Zaterdag 06/06/2020
Verpozen in de tuinen rond de Abdij van Ter Kameren. De drukte van de grootstad is hier ver weg.Beeld Tim Dirven

Column

De man zonder zwembroek

Het zomert in Brussel. Of toch bijna. Zeggen dat ik dan op zoek ga naar mijn zwembroek, zou een grove leugen zijn. Ik héb namelijk geen zwembroek. Om reden van het feit dat ik zelf de aanblik van zwaarlijvige mensen in zomertenue eigenlijk niet te harden vind. En ook omdat ik moet bekennen dat ik vanaf nu al enigszins naar de herfst snak, die er met een beetje geluk binnen een week of acht toch weer aankomt.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

Met een wat loszittende regenjas om de schouders, en om de nek een half geknoopte sjaal, door lege straten van Brussel of Antwerpen, Londen of Parijs lopen. Hemels is dat! Of bij valavond door een nattig park struinen waar je alleen nog maar enkele mad dogs en misschien één verdwaalde Englishman tegenkomt. Ook al top! Daarna een bruine kroeg met gelig licht induiken en er een koffie bestellen of een thé citron, en dan een krant van drie dagen geleden rustig uitlezen. Het nirvana!

Zulke dingen spreken in ieder geval meer tot mijn verbeelding dan suikerwafels vreten en filterkoffies slurpen op de dijk van Oostende, een plek die ik ook alleen maar verdraag in de winter.

Op de eerste dag van deze lopende maand (ik haat ze nu al, want aan het eind ervan word ik 67!) zat ik zoals wel vaker gebeurt in een quasi-hippe espressobar, vlak bij de Brusselse Beurs. Ik zat na te denken over de vraag waarover ik vandaag eens zou nadenken. Net toen ik bijna mijn beslissing genomen had, kwam er een rijzige oude man naast mijn tafeltje staan. Hij was niet onsympathiek en dat kwam ook door de zachte Kempische tongval waarin hij zichzelf voorstelde. Hij meldde dat hij 80 jaar oud was en dat hij mij herkende en ook erkende als een ware specialist inzake de stad waar wij ons bevonden. Ik dankte hem voor het compliment en zwakte het ook wat af.

"Ja", zei ik. "Ik weet wel wat over Brussel. Maar zeker niet alles." Dat antwoord leek hem niet écht te bevallen. Hij vertelde dat hij met een aantal vrienden, vele van hen ook redelijk bejaard, naar Brussel gekomen was. "Geweldig", zei ik. "En ook dat jullie dat nu doen, nu iedereen zo naar doet over onze stad." Hij lachte eens, legde zijn vrienden uit hoe ze een koffie moesten bestellen en dat er boven in de bar altijd plaats was. Ik deed snel weer of ik hard aan het nadenken was tot de vraag kwam die ik gevreesd had. "Wat moeten wij eigenlijk doen vandaag?" klonk het. Ik haalde lichtjes mijn schouders op. "Gij zijt toch de kenner!" werd daar voorzichtig vermanend aan toegevoegd. Eer ik iets kon bedenken, gaf de man gelukkig zelf het antwoord. "Ik denk dat ik die mannen eens meeneem naar de Marollen", zei hij. Ik suggereerde het gebruik van de sympathieke bus 48 die sinds mensenheugenis de buurt van de Beurs met het Vossenplein verbindt. "Niks te bussen!" zei mijn nieuwe vriend. "Wij gaan te voet. We zijn wel 80, maar wij gaan altijd te voet!"

En toen gingen die Kempenaren de Marollen tegemoet. Te voet, zoals Kempenaren doen. Ik benijdde hen, vooral omdat ze er allemaal uitzagen alsof ze dat nog konden, naar de Marollen wandelen. Ik voorzie namelijk zelf dat ik binnen afzienbare tijd (eind deze maand?) een hulplijn nodig zal hebben om van mijn werkkamer bij mijn koelkast te geraken, waar een slok cola light altijd als een trouwe hond op mij staat te wachten.

Croquetas de bacalhao

Maar door die krasse knarren kreeg ik ook zin om door mijn stad te reizen. Dat overkomt me wel meer en het fijne aan Brussel is dat het in het geheel niet moeilijk is om via het openbaar vervoer in minder dan een klein kwartier even naar droomsteden als Istanbul, Marrakech of Lissabon uit te wijken.

Vandaag kies ik voor de Portugezen. Het wordt dus Sint-Gillis of Elsene. Bus 48 of 71. Ik kies voor de laatste, waarvan de vaste route één lang lint is dat zich vele malen per dag uitrolt vanop het De Brouckèreplein tot helemaal aan de rand van het Zoniënwoud, op weg naar de Ardennen, naar Luxemburg, naar Metz, naar Italië...

Het is altijd druk op die bus en je komt er automatisch een hele staalkaart van de stadsbevolking tegen. Mannen en vrouwen van divers pluimage die vaak geanimeerde gesprekken voeren over werkelijk alles. En nog wat. Noem me een zonderling, maar ik beken hier graag dat ik die bus 71 soms zomaar eens opstap om er mee naar het eindpunt Delta te rijden om dan daarna weer meteen terug naar het hart van de stad te keren.

Ik doe dat omdat de dokter heeft gezegd dat ik meer moet bewegen.

En omdat ik vanuit die bus altijd weer zie hoe mooi Brussel kan zijn. De 71 glijdt dan ook langs de Sint-Michielskathedraal, langs Bozar, langs het Koningsplein, waar wie zich even omdraait dan een prachtig uitzicht cadeau krijgt op de benedenstad. Dan langs het Koninklijk Paleis en De Warande heen. Naar de Naamse Poort om daarna een duik dwars door Matonge te maken, naar het Flageyplein toe, om dan weer in stijgende lijn naar Oudergem te reizen.

Afstappen onderweg mag ook, bijvoorbeeld bij het fijne Museum van Elsene, dat in een prachtige, rustige buurt ligt en waar deze zomer een meer dan interessante tentoonstelling over fotorealisme loopt. Daarna kunt u langs de stille straten daar op zoek gaan naar de Portugese koffie- en snackbar Garcia, waar de geuren van het brood, van de verse pastéis de nata, van de pekzwarte koffie, en de klanken van de mysterieuze taal je zo voor een paar stukken kleingeld naar Lusitanië transporteren.

Van bij Flagey kan ik u eveneens een stevige wandeling langs de Vijvers van Elsene aanraden, een plek waar de drukte van de grootstad even gaat liggen. Een plek waar u ook eens op zoek moet gaan naar de tuinen rond de Abdij van Ter Kameren. Een plek waar de schmutzige straten van het stadscentrum kilometers veraf en in een andere wereld lijken te liggen.

Kijk ook eens hoe mooi die huizen toch zijn die rond de Vijvers staan. Hoe het stads- en het dorpsleven daar in elkaar opgaan op de zondagse markt die zich in de schaduw van het fabuleuze voormalige omroepgebouw voltrekt. Waar u bij een andere Portugees ook van die heerlijke croquetas de bacalao kunt proeven, of van een vers geroosterd melkvarkentje dat hier toch iets onschuldiger leitao heet. En dat kunt u allemaal rechtstaand doorspoelen met een slok vinho verde of een ijskoud Super Bock-biertje.

Ha, Ixelles! Elk bezoek aan die gemeente is vanzelf een geslaagde citytrip die voor zeer weinig geld voor een totaal dépaysement kan zorgen. En een rit met bus 71 kost overigens maximaal 2,50 euro!

Woede en verdriet

Toen ik tegen het eind van de middag terug in mijn basiskamp terechtgekomen was, brandde er nog licht bij mijn favoriete koffiebar. Ik besliste dat ik nog best één espresso aankon en ging weer aan mijn favoriete tafeltje zitten. Ik haalde mijn Moleskine-zakboekje tevoorschijn met de bedoeling er enkele interessante bedenkingen neer te schrijven over de stand van de wereld en omtrent mijn recente reis naar Elsene.

Maar toen kwam er een soort van artiest voor me zitten en die vroeg of hij voor me mocht komen zitten. Eer ik een antwoord bedacht had, was hij er al aan begonnen aan voor mij te zitten.

"En wat vindt ge eigenlijk van het cultuursubsidiedebat?" vroeg hij me, ongevraagd. Ik zei dat ik er helemaal niets van vond, maar dat ik het wel ergerlijk vond dat cultuur alleen maar de tv-journaals en de voorpagina's van de kranten haalt wanneer het over geld gaat. En dat ik natuurlijk de gelukkigen hun geluk gun en vanzelfsprekend op beschaafde wijze meevoelde met de gestraften.

Maar ik zei niet dat mijn meevoelen soms ook wel in verdriet en woede omslaat. Ik vind het ronduit erg dat een concertzaal en cultuurinstelling als De Vaartkapoen, waar bewonderenswaardige mensen al jaren bewonderenswaardige dingen doen, nu uit de subsidieboot dreigt te vallen. Ze zitten daar in het hart van Molenbeek en ik moet er toch geen tekening bij maken, denk ik, dat nu net daar het vuur van de cultuur brandend moet worden gehouden. Anderzijds heb ik een voorgevoel dat het daar nog wel goed kan komen.

Miljonairs

Mijn hart bloedt ook wanneer ik de onheilsberichten hoor uit dat andere Molenbeek, Limburg genaamd. De cultuurkaasschaaf heeft ervoor gezorgd dat daar nu eigenlijk helemaal geen kaas meer voorhanden is.

Het is toch ronduit ondenkbaar dat een instelling als kc België er straks botweg niet meer zou zijn. Talrijke bevriende kunstenaars en ikzelf hebben de afgelopen jaren een paar keer met dat kunstencentrum in kwestie te doen gehad en ik kan niet anders dan zeggen dat wat daar op, naast en achter het podium gebeurde, altijd blijk gaf van veel competentie, liefde en passie voor het kunstenbedrijf. En nog veel meer.

Limburg heeft meer cultuur nodig! En zeker een paar plekken als kc België.

Het is algemeen bekend dat deze krant door vele miljonairs gelezen wordt. Mag ik hen dan ook vriendelijk maar dringend verzoeken dat een van hen nu opstaat, zijn chequeboek openzwaait en daar het juiste bedrag in het juiste vakje invult? Zodat de luttele som die zo'n kunstencentrum nodig heeft om te overleven, snel van eigenaar moge verwisselen.

11 juli zou een mooie dag zijn om uw gulheid te tonen, geachte rijkelui!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234