Donderdag 08/12/2022

De megalomane F1-droom van eerste minister Dr. M

Voor de vierde keer is het Formule 1-circus te gast in Maleisië. Voor de eerste maal hopen de organisatoren de grens van de 100.000 bezoekers te overschrijden. De Maleisische Minardi-rijder Alex Yoong moet daarvoor zorgen. Niet dat Yoong morgen veel brokken zal maken, meestal wordt hij in een wedstrijd op een paar ronden gereden door de leiders. Maar het is zijn geldschieter, de Maleisische staat, vooral te doen om de aanwezigheid in de Formule 1. Naast de Petronas-towers en Cyberjaya, de Maleisische vorm van Silicon Valley, is de GP van Maleisië immers een ander prestigeproject van Dr. M, eerste minister van het land.

Freddy Carremans

Nick Heidfeld en Felipe Massa razen met hun Formule 1-bolide door de straten van Kuantan in het oosten van Maleisië. Niet dat de grote prijs weggetrokken is van het gloednieuwe circuit in Sepang, het is een promotiestunt van hun sponsor Petronas om de modale Maleisiër kennis te laten maken met de Formule 1. De koningsklasse van de autosport is immers nog steeds grotendeels een Europese aangelegenheid. Elf van de zeventien grote prijzen worden op het oude continent gereden. Maar meer en meer wendt de Formule 1 de steven naar Azië, 's werelds meest ondergewaardeerde consumentenmarkt.

Het voormalige Portugese en vervolgens Nederlandse en Britse protectoraat maakte voor het eerst kennis met de autosport onder de heerschappij van de Britten. Eind jaren veertig organiseerden ze er een jaarlijkse race over de straten van Jahore Bahru. Maar eenmaal de Britten weg waren, was het ook gedaan met de autosport in Maleisië. Pas in 1968 werd er een raceomloop aangelegd in Batu Tiga, zo'n 20 kilometer ten noordwesten van Kuala Lumpur. Het Shah Salam-circuit ontving in de jaren tachtig de Formule Atlantic Series. In 1985 won Jacky Ickx er met Jochen Mass zelfs een manche van de World Sportscar Series. Er kwamen slechts 3.000 toeschouwers naar het spektakel en de wedstrijd stierf een stille dood.

Dan deed het motorracen het beter op Maleisië. Sinds 1991 werden er geregeld manches van het wereldkampioenschap voor snelheidsmotoren afgewerkt. Maar de autosport kreeg er geen aandacht meer. Tot in 1996 de Maleisische eerste minister Dato' Seri Dr. Mahathir Mohamad, kortweg Dr. M genoemd, wordt opgemerkt op de Grote Prijs van Portugal in Estoril.

Dr. M had een nieuw project gevonden. De eerste minister staat bekend om zijn megalomane ideeën en een Formule 1-wedstrijd paste daar perfect in. Dr. M wil Maleisië immers in de internationale schijnwerpers plaatsen. Het land gaat er prat op de sterkste economische tijger van Zuidoost-Azië te zijn. Het is lid van de Opec-club, wereldleider in het produceren van palmolie en kent sterk stijgende inkomsten uit het toerisme, vorig jaar goed voor zo'n acht miljoen dollar aan inkomsten. Zo liet de eerste minister in Kuala Lumpur de Petronas-Twin Towers optrekken. De twee torengebouwen zouden met hun 450 meter de hoogste van de wereld worden. Het 88 verdiepingen tellende gebouw kostte 544 miljoen euro. Enige tijd na de opening had de olie- en gasmaatschappij Petronas, volledig in handen van de staat, een toren betrokken, de tweede stond nog grotendeels leeg. Schrijnend in een stad waar een gebrek is aan fatsoenlijke huisvesting en een groot deel van de bevolking in krotwoningen leeft.

Een ander project was Cyberjaya. Het zou de Maleisische versie worden van Silicon Valley, het hart van de informatietechnologie in Californië. Dwars door Cyberjaya loopt de Multimedia Super Corridor, een brede laan die de luchthaven met de Petronas-Towers verbindt. Het gastenboek van het enige hotel Cyberview Lodge oogt echter magertjes en de lokale universiteit mag dan wel aan iedere student een breedbandinternetaansluiting op zijn slaapkamer geven met toegang tot een digitale bibliotheek, als die student zijn haar wil laten knippen, moet hij wel naar de oude campus rijden, een half uur verderop.

Sociale activisten hebben dan ook hun bedenkingen bij de megalomane projecten van de eerste minister. "Het lijkt erop dat we in Maleisië terugkeren naar de tijd van de farao's", verklaarde activist Jubal Lourdes in de Asia Times. "Daar werden ook enorme monumenten opgericht als eerbetoon aan bepaalde mensen."

Dr. M had intussen zijn oog laten vallen op de Formule 1. Alle voorbereidingen voor het krijgen van een plaatsje op de Formule 1-kalender werden getroffen. In 1995 kocht Petroliam Nasional Berhad, kortweg Petronas, een aandeel van veertig procent van het Zwitserse Sauber-team. De olie- en gasmaatschappij, opgericht in 1974, behoort tot de 500 grootste en winstgevendste bedrijven ter wereld. Het bedrijf is volledig in handen van de staat. De link met de Formule 1-wensen van Dr. M was dan ook niet veraf. Daarnaast mocht het Maleisische bureau voor toerisme in 1997 en 1998 reclame maken op de racewagens van Stewart.

Intussen werd Hermann Tilke gecontacteerd om in Sepang een circuit aan te leggen. De Duitser is zowat de meest gerenommeerde naam in de aanleg van F1-circuits. Eerder was hij al verantwoordelijk voor de A1-ring in Oostenrijk, het circuit in het Chinese Zhuhai en de veranderingen aan de omloop van Estoril in Portugal. In dertien maanden tijd toverde hij 260 hectare palmolieplantage naast de nationale luchthaven om tot een hypermoderne Formule 1-omloop. Kostprijs: zo'n 92 miljoen euro, voor rekening van het Sepang International Circuit (SIC), dat volledig in handen is van Malaysia Airports Berhad, dat dan weer, u raadt het al, een staatsholding is.

Dr. M onderhandelde ondertussen verder met Formule 1-baas Bernie Ecclestone over een plaatsje op de F1-kalender. De Brit had er wel oren naar. In Europa begonnen ze immers vervelend te doen door een verbod op tabaksreclame in te stellen vanaf 2006. In Zuidoost-Azië rookt iedereen zich nog steeds te pletter en wordt er van overheidswege nog niet gedacht aan een verbod op tabaksreclame. Bovendien blijken de Aziaten niet alleen een ondergewaardeerde consumentenmarkt maar ook grote autosportliefhebbers te zijn. Zo'n zestig procent van de 350 miljoen kijkers die er per grote prijs Formule 1 wereldwijd aan de buis gekluisterd zitten, woont in het oostelijke continent. Het consultantbureau PricewaterhouseCoopers publiceerde vorig jaar nog een rapport waarin het de nadruk legt op de onderontwikkelde sportmarkt die in het Verre Oosten nog ligt voor de Europese mediabedrijven.

Ecclestone was overtuigd. Op 17 oktober 1999 was het dan zover, de eerste Grote Prijs van Maleisië ging van start op het circuit van Sepang. Eddie Irvine werd de eerste winnaar op de gloednieuwe omloop. De wedstrijd genereerde zo'n 153 miljoen euro aan inkomsten. Alles leek goed te gaan, tot vorig jaar. De tribunes bleven halfleeg. Normaal is er in Maleisië veel aandacht voor sportwedstrijden, maar de lokale bevolking leek de Formule 1 links te laten liggen. De GP van Maleisië 2001 vond dan ook, dankzij de Fia, amper vijf maanden na de vorige editie plaats. De meeste van de toeschouwers zijn dan wel rijke buitenlanders, maar die vonden het blijkbaar toch iets te veel van het goede om op korte tijd twee keer naar Maleisië te reizen. En de organisatoren mogen er zich dan nog op beroepen dat de goedkoopste kaartjes, op zondag op een heuvel, slechts 31 euro kosten, dat is nog altijd zowat een kwart van een maandloon voor de gemiddelde Maleisiër. Nochtans verplichtte de Maleisische overheid zowat alle grote bedrijven om enkele duizenden kaartjes te kopen en te verdelen onder de werknemers. De tribunes bleven niettemin grotendeels leeg en zorgden voor Maleisische onrust. Er staan immers meerdere kandidaten te trappelen om ook een grote prijs F1 te mogen organiseren. Iedereen die al op de kalender staat, doet dus zijn uiterste best om zijn plaats niet te verliezen.

De interesse van de Maleisiërs zou volgens de Maleisische autoriteiten wel toenemen mocht er een bumi putera, een etnische Maleisiër, meedoen. De overheid liet haar oog vallen op Alexander Charles Loong Yoong, vorig jaar aan de slag in de Formule Nippon. Zijn resultaten waren er evenwel niet naar om hem op basis van sportieve prestaties een plaats bij een F1-team te bezorgen. Maar de jonge rijder kreeg de hulp van Magnum, zowat de nationale loterij van Maleisië, en het ministerie van Jeugd en Sport. Die bezorgden hem een koffer met zowat 23 miljoen euro 'sollicitatiegeld' in. Minardi-chef Paul Stoddard hoefde niet na te denken en liet zijn rijder Tarso Marques meteen weten dat hij mocht beschikken. Yoong kreeg zijn zitje. Tijdens de Grote Prijs van Italië in september vorig jaar debuteerde Maleisiës eerste F1-rijder, tevens de eerste Aziatische én niet-Japanse F1-rijder sinds prins Bira van Thailand er in 1954 de brui aan gaf.

Ook dit seizoen gaat de samenwerking verder. Minardi kan dan ook rekenen op heel wat sponsoring vanuit Maleisië. Zo prijkt dit jaar Go KL, het uithangbord van de stad Kuala Lumpur, de computerfirma PC Suria, wielenfabrikant BSA en verzekeringsmaatschappij PanGlobal op hun wagen. Voor zoveel steun doet Paul Stoddard dan ook zijn best om iets terug te doen. "Een onderdeel van onze vierjaarlijkse overeenkomst met het ministerie van Sport is het opzetten van een programma voor jonge rijders", zei Stoddard dinsdag in Maleisië. "Het doel is jonge Maleisiërs mogelijk in de Formule Nippon of de Formule 3000 te plaatsen, als ze talent hebben."

Talent blijkt het probleem te zijn. Alex Yoong wordt elke wedstrijd wel minstens tweemaal gedubbeld door de andere rijders. Zijn beste resultaat totnogtoe was een zevende plaats twee weken geleden in Australië. Het klinkt hoopvol, maar Yoong eindigde wel op drie ronden van winnaar Michael Schumacher en hield enkel een door pech geteisterde Pedro de la Rosa achter zich. Yoong wordt dan ook een geldrijder genoemd, iets waar hij zich over opwindt. "Het maakt me triest dat ze zo negatief over me denken. In plaats van me een kans te geven, vinden ze me storend. Ik geef me nochtans elke wedstrijd voor honderd procent, want ik wil beter en beter worden", zegt Yoong.

Maar de kritiek zal de Maleisiërs alvast worst wezen. De aanwezigheid van een landgenoot in de Formule 1 zorgde voor een ware stormloop naar kaartjes voor dit weekeinde. Maandag waren er al 50.000 telefonisch verkocht. Om de rest verkocht te krijgen, worden ook nog steeds de oude methodes gebruikt. "We krijgen veel steun van bedrijven zoals Proton Edar, Talasco en Telekom Maleisië, die ermee akkoord gingen kaartjes te kopen en ze te schenken aan het leger en scholen", zegt Ahmad Mustafa, algemeen directeur van SIC. Maleisië en Dr. M kunnen op hun beide oren slapen. De grote prijs van hun land kan nog even verder. Al kan een hardnekkige bosbrand in de buurt van het circuit, die tot gisteren nog hevig woedde en voor zware rookgordijnen zorgde, nog roet in het eten gooien.

Nationale loterij en ministerie van Sport bezorgden Maleisische F1-rijder Alex Yoong een sollicitatiekoffer met 23 miljoen euro. Minardi hoefde niet na te denken

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234