Dinsdag 10/12/2019

De manische blik van een stille student

AUTOBIOGRAFIE - Aan mooie zinnen doet hij hoegenaamd niet, en toch vlieg je door de ruim 600 pagina's heen van Schrijver, het vijfde deel van de autobiografische cyclus Mijn strijd van het Noorse fenomeen Karl Ove Knausgård. Hoe krijgt hij dat voor elkaar?

Aan opzienbarende gebeurtenissen ontbreekt het goeddeels: Karl Ove is een stille student en wil schrijver worden, hij leest veel en oefent zich een ongeluk, neemt baantjes in inrichtingen als verpleger, heeft meestal een vriendin maar nooit de ware, drinkt vaak te veel en doet dan rare dingen als inbreken of zichzelf in het gezicht snijden met een scherf. Een Noor in de jaren negentig in Bergen - plaats waar het altijd regent en gauw donker is -, zo'n jongen die zich bij het minste beklemd voelt of beschaamd. Hoe kan het dat de schrijver van dit onspectaculaire verhaal toch niet te weerstaan is?

Het antwoord moet in zijn blik besloten liggen. De manie die daaruit spreekt. Het onvermogen om te relativeren, om het leven met een luchtig lachje tegemoet te treden. De angst om middelmatig te zijn, op het verkeerde paard te hebben gewed, geen schrijver te zijn maar een dilettant die zich zuchtend aan het lot onderwerpt.

Dát is de spanning die Knausgård in zijn rusteloze proza oproept en waardoor het niet eens erg is dat hij vaak een kinderlijk toontje aanslaat, de 'Noorse Proust' onwaardig: "Ze was er de hele tijd, om me heen, het deed pijn van geluk en alles baadde in het licht. Zo fantastisch kon het leven dus zijn. Zo fantastisch kon het zijn om te leven."

Kreupele zielen

Knausgård moest als twintiger vooral wachten, tot hij in staat was om een roman te schrijven (in 1998 verscheen zijn eerste, toen hij bijna 30 jaar was). Het ongeduld is voelbaar in de terugblik op die periode, die dit vijfde deel heeft opgeleverd.

Als hij logeert bij zijn grootouders moet hij in zekere nacht zijn doodzieke grootmoeder helpen met naar de wc gaan. In de gang, voordat ze er zijn, komt het geklater door de nachtpon heen: "Terwijl dat gebeurde, bleef ze doodstil staan. Voorovergebogen, roerloos en met die klaterende pis leek ze net een dier, dacht ik." In de instellingen waar hij wat bijverdient, wordt hij omgeven door luidruchtige en agressieve gehandicapten, en natuurlijk moet Karl Ove mee als ze een discoavondje hebben, waar hij zijn ogen uitkijkt naar die groteske verzameling 'kreupele zielen' en mongooltjes die waggelen op 'Good Vibrations'.

Van heel dichtbij ziet hij deze treurnis aan, net zoals hij zich op feestjes en in cafés kan ergeren aan zijn eigen zwijgzaamheid. Zou dit zijn hele leven zo blijven? Er móét iets gebeuren. Intussen doorloopt hij een leerschool, niet zozeer die van het leven, want die is tamelijk doorsnee, maar een leesleerschool. De ware voorbereiding op het schrijven is het lezen van de groten die iedereen wat te vertellen hebben: Hamsun, Dante, Cortázar, Joyce, Borges, Proust, maar ook Naipaul.

De laatste beschrijft in de roman Het raadsel van de aankomst een man in een landschap, en dat is genoeg. Knausgård: "Ik bedacht dat proza iets was waar je in kon uitrusten zoals je ergens kunt uitrusten, onder een boom of in een stoel in een tuin, en dat dat op zich al waardevol was."

Zo steekt hij van allen het nodige op. In de liefde vindt hij in deze jaren minder bevrediging dan in het schrijven. Dat laatste betekent voor dit maniakale talent pas de totale ontlading, waar alles en iedereen voor moet wijken. Schrijver is daarvan een wederom kolossaal bewijs.

Karl Ove Knausgård, Schrijver - Mijn strijd deel 5, De Geus, 636 p., 25 euro.

Vertaling: Marianne Molenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234