Dinsdag 03/08/2021

De mannen van 1830

Armand de M�rode: 'Wat hebben de Vlamingen te winnen bij een afscheiding? Een klein land opdelen in een nog kleiner land?'

Emile Fivé: 'De Fivés dweepten met de Franse revolutie. Vrijheid van meningsuiting, van vereniging, van pers, van godsdienst, dat waren idealen die ze koesterden. Het stond in de sterren geschreven dat ze tegen het autoritaire regime van Willem I zouden ageren. Noem het een familietraditie'

Het begon met operagezang, het eindigde met kanongebulder. Toen de kruitdampen optrokken had de operetterevolutie een nieuw land gebaard. België, nakomertje van de Europese geschiedenis. De vaders van de revolutie staan al lang op sokkels. Hun nazaten wikken en wegen de erfenis, drie weken lang in Zeno.

Félix de Mérode en Gustave Fivé hebben op verschillende fronten voor hetzelfde ideaal gestreden. De eerste pendelde als toponderhandelaar tussen de Europese hoofdsteden, de tweede lag onder Hollands vuur tijdens de slag om het Warandepark. Verenigd in de vaderlandsliefde, dat zijn hun fiere nazaten. Met lede ogen zien ze hoe duistere krachten de eenheid van het land bedreigen. Een revolutie zal deze keer niet helpen, al hun hoop is op het gezonde verstand der Belgen gevestigd. Leven we immers niet in het beste land ter wereld? Dankzij de helden van 1830, welteverstaan. Erik Raspoet / Foto's Stephan Vanfleteren

Armand de Mérode: 'Félix is er bij toeval in gerold'

Armand de Mérode is een kleine man met wit-grijs, sluik haar. Geen opvallende verschijning, al lokt zijn vilten jagershoed in hartje stad wel eens een verwonderde blik. Ze zijn onafscheidelijk, de prins en zijn jagershoed. "De beste remedie tegen verkoudheden", zegt hij bij de kennismaking op het Marterlarenplein. "En het past in de familietraditie. Frédéric de Mérode was zelf een fervente jager. Toen hij aan het hoofd van de Kempenaars tegen de Hollanders optrok, was hij in zijn sas. Hij beschouwde het niet als een oorlog. We gaan Hollanders jagen, placht hij te zeggen."

Was de jonge graaf misschien een tikje overmoedig? Hij liep op 17 oktober 1830 een schot in zijn been op bij een vermetele poging om onder Hollands vuur de Nete over te steken. Een week en één amputatie later is hij aan zijn verwondingen bezweken en meteen herrezen als patroonheilige van de prille natie. Frédéric de Mérode kreeg een staatsbegrafenis op het kerkhof van Berchem en een eigen gedenksteen op het Martelarenplein. Een telg uit een oud adellijk geslacht die zijn leven voor het vaderland geeft, dat mocht best in de verf worden gezet. Onder deze kasseien liggen ook nog 445 gewone stervelingen begraven, allemaal gesneuveld bij de Brusselse guerrilla tegen de Hollanders. Zij moeten het met een inscriptie in de crypte stellen.

Zonder op zijn verdiensten af te dingen: over Frédéric zijn we snel uitgepraat. Dat geldt niet voor zijn oudere broer Félix, een van de absolute tenoren van de Belgische onafhankelijkheid. "Félix is er haast bij toeval in gerold", zegt Armand. "Hij woonde eigenlijk in Frankrijk, maar hij verbleef tijdelijk in Brussel om de begrafenis van zijn vader te regelen. Toen de opstand uitbrak, heeft hij zich meteen aangemeld bij de burgerwacht. Als gewone vrijwilliger, hij had geen officiële titel."

Lang heeft Félix niet op de barricades gestaan als simpele piot van de burgerwacht, hij zou de Belgische revolutie niet als soldaat maar als diplomaat dienen. Gelet op zijn stamboom was het een kolfje naar zijn hand. Het adellijke geslacht De Mérode had entrees in alle vorstenhuizen van Europa. Zijn vader Charles-Guillaume was lange tijd burgemeester van Brussel, hij had zowel onder de Oostenrijkers, de Fransen als de Nederlanders topfuncties bekleed. "Charles-Guillaume zat als vertegenwoordiger van de zuidelijke provincies in de Staten-Generaal in Den Haag", vertelt Armand de Mérode. "Maar op zeker ogenblik is hij in onmin gevallen met Willem I en heeft hij al zijn decoraties teruggestuurd. Hij was een fervente katholiek, maar ook een overtuigde liberaal. Dat was in die dagen geen tegenstelling. Félix bijvoorbeeld was een katholieke vrijmetselaar.

"Maar terug naar Charles-Guillaume. Als liberaal stoorde die zich aan het despotisme van de koning, en als Belg ergerde hij zich aan de discriminatie van het zuiden. Zie je, het zuiden telde toen anderhalve keer meer inwoners dan het noorden, maar in de Staten-Generaal hadden we maar evenveel zetels. In het leger en de ambtenarij was de ondervertegenwoordiging nog veel schrijnender."

Félix de Mérode was als onderhandelaar bij alle belangrijke missies betrokken. Zo reisde hij eind september met een Brusselse delegatie naar Den Haag om koning Willem een verrassend gematigde petitie te overhandigen. Van onafhankelijkheid was toen nog geen sprake; de delegatie stelde zich tevreden met politieke en administratieve hervormingen. Félix, een van de negen leden van het Voorlopig Bewind, heeft in die woelige dagen zijn paard niet gespaard. Amper twee weken na zijn bezoek aan Den Haag bevond hij zich in Parijs. De opstand was in die korte tijdspanne fel geradicaliseerd. De Belgische delegatie kwam de Fransen om militaire en financiële steun vragen om de afscheiding te bewerkstelligen.

Ook bij de zoektocht naar een koning toonde Félix zich erg bedrijvig. Hij ging persoonlijk de troon aanbieden aan de hertog van Nemours, zoon van de Franse koning Louis-Phillipe van Orléans. Onaanvaardbaar voor de Engelsen, die er een verkapte vorm van aanhechting bij Frankrijk in vermoedden. Uiteindelijk zou Léopold von Saksen-Coburg na lang aarzelen de nog wankele troon aanvaarden. En alweer zat Félix de Mérode in de Belgische delegatie die naar Engeland trok om er het jawoord van de Duitse prins op te tekenen. Daarmee kwam overigens een einde aan een hardnekkig gerucht uit de wandelgangen van het Nationaal Congres: dat De Mérode zelf zijn zinnen op de troon had gezet.

In februari 1831 had hij zich kandidaat gesteld voor het regentschap, een mandaat dat als een perfecte opstap naar de kroon werd beschouwd. Het mocht niet baten. Bij de stemming in het Nationaal Congres moest hij de duimen leggen voor de Limburgse baron Surlet de Chokier. Hebben de De Mérodes daar hun kans op een Europese troon gemist? Armand de Mérode lacht de insinuatie weg.

"Félix heeft nooit van de troon gedroomd", zegt hij. "Zijn kandidatuur voor het regentschap was symbolisch, hij heeft niet eens campagne gevoerd. Kijk, de De Mérodes hadden wel wat invloed in Europa. Maar laten we niet overdrijven. Een man als Leopold I, de oom van de koningin Victoria, wierp veel meer gewicht in de schaal."

Niet dat het Félix aan interessante connecties ontbrak. Zijn echtgenote was de nicht van de Franse generaal La Fayette, held van de Amerikaanse revolutie én boegbeeld van alle radicale elementen in Europa. "Die verwantschap heeft grote gevolgen gehad voor ons land", beweert Armand de Mérode. "Iedereen weet dat de grondwet van 1831 de vooruitstrevendste van haar tijd was. Maar in feite was die tekst een doorslag van de Amerikaanse grondwet. Welnu, dat was de invloed van La Fayette, die een grote bewondering voor de Amerikaanse constitutie koesterde. Die invloed heeft zich via Félix in Brussel laten gelden. Ze hebben elkaar goed gekend. Félix was een trouwe bezoeker van de discussiesalons die La Fayette organiseerde."

Noem het ironie van de geschiedenis. Armand de Mérode, opgegroeid op het familiekasteel Petersheim in Lanaken, heeft school gelopen in Maastricht. Uitgerekend in Maastricht, de stad die de Belgen negen jaar lang, van 1830 tot 1839, hebben belegerd. Dagelijks stak kleine Armand al fietsend de grens over die zijn betovergrootvader een levensgroot trauma heeft bezorgd. Die grens werd pas definitief toen België in 1839 tegen heug en meug het XXIV Artikelen-verdrag ondertekende en daarmee alle aanspraken op Nederlands Limburg en het groothertogdom Luxemburg liet varen.

"Voor Félix was het een drama", zegt Armand. "Vergeet niet dat hij als senator voor Maastricht in het Belgische parlement zat. Hij ervoer het verdrag als een persoonlijk verraad aan alle Limburgse patriotten die voor België hadden gevochten. Waar moesten die heen? Ze konden niet terug naar hun geboortegrond, want in Nederland werden ze als landverraders bekeken. Ik heb de dagboeken van Félix gelezen, hij stond op de rand van een depressie. Na de onafhankelijkheid was hij negen jaar onafgebroken minister geweest. Oorlog, Buitenlandse Zaken, Financiën, allemaal belangrijke posten. Maar na het XXIV Artikelen-verdrag is hij ontgoocheld uit de politiek gestapt."

Zelf is Armand de Mérode lid van Pro Belgica, een vzw die de herinnering aan 1830 koestert en vaderlandsliefde hoog in het vaandel voert. Op de ledenlijst prijken opvallend veel namen met scharnieren, de hele website ademt nostalgie naar een unitair België. Een land waar de culturele autonomie voor de gemeenschappen nog moest worden uitgevonden, een land waar onderwijs nog een federale materie was. Maar wat wil de realiteit?

Aan weerskanten van het Marterlarenplein, heiligdom van het belgicisme, wappert nu de Vlaamse Leeuw. Hier heeft de Vlaamse minister-president zijn ambtswoning, hier ontvangt hij zijn buitenlandse gasten, hier worden de eisen geformuleerd voor steeds meer Vlaamse autonomie, eisen die overtuigde unitaristen als een gruwel in de oren klinken.

De prins is er zich van bewust. Het samenleven van Vlamingen en Franstaligen was nog nooit zo moeilijk als in dit jubeljaar. Is het geliefde vaderland ten dode opgeschreven? "Ik hoop van niet", zegt hij. "Wat hebben de Vlamingen te winnen bij een afscheiding? Een klein land opdelen in een nog kleiner land? En waar gaat die splitsingsdrang stoppen? Moet Antwerpen zich dan ook losscheuren omdat het niks met de Limburgers te maken wil hebben? Moet ook Eupen-Malmédy een onafhankelijke staat worden?" Waarna hij zich uitput om een positieve balans van de voorbije 175 jaar tussen Schelde en Maas op te maken.

België, pionier van de industriële revolutie, ooit de tweede economie ter wereld. Een klein land, dat is waar, maar dankzij het genie van zijn koningen een koloniale grootmacht. De hele wereld was jaloers op onze Kongo. En hebben we ons niet kranig verdedigd tijdens de twee wereldoorlogen? Nergens verliep het economische herstel na de bevrijding zo snel als in België.

"Ik heb de jaren zestig beleefd", mijmert de prins. "Fransen keken hun ogen uit als ze België bezochten. Ons wagenpark, dat waren geen 2PK's zoals in Frankrijk. Hier reden ze in Amerikaanse sleeën rond, Chevrolets en Studebakers. We leven nog altijd in een van de rijkste landen ter wereld. Soms denk ik: de Belgen beseffen niet half hoe goed ze het wel hebben in dit landje."

Emile Fivé: 'Uit liefde voor de vrijheid'

Emile Fivé heeft 84 jaar op zijn teller, maar dat valt hem niet aan te zien. De man die me verwelkomt op zijn appartement in Watermaal-Bosvoorde kan zo door de militaire keuring. Kaarsrechte rug, brede schouders, handdruk als een bankschroef, niet bepaald de tegenstrever met wie je een partijtje wilt armworstelen.

"De Fivés blijven lang vitaal", zegt de gepensioneerde fabrieksdirecteur. "Kijk maar eens, ik heb nog al mijn tanden." Waarna hij zijn bijters een paar keer stevig op elkaar laat klappen, kwestie van alle twijfels over de authenticiteit weg te nemen. Hij had zich de moeite kunnen besparen, want ik was al behoorlijk onder de indruk van het geslacht Fivé. Toen ik het eerst hoorde, vermoedde ik een flauwe grap. Een kleinzoon van een oud-strijder van 1830, het leek mathematisch haast onmogelijk. Bij alle andere nabestaanden gapen er vijf tot zes generaties tussen henzelf en de man van 1830. Maar het was geen grap.

Paardje rijden op de knie van opa, Emile Fivé heeft het genoegen nooit mogen smaken. Zijn grootvader werd geboren in 1805, onder Frans gezag. "We hebben een wat aparte stamboom", geeft hij toe. "Als je acht generaties terugkeert, beland je in 1590. Het is de familietraditie: Fivés trouwen laat en wachten lang met kinderen. Mijn vader bijvoorbeeld is geboren in 1850, hij was dus al 70 jaar toen hij mij heeft verwekt. Toegegeven, ik was een nakomertje, het enige kind geboren uit zijn tweede huwelijk. Mijn halfbroers en halfzussen zijn al lang gestorven. Twee van hen werden in China geboren, ikzelf heb in Frankrijk het levenslicht gezien."

Zijn vader heeft niet alleen in de huwelijkssponde blijken van uitzonderlijke vitaliteit gegeven. Emile senior heeft meer avonturen beleefd dan de inwoners van een gemiddeld dorp samen. Alleen al met zijn Chinese periode, van 1878 tot 1916, zou men verscheidene boekdelen kunnen vullen. Vader Fivé maakte in het Verre Oosten fortuin als industrieel. Naast een riante villa in de Belgische concessie van Tianjin bezat hij onder meer een buitenverblijf in de groene heuvels van Korea. Hij was een habitué van de trans-Siberische spoorlijn, stapte altijd op de trein met een geladen geweer in zijn bagage.

"Het gebeurde dat ze dagenlang vastzaten in de sneeuw", weet Emile junior dankzij de uitgebreide briefwisseling van zijn vader. "Dan moesten ze de roedels wolven letterlijk van zich afschieten." Bij zijn definitieve terugkeer in het oorlogsjaar 1916 maakte hij een bijna fatale vergissing: in de plaats van de trans-Siberische te nemen, scheepte hij in op de Vega, het allereerste passagiersschip dat het twijfelachtige voorrecht genoot door een Duitse U-Boot te worden gekelderd. Al zijn Chinese souvenirs gingen naar de haaien, maar hijzelf werd uit het water gevist en belandde na lange omzwervingen in Parijs, waar hij prompt een tweede huwelijk begon met een veel jongere Italiaanse.

Vaderlijke vitaliteit, Emile junior heeft er tijdens zijn jeugd aan de Côte d'Azur staaltjes van gezien. Hij was een jaar of acht toen zijn bejaarde vader een sabelduel uitvocht met Jean Médecin, de flamboyante burgemeester van Nice. "Die had een ongepaste opmerking gemaakt over het leeftijdsverschil tussen vader en moeder", herinnert Emile zich. "Vader was in zijn trots gekrenkt. Hij heeft dat duel gewonnen, Médecin heeft een maand in het ziekenhuis gelegen." Maar we zouden het niet over zijn vader hebben. En al evenmin over zijn oom Edouard, nochtans ook geen man van dertien in een dozijn. Generaal Edouard Fivé was een pionier van de Force Publique in Kongo, hij heeft oog in oog gestaan met Arabische slavenhandelaars.

Nee, we moeten het over Gustave hebben, grootvader Fivé die in 1904, op de gezegende leeftijd van 99 jaar, zijn kaars uitblies. Op de tafel liggen twee portretten die zijn lange leven samenvatten. Een geschilderde miniatuur van een officier in de fleur van zijn leven en een sepiafoto van een krasse bejaarde. Van fotografie was nog lang geen sprake toen hij zich in 1830 een plaats in het pantheon van het vaderland veroverde. Zijn rol in de Belgische onafhankelijkheid?

Emile Fivé neemt een dik boek ter hand, een negentiende-eeuwse Who's Who? van de revolutie. In telegramstijl worden de verdiensten opgesomd. Gustave Fivé, zo staat er letterlijk, heeft in de eerste dagen van september de gemeenten Montigny-sur-Sambre en Gilly in opstand gebracht. "Het wordt vaak vergeten", zegt Emile Fivé, "maar de Belgische revolutie heeft zich niet alleen in Brussel afgespeeld, ook in de provincie werd zwaar gevochten. Gustave is met zijn broer Léopold in alle dorpen rond Charleroi gepasseerd. Ze zaten in de kolen- en staalindustrie, ze kenden overal volk. Binnen de kortste keren hadden ze een leger van vrijwilligers opgetrommeld. Hun eerste doelwit was de citadel van Charleroi. Die was in handen van de Hollanders, maar werd omsingeld door opstandelingen. De Hollanders hadden echter versterkingen vanuit Namen gestuurd om de citadel te ontzetten. Wel, die versterkingen hebben Charleroi nooit bereikt, ze werden tegengehouden door Gustave en Léopold. Later zijn ze met hun mannen naar Brussel getrokken om daar een handje te helpen. Gustave en Léopold hebben de slag in het Warandepark meegemaakt."

Hij vist een fotokopie uit de stapels boeken, documenten en memorabilia op de tafel. Het is een oorlogskroniek, die ons recht naar die vreselijke septemberdagen van 1830 voert. Kanonnen bulderen, kruitdampen hangen als een dichte nevel over Brussel. Slachtoffers vallen, met de kreet à bas les Hollandais als laatste ademstoot. Gewone burgers doen hun duit in het zakje. Ze gooien potten en pannen uit hun raam, of ze ledigen hun nachtemmers boven het hoofd van nietsvermoedende Oranje-soldaten.

"Het was een ongelijke strijd", zegt Fivé. "De Hollanders hadden 14.000 soldaten rond Brussel liggen, ze hebben de stad met vier colonnes in de tang genomen. Daartegenover stonden de Belgen: hoop en al 1.200 slecht bewapende vrijwilligers. En toch hebben we de Hollanders een pak rammel gegeven. Ze hebben in Brussel 976 gesneuvelden achtergelaten, plus nog eens 217 krijgsgevangenen."

In die heksenketel hebben Gustave en Léopold dus onsterfelijke roem vergaard. "Zie je de hoek van de Coudenberg en de Koningstraat?", vraagt Fivé. "Daar, vanuit het raam van een pand, hebben ze de Hollanders onder vuur genomen. Het waren trouwens de mannen van Charleroi die de Brabantse vlag op de Coudenbergkerk hebben gepland. Zwart, geel en rood, de kleuren liepen toen nog horizontaal."

175 jaar na datum is Emile Fivé bereid het te erkennen: het Hollandse bewind had ook goede kanten. "Willem I heeft veel gedaan voor de industrialisering van Wallonië", zegt hij, "en ook zijn onderwijspolitiek was een grote stap vooruit. Hij heeft staatsscholen opgericht, met leken als onderwijzers. Na het vertrek van de Hollanders is het hele onderwijs in handen van pastoors en geestelijken gevallen. Dat kan niet de bedoeling van mijn grootvader en grootoom zijn geweest. De Fivés waren overtuigde vrijmetselaars, toen en nu nog altijd."

Waarom zijn ze dan zo enthousiast op de barricaden geklommen? "Uit liefde voor de vrijheid", zegt hij, "De Fivés dweepten met de Franse revolutie. Vrijheid van meningsuiting, van vereniging, van pers, van godsdienst, dat waren idealen die ze koesterden. Het stond in de sterren geschreven dat ze tegen het autoritaire regime van Willem I zouden ageren. Noem het een familietraditie. Toen de Luikenaars in 1789 tegen de prins-bisschop revolteerden, liep er ook al een Fivé in de voorste linies. Het zit in ons bloed, ik heb zelf tegen de nazi's gevochten. Vijf jaar in een Duits krijgsgevangenenkamp, mij moet je niet vertellen wat vrijheid betekent."

Na 1830 schopten Gustave en Léopold het tot officier in het Belgische leger, dat overigens een moeizame start kende. Want de oorlog was in 1830 niet afgelopen. Willem I, die weigerde het scheidingsverdrag van Londen te ondertekenen, zon op wraak. In augustus 1831 is hij België met een goeddeels uit huurlingen samengesteld leger binnengevallen. Voor de broers Fivé moet het een vernederende ervaring zijn geweest. Hun prille leger werd door de Hollanders verpletterd. Het Belgische avontuur zou daar geëindigd zijn, ware het niet dat de Fransen ons te hulp zijn gesneld. Parijs had van de andere Europese mogendheden de uitdrukkelijke toestemming gekregen om in te grijpen en de diplomatieke status-quo te herstellen.

Uiteraard doet deze smadelijke episode geen afbreuk aan de historische verdiensten van 1830. Vijf jaar na de onafhankelijkheid kreeg Gustave van Léopold I het IJzeren Kruis opgespeld, een decoratie waar zijn kleinzoon nog altijd apetrots op is. "Ik zit in het comité dat de herdenkingsfeesten op het Martelarenplein organiseert", vertelt hij. "Dat is geen folklore, het herinnert jonge mensen eraan dat anderen hun leven hebben gegeven voor hun vrijheid." Toch hangt er over dit feestjaar een schaduw. Nooit eerder werd er zoveel gespeculeerd op het uiteenspatten van België. Emile Fivé zucht diep, het is een onderwerp dat hem als rechtgeaarde patriot pijnigt. "Organiseer een enquête", maant hij aan, "en je zult zien dat de bevolking helemaal geen splitsing wenst. België is een succesverhaal, we leven al 175 jaar in vrijheid, we kunnen onze welvaart niet op. En ken je het geheim van dat succes? De synergie tussen Vlamingen en Walen, tussen de Germaanse en de Latijnse traditie."

België een ongeluk van de geschiedenis? Met die dooddoener moet je bij Emile Fivé niet komen aandraven. "België is veel ouder dan 1830", betoogt hij. "Julius Caesar wist het al. Belgen zijn de dappersten aller Galliërs."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234