Zaterdag 04/02/2023

'De meeste liedteksten zijn knittelrijm'

De nestor van de Nederlandse vertalingen is 65 geworden. Voor die gelegenheid is er De volledige Villon, een bundel van de vertalingen die Ernst van Altena in 1963 en 1984 voltooide en waar de gedichten en ballades van de Parijse vrijbuiter François Villon nog steeds doorklinken alsof de auteur ze meteen in het Nederlands had opgeschreven. Maar Van Altena heeft uiteraard veel meer vertaald: van Brel tot The Canterbury Tales. Een gesprek met een touche-à-tout.

Je kunt het best in de late middag bellen voor een interviewafspraak, hadden ze bij uitgeverij Aristos verteld. "In de namiddag praat hij wat makkelijker." Op 1 december 1997 werd Ernst van Altena geopereerd. Aanleiding was een tumor in het strottenhoofd, dat moest worden verwijderd. Voor de heikele operatie was een narcose van negen uur nodig. Maar de ontwikkeling is positief, fluistert hij me toe in het café van de stadsschouwburg in Amsterdam. "Tot nog toe zijn er geen uitzaaiingen. Gelukkig. Wist je dat gemiddeld meer dan vijfduizend mensen dit jaarlijks meemaken? Bij zestigjarige mannen komt het twee keer op duizend voor, bij vijftigjarigen één keer op duizend." Hij pauzeert even, want praten met alleen maar de bovenkant van je slokdarm is bijzonder vermoeiend. "Ik heb een apparaat dat mijn stem versterkt, maar ik heb het nu niet bij me. Ik gebruik het voor mijn regies, want ik regisseer nog altijd amateurtoneel." Van Altena werd 65 in december, maar hij straalt nog altijd een jongensachtige energie uit. Bijna een uur lang levert hij een gevecht tegen de "moordende" decibels in het café, praat hij zacht over zijn jeugd, zijn passie voor jazzmuziek, over de jaren in Parijs en over zijn bewondering voor de zingende poëet Georges Brassens - "een klassieker dichter dan Jacques Brel", voor wie Van Altena indertijd optrad als de tekstregisseur van zijn Nederlandse liedjes.

De autodidact Van Altena heeft een avontuurlijk leven geleid, zo blijkt. Niet zo onstuimig weliswaar als dat van François Villon (1431-?), de briljante Parijzenaar die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden moest vluchten voor het Franse gerecht en die meermaals in de gevangenis belandde voor vechtpartijen op straat, alvorens van de aardbodem te verdwijnen. Maar met Villon, Brel en Brassens heeft Van Altena in elk geval het eigengereide van de individualist gemeen, de onrust van de reiziger die niet zelden het onderwerp uitmaakte van een ballade.

'Als ik het juiste pad najaag, verdwaal ik, / maar zeker ben 'k op onbekend terrein; / is het terrein bekend? Van angst vervaal ik / en mijn geboortegrond is vreemd domein...' (Uit 'Ballade IV' van Meester Berthault de Villebresme, uit het zogenaamde Concours van Blois waaraan ook François Villon deelnam, vertaling: Ernst van Altena)

Van Altena: "Ik ben opgegroeid in Amsterdam-Zuid, in een typische arbeidersbuurt. Ik kom uit een socialistisch gezin, mijn vader was voorstander van de volksontwikkeling. We hadden thuis een hele grote boekenkast, met werk van alle socialistische dichters. De redenering achter die volksontwikkeling luidde dat kennis vergaren ons zou helpen om het beter te hebben. Ik herinner me dichtbundels van Herman Gorter, Margot Vos en C.S. Adema van Scheltema, een typische volksdichter. Mijn moeder kende het volledige oeuvre van Guido Gezelle van buiten.

"Het was een keurige, progressieve buurt waarin we woonden. Normaal had ik naar het Montessori-lyceum gemoeten (een school voor 'alternatief' onderwijs, SH), maar daar hadden mijn ouders geen geld voor. Dus ging ik naar de HBS. Ik heb wel notenleer gevolgd en speelde als veertienjarige al klarinet. Ik was nogal een bezige jongen.

"Op die leeftijd luisterde ik vaak naar jazzmuziek. Ik was bij een harmonie, maar ben daar uitgestapt toen ik hoorde dat we op straat moesten spelen. De enige reden waarom ik bij die harmonie was begonnen, was om een instrument te lenen en te leren bespelen. Door de winkelstraten marcheren zag ik niet zo zitten. Veel liever luisterde ik naar Louis Armstrong. Of naar het Jelly Roll Morton-orkest, met klarinettist Omer Simeon, een van mijn muzikale helden. Dat was in de jaren 1947-'48. De liefde voor muziek kreeg ik mee van mijn vader, een begaafd zanger die het hele repertoire van Nederlandstalige volksliedjes uit het blote hoofd kende.

"Op mijn vijftiende moest ik gaan werken. Ik verdiende meer geld als muzikant dan als kantoorbediende, en toen ik achttien werd besloot ik naar Parijs te trekken. Die stad had toen de uitstraling van New York nu, als het centrum van de culturele wereld. Mensen hadden mij verteld dat ik veel geld kon verdienen door op 14 juli, de Franse nationale feestdag, op de boulevards te gaan spelen. Ze hadden gelijk. Daarna ben ik doorgereisd naar het zuiden, waar ik op straat of in restaurantjes musiceerde. Toen het weer slechter werd, ben ik teruggekeerd naar Parijs, waar ik in allerlei jazzclubs aan de slag kon. Ik was een behoorlijk klarinettist, mag ik wel zeggen.

"Ik ben in Parijs gebleven tot 1954, en in die periode leerde ik vloeiend Frans spreken. Wat ik toen heb geleerd over de Franse taal, leer je in geen twintig jaar op school. In het muzikantenmilieu kwam ik ook in contact met het Bargoens. Het was een mooie tijd: ik musiceerde samen met Boris Vian en leerde Brassens kennen, Guy Béart, Charles Aznavour, Jean Ferrat... Brel woonde toen nog in Brussel. Spannend? Wel, ik was toch geen kantoorbediende."

Van Altena's eerste vertalingen waren op basis van chansonteksten van Jacques Prévert, door Juliette Gréco op plaat gezet. "Ik wou mijn Nederlandse vriendenkring laten horen waar die liedjes over gingen." Over die beginperiode, van 1948 tot 1956, gaan ook zijn memoires waar hij onlangs aan begonnen is. "Die periode was in Nederland op artistiek vlak een van de interessantste van deze eeuw. Ik stond midden in de snelle veranderingen die zich voltrokken: als jazzklarinettist, schrijver en dichter die net te jong was voor de vijftigers en de Cobra-groep, maar ze van dichtbij kon volgen via de artistieke stichting Le Canard in Amsterdam, waar ik medewerker was en na mijn terugkeer uit Parijs optrad met mijn swingformatie, Het Louisiana Quintet."

Voor Van Altena bestaat er geen fundamenteel verschil tussen poëzie en liedteksten. "Brassens, Brel... Ze schreven poëzie met muziek als drager in plaats van papier. Alle grote poëzie is per definitie muzikaal. Van een liedvertaler wordt technisch wellicht wat meer gevraagd, maar iemand zonder gevoel voor swing en ritme, voor klank en kleur, kan ook geen leespoëzie vertalen. Helaas zijn verreweg de meeste liedteksten geen poëzie maar knittelrijm, of erger."

Van Altena ziet ook een duidelijk verschil in kwaliteit tussen de teksten van Georges Brassens en Jacques Brel, van wie hij onder meer 'Ne me quitte pas' ('Laat me niet alleen') vertaalde. Hoewel de Nederlander bij het grote publiek juist bekend is van die - uitstekende - vertalingen, noemt hij de liedjesteksten van Brel vaak slordig. "Brel was een groot performer, Brassens was een groot dichter. Dat is het verschil. Brel kon zich die slordigheden dan ook gemakkelijker permitteren. Het irriteert me soms als ik merk dat Brel het enige brandpunt in mijn vertalerswerk lijkt. Dat is mijn leven niet. Van Brel wordt een soort James Dean gemaakt en dat was hij niet. We hebben een jaar of vijf intensief samengewerkt - hij heeft onder mijn regie enkele Nederlandstalige versies van zijn liedjes ingestudeerd - en we konden heel goed met elkaar overweg. Maar het wordt soms vergeten dat Brel eigenlijk een Brusselse bourgeois was, die vaak rechtse standpunten innam. Hij was een kind van conservatieven, ik van socialisten. Dat verschil heb ik genoeg gemerkt. Hij was verontwaardigd over een aantal zaken, zoals over de clerus, maar dat maakte hem nog niet links. Nee, dan heb ik literair gesproken veel meer affiniteiten met Brassens, van wie Brel trouwens een hoge dunk had. Ik zou dan ook graag eens een Brassens-revival zien in Nederland, in plaats van die Brel-hysterie. Daar zou Brel het zelf mee eens zijn, dat weet ik zeker."

'Zeg mij: waar, in welk ver domein / is Flora, die schoon van gezicht was; / Archipiades, rank en fijn / en Thaïs, die haar volle nicht was? / Nimf Echo die tot zang verplicht was / als men haar riep langs stroom of meer / en die goddelijk slank en licht was? / En waar is de sneeuw van weleer?' (Uit 'Ballade van de dames uit vroeger tijden' van François Villon, vertaling: Ernst van Altena)

Het was Brassens die Van Altena het laatmiddeleeuwse oeuvre van Villon leerde kennen. Hij zong de 'Ballade des dames du temps jadis' en dat was voor de leergierige vertaler, die eind jaren vijftig vooral voor de radio en in de reclame werkte, het startschot van een studie die zeven jaar zou duren, a rato van tweeëneenhalf uur per nacht. In 1963 verscheen zijn eerste Villon-vertaling. Daarvoor kreeg hij in 1965 de Martinus Nijhoffprijs, het begin van een uitgebreide reeks prijzen, onderscheidingen en titels waar vorig jaar het ridderschap in de orde van Oranje Nassau bijkwam. In 1984 vulde Van Altena zijn Villon-oeuvre aan met een deel bargoense en apocriefe teksten onder de titel Villon vervolgd. De twee bundels zijn nu in één band samengebracht, als een eerbetoon "aan de nestor van de Nederlandse vertalers". Na zijn intensieve Villon-studie verdiepte Van Altena zich in de literatuur van de Middeleeuwen en de Renaissance. "Het is typisch voor een autodidact dat hij alles wil begrijpen. Vandaar mijn reis door de geschiedenis. Als je in een lang praktijkleven (radio en reclame, SH) een overmaat aan routine hebt opgebouwd, boeit alleen datgene waarvoor nog steeds beduidend meer dan routine nodig is. Het 'onmogelijke' dus..." Zo vertaalde Van Altena onder meer de liederen van de Occitaanse troubadours, de beroemde Roman de la Rose en The Canterbury Tales. Zijn gevoeligheid voor het Engels gaat naar eigen zeggen terug tot zijn kinderjaren, zij het niet zozeer tot de lagere school. "Ik ben een kind van de bevrijding. Toen de geallieerden kwamen en met open armen werden ontvangen, kreeg je de Engelse taal als het ware onderhuids geïnjecteerd."

Van Altena werkt sinds 1965 ook in het theater, onder meer voor de Nederlandse Comedie. Tot de belangrijkste door hem vertaalde toneelstukken rekent hij Kleine Alice, Alles voor de tuin en In wankel evenwicht van de Amerikaanse auteur Edward Albee. Ook hier luidde het motto: 'Hoe schoner en strakker de taal, des te onverslijtbaarder de vertaling.' "Ik heb geen probleem met het gebruik van een moderne woordenschat bij de vertaling van klassieke teksten, in zoverre dat ik elk gebruik van modieuze woorden daarbij uit den boze acht. Shakespeare-bewerkingen zoals die van Tom Lanoye (Ten Oorlog, SH) mogen niet onder de vlag 'vertaling' varen. Het zijn teksten van een heel andere orde die je - naar gelang van je eigen opvatting - parafrases of verkrachtingen kunt noemen."

Van Altena heeft ook twee romans en drie dichtbundels van eigen hand gepubliceerd. Het eerste was in een ver verleden, voegt hij eraan toe, maar poëzie schrijft hij "nog steeds af en toe". Is alleen vertalen dan toch te weinig bevredigend? "Absoluut niet. Begint iemand die het onbevredigend vindt aan de vertaling van de complete Villon, van The Canterbury Tales of de Roman van de Roos? Gaat die zichzelf Occitaans leren om de troubadours uit de twaalfde eeuw in het Nederlands te kunnen ontsluiten? Nee, het heeft er meer mee te maken dat ik, om een Frans woord te gebruiken, het liefste een touche-à-tout ben: muziek, radio, televisie, lied, productieregie en dramaturgie, schrijven en journalistiek, als columnist. Het is in mijn leven allemaal de revue gepasseerd of doet dat nog."

Ernst van Altena, De volledige Villon, Aristos, Rotterdam, 448 p., 1895 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234