Woensdag 23/10/2019

De mens als geldmachine

Het begon in Ghana, maar ondertussen is het big business geworden in Nigeria: de videofilmindustrie. Jaarlijks worden in Afrika's volkrijkste natie niet minder dan 700 videofilms gemaakt. Komedies, melodrama's maar vooral horrorfilms. 'De bottom line', zegt antropoloog Tobias Wendl, 'is eigenlijk altijd dezelfde: hoe kan het toch dat sommigen zo gemakkelijk geld verdienen, terwijl het gros van de bevolking moet schrapen om rond te komen? Alleen tovenarij kan dat verklaren.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

In het kader van Africalia loopt momenteel in de Brusselse Markten een tentoonstelling van geschilderde affiches van Ghanese en Nigeriaanse horrorfilms. Voor de opening kwam de Duitse antropoloog Tobias Wendl uit Bayreuth over. "West-Afrika", legt hij uit, "heeft de jongste decennia geen noemenswaardige filmproductie gehad. Studio's, crews, materiaal en cinemazalen bleken te duur. De komst van de video bood uiteraard mogelijkheden. Aldus kwam eerst in Ghana en later in Nigeria een eigen industrie op gang. Momenteel worden in Ghana zo'n 40 tot 50 films per jaar gemaakt, in Nigeria zelfs 700."

Een grotere productie, zowaar, dan die van Hollywood, zij het op video en technisch noch artistiek van echt hoge kwaliteit. De jongste jaren gaat het wat beter dankzij de goedkope trucagemogelijkheden die computers bieden, maar een internationale doorbraak bij een ander publiek dan overzeese Nigerianen of Ghanezen zit er niet meteen in.

In Nigeria begon de videoproductie precies elf jaar geleden, met Ibo living in bondage. Het verhaal wil dat het de ibo-handelaren waren die op het idee kwamen. Deze in de import en verkoop van elektronica gespecialiseerde heerschappen wilden zich namelijk dringend van een grote partij videocasetten ontdoen. Misschien lukt het makkelijker, zei er eentje, als we er iets op zetten.

Dik tien jaar later zijn er al meer dan 2.000 videofilms gemaakt. De industrie had in 2000 een zakencijfer van omgerekend 64 miljoen euro, en stelt zo'n 4.000 mensen tewerk. Van elk van de zevenhonderd films worden tienduizenden kopieën gemaakt, bestemd voor de homevideo of voor de zogenaamde parlours, achterafzaakjes waar vooral jongemannen, pils in de hand, filmpje kijken.

Je zou de Nigeriaanse videoindustrie in zekere zin een kind van de militaire dictatuur kunnen noemen, die duurde tot in 1999: aangezien er een avondklok gold en het ook na de afschaffing ervan niet bepaald veilig werd geacht om zich 's nachts op straat te wagen, werd de homevideo een van de belangrijkste bronnen van middenklassevertier.

De Nigeriaanse video's vallen uiteen in drie talen en drie genres: Engels, Yoruba en Haussa (in het noorden), en melodrama's, komedies en horrorfilms.

heksen

"Ik schat", zegt Wendl, die zich al vijf jaar over de griezelfilm buigt en onderhand 400 exemplaren in de kast heeft staan, "dat de horrorfilms iets meer dan een derde van het totaal uitmaken. Daarin staat het kwaad centraal en ontstaat een levendige mythologie van het moderne, die net zoals in het Westen is gebouwd op de traditie. In dit geval niet op bijbelse hellevurenverhalen maar op de beeldhouwkunst, de maskerdansen en het toneel. Ook de geïmporteerde horrorfilms hebben een duidelijke invloed. Nigeria mag dan geen filmzalen hebben, video's importeren is een koud kunstje, en bovendien zijn er geen barrières: commerciële producten als deze worden niet gecontroleerd of gecensureerd."

"Vaak gaat het om een knipoog naar een eerder in een bekende horrorfilm gebruikt procédé, maar soms worden rechtstreeks stukken uit westerse films als Poltergeist of The Omen gesampled".

"Het interessantst zijn evenwel de authentieke eigen creaties, waarbij je een duidelijk verschil ziet tussen de Yoruba-films en de Engelstalige films van de Ibo. De eersten gaan terug op het theater, een soort occulte commedia dell'arte met een twintigtal uitsluitend mannelijke acteurs die voorheen het land afreisden en nu een nieuw medium hebben ontdekt: de video.

"Zowel de Ibo als de Yoruba-films maken gebruik van heksen: vrouwen die een soort dubbelleven leiden. Overdag gedragen ze zich perfect normaal, 's nachts wonen ze sessies bij waarin tovenaars rituelen met bloed en menselijke organen uitvoeren. De heksen worden gedreven door loutere kwaadaardigheid en zijn het summum van asociaal gedrag. Doorgaans vernietigen ze het eigen nageslacht of verhinderen ze dat hun dochters zouden baren door hun baarmoeder te verwijderen."

De jongste tijd zie je steeds vaker kinderheksen opduiken, wat wellicht te maken heeft met het fenomeen van de kindsoldaten.

Een ander personage dat zelden ontbreekt is de jujuman, de reden waarom dit genre vaak video-juju wordt genoemd. Deze inheemse dokter leeft diep in het woud en bedient zich van het occulte om de wensen van zijn klanten in te willigen. Antropologen noemen dat fenomeen, dat in heel Afrika opduikt, de economie van het occulte.

Wendl: "Het komt erop neer dat men magische middelen gebruikt voor materiële doeleinden, die meestal resulteren in de vernietiging van de ander of minstens van zijn vermogen om weelde te creëren. Om die tovertrucs te laten werken, heeft de jujuman menselijk materiaal nodig."

"Vaak krijg je dus verhalen over mensen die geld lenen bij zo'n tovenaar, in ruil voor een later offer. Laten ze na dat te brengen, dan worden ze achtervolgd en sterven ze uiteindelijk. Misschien kan je dat de Nigeriaans-Ghanese bijdrage noemen tot de wereldwijde horrorcultuur: die van de transformatie van de mens als voortplantingsmachine tot geldmachine."

Een van de eerste en meest succesrijke verhalen in die zin is dat van Diabolo, een Ghanese Yoruba-film uit het begin van de jaren negentig. Een respectabele man schuimt elke nacht de discotheken van Accra af en eindigt steevast met een prostituee in bed. Vervolgens verandert hij in een slang, penetreert de vrouw en doet haar zo bakkenvol cedi's, Ghanese munten, spuwen. Als het een Nederlandse hoer is, dan spuwt de dame in kwestie buitenlandse valuta, dollars om precies te zijn. Maar allen wacht hetzelfde lot: ze worden tegen de ochtend aan de kant van de weg achtergelaten, waar ze creperen.

Wendl: "Seks leidt met andere woorden niet tot nieuw leven, maar tot geld, wat je kan zien als het ontaarde equivalent van het leven, dat niet uit de schoot maar uit de mond komt."

kloof tussen arm en rijk

Horrorfilms ontspruiten uiteraard altijd aan een erg levendige verbeelding, maar wat drijft deze filmmakers naar hun fantasieën? Het feit dat seksualiteit, in heel Afrika, geen gratis aangelegenheid is en dat de kassa moet rinkelen, wil de hofmakerij overtuigend zijn? Wendl meent van niet. Dan de vaststelling dat geen enkele andere Afrikaanse natie zoveel van haar jonge vrouwen voor prostitutiedoeleinden naar de buurlanden of naar Europa ziet verdwijnen? Zelfs dat niet. Volgens de Duitse antropoloog gaat het om een vreemde vorm van maatschappijkritiek, zij het geen analytische en geen soort die snel een revolte zal veroorzaken.

"In landen zoals Nigeria, waar je de kloof tussen arm en rijk alleen maar ziet groeien, vragen heel veel mensen zich af wat die rijken toch doen om zo makkelijk poen te scheppen, terwijl zijzelf dermate moeten schrapen om rond te komen. Binnen een culturele context waarin hekserij en toverkracht erg machtig zijn, is het enige mogelijke antwoord het occulte. 'Radio trottoir' verkondigt voortdurend de verhalen waarop filmscenario's zijn gebaseerd: dat minister X zo rijk is geworden door de organen van zijn neefje of nichtje aan een jujuman te verkopen, die er geld mee verdiende".

Geen emancipatorische films dus, en dat vonden de Ghanese critici en journalisten in de beginjaren ook. De horrorvideo's werden afgedaan als slecht voor het nationale imago en een bestendiging van het bijgeloof, een moderne staat onwaardig. Veel heeft dat niet veranderd: er valt verdomd veel geld mee te verdienen, en daar komt het op aan. In Nigeria, dat een geïmplodeerde staat is, heeft men geen last van meningen van journalisten of censoren: als het verkoopt is het oké. Wie er problemen mee heeft, kan in een natie die in de wereldwijde topdrie van meest corrupte staten prijkt, makkelijk op andere gedachten worden gebracht. Wendl: "Er is op dat vlak een totaal ander aanvoelen van een artiest dan bij ons. Het enige onderscheid is dat tussen de geslaagde zakenman en de mislukte, de rest is apekool.

"Je ziet het overigens ook aan de wijze waarop zo'n film tot stand komt: het zijn de elektronicaimporteurs die de centen investeren, een geschikt scenario zoeken, acteurs en actrices vragen, een technische crew bestellen en een regisseur aanduiden. Vervolgens wordt een hotelstudio afgehuurd voor een week en begint het draaien, dat doorgaans in twee ploegen, de klok rond gebeurt. Zo minimaliseert men de tijd van de acteurs die razend beroemd en verschrikkelijk duur zijn.

Als de film klaar is, aan postproductie wordt al evenmin veel tijd verspild, heeft de floating plaats: een soort mobiele brassband dat doorgaans voor wasmiddelen of Maggi-blokjes publiciteit maakt in de volkswijken, promoot een nieuwe video. Kleurige kostuums en dito vrachtwagen, wat danspasjes, muzikanten, mooie meisjes en stapels video's.

Een aparte plaats in het horrorgenre nemen films als End of the wicked in. In de populaire telenovelas-stijl overkomt een rijke familie de ene ramp na de andere. Dochters blijven kinderloos, kinderen sterven, zonen worden in hun bed gewurgd. De boosdoener is de grootmoeder, een vriendelijke vrouw die na zonsondergang de meest boosaardige heks uit het woud wordt en met een door de tovenaar verstrekte penis haar eigen dochter verkracht.

"Dat soort films wordt gemaakt door de christelijke fundamentalisten, aanhangers van bijvoorbeeld de erg succesrijke Pinkster-gemeenschap. Doorgaans zijn ze nog bloediger dan de andere, maar uiteraard is het eind goed, al goed. Aan het einde blijkt dat het aanroepen van de Heer de ultieme redding brengt en dat de boze geesten uit het woud zo worden bezworen. De meeste van deze gemeenschappen houden de premières van hun films in de kerk en zijn een aanval op al wat traditioneel Afrikaans is: de polygamie, het occulte..."

Africa screams loopt van 20 juni tot 13 juli in De Markten, Oude Graanmarkt in Brussel. Info: 02/512.34.25 of www.demarkten.be

'Nigeriaanse horrorfilms baseren zich op verhalen van ministers die rijk worden door menselijke organen te verkopen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234