Zondag 24/10/2021

De memoires van een diepgelovige communistBetty Mellaerts praat met Kris Borms

'Veel journalisten hadden een dogmatisch idealisme, zeker die van onze en van de volgende generatie. Wij dachten: wij leggen het allemaal uit, de mensen zullen het eindelijk begrijpen en de wereld zal veranderen. Pas lang nadien besef je dat dat niet klopt'

Werkelijk niets is zo vergankelijk als radio en televisie. Met elke seconde die wordt uitgezonden, ebt je bijdrage weg in vergetelheid, nog even kritisch opgerakeld door weer een andere journalist op wiens blad er later ook aardappelschillen vallen. En toch begint iedere generatie er opnieuw aan alsof ze het nieuws uitvindt. Begin jaren zestig werd Kris Borms journalist bij wat toen nog de BRT heette. Hij zou de wereld verbeteren. Het mocht niet zijn. In Israël, zijn verslaggevend territorium, moorden joden en Palestijnen elkaar nog altijd uit. Alsof nooit een journalist in België verslag deed van de schoonheid van twee volkeren. Alsof hij nooit de weg tot inzicht heeft afgelegd.

Foto's Stephan Vanfleteren

'Op het moment dat de Russische tanks Boedapest binnenvielen, in 1956, ben ik lid geworden van de Kommunistische Partij. Oorspronkelijk kom ik uit een heel burgerlijk gezin. Mijn vader was een rijk geworden meubelmaker van Mechelen, heel deftig, maar het ging niet goed in het gezin en wat deed men toen met een kind? Ik was zeven en werd in Mechelen, waar we woonden, in een katholiek pensionaat geplaatst. Op zondagnamiddag mochten we naar huis om de vuile was mee te nemen en wat proviand in te doen. Ik ben daar echt diepgelovig geweest.

"Op mijn veertiende is mijn moeder hertrouwd met een communist en ik ben mee verhuisd naar Brussel. Dat was voor mij een hele schok. Ik kwam uit een pensionaat, heel wereldvreemd, en ik werd naar een atheneum gestuurd in Brussel-stad. Thuis hoorde ik geen grote theorieën hoor, gewoon dat de communisten de goeden waren. Mijn pleegvader was tijdens de Tweede Wereldoorlog bij het gewapend verzet geweest, veel kameraden waren gefusilleerd of in het concentratiekamp terechtgekomen. Op weg naar school stapte ik van de tram aan het St.-Jansplein, niet zover van Manneke Pis. Daar was een communistische boekhandel: Du Monde Entier. Daar lagen brochures die in Moskou werden uitgegeven en die spotgoedkoop waren, propaganda natuurlijk, van Lenin en Stalin. Ik kocht die. Zo begin je een eigen denkpatroon op te bouwen. Ik geloofde dat het communisme de overwinning was van de arbeidersstaat. Iedereen gelijk, de totale rechtvaardigheid, de overwinning op het fascisme. En natuurlijk de symboliek van de revolutie, het idealisme van de barricade, romantische clichés die velen bekoord hebben en waar ik mee leefde.

"Aan de ULB, waar ik geschiedenis studeerde, was er een redelijk grote groep communisten. In plaats van te studeren waren we bezig met actie voeren, propaganda maken, discussiëren. Wat wij als doelstelling hadden? Het sovjetsysteem in België, zeker. De arbeiders waren er de baas, hadden de fabrieken in handen. Dat was het grote voorbeeld, daar was alles perfect. Het was niet aangewezen om hier communist te zijn tijdens de Koude Oorlog, hun aantal verminderde alsmaar. De carrière van veel mensen is gekraakt toen bekend werd dat ze communist waren, ook die van mijn pleegvader. Hij werkte op het NIR, de voorloper van de VRT, en stond op de zwarte lijst.

"Het was oorlog in Algerije en ik was de enige die een auto had. Die had ik gekregen van mijn grootmoeder. In opdracht van de partij reed ik naar de Franse grens om Algerijnse vluchtelingen op te pikken en ze ergens af te zetten op weg naar Duitsland, waar het veiliger voor hen was. Het was de tijd dat fascisten uitgenodigd werden door de liberale studentenkring en dan werd er in de studentenhuizen in Brussel geknokt natuurlijk, met stoelen gegooid. Wij inviteerden Sartre en Simone de Beauvoir, die de Algerijnse revolutie kwamen steunen. De socialisten waren rechtse honden, de troskisten de grote vijand. Het was wat overdreven, maar die moesten tegen de muur, radicaal. Het waren de verraders van de revolutie. De strijd was zeer verbeten, maar de Koude Oorlog en de rivaliteit tussen het communisme en het kapitalisme wàs zwart-wit. Later, veel later, bleek de vijand mee te vallen.

"Na mijn studies moest ik naar het leger en ik was bang. Ik dacht: de staatsveiligheid weet alles, ook dat ik communist ben. Uit bewondering voor Fidel Castro had ik een baard laten groeien. Om niet op te vallen bij de militairen heb ik hem afgeschoren. Dat was het eerste verraad. Ik had bij de KP wel heel de tijd onder een schuilnaam gewerkt, maar ik vermoedde toch dat ze informanten hadden op de universiteit. Ik wou geen officier worden maar soldaat en ik kwam bij de luchtmacht terecht, bij de telexdienst. Alle rekruten hadden een enveloppe gekregen, maar de sergeant hoefde hem niet. Ik heb hem opengemaakt, het was mijn veiligheidsonderzoek. Er stond niks op, ze wisten niks!

"Als student vonden we dat we de intellectuele voorhoede waren, maar even toch heb ik na mijn legerdienst overwogen om arbeider te worden. Ik solliciteerde bij de krant De Standaard als telexist. Ze betoonden interesse, maar ik ben niet gegaan. Dat was het einde van mijn carrière als arbeider! Via mijn pleegvader kwam ik te weten dat er een examen was voor journalist bij de BRT. Ik was toen al serieus veranderd, geëvolueerd naar de socialistische partij. Ik voelde me door het communisme bedrogen en verraden en dat is vervelend want zo word je geconfronteerd met je eigen waarheden.

"De eerste grote schok was in '56 gekomen, toen Chroesjtsjov tijdens het twintigste partijcongres Stalin afbrak en zijn misdaden blootlegde. Ik dacht: maar hoe is dat mogelijk? Stalin was ook voor ons nog een idool, maar het was het ergst voor mijn pleegvader. Zijn generatie was vanaf de jaren dertig opgegroeid met Stalin. Dat waren de mensen die zich gingen melden als vrijwilliger voor de Spaanse burgeroorlog, die 'leve Stalin' riepen voor ze in de oorlog gefusilleerd werden. Dat is een verloren en zeer ontgoochelde generatie. Natuurlijk waren er al geruchten over zijn wandaden tot het Westen doorgedrongen, die bestonden al van voor de oorlog, maar je schoof dat weg. Je gelooft er niet in omdat het des mensen is: wat niet past in je denkpatroon verdonkeremaan je.

"In Oost-Europa deed men daarna pogingen om het systeem te democratiseren, maar daarbij valt één van de grote principes weg: de dictatuur van het proletariaat. Dat bleek achteraf ook maar de dictatuur van een kleine groep bevoorrechten te zijn, de voorhoede zoals Lenin ze concipieerde, die het proletariaat naar de revolutie leidt.

"Het hervormingsgezinde communisme liep in '68 uit op de Praagse Lente. De Russische tanks reden Praag binnen. Een nieuwe hoop stortte in elkaar."

'Journalisten bij de BRT werden in '62, toen ik er begon, zeker nog beschouwd als staatsambtenaren. Door mensen van de schrijvende pers werden we niet als volwaardig aanzien, dat was niet zo gemakkelijk. Op radio en televisie was er de poli tieke dominantie van de CVP. Toen we voor het eerst een Vlaamse minister van Cultuur kregen, Frans van Mechelen, werd hij vooral bekend omdat hij zoveel culturele centra bouwde en opende en wij dat allemaal op de televisie toonden. De redactie vond dat hij te veel op het scherm kwam en ging protesteren bij hoofdredacteur Maurice Dieudonné en bij de liberale directeur Lode van Uytven, maar het hielp niet. Op een keer was er weer een onderwerp met Van Mechelen. We waren met drie - toen was de redactie zeer karig bemand - : Jacques Vandersichel, Etienne van den Bergh en ik. Wij naar de bazen en we zeiden: als dat onderwerp wordt uitgezonden, leggen we het journaal plat. Er was geen toegeven mogelijk, dus was er geen journaal. Dat was een historische gebeurtenis. Vlaanderen stond op zijn kop: staking op de televisie, hoe durven ze, staatsambtenaren, vrije berichtgeving! We werden bedreigd met ontslag, zo zwaar werd eraan getild. Ik stapte naar Jos Van Eynde, voorzitter van de BSP. Hij zei heel autoritair: 'Ge had dat niet moeten doen, maar allee, we zullen u steunen.' Er kwam een onderzoekscommissie die allerlei misstanden blootlegde, ook politieke beïnvloeding vanuit CVP-hoek. Dat heeft ons gered. Maar ik werd bij Louis Melis geroepen, de nationale secretaris van de ACOD, een lange arm. Hij zei: 'Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel blijven we doorvechten en dan is er een kans dat we het halen, we beschermen je. Ofwel aanvaard je een sanctie en krijgen wij de bestuursdirecteur van de nieuwsdienst.' Dat moest Nic Bal worden. Ik, oud-stalinist, plichtbewust, zeg: oké, de sanctie. Die heb ik gekregen, ze stak in mijn dossier, alleen: Nic Bal weigerde. Hij was niet geïnteresseerd en het werd Karel Hemmerechts. Daar stond ik. Een sanctie en een tsjeef als baas!

"Ik werd beschouwd als de linkse jongen en werd ver gehouden van het politieke nieuws. Met de grote staatshervorming in 1970 gingen Jan Schodts en Jan Ceuleers, die het nieuws uit de Wetstraat maakten, en Vic Lories, die het sociale nieuws volgde, tegelijkertijd met vakantie. Ik kon naar het parlement, waar ik tot dan nog nooit was geweest, en deed verslag. Dat had ik goed gedaan en ik werd opgenomen in de binnenlandredactie. Vijf jaar later ging ik naar Israël en begon ik me ook met het Midden-Oosten bezig te houden.

"In de jaren '60 maakten de Palestijnse verzetsgroepen hier ter linkerzijde opgang. De slogan was niet alleen 'Vietnam zal overwinnen' maar ook met de geheven vuist 'Leve Palestina'. Ik zat bij het weekblad Links en maakte een speciaal nummer over Palestina, helemaal in de lijn van wat men in uiterst linkse kringen dacht: er moet in Palestina één democratische staat komen van joden en Arabieren samen, wat impliceerde dat Israël moest verdwijnen. Zo dacht ik er ook over tot ik in 1975 door David Süsskind, een linkse zionist en gewezen communist, uitgenodigd werd om samen met een aantal journalisten een rondreis te maken in Israël. Het was de eerste keer dat ik voet aan wal zette bij de gehate vijand. Het was een tweede grote schok die alles overhoop heeft gegooid. Israël klopte niet met de clichés dat het zionisme een koloniale beweging was die moest verdwijnen, dat revolutie het enige zaligmakende middel is om de loop van de geschiedenis te veranderen. Terwijl in de Arabische dictaturen de communisten in de bak vlogen, was er in Israël een volkomen legale communistische partij en zag ik hoe in een kibboets een oud vrouwtje bij de kruidenier uit de rekken nam wat ze nodig had, zonder geld, precies volgens de basisprincipes van het communisme. Ik zag dat de realiteit veel te complex is voor dogma's. Mensen passen niet in schema's en het zijn uiteindelijk de mensen die de geschiedenis maken. Ik kwam tot de conclusie dat democratie het essentiële element is in het Midden-Oosten. Mensen vinden oplossingen, hoe moeilijk het soms ook is, en in het Midden-Oosten zijn ze er nog lang niet uit. Het zijn de dogma's die in elkaar stuiken.

"Veel journalisten hadden een dogmatisch idealisme, zeker die van onze en van de volgende generatie. Wij dachten: wij leggen het allemaal uit, de mensen zullen het eindelijk begrijpen en de wereld zal veranderen. Pas lang nadien besef je dat dat niet klopt. In de pers gebruikte men de term 'prepensioen' een vertaling uit het Frans. Op een dag kreeg ik op de redactie telefoon van een ambtenaar van de EEG die mij het woord brugpensioen suggereerde. Ik heb spijtig genoeg zijn naam en adres niet genoteerd, maar ik vond het idee zo mooi dat ik er met Hugo De Ridder bij De Standaard over gesproken heb en samen zijn we het beginnen gebruiken. Intussen staat het in Van Dale. Dat kan je bereiken, maar de wereld verbeteren?

"Neen, het is niet zinloos geweest. De media hebben bijgedragen tot de ontzuiling. Je mag niet vergeten dat je in die beginjaren in België - ik geef toe dat het wat overdreven is, maar toch - bijna hetzelfde stalinistische systeem had als in Rusland. Je moest lid zijn van dé grote partijen en het bijbehorende ziekenfonds én de vakbond of je kwam er niet. Je was rood, blauw of geel, alles was opgedeeld.

"Ik heb jarenlang en tot nog niet zo lang geleden trouw op de kop van de lijst van de socialisten gestemd. Voorkeurstemmen geven? Dat deed je niet. De partij weet het beter, die lijst is goed, wie ben ik om de volgorde in twijfel te trekken? Ook de kranten waren zeer partijgebonden. De BRT verplaatste schuchter en zachtjesaan bakens omdat ze de objectiviteitplicht had, wat betekende dat je verscheidene meningen aan bod liet komen. Die verscheidenheid heeft bijgedragen tot de ontzuiling: laten zien dat er andere meningen bestaan, niet alleen van mijn partij, en misschien hebben ze nog gelijk ook. Mij heeft het ook soepeler doen denken, je ontzuilt zelf. Maar wat vaak vergeten wordt, is dat de technische vooruitgang daarin ook een rol heeft gespeeld. Zolang we met film werkten, moest je meer dan een uur wachten eer hij ontwikkeld was. Dus snel snel een montage maken, kon niet. Ik heb de overstap meegemaakt naar de eerste zware elektronische middelen, maar daarin kon je niet knippen en bovendien durfde je dat ook niet. Als Jos Van Eynde of de liberale Omer Van Audenhove iets zegden, kwam je daar niet aan. Op maandag werden we naar de partijbureaus gestuurd: zeg het maar, knip bij de aanvang en knip bij de staart en zend maar uit. We hadden journaals waarin vier, vijf interviews van vijf minuten zaten en dat was het. Fons Robberechts, cameraman toen, zei dat wij micropoten waren. En dat klopte wel. Alleen de magazines hadden de tijd om te monteren. Daarom kreeg je de fameuze Maurice De Wilde-incidenten, omdat hij durfde knippen. De politieke sfeerverandering maar ook de elektronische evolutie hebben toegelaten dat er ingekort werd. Dat is een kwestie van jaren geweest en met de satellietverbindingen zetten we nu weer een stap terug. 'We gaan nog eens naar onze man of vrouw ter plaatse.' Ja, dat doe je dan weer niet in vijftien seconden.

"De beslissing dat ik hoofdredacteur van het journaal zou worden, is unaniem genomen in de raad van bestuur. Er was geen enkele tegenkandidaat en iedereen vond het evident, denk ik. En ik had die ambitie. Dingen willen veranderen, hè. Door de controverse en de vetes van administrateur-generaal Paul Van den Bussche was de televisieredactie helemaal verloederd. In de jaren '80 hadden we geen versterking gekregen, alles was armzalig, we hadden geen middelen en de leiding was politiek opgedeeld: de duidingprogramma's voor de CVP en het journaal voor de socialisten. Het was dramatisch. Pas toen ik op de stoel zat, besefte ik wat ik uitgestoken had, vooral omdat ik hoofdredacteur geworden ben enkele maanden voor de start van VTM. Ik dacht: ik ga verpletterd worden. VTM was volop met reclame aan het toeteren in de kranten, Jan Schodts werd gevraagd als hoofdredacteur en verdween. Hij rekruteerde bij ons journalisten en ik mocht dat door de structuur van de BRT helemaal niet doen. Ik zag die pletwals op me afkomen, maar we moesten erdoor. Op VTM hebben we gereageerd vanuit een intellectuele pretentie: commerciële televisie zullen de mensen toch niet slikken, dat was de algehele teneur, die we natuurlijk vroeg afgeleerd hebben. Als je in de praktijk staat en de kijkcijfers ziet, beide huizen vergelijkt... De BRT in het algemeen was een barak, versleten tot en met, vermolmd, gebureaucratiseerd. Pas toen ik algemeen hoofdredacteur werd en de bestuursdirectie werd afgeschaft, kon ik budgetten beheren. Alhoewel! We beslisten een nieuw decor te laten maken voor het journaal en ik schakelde de architect bOb van Reeth in. Hij maakte een ontwerp en een contract voor tweeënhalf miljoen. Ik met de dikke nek van baas, zei: geef maar hier en ik teken dat contract. Maar daar had ik helemaal geen bevoegdheid voor, ik mocht maar tot 50.000 frank tekenen terwijl ik om het even welke journalist naar het einde van de wereld kon sturen voor een reportage van drie miljoen, zonder handtekening. Zo belachelijk was het. Daar heeft men mij op willen pakken: het was een schande, overschrijding van bevoegdheid!

"Het werd ook binnenshuis een verbeten gevecht, een bitsige strijd met politieke achtergronden. Ik was er rotsvast van overtuigd dat ik gelijk had, dat de concurrentie met VTM gevoerd zou worden met het journaal, niet met Panorama of Confrontatie. Toen ik als hoofdredacteur wegging, waren er zestig journalisten, maar toen ik begon, had ik er negentien en ze wilden mij er nog afnemen voor de duiding. Het was niet gebruikelijk, maar ik heb duiding in het journaal ingevoerd. We hadden satellieten en straalverbindingen, ik stuurde journalisten de wereld rond en liet ze commentaar geven in het journaal. Dat was een hele omwenteling. Maar het veroorzaakte veel wrevel bij de mensen van de duiding. Ze wisten niet meer wat zij nu nog moesten doen.

"Op het einde kreeg ik de opdracht om TerZake op te starten, een duidingmagazine op TV 2, zoals dat toen heette. Ik kreeg wel wat geld maar ik moest proberen met interne verschuivingen binnen de budgetten aan middelen te komen. Er was maar één oplossing en dat was geld afpakken van Panorama. Daar zijn ook wrijvingen van gekomen. De journalisten van Panorama waren het gewoon om met hun gat in de boter te zitten, ze konden heel dure producties maken, sommige boven de twee miljoen frank. Ik besliste: we kopen van nu af aan goede documentaires aan tegen 200.000 frank, de eigen binnenlandproducties moeten gemaakt worden voor 850.000 frank en binnen de twaalf dagen, montage inbegrepen. Reportages in het buitenland waren met mij te onderhandelen, daar had ik zelf genoeg ervaring in. Zo heb ik geld weggepeuterd bij Panorama om TerZake op te starten en had ik ruzie."

Een beetje dictator toch, Kris, zeg ik. Hij reageert in alle ernst.

"Ja, ik was zeer streng en daar word je niet populair mee, dat is juist. De journalisten waren bang van mij. Mijn vrouw was toen mijn secretaresse en ze kwamen op hun tenen bijna audiëntie vragen. Ik beet niemands neus af, maar ik was zo intensief bezig en ik had waarschijnlijk een nors uitzicht. Maar ik moest het op die manier doen omdat ik zo snel de zaken wou veranderen, er was geen middenweg. Ik was de voorhoede! Pas toen men mij met verplicht pensioen stuurde, besefte ik dat ik het contact met de redactie had verloren. Dat verklaart waarom de redactie niet volop - laat ik het zo voorzichtig zeggen - geprotesteerd heeft tegen mijn pensionering. De meningen waren verdeeld. Er was een kamp pro en een kamp van mensen wie het niet kon schelen of ik bleef of niet. Toch had ik het nooit anders willen doen want toen ik wegging, stond de nieuwsdienst er, al is dat werk nooit af.

"Het besef dat ze me zouden wegsturen, is te laat gekomen. Ik was met twee topmensen van de BRT al maanden bezig om een nieuwe structuur uit te denken, hoofdzakelijk voor de televisie maar ook voor de corporatie. We waren daar al redelijk ver in, hadden een consensus bereikt. We zijn bij De Batselier geweest, die toen bevoegd was voor de mediasector bij de SP, en hij zou met de plannen naar de CVP stappen om een akkoord te krijgen. Aan het einde van al die onderhandelingen stelde ik vast dat ik er niets meer over hoorde. Ik werd niet meer uitgenodigd, ik voelde dat er iets was en plots, eigenlijk een donderslag bij heldere hemel, moest ik weg. Dat was even slikken. Ik vond het onrechtvaardig omdat ik zo hard had gewerkt. Ik ben tot mijn laatste dag gebleven. 's Avonds heb ik mijn kantoor opgeruimd, ik heb mijn boekentas dichtgedaan, de deur op slot gedaan, ik heb mijn sleutels aan mijn vrouw gegeven en ik ben met mijn boekentasje naar buiten gestapt. Dat was het. Ik voelde het aan alsof ik door de nieuwe bestuurders behandeld werd als een pestlijder. Geen glas, geen woord van Piet van Roe, niets. In mijn auto heb ik geweend, dat wel.

"De eerste maanden heb ik het erg moeilijk verwerkt. Ik was dagelijks intensief bezig geweest. Plots valt dat stil en zit je thuis te niksen. Gelukkig heb ik vrij snel het aanbod gekregen van De Standaard Uitgeverij om ghostwriter te zijn voor een boek van Willy Claes en was ik weer intellectueel bezig, wat zeer belangrijk is. Ik moest weer discipline aan de dag leggen en dat heeft me uit de put gehaald. Kort daarna liep ik al rond met het idee voor mijn boek Tussen rode ster en davidster en was ik opnieuw aan het werk.

"Wat me ook zeer veel pijn heeft gedaan, is de duizendste uitzending van TerZake, waarvoor ik werd uitgenodigd. De ankers waren de vedetten uiteraard, en terecht, zij hadden het goed gedaan, maar mijn naam is niet één keer gevallen. Begrijp je?"

'Omdat ik ziek ben, komt de bagage van mijn verleden die ik zolang proberen te onderdrukken heb, naar boven. Vijf jaar geleden had ik het ook al eens, nu is de kanker plots opnieuw opgedoken. Omdat je niet weet hoe lang het nog kan duren, krijg je een totaal andere ingesteldheid tegenover het leven dan als je min of meer gezond bent. Je maakt balansen op. Wat heb ik gedaan? Waar heb ik goed gehandeld en waar ben ik brutaal geweest? Je krijgt flashbacks, waarover je nadenkt.

"Toen ik voor het eerst terugging naar de oncoloog in Leuven, vroeg de dokter of ik, nadat hij het slechte nieuws bekendgemaakt had, vragen had. Eigenlijk heb je maar één vraag: welke kansen heb ik? En daarop zei hij: ik weet het niet. Dat neem ik hem ook niet kwalijk. Dat is nu eenmaal de stand van de medische wetenschap. Artsen kunnen een probleem vaststellen, hun uiterste best doen om het te behandelen, maar een zekerheid geven kunnen ze niet.

"Die onzekerheid zit in je hoofd. Je neemt afscheid van mensen, je moet ook zeer praktische zaken regelen zoals financiën. Het kan zijn dat ik nog tien jaar leef, maar het kunnen ook maar zes maanden meer zijn. Ik ben bang voor de pijn alhoewel ze zeggen dat daar nu veel aan te doen is. Je kunt proberen je te vermannen en zeggen: op het einde zullen ze mijn kraantje wel dichtdraaien, maar dat is natuurlijk stoere taal. Je kunt niet voorspellen wat er op dat moment zal gebeuren. Ik hoop dat ze het zo willen doen.

"Ben ik nu aan het dramatiseren? Misschien wel, maar je moet daarover durven nadenken en dat is niet zo simpel. Dan zie je die oude rancunes een tikkeltje anders.

"Soms lukt het niet. Mijn jongste zoon is mentaal gehandicapt en verblijft in een instelling in Nederland. Ik ben hem al een tijdje niet meer kunnen gaan bezoeken en gisteren hebben ze uit sympathie bloemen laten bezorgen. Dat is heel moeilijk. Dan zit je met een gevoel van verdriet en rancune tegen het leven en stel je de vraag: waarom ik? Maar daar krijg je geen antwoord op.

"Van diepgelovig in mijn jonge jeugdjaren ben ik een overtuigde atheïst geworden, maar ik heb ook leren aanvaarden dat mensen gelovig kunnen zijn. Daar komen lelijke dingen uit voort maar ook mooie, allemaal gerealiseerd door mensen. Wat kan er mooier zijn dan een Grieks-orthodoxe mis? Nu ben ik niet met religiositeit bezig, maar toen ik Israël leerde kennen wel. Het jodendom, het christendom en de islam komen samen in Jeruzalem. Als je op vrijdag in de late namiddag discreet aan de klaagmuur gaat zitten, zie je de orthodoxe joden aankomen, een zwarte massa, uitgedost, want het is sabbat. Tegelijkertijd zit je tegenover de gouden koepel van de moskee van Omar, waar de muezzin oproept tot het gebed en aan je linkerkant hoor je de klokken luiden van de christelijke kerk. Daar zit jij in. Dat is een ongelooflijk gevoel, godsdienstigheid die in iedere mens zit en die je opneemt omdat het een stuk beschaving is.

"Maar een mens geraakt moeilijk zijn verleden kwijt, vooral als het zo dogmatisch is geweest als het mijne. Twee jaar heb ik aan dit boek gewerkt en alles heb ik van me af geschreven. De bibliotheek in mijn werkkamer is de samenvatting van mijn idealen, maar ook van mijn illusies. Ik heb veel kletsen moeten krijgen eer ik met vallen en opstaan geleerd heb niet meer doctrinair en radicaal op iets in te gaan."

Tussen rode ster en davidster. Waarom communisme en zionisme aartsvijanden werden werd uitgegeven bij Icarus.

'Wat me ook zeer veel pijn heeft gedaan, is de duizendste uitzending van 'TerZake', waarvoor ik werd uitgenodigd. De ankers waren de vedetten uiteraard, en terecht, zij hadden het goed gedaan, maar mijn naam is niet één keer gevallen. Begrijp je?''Vijf jaar geleden had ik het ook al eens, nu is de kanker plots opnieuw opgedoken. Omdat je niet weet hoe lang het nog kan duren, krijg je een totaal andere ingesteldheid tegenover het leven dan als je min of meer gezond bent. Je maakt balansen op'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234