Donderdag 28/10/2021

De mens als wandelend dioxinevat

Samen met de eerste slokjes moedermelk stroomt ook de eerste portie dioxine het onschuldige babylichaam binnen. Meteen het begin van een lange carrière als menselijke vergaarbak van dioxine, PCB en enkele andere toxische en kankerverwekkende stoffen. Een aanzienlijk deel van deze zeer persistente gechloreerde organische stoffen komt, dioxineschandaal of niet, hoe dan ook bovenaan de piramide van de voedselketen terecht. Onder meer bij de mens, dus.

De term dioxine wordt vandaag te pas en te onpas gebruikt. Organische stoffen waarvan de chemische structuur niets te maken heeft met die van dioxine worden vaak onder dezelfde noemer geplaatst omdat ze een min of meer gelijkaardige toxische werking hebben. In principe wordt de naam dioxine echter gereserveerd als verzamelnaam voor in totaal tweehonderd verschillende chemische verbindingen waarvan de structuur zeer vergelijkbaar is. Enerzijds zijn er 75 'pure dioxines'. Het gaat om verbindingen met een identieke basisstructuur die slechts van elkaar verschillen door het aantal en de plaatsing van de chlooratomen. Anderzijds zijn er nog 135 zogenaamde furanen, chemische stoffen waarvan de basisstructuur op een zuurstofatoom na volledig vergelijkbaar is met die van de 'pure dioxines'.

Precies het aantal en de plaatsing van de chlooratomen bepalen de toxiciteit van de dioxine. In principe geldt de stelling dat hoe minder chlooratomen zich op de structuur hechten, hoe hoger de toxiciteit is. Als gevaarlijkste en tevens bekendste dioxine geldt het zogenaamde 2,3,7,8-TCDD (wat staat voor 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxine), een dioxine dat door het International Agency for Research on Cancer, een afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie, wordt gedefinieerd als een class 1-carcinogene stof. Dat impliceert dat het om een chemische verbinding gaat waarvan bewezen werd dat ze bij de mens kanker veroorzaakt. De toxische werking van de overige dioxines ligt 2 tot 1.000 keer lager, maar de term 'kankerverwekkend' blijft van toepassing.

Behalve dioxine is er ook nog polychloorbifenyl (PCB). Ook van die stof zijn er zo'n tweehonderd verbindingen, waarvan dertien met een 'dioxineachtige' toxiciteit. Het hoofdprobleem van dioxine en PCB schuilt in het vetlievende en zeer stabiele karakter van de stoffen. Er bestaan dan ook nagenoeg geen biologische processen die erin slagen deze uiterst giftige stoffen af te breken. "De natuur is niet voorzien op de afbraak van deze stoffen", zegt professor Paul Schepens, als toxicoloog verbonden aan de Antwerpse universiteit. "Gechloreerde organische verbindingen worden dan ook slechts uiterst zelden op natuurlijke wijze aangemaakt. Enkele planten gebruiken de stoffen in hun afweermechanisme en ook de feromonen (stoffen waarmee de andere sekse aangetrokken wordt) van sommige insecten bevatten gechloreerde koolwaterstoffen. Voor de rest blijkt de natuur geen nood te hebben aan dergelijke stabiele en hydrofobe stoffen. De mens daarentegen heeft de voorbije eeuw dit soort stoffen rijkelijk aangemaakt. Het stabiele karakter van vooral PCB kwam goed van pas in allerlei industriële toepassingen."

Precies die persistentie zorgt er nu voor dat we de dioxine en PCB als een boemerang in het eigen gezicht terugkrijgen. Er zijn weliswaar stoffen die een stuk toxischer zijn maar die in tegenstelling tot dioxine en PCB veel vlotter worden afgebroken. PCB en dioxine zijn immers vrijwel onoplosbaar in water en hechten zich aan vetten, waardoor ze zeer moeilijk 'uitgespoeld' raken. Het merendeel (ongeveer 95 procent) van de dioxine is afkomstig van verbrandingsovens. Via de lucht, de planten en minuscule deeltjes in het water waaraan de dioxine zich hecht, komt het product uiteindelijk terecht in het lichaam van dieren. Daar gaat de dioxine op zoek naar vetten waaraan ze zich bindt. Het gevolg daarvan is dat er amper dioxine uitgescheiden wordt en een groot deel gewoon in het lichaam aanwezig blijft. De mens die de dieren of hun afgeleide zuivelproducten opeet, krijgt uiteindelijk de dioxine binnen.

In ons land wordt de blootstelling via non-foodproducten op 12 procent van het totaal geschat. De overige 84 procent is afkomstig van melkproducten (45 procent), vlees (22 procent) en vis- of industriële olie (22 procent). Kip, eieren, vis en noten doen amper een duit in het dioxinezakje. "Het gevolg van het stabiele karakter van de gechloreerde koolwaterstoffen is dat we in elk bloedstaal dat we nemen sporen van dioxine, PCB of gelijkaardige producten aantreffen", zegt Paul Schepens. "Een mooi voorbeeld is het al in de jaren tachtig verboden insecticide DDT. Tot op vandaag treffen we in bloedstalen het afbraakproduct DDE aan. Wat we binnenkrijgen aan gechloreerde koolwaterstoffen raken we dus zeer moeilijk opnieuw kwijt. Wellicht zorgt PCB in de toekomst nog voor het grootste probleem. Die stof heeft een min of meer vergelijkbare nefaste inwerking op de gezondheid als dioxine en is zo mogelijk nog persistenter. In elk bloedstaal dat we nemen, komt dan ook gegarandeerd PCB voor."

Mannen raken hun PCB en dioxine ontzettend moeilijk kwijt, evenals vrouwen die geen kinderen zogen. Zogende vrouwen daarentegen scheiden een deel van hun PCB uit via de borstvoeding. "In tegenstelling tot koemelk, die maximaal 5 picogram PCB's per gram melkvet mag bevatten, loopt de concentratie in moedermelk op tot 30 à 40 picogram per gram melkvet" zegt de Antwerpse toxicoloog. "De lagere dosis bij koeien is deels te verklaren door het feit dat de dieren veel minder lang leven en het spul dus minder lang 'opstapelen'. Daar komt nog bij dat ze nagenoeg hun hele leven melk geven, zodat een aanzienlijk deel van de dioxine en PCB via de binding aan de melkvetten uit het lichaam verdwijnt. In het verleden hebben we studies verricht in Spitsbergen naar de aanwezigheid van PCB in zeezoogdieren. Daarbij stelden we vast dat het gehalte toeneemt naargelang men verder gaat in de voedselketen. Bij de ijsberen lag het gehalte aan PCB het hoogst.

"In een Greenpeace-rapport staat de hallucinante impact die PCB op de plaatselijke fauna heeft gedetailleerd beschreven. Nochtans is wat er nu aan PCB te vinden is in zeezoogdieren aan de polen slechts 1 procent van wat er wereldwijd aan PCB werd vervaardigd. Alleen al in de westerse wereld werd 1,5 à 2 ton PCB vervaardigd. Van ongeveer 60 procent weten we waar het goedje zit, maar 30 tot 40 procent bevindt zich op dit moment al ergens in het milieu. In ons milieu zit dus minimaal een halve ton PCB waarvan we met zekerheid weten dat die op lange termijn zal uitvloeien naar de oceanen. Als we zien hoeveel schade dat ene procent dat nu al in de oceanen zit bij de zeezoogdieren aan de polen aanricht, gaan we in de toekomst een regelrechte ramp tegemoet."

Hoewel de hoeveelheid dioxines die de lucht in wordt geblazen sinds enkele jaren begint af te nemen, zijn we nu wellicht op het punt gekomen dat de chemische stoffen massaal de mens bereiken. De mannelijke vruchtbaarheid is er op vijftig jaar tijd met 50 procent op achteruitgegaan, het aantal gevallen van prostaat- en teelbalkanker verdrievoudigde, één vrouw op elf in ons land krijgt borstkanker... Stuk voor stuk indicaties dat er iets grondig fout loopt met ons leefmilieu. Of een en ander aan de gechloreerde koolwaterstoffen ligt, is moeilijk met zekerheid te zeggen. De hele wetenschappelijke discussie lijkt immers verzand in een soort ideologische stellingenoorlog waarbij onafhankelijk onderzoek pijnlijk ontbreekt.

Uit dierexperimenten komt alleszins overduidelijk naar voren dat dioxines en aanverwante stoffen kankerverwekkend zijn. Opvallend is wel hoe verschillende diersoorten totaal anders reageren op de gechloreerde koolwaterstoffen. Zo zijn Guinese biggetjes uiterst gevoelig voor dioxines, terwijl hamsters zelfs vrij hoge doses dioxines weerstaan. Vanzelfsprekend worden er geen experimenten op mensen uitgevoerd, maar het blijkt dat mensen in de buurt van het Italiaanse Seveso, een plaats waar door een ramp in de industrie in 1976 hoge concentraties dioxine vrijkwamen, over het algemeen een verhoogde kans op kanker hebben. Een epidemiologische herevaluatie van de Seveso-ramp bracht aan het licht dat in de minder zwaar gecontamineerde brede omgeving een significante stijging van het aantal kankers aan de galblaas en de galwegen bij vrouwen optrad. Ook leverkanker bij mannen, kanker aan de bloedvormingssystemen en kanker in het lymfesysteem kwamen significant vaker voor. Daarnaast werd een overduidelijk verband aangetoond tussen de blootstelling aan dioxine en de ontwikkeling van chlooracne, een ingrijpende huidaandoening. De mortaliteit door problemen met hart- en bloedvaten steeg kort na de ramp significant. In verscheidene wetenschappelijk publicaties wordt dioxine bovendien ook in verband gebracht met onvruchtbaarheid, aantasting van het immuunsysteem en een verstoorde vrijzetting van bepaalde hormonen.

Tom Cochez

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234