Zondag 05/12/2021

De mens is een zwarte jas

Vrolijk word je er niet van. Imposant is het wel. De Franse kunstenaar Christian Boltanski (70) heeft het Musée des Arts Contemporains (MAC's) in de vroegere steenkoolmijn van Le Grand-Hornu ingepalmd met een eerbetoon aan de mijnwerkers en de kleine mens in het algemeen.

Christian Boltanski (°1944), een van de belangrijkste Franse levende kunstenaars, heeft een duurzame band met het Musée des Arts Contemporains (MAC's). Nog voordat het museum zijn deuren in 1997 opende in de voormalige gebouwen van de 19de-eeuwse steenkoolmijn, kreeg Boltanski een opdracht van het MAC's. Het resultaat, Les registres du Grand-Hornu, het eerste stuk dat door het MAC's werd aangekocht, is intussen uitgegroeid tot een iconisch kunstwerk van het museum. De imposante installatie sluit nauw aan bij de geschiedenis van de plek, die teruggaat tot het begin van de 19de eeuw. Toen werd, in de buurt van een aantal mijnschachten, een arbeiderswijk en een monumentaal ovalen gebouw met ateliers en stallen opgetrokken, waarin nu het museum voor hedendaagse kunst huist.

Boltanski maakte een muur van roestige blikken dozen - zo'n 2.800 in totaal - waarop telkens de naam en soms ook de foto van een mijnwerker uit Le Grand-Hornu prijkt. Wat er in de dozen zit, weten we niet. Maar de overrompelende installatie doet denken aan een archief met individuele dossiers.

Evengoed zijn er verwijzingen naar de koekjesdozen waarin mensen foto's of andere herinneringen bijhouden - herinneringen aan al dan niet overleden geliefden. Christian Boltanski zegt daar zelf over: "In zo'n doos bewaren kinderen hun kleine schatten, maar je kunt je ook inbeelden dat er menselijke as in zit, zoals in een urn of een graf."

Levende doden

Christian Boltanski vindt het belangrijk om namen te noemen. "Het is niet correct om te spreken over 'vijfduizend mijnwerkers'. Je moet iedere mijnwerker bij naam noemen. Het gaat niet om een anonieme groep, maar om individuen." Boltanski wil zich op die manier verzetten tegen wat hij de huidige 'posthumane wereld' noemt. "Om daartegen in te gaan, moet je er keer op keer aan herinneren dat iedere mens als individu bestaat."

Deze muur van dozen - Wall of fame, wall of shame - staat als een gigantisch postmodern fresco opgesteld in de grote, lege voormalige stallen van de mijn. Het is er doodstil, op het gemurmel na dat opklinkt uit enkele jassen die in een hoek op houten geraamten hangen. Als je er in de buurt komt, vragen ze: "As-tu perdu une amour?" "Dis-moi: As-tu eu peur?" Het zijn verwijzingen naar ongevallen in de mijn.

Les registres du Grand-Hornu is dus een monument voor de kleine man.

Verderop in de tentoonstelling heeft Boltanski ook een altaar opgericht voor diezelfde 'kleine lieden', anonieme mannen en vrouwen. Verwijzingen naar de godsdienst zijn trouwens nooit ver weg bij Boltanski. In een van de zalen hangt een zwarte jas alsof het om een echo van de gekruisigde Christus gaat, omringd met gloeilampen, ook een typisch attribuut van Boltanski.

Er is ook hoop. Boltanski laat de seconden van concrete mensenlevens - de medewerkers van het MAC's - optellen op digitale schermen. En hij laat de menselijke hartslag opklinken. De kunstenaar heeft zelfs een geluidsbank opgericht waarin hij de hartslag van individuen registreert. Elke bezoeker van de tentoonstelling kan trouwens deelnemen en zijn/haar hartslag laten opnemen. En toch... na een tijd klinkt die hartslag bijna industrieel, mechanisch en dus onheilspellend.

Aan het eind van het parcours blijven alleen nog lege zwarte jassen over. Je passeert ruimtes met opgehangen kleren - een zaal vol schimmen - die je doen denken aan de concentratiekampen. Tegelijk verwijst Boltanski weer naar de mijnen: de 'Salle des pendus' was de zaal waar de mijnwerkers, voordat ze afdaalden in de mijn, hun gewone kleren aan een haak ophingen en met een katrol tot aan het plafond hijsten. Als die kleren er 's avonds nog hingen, was er een vreselijk ongeval met dodelijke afloop gebeurd.

Twee containers met zwarte jassen doen dan weer denken aan de vuile was van ziekenhuizen. En wat verder verwijst een schril verlichte berg zwarte jassen naar de doodse terrils, de steenbergen van de Borinage en andere voormalige mijnstreken. Van een mensenleven blijft dus hooguit een jas over, een dossier, een geur, een doos met spullen, enkele foto's. En langzaam vervagende herinneringen. Toch sluit Boltanski zijn parcours hoopvol af. In kleurige gloeilampen staat 'Après' te lezen. Dus toch een positieve noot?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234