Donderdag 22/04/2021

Verkiezingen VS

De mannen die Obama maakten

Barack Obama en Jon Favreau in het Oval Office. Acht jaar lang schreef die laatste de speeches van de president. Beeld Pete Souza
Barack Obama en Jon Favreau in het Oval Office. Acht jaar lang schreef die laatste de speeches van de president.Beeld Pete Souza

Weinig staatsmannen in de geschiedenis wisten hun publiek zo te raken als Barack Hussein Obama. Zijn retorisch talent moet enkel onderdoen voor zijn charisma. Met de Amerikaanse midterms in zicht blikken voormalig speechschrijver Jon Favreau (33) en campagneleider Mitch Stewart (38) terug op hun ervaringen in dienst van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten.

Jon Favreau, de idealist

Het is de eigenschap waar zelfs zijn felste critici niet op kunnen afdingen: Obama's vermogen tot het verwoorden van zijn opvattingen. Of het nu zijn speeches waren tijdens zijn eerste campagne in 2008, die voor zijn herverkiezing in 2012, die voor het in ontvangst nemen van de Nobelprijs voor de Vrede of die om een eind te maken aan de onrust over een omstreden ex-predikant van zijn kerk: Obama is de man van het woord.

Tenminste één man zat tot voor kort bij elke rede voor de televisie en wist bij elke zin wat de volgende ging worden: Jon Favreau. Acht jaar lang heeft hij Obama's speeches geschreven, meestal samen met de president, en was hij een van de meest opvallende intimi van Obama. Hij is jong (pas 33), ambitieus, begaafd, invloedrijk (een van de 100 Most Influential People in the World volgens Time), knap (een van de World's Most Beautiful People volgens People) en soms wat onbesuisd: hij moest in al die jaren weleens zijn excuses aanbieden voor iets te wilde feestjes en grappen.

Inmiddels werkt Favreau niet meer voor Obama, maar voor zichzelf. De talloze anekdotes over de verkiezingscampagnes waar hij en zijn generatiegenoten actief in waren, zullen binnen afzienbare tijd opduiken in een televisieserie die Favreau momenteel aan het schrijven is.

Nee, niet alles wat Obama van plan was, is hem gelukt. Maar wel veel. Favreau: "De kritiek in de begintijd was dat hij te veel grote woorden had voor iemand die nog weinig had gepresteerd. De kritiek nu is dat hij vermoeid lijkt, of zelfs verveeld. Ik vind het allemaal onzin."

Favreau's ontzag voor de intelligentie van de Amerikaanse president is groot, de waardering voor zijn omgangsvormen evenzeer. "Hij heeft niet één keer zijn geduld verloren als hij een concepttekst niet goed vond. Er waren twee mogelijkheden: hij had er veel aantekeningen bij gezet, of hij zei simpelweg: 'Let's talk.'"

Sowieso was enige voorzichtigheid geboden. Favreau liet Obama ooit een statement over Amerikaanse daadkracht beginnen met de stelling dat de VS automobiliteit heeft uitgevonden. Maar automobiliteit was geen Amerikaanse uitvinding. Favreau, mild lachend: "You can't win them all." Jaren geleden zou zo'n terloopse uitspraak met een feitelijke onjuistheid erin wellicht nog onopgemerkt gebleven zijn. Nu niet: nu doet elke uitspraak een toertje rond alle sociale media, reageren factcheckers en tegenstanders, en worden screenshots van hun tweets op hun beurt ook weer nieuws.

Sociale media veranderen campagnes snel en ingrijpend, zegt Favreau: "Omdat ze zélf een nieuwsbron zijn geworden. En omdat ze de nieuwscyclus enorm hebben veranderd. Vroeger plande je in de campagne een bericht dat dan vervolgens 24 uur lang het nieuws domineerde, nu kun je iets bedenken wat om vier uur 's middags groot nieuws is, maar om zes uur alweer volledig verdreven door het volgende nieuws. Het biedt kansen, maar ook risico's: je wilt niet de hele dag op alles reageren.

"Tegelijk wil je ook niet wachten tot het moment dat een stormpje in een glas water een echte storm is geworden. Choose your battles en hou je aan je plan. Maar dat is lastig. Ik herinner me nog de eerste speech van Sarah Palin. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar die was echt goed. Ze wreef zout in veel van onze wonden, ze had voor haar achterban een boodschap die enorm enthousiasmerend werkte. De Republikeinse euforie duurde een paar dagen, maar toen viel Palin alweer door de mand."

In hoeverre wordt de uitwerking van speeches geanalyseerd?
Favreau: "Ze worden altijd geanalyseerd. En overgeanalyseerd ook. Het grappige is dat veel analisten en journalisten de neiging hebben om in elke speech een strategie te lezen. En niet alleen in een speech, ook in een specifieke woordkeuze binnen een speech. We moesten daar vaak om lachen, omdat de realiteit is dat niet elk woord van de president een politiek-strategische keuze is. Er is echt wel strategie, maar veel minder vaak dan wordt gedacht. Sommige dingen gebeuren gewoon, sommige woorden worden gewoon uitgesproken.

"Het is lastig om je, met de opkomst van met name Twitter, te onttrekken aan alle analyses en al het commentaar, want dat was er nu opeens niet meer alleen achteraf, maar ook al tíjdens een speech. En dat commentaar is zeker op Twitter bij voorkeur negatief, om niet te zeggen cynisch. Er zijn weinig optimistische mensen actief op Twitter. Ik weet niet hoe representatief het is voor de gemiddelde stemmer, maar ik hoop niet al te representatief. Als je campagne voert of voor de president werkt, moet je dat echt uitzetten. Dat deed ik in het begin niet. Dan las ik alle tweets al terwijl de speech nog bezig was. Daar was ik snel van genezen."

Schreef u in campagnetijd voor het hele land of vooral voor de Democraten?
"We hebben natuurlijk uitgesproken red states (voornamelijk Republikeinse kiezers, LV) en blue states (voornamelijk Democraten, LV). Maar zelfs als we een Republikein aanvielen, noemden we altijd een andere Republikein waar we het wél mee eens waren, of een uit het verleden die hier heel anders over zou hebben gedacht. We vielen nooit de Republikeinen aan, maar altijd een specifieke kandidaat. Het laatste wat je wilt, is dat een Republikein denkt: 'die vent wíl mijn president helemaal niet zijn'."

Moest u in campagnetijd omzichtig omgaan met verwijzingen naar huidskleur?
"Ik heb nooit hoeven neerzetten dat Obama een zwarte kandidaat was. Je hoeft immers maar naar hem te kijken om dat te zien. Maar vergeet niet dat de man die wij in de VS herdenken op Martin Luther King Day niet de leider van de Afro-Amerikanen was. Nee, King was de leider van de burgerrechtenbeweging, die ons wees op de basisprincipes van dit land. In zekere zin doet Obama dat ook. Hij noemt alle bevolkingsgroepen vaak expliciet: blank, zwart, jong, oud, hetero, homo, latino. Het ideaal van het land als smeltkroes."

null Beeld Pete Souza
Beeld Pete Souza
Obama, een stafmedewerker en Favreau (rechts) nemen speech door. Beeld Pete Souza
Obama, een stafmedewerker en Favreau (rechts) nemen speech door.Beeld Pete Souza

Toen zijn vroegere predikant Jeremiah Wright enkele controversiële uitspraken deed, kwam ook Obama onder vuur te liggen. Hij reageerde met een speech over het rassenvraagstuk, die geldt als een van zijn beste ooit. Hoe groot was uw aandeel?
"Hij heeft zelf alle delen geschreven waarvan mensen als ik normaal gesproken zouden wijzen op de risico's ervan. Om drie uur 's nachts stuurde hij me de eerste versie, en ik moet eerlijk zeggen dat ik me bij sommige passages afvroeg of ze goed zouden vallen. Waarmee ik niet wil zeggen dat er ook maar iets in stond dat hij volgens mij niet had moeten zeggen. Hij raakte de juiste gevoeligheden, sneed de juiste onderwerpen aan, en hij was eerlijk.

"Je hebt het hier echt over iets wat moeilijk valt uit te leggen: al die video's van zijn predikant beheersten al dagenlang de media, en iedereen walgde van zijn uitspraken. En nu ging Obama uitleggen waarom hij van die man had gehouden en hem in zijn leven had toegelaten, en vroeg hij het volk hem te vertrouwen als hij zei dat de man die hij ooit leerde kennen een andere man was geworden. Dat is echt pittig. Maar hij liep er niet voor weg. Dat is de man die hij is, de leider die hij is. En ik ben nooit trotser geweest om voor hem te werken dan die dag."

Wat heeft u ervaren als Obama's meest essentiële karaktereigenschap?
"De feiten willen kennen. Het laatste wat hij wil, is iemand te snel veroordelen. Hij weet dat een belangrijk deel van het presidentschap draait om de snelheid van handelen, maar dan nog wil hij zo veel mogelijk van de daartoe benodigde informatie krijgen. En vervolgens de tijd nemen om daarover na te denken, of het nu gaat om het homohuwelijk of over buitenlands beleid. Hij hecht belang aan logica in zijn denken. Daarin wordt hij gesterkt door de wetenschap dat zijn presidentschap een reactie is op een president die dat volgens velen te weinig deed."

Hoe frustrerend is het om een politieke tegenstander te hebben die wordt gegijzeld door een radicale flank?
"Extreem frustrerend. Ik denk dat dit Obama's grootste frustratie is. Hij heeft een redelijk goede band met de Republikeinse leider, John Boehner, maar die is er ook duidelijk over: hij heeft een paar lui in zijn fractie zitten die nergens voor willen stemmen, en als hij die niet tegemoetkomt, stemmen ze hem weg. En zelf met die Tea Party-types gaan praten heeft geen zin. Die vallen toch niet te overtuigen.

"Ik denk dat hij heeft gedacht: 'het is crisis, dus op zijn minst gaan we waar nodig samenwerken'. Maar toen hij de Recovery Act (een maatregelenpakket ter bestrijding van de recessie, LV) had geschreven, op weg was naar het Congres om die te bespreken en de Republikeinen er al een persbericht uitgooiden dat ze hem afwezen terwijl ze hem nog niet eens hadden gelézen, toen realiseerde hij zich dat die mensen op álles nee zouden antwoorden. Want dat is alles wat ze doen. Zodat hij faalt. Het is ze gelukt in de zin dat het zijn agenda heeft gefrustreerd. Maar ik zie niet in waarin het ze is gelukt hun eigen agenda vooruit te helpen."

Begrijpt u die mensen?
"Ik begrijp Republikeinen. Dat zijn mensen met andere ideeën dan ik, en daar kun je vervolgens over discussiëren. Maar de Tea Partymensen begrijpen, dat vind ik echt lastig. Ze zijn eigenlijk vooral heel erg boos. Ze mogen de president niet - punt, tot zover hun agenda.

"Met Republikeinen die voor weinig inmenging van de overheid zijn, kun je debatteren over de vraag hoe klein de rol van de overheid dan mag worden. Met mensen die géén overheid willen, houdt het debat snel op. Ik denk dat als je Republikeinen een waarheidsserum toedient, velen ook zullen zeggen: 'die lui zijn gek'."

Tegelijk bent u heel streng voor critici die de motieven van politici in twijfel trekken.
"Omdat dat een kanker is voor onze democratie. Als ik me daar over beklaag, zeggen mensen: 'dat zeg je alleen maar omdat je voor Obama hebt gewerkt'. Maar ik wil in dit geval béíde partijen verdedigen. Sterker: álle partijen, ook buiten de VS. Er zijn genoeg politici die slechte besluiten nemen, maar het grootste deel van de politici die ik in die tien jaar heb leren kennen, gelooft ten zeerste in de ideeën die ze verkondigen.

"Als we maar blijven roepen dat het gros van de politici er alleen maar zit voor het geld of hun ego, dan vertellen we jonge mensen dat het allemaal niet echt is en er ook niet toe doet. Dat wordt op den duur zelfvoorzienend. Dan worden beslissingen die ons allemaal aangaan voortaan genomen door mensen wie het inderdaad niet kan schelen, want de goede mensen hebben de politiek de rug dan toegekeerd. Wat Obama over politiek zei, klopt echt: 'You can't afford to ignore it.' En nee, die heb ik niet geschreven."

Keuken vol topkoks

Binnenkort vinden de Amerikaanse midterms plaats, de tussentijdse verkiezingen. Aangezien Barack Obama in 2016 niet opnieuw verkozen kan worden, kijkt men aan Democratische zijde vooral naar Hillary Clinton om het Amerikaanse volk aan hun kant te krijgen. Clinton verloor in 2008 de strijd om de Democratische presidentskandidatuur van Obama. Haar campagne was zwak, zegt Favreau. Zoals ook de campagne waar hij zelf begon, die van John Kerry in 2004, zwak was. Hij valt Kerry niet af, maar de vlakke manier waarop hij over hem praat ("a fine American") is veelzeggend.

Favreau: "In die campagne werd de fout gemaakt om er steeds meer slimme mensen bij te halen. Dat zie je heel vaak gebeuren in campagnes: het loopt niet goed, waarna de opvatting ontstaat dat er nieuwe, frisse ideeën nodig zijn. Van nieuwe, frisse mensen. Die komen er dan bij, want die eerste mensen gaan niet weg. Maar eens zijn ze het niet, dus elke dag begint met lange discussies over de te volgen strategie. De campagnedag moet nog beginnen, en iedereen is al moe. Een keuken bomvol topkoks.

"Clinton had een beter team om zich heen verdiend. Ze had ongelooflijk veel verschillende boodschappen. Dan weet je eigenlijk al dat het niet goed zit. Het gaat altijd om de kern: wie ben je, wat wil je, en waarom ben jij de beste kandidaat om dat te bereiken? Clinton is een van de hardst werkende mensen die ik ken. Verliezen, en vervolgens gaan werken onder de man van wie je verloor: dat zegt veel over je persoonlijkheid."

Mitch Stewart, de strateeg

Mitch Stewart is de man achter de grassrootsbeweging waarbij een leger vrijwilligers intensief potentiële stemmers bleef benaderen. In dienst van Obama behaalde hij in 2012 verkiezingsoverwinningen in negen van de tien electoraal meest verdeelde staten. Hij is in vele opzichten tegengesteld aan Favreau. Stewart denkt in cijfers, niet in dromen. Voor hem gaat alles om de data: de overzichten van de potentiële stemmers, het deel daarvan dat zich laat registreren, het deel daar weer van dat uiteindelijk ook echt gaat stemmen en het deel daar weer van dat stemt op de Democratische kandidaat. Gesprekken voeren met een hardcore Republikeinse kiezer doet hij niet. In diezelfde tijd kan met vier twijfelaars worden gepraat, met meer resultaat.

Favreau en Stewart lijken uitersten, maar, zo zegt die laatste: "Campagnevoeren is kunst én wetenschap." En het is niet zo dat hij uitsluitend geeft om cijfers en statistieken.

"De dag na de verkiezingen was ik in Richmond, Virginia. Daar werden ooit de slaven binnengebracht en verkocht. We zaten allemaal op kantoor bij te komen, toen een oude zwarte man kwam binnenlopen. Hij ging in een stoel zitten en begon te huilen en zei alleen maar: 'Never in my lifetime'. Het leek wel alsof hij voor het eerst in zijn leven het gevoel had dat politiek er ook voor hem toe deed. Ik denk dat iedereen die campagne voert ooit zo'n moment meemaakt. En nodig heeft.

null Beeld Pete Souza
Beeld Pete Souza

"Ik ben opgegroeid in South Dakota, waar ik veel Republikeinse vrienden had. De debatten die wij voerden, waren totaal anders dan het huidige debat in de Verenigde Staten, waar veel onenigheden heel persoonlijk en nasty worden uitgevochten. Waar een zender als Fox feitelijk een platform is voor het lanceren van politieke campagnes, en daar ook mee zal doorgaan zolang het geld oplevert.

"Daar komt bij dat we door ons kiesstelsel staten hebben waar niemand campagne voert. Neem Alabama. Dat was Republikeins, is Republikeins en zal het waarschijnlijk altijd blijven. Vanuit zowel Democratisch als Republikeins perspectief heeft campagne voeren daar dus weinig zin. Dus zien die mensen daar nooit kandidaten, of debatten.

"Ik zie in de Republikeinen een diep verdeelde partij. Met een meer zakelijk georiënteerde vleugel rond Jeb Bush, een libertarische vleugel rond Rand Paul, en de Tea Party rond Ted Cruz. Ze moeten zichzelf de vraag stellen wat voor partij ze willen worden.

"Met die laatste vleugel, de Tea Party, heb ik echt niets. Maar er zal altijd een markt zijn voor mensen die erg boos zijn en elk compromis als een zwakte zien. Die markt wordt niet veel groter, maar ook niet veel kleiner. Het merkwaardige is dat ik als campagnevoerder net wél bij de Tea Party denk: die zouden op zichzelf veel enthousiasme kunnen oproepen bij mensen die normaal gesproken niet stemmen. Grote groepen vrijwilligers op de been krijgen, ook. Het enige probleem is dat ze een ongelooflijk gecultiveerde antiautoritaire houding hebben. Campagne voeren is ook mensen aansturen. Deze mensen zul je nooit kunnen vertellen wat ze moeten doen, dan worden ze al boos. (lacht)"

Is er dan niets waar hij de Republikeinen om benijdt? "Hun geld. Echt. Ze hebben on-ein-dig veel geld. Van bedrijven en vooral mensen die onbeperkt enorme cheques uitschrijven. Al hebben ze natuurlijk een enorm demografisch probleem: hun achterban bestaat voor een groot deel uit blanke mannen, en als ik naar hun stemgedrag op migratiegebied kijk, doen ze nog steeds niets om andere groepen aan zich te binden. Als ze daar niets aan veranderen, lopen ze de kans een hele generatie buiten het Witte Huis te blijven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234