Donderdag 28/10/2021

De mannen van de macht

Eerst een waarschuwing: ik moet Tacitus (ca. 54-117) onrecht aandoen. Ik ga over zijn Annalen schrijven, maar dat kan niet. Het liefst had ik deze ruimte gevuld met het overschrijven van Latijnse stukken Tacitus en een bloemlezing van lezersreacties. Of met het krachtdadige groteletterbevel 'Neem en lees'. Hier volgt een lange, schaamteloos uit de hand gelopen reclameslogan voor Tacitus, en een mini-bloemlezing statements. Ik ga daarbij uit van de voortreffelijke inleiding van Robert Mellor, Tacitus (Routledge, 1993).

door Patrick De Rynck

Publius Cornelius Tacitus

Uit het Latijn vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door M.A. Wes Voltaire, 's-Hertogenbosch, 397 p., 1.580 frank.

Publius Cornelius Tacitus

Uit het Latijn vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door M.A. Wes Voltaire, 's-Hertogenbosch, 350 p., 1.580 frank.

"Ik beschouw het als bij uitstek de taak van de geschiedschrijving om ervoor te zorgen dat goede hoedanigheden niet verzwegen worden en dat wie zich in woord en daad misdragen, reden hebben om te vrezen dat latere generaties een ongunstig oordeel over hen zullen vellen."

Tacitus

Stel dat u verlokt bent door de titel van dit stuk, het citaat en de waarschuwing. Uiteraard bent u níet van plan Tacitus te lezen. Tacitus, dat is geschiedschrijving en we denken daarbij aan boekgeworden databanken met meer voetnoten dan goedgeschreven zinnen. Dat is jammer. Geschiedschrijving was in de Oudheid literatuur, al sinds Herodotos. De academische variant is sinds de 19de eeuw verworden tot bloedeloos, 'objectief' bronnenonderzoek over detailkwesties van amoebe-allures. (Excuus, Johan Huizinga, Jo Tollebeek, Sophie De Schaepdrijver en anderen.) Tacitus brengt het tegendeel: een breed, gepassioneerd en grenzeloos subjectief grootverhaal over militaire dictators, over hoe mensen zich gedragen aan hun voeten en wat je daaruit kunt leren. Dit is drama, biografie, geschiedenis, politieke analyse en psychologische roman in één werk. Het is bovendien verbijsterend geschreven in een schokkende, snokkende stijl.

In het bewaarde deel van de Annalen gaat het over drie keizers: Tiberius, Claudius en Nero (de jaren 14 tot 66, met daarin een lacune van tien jaar). De gek Caligula is er jammerlijk tussenuit gevallen, net als het einde van Nero. De moraliserende aristocraat Tacitus schreef het werk na 100 en hij is verantwoordelijk voor een stukje van ons collectief geheugen: als we bij het begrip 'Romeinse keizer' denken aan de karikatuur van de corrupte en wreedaardige psychopaat, omgeven door duistere, reptielachtige hofcreaturen, dan is dat voor een goed deel op zijn conto te schrijven, en op dat van keizerbiograaf Suetonius. Ook iemand als Robert Graves - die in I, Claudius en in Claudius the God and His Wife Messalina de keizer geschiedenis laat schrijven - kende zijn Tacitus en Suetonius.

Tiberius was volgens Tacitus door dictator Augustus als opvolger gekozen omwille van de contrastwerking: zo kon zijn eigen ster des te feller schitteren. Leuk begin voor een 55-jarige troonopvolger die ook al verplicht was geweest te scheiden en vervolgens te trouwen met Augustus' promiscue dochter Julia. De bekwame, maar sombere, paranoïde en volstrekt eenzame Tiberius is Tacitus' meest complexe personage. Dit is de verbitterde keizer die in alle vertrouwen veel macht geeft aan een politiek monster bij uitstek, een zekere Sejanus, en die zich terugtrekt op het sublieme eiland Capri om daar een orgiastisch leven te leiden. De schlemiele en gehandicapte stotteraar Claudius, zelf een niet onverdienstelijk historicus, komt per ongeluk aan de macht. Hij is de verachtelijke speelbal van zijn bedenkelijke hovelingen, van militairen en van vrouwen als Messalina en Agrippina.

Van het menselijk monster Nero kunnen we nog twaalf regeringsjaren lezen, met beruchte episodes als de moord op Britannicus, de moedermoord op Agrippina, de brand van Rome (mét de zingende Nero), de samenzwering van Piso en de verplichte zelfdoding van de gecorrumpeerde filosoof Seneca, die de keizer had opgevoed. Nero is ondanks een beloftevolle jeugd de geperverteerde keizer die 's nachts door de straten van Rome zwalkt, zich een artiest waant en ongemeen wreed is.

Hoe verandert een absolutistisch, dictatoriaal regime de psyche? Wat is de invloed van omgevingsfactoren op mensen? Hoe blijf je in zo'n non-staat integer overeind, zonder de naïef-heilige zelfmoordcommando-held uit te hangen? Welke tactieken ontwikkelen mensen om te overleven? Hoe wordt politieke macht corrupt, een vorm van corruptie waar machthebbers én onderdanen medeplichtig aan zijn en die op den duur alles erodeert: het privé- en het openbaar leven, de literatuur, de taal zelf die in machtsmilieus al te vaak tot één lange leugen wordt gedegradeerd? Hoe wordt zo'n wereld inderdaad letterlijk een schouwtoneel, waarin je een rol moet spelen, moet applaudisseren als Nero optreedt, omdat je van alle kanten wordt bekeken. Of neem deze, over de DDR-achtige afluisterterreur onder Tiberius: "Nooit eerder was de burgerij zo vol angst en beven, nooit eerder was men zo op zijn hoede geweest tegenover zijn naasten, men vermeed anderen te ontmoeten, men ging gesprekken uit de weg, niet alleen met onbekenden, óók met bekenden. Men nam zichzelf in acht wanneer er geen levende ziel in de buurt was, men was op zijn hoede voor daken en muren."

De volgende fijne fenomenen en gedragingen weven het zwarte web van de Annalen (in alfabetische volgorde): censuur, collaboratie, corruptie, desinformatie, doublespeak, gatlikkerij, hofintriges, hypocrisie, kwijlen naar boven en stampen naar onderen, lafheid, medeplichtigheid, megalomanie, moord, neukend de top bereiken, paranoia, pluimstrijkerij, samenzwering, schijnprocessen, sycofantisme, veinzerij, verraad, winstbejag. Und kein Ende. Over dat winstbejag: in 27 stortte in Fidena het amfitheater in. Balans: vijftigduizend gewonden en doden. Oorzaak: het bouwwerk had geen stevige fundamenten, omdat de bouwheer "er op een goedkope manier aan (wilde) verdienen".

Tacitus is de grimmige openbare aanklager van het Romeinse keizerlijk hof en zijn trawanten, met alle advocatentrucs die daarbij horen én met de partijdigheid van zijn hartgrondige haat. Hij is de tegenpool van een voorganger als Livius, die niet moe wordt exempels op te dissen van goede oud-Romeinse deugdzaamheid. Tacitus had volop heimwee naar die republikeinse idealen, maar berust erin dat er ten gronde maar één systeem is: dat van de alleenheerser. Zijn deprimerende visie op de condition humaine zal later worden gedeeld door... Augustinus. Het zal de vader aller kerkvaders ertoe aanzetten om zich van de mensenwereld af te keren naar de Stad Gods, een beslissende stap in de westerse traditie.

Er zijn onopgeloste vragen over de relatie tussen leven en werk van Tacitus. Hij heeft carrière gemaakt onder wat voor de senatorenstand, waartoe hij behoorde, misschien de meest abjecte keizer was: Domitianus. Hoe valt die loyaliteit te verklaren? En kun je dan zeggen dat zijn cynische schrijverij nadien (en zijn messcherpe analyses van corruptiemechanismen) een soort therapie was, een van zich afschrijven van zijn collaboratieschuld, van de schaamte dat hij de terreur had overleefd? Dat hij in deze Annalen dus zijn eigen troebele persoonlijkheid mede analyseert en dat juist dat mede de kracht van dit oeuvre uitmaakt? Voer voor psychologen, deze fascinatie voor het kwade.

Onder meer dankzij de massa's vignetten en pointes waren de Annalen een goudmijn van aforismen. Dat gebruik van contextloze Tacitus-citaten verklaart ook waarom hij in veel omstandigheden inzetbaar en bruikbaar is geweest, zowel door Franse en Amerikaanse revolutionairen als door Italiaanse prinsen en verstokte royalisten. Er is in al die eeuwen een rode en een zwarte Tacitus geweest, een revolutionair en een machiavellist. Hij leverde een model af voor het voeren van het militair-dictatoriale bewind waarvan hij de verborgen mechanismen blootlegt: dat is een van zijn paradoxen.

Tacitus is in de 19de eeuw bijgezet in het mausoleum dat wordt onderhouden door het ras der klassieke klassieke filologen, de kommaneukers met de paardenbrillen. Juist tevoren nog - tijdens de genoemde revoluties - stond hij mee op de barricades. Niet toevallig verdwijnt hij in de 19de eeuw uit het zicht, als het positivisme in de historiografie en het vooruitgangsgeloof maar weinig op hadden met zijn illusieloze kijk op de kwaadaardige kanker die mens heet en met zijn gepassioneerde manier om geschiedenis te schrijven, met grote doses ira et studio, rancune en partijdigheid. (Eigenlijk heeft Tacitus in de eerste plaats spijt over het verlies aan invloed van zijn senatorenstand; een groot democraat kun je deze hater van mensenmassa's bezwaarlijk noemen. Het plebs? "Dat vergelijkt keizers op grond van hun uitzicht en hun fysieke aantrekkingskracht.") Zijn romanticism of disillusionment (Lukács) vind je wel nog terug in de grote 19de-eeuwse romans, genre Dostojevski, Balzac, Hardy. Dat zijn Tacitus' ware erfgenamen. En de moderne Romeinse keizers heten Stalin, Hitler, Mussolini, Pol Pot, Mobutu, Pinochet, Hoessein, Kim-Jung Il en alle potentaten met politieke en andere macht. Ze zouden dit moeten lezen.

Dit is na de vertaling van P.C. Hooft (1684) de eerste leesbare Nederlandse Tacitus en dus een opzienbarend nieuw feit in onze vaderlandse letteren. Veelschrijver en -vertaler Marinus Wes, hoogleraar oude geschiedenis in Groningen, tekende voor de nieuwe Tacitus. In zijn aantrekkelijke inleidingen - met eindelijk eens niet de obligate eerste zin "Tacitus is geboren in huppeldepup en stierf in jaar zus-of-zo" - brengt hij een commentaar op de Annalen waarin hij als hedendaags historicus Tacitus als het ware aanvult en corrigeert. Domitianus was bijvoorbeeld niet de uniforme slechterik waar hij voor wordt versleten.

Maar ik begon dit stuk niet toevallig met de onvervulbare wens om deze bladzijden met stukken Latijnse tekst te mogen vullen. Ik denk dat er voor een inslaande vertaling van Tacitus een nieuw soort Nederlands moet worden uitgevonden. Een waarvan je buiten adem raakt. In elk geval moet je al lezend geconfronteerd worden met een syntaxis, met woordcombinaties, met een gecomprimeerdheid, met explosies die je vaker doen opschrikken dan nu bij Wes het geval is. Dat is net de essentie van Tacitus' schrijverij. Het kan geen toeval zijn dat er in de historische inleidingen met geen woord wordt gerept over dat ongeziene Latijn van hem. Jammer, maar laten we voorlopig toch maar blij zijn met Tacitus' somberte. Die blijft ook in dit Nederlands schitterend inktzwart.

Vierhonderd jaar flapteksten

"Dit is eerder een oordeel over de geschiedenis dan het verslaan ervan; je krijgt meer voorschriften dan verhalen. Het is geen boek om te lezen, maar om te bestuderen. Het zit zo vol maximes dat je er van alle soorten in vindt, correcte en verkeerde. Dit is een boek vol ethische en politieke bedenkingen die nuttig zijn voor hen die in deze wereld een leidende rol spelen."

Michel de Montaigne, 'De kunst van het twistgesprek', 1588

"Ik heb mijn personages gekopieerd van de grootste schilder uit de Oudheid: Tacitus. En ik was zo doordrongen van de lectuur van deze voortreffelijke historicus dat er in mijn tragedie nagenoeg geen knappe wending is waar hij niet de idee voor leverde."

Jean Racine, voorwoord bij zijn tragedie Britannicus, 1669

"Tacitus is voor mij de eerste schrijver ter wereld. Zijn boek is een samenstel van een historisch en een moreel werk. Een ander voorbeeld daarvan is er niet."

Thomas Jefferson, derde president van Amerika, aan zijn kleindochter, 1808

"De stijl van Tacitus, zoiets heb je nog nooit gezien. Hij is de vuilste, briljantste, meest manipulatieve en handigste prozaïst die Rome heeft voortgebracht. (...) In deze gedrongen wink-wink-nodge-nodge-say-no-more-know-what-you-mean-stijl kan in een paar woorden heel veel worden gesuggereerd."

Ilja Leonard Pfeiffer, classicus en dichter, in: De Antieken. Een korte literatuurgeschiedenis, 2000

"Het onthutsende oeuvre van deze cynicus, een van de indrukwekkendste prozaïsten aller tijden, is verplichte kost voor ieder die van Kafka, Dostojewski of W.F. Hermans houdt."

Piet Gerbrandy, classicus, essayist en dichter, in: Boeken die ertoe doen. Over klassieke literatuur, 2000

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234