevers - hoogstwaarschijnlijk een groep op weg naar Island Peak - hadden geen verzekering en geen geld om een helikopter in te schakelen. Bovendien durfden andere kruiers hem niet te transporteren, uit vrees dat hij onderweg zou sterven en zij bijgevolg verantwoording zouden moeten afleggen aan de politie. Uiteindelijk zorgde de Amerikaanse arts Judy Klein voor een oplossing. Ze droeg de man op haar eigen rug tot aan het volgende dorp. Iedereen die regelmatig naar het Nepalese hooggebergte trekt, kent dit soort verhalen. Plaatselijke sjouwers krijgen vaak een oneerlijke behandeling. Pat Falvey, de leider van de Ierse groep, had al erger meegemaakt dan het voorval met de uitgeputte kruier. In november 1999 verbleef hij in Khumbu toen zeven sherpa's tijdens hevige stormen het leven lieten. Falveys groep moest bijgevolg met 85 mensen de Mera La afdalen, door de diepe sneeuw. Vele kruiers van andere groepen in de karavaan waren erg pover uitgerust. Tien ervan leden aan blindheid, zes hadden bevroren ledematen en twee sherpa's overleden. "Er waren westerse reizigers met warme jassen, extra handschoenen en speciale zonnebrillen in hun rugzakken", zei Farley. "En toch leken ze niet te begrijpen dat de kruiers in zo'n slechte staat verkeerden." In sommige gevallen bleken de sjouwers zelf de extra voorzieningen te dragen die hun leven hadden kunnen redden.

Vier jaar geleden, toen de zoveelste achtergebleven sjouwer overleed op het populaire Anapurna-traject in Nepal, richtte dokter en bergbeklimmer Jim Duff de International Porter Protection Group (IPPG) op. Die ijvert voor een beter lot van de kruiers en vindt dat die over aangepaste kleren en schoenen moeten beschikken. Zo kunnen ze bij slecht weer en op de grote hoogten beter hun taak vervullen. Zieke sjouwers mogen in geen geval alleen naar beneden worden gestuurd, zelfs niet op aangeven van de groepsleider. En er moet voldoende geld voorhanden zijn voor eventuele reddingsoperaties of medische bijstand.

"We willen gewoon dat de reizigers zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die ze dragen tegenover de mensen die ze tewerkstellen", zegt Ed Cartwright van IPPG. "Trektochten zijn op zichzelf niet zo gevaarlijk. En ze zijn het ook niet waard om voor te sterven. Waarom komen er dan toch zoveel Nepalese inwoners bij om?"

Het antwoord is niet zo makkelijk te geven. Sjouwerswerk is een kapitaal onderdeel van de Nepalese economie. De enige manier waarop goederen over het bergachtige koninkrijk kunnen worden getransporteerd, is op iemands rug. Trekking heeft deze oude traditie een nieuwe impuls gegeven. Op langdurige trektochten ligt het aantal sjouwers vaak drie keer zo hoog als dat van de reizigers. Karavanen van voorovergebogen lichamen, onder manden met tentzeilen en andere reisspullen, zijn een gebruikelijk zicht op de weg naar het basiskamp van de Everest of de Anapurna.

Ondanks de povere omstandigheden zijn de sjouwers, met een dagloon van 100 tot 150 Nepalese roepies (65 tot 100 frank), nog beter af dan hun medemensen die in de hoofdstad Kathmandu voor een habbekrats slavenwerk verrichten. En het gezelschap van de reizigers maakt het leven van de kruiers een stuk aangenamer dan vroeger. Maar toch zijn het zuurverdiende centen. De bagage op trektochten weegt gemiddeld 30 kilo en soms zelfs meer dan 50 kilo. De westerlingen schrikken wanneer ze voor het eerst het uitgemergelde lichaam van de jonge Nepalezen zien die hun eigen gewicht nog eens in bagage moeten meezeulen. Om nog te zwijgen over de jonge meisjes die potten, pannen en ander keukengerei van kamp naar kamp verslepen. Maar het beeld blijft niet lang knagen bij de westerlingen. Ze leveren zelf een strijd met de hoogte en de temperaturen en hebben er alles voor over om hun eigen lijden tot een minimum te beperken. Een drinkfles, zonnecrème en lichte windjack willen ze nog net dragen.

Volgens dokter Mark Feeney, een Schot die vorige herfst in dienst was in de kliniek van Pheriche, hebben sjouwers op grote hoogte vier keer meer kans om AMS op te lopen dan hun westerse metgezellen. De meeste kruiers komen immers niet uit de bergen, zoals de sherpa's of de Tamangs, maar wonen in lager gelegen gebieden. "Maar er is natuurlijk de nationale trots van de Nepalezen", zegt Feeney. "Ze wanen zichzelf allemaal sherpa's. Het is een soort machogedrag. Ze weten niet wat de gevaren van AMS zijn en worden er vaak de dupe van."

Uitdroging, overbelasting door zware bagage, ondervoeding en onaangepaste kledij zijn belangrijke factoren. Maar er zijn ook de barrières tussen plaatselijke culturen en kasten, waar westerlingen weinig notie van hebben. Feeney kwam ooit in contact met twee sjouwers die in Phortse (Khutum) in moeilijkheden verkeerden. "Eén ervan was letterlijk aan het kruipen en z'n broer hielp hem naar beneden", zegt hij. Het traject was drukbevolkt en Feeney kon een passant met een jeep overhalen om de sjouwer voor 1.000 roepies naar de dichtstbijzijnde kliniek te brengen. "Maar de bestuurder was erg bang dat zijn passagier onderweg zou sterven, en dat kun je beter niet hebben", zegt hij.

Met hun armoeloontje kunnen de kruiers op toeristische plekken nauwelijks een flesje Cola betalen. Een maaltijd evenmin. Hun eigen voedsel moeten ze, bovenop de rest, zelf transporteren. Of ze lijden honger. De belangrijkste factor waardoor ze AMS krijgen, is het feit dat ze de 'zwaarste inspanningen' doen, om zo 150 roepies te verdienen. De eerste signalen van AMS, hoofdpijn en braken, negeren ze. Tot ze langs het traject letterlijk ineenzakken. Het geld is voor hen essentieel. Als ze een opdracht weigeren, staan honderden anderen te springen om die in hun plaats te doen. In het Nepalese toerisme, dat lijdt onder moordende concurrentie, zijn de sjouwers duidelijk een lucratieve vorm van besparen.

De vraag blijft natuurlijk hoe groot de verantwoordelijk van de trekkers bij dit soort wantoestanden is. Onafhankelijke reizigers die ter plekke een kruier uitkiezen, hebben geen excuus. Ze moeten erop letten dat hun kruiers even goed gekleed en gevoed zijn als zijzelf. Als de sjouwers tijdens de tocht ziek vallen, zijn de reizigers verplicht hen naar de dichtstbijzijnde kliniek te vergezellen. Maar op grote, commerciële trektochten hebben de reizigers vaak weinig contact met hun sjouwers. Ze tellen pakweg 60.000 frank neer voor hun reis en gaan ervan uit dat dit bedrag alle mogelijke onkosten wel zal dekken. Maar de sjouwers zijn vaak al kilometers verderop wanneer de trekkers hun ontbijt beëindigen. En als het volgende kamp is opgezet, verdwijnen ze op de achtergrond, om te slapen in een grot die ze met een kampvuur verwarmen en verlichten.

Als een kruier ziek valt, veronderstellen de meeste reizigers dat een sirdar, een 'verantwoordelijke', zich met hem of haar zal bemoeien. Op trektochten die door erkende reisorganisaties worden georganiseerd, is dat meestal wel het geval. Heel wat westerse bedrijven hebben ondertussen trouwens de IPPG-reglementering ondertekend. Ook Doug Scott, Brits bergbeklimmer, is begaan met het lot van de trekkers. Hij is medestichter van Specialist Trekking, een coöperatieve voor sjouwers. De coöperatieve ijvert voor een betere uitrusting en een minder zware belasting van de kruiers. Daarnaast zamelt Scott ook geld in om gezondheidsvoorzieningen en leerprogramma's te introduceren in de armste streken van Nepal.

Maar bepaalde agentschappen uit Kathmandu hebben minder scrupules. Ze zetten de sirdars onder druk, om de kosten zo laag mogelijk te houden. Op veel expedities is er geen tweede sjouwer voorzien om een zieke collega naar een kliniek te brengen. Geld voor wat extra eten of medische verzorging ontbreekt. Op dat moment waart de dood letterlijk rond in het hooggebergte.

Wanneer trekkers merken dat een van de sjouwers onwel wordt, mogen ze geen ogenblik aarzelen en moeten ze de sirdar dwingen om iets te ondernemen. Als het probleem in een tekort aan warme kleren of aangepast schoeisel steekt, zitten er normaal voldoende reservespullen in de bagage die de sjouwers torsen. De organisatoren van de reis moeten in dit geval, na afloop, ernstig op de vingers worden getikt. Klachten van ontevreden klanten zijn immers een smet op hun reputatie, en dat willen ze te allen tijde vermijden.

Nepal mag dan wel een soort onvolmaakt Shangri-La zijn, toch mag geen avonturier aarzelen om erheen te gaan. De uitgeputte economie in het land kan de inkomsten uit het toerisme goed gebruiken. Maar op je hoede blijven is de boodschap als je er, hoog boven de wereld, rondwaart en je even God waant...

Stephen Goodwin

© The Independent on Sunday

Vertaling: Benedikte Van Eeghem

Om naar Nepal te reizen hebt u een internationaal paspoort en visum nodig. Er zijn geen medische vereisten. Voor alle inlichtingen kunt u terecht bij de Kanselarij van Nepal, Winston Churchilllaan 68, 1180 Brussel, tel. 02/346.26.58, internet: www.nepalnews.com, e-mail: rne.bru@skynet.be.

Gespecialiseerd in groepsreizen en individuele trekkings op maat is onder meer Roger De Groen. In België: Green Lotus Trekking vzw, Veldkantstraat 343, 1850 Grimbergen, tel. 022/51.44.77, internet: www.green-lotus-trekking.com, e-mail: roger@green-lotus-trekking.com. In Nepal: Green Lotus Trekking pvt. ltd., Bansbari, P.O. Box 1091, Kathmandu, Nepal, tel. 00977/1/37.37.29, tel. res. 00977/1/41.42.67 (Pasang Sherpa), e-mail: pasang@green-lotus-trekking.com.

Links naar interessante reisgidsen en landkaarten en een aantal reisverhalen en reistips vindt u op de website van Anders Reizen, Kuipersstraat 64 HR, 1074 EN Amsterdam, tel. 0031/20/676.43.50 (contactpersoon: Piet de Geus), e-mail: beheer@andersreizen.nl, internet: www.nepal.andersreizen.nl.

Meer inlichtingen over de International Porter Protection Group vindt u op het internet: www.ippg.ne, e-mail: info@ippg.net of edward.cartwright@oriel.oxford.ac.uk.

De Social Welfare Council, een ngo in Kathmandu die werkt met vrijwilligers, is telefonisch te bereiken op 00377/1/41.88.46.

Naar aanleiding van de onlusten in het land verspreidde het ministerie van Buitenlandse Zaken op 6 juni 2001 volgende boodschap: "Ingevolge de recente gebeurtenissen is het raadzaam elk vertrek naar Nepal uit te stellen. De moord op de koninklijke familie zorgt voor een zeer gespannen sfeer onder de bevolking. In Kathmandu worden veelvuldig demonstraties gehouden die meer en meer gewelddadig verlopen. In de stad werd de avondklok ingesteld." Inmiddels is die avondklok alweer opgeheven maar blijft het raadzaam een onmiddellijk vertrek nog even uit te stellen. Het voorjaarse trekseizoen loopt trouwens toch op zijn eind en Europese reisorganisatoren zeggen dat er geen reden is om nu al eventuele plannen voor het najaar te wijzigen. Voor wie er niettemin niet gerust in is, zijn er overigens voldoende alternatieven in de andere landen van de Himalaya.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234