Zaterdag 06/03/2021

De man zonder haat

Terwijl de Fransen na de bloedige aanslag in Nice al nieuwe wonden moeten hechten, verwerken de nabestaanden van de slachtoffers in de Parijse Bataclan nog steeds hun verlies. Zo ook Antoine Leiris (34), die in november zijn vrouw verloor. 'Het heeft weken geduurd voordat ik de radio weer aangezet kreeg.'

Terreur treft het hart van Frankrijk: het zijn zulke krantenkoppen die vandaag, twee dagen nadat een vrachtwagen op de Franse nationale feestdag op een mensenmassa in Nice inreed en tientallen dodelijke slachtoffers maakte, het nieuws maken. Dezelfde koppen stonden groot in de kranten in de dagen na 13 november vorig jaar, nu acht maanden geleden, toen 130 mensen het leven lieten in een reeks gecoördineerde terreuraanslagen. In de concertzaal Bataclan stierven 89 muziekliefhebbers.

Een van hen is Hélène Muyal-Leiris. Haar man Antoine (34) en hun toen 17 maanden oude zoontje, Melvil, blijven alleen achter. Luttele dagen na de aanslag post Leiris een boodschap op Facebook die wereldwijd viraal gaat.

Uit Mijn haat krijgen jullie niet, een brief die gericht was aan de terroristen, is inmiddels ook een boek gegroeid, een kleinood dat de lezer naar de keel grijpt. Daarin beschrijft journalist Leiris de eerste 12 dagen zonder Hélène: hijzelf en kleine Melvil zitten in een cocon die hen voor nóg meer buitenwereld moet behoeden, maar vooral ook in een draaikolk die hen naar de bodem van hun bestaan meesleept.

In tegenstelling tot de terroristen in Parijs en Nice verspreidt Leiris geen haat.Intense pijn en diep verdriet des te meer, maar veel meer nog liefde en tederheid. Leiris is niet alleen een goede mens, man en vader, hij heeft ook een krachtige pen. Zijn werk is kristalhelder, er staat geen overtollig woord in, geen greintje pathos of pretentie. Leiris' taal klinkt even spits als broos, zijn relaas machtig in de smart.

Nu al vraagt Vous n'aurez pas ma haine om opvolging, maar zelf weet Antoine Leiris het allemaal zo niet. Hij wil best wel, zegt hij, maar heeft tijd nodig - terwijl vanuit Nice een nieuwe golf van rouw Frankrijk en Europa overspoelt, hebben Leiris en andere nabestaanden van de Parijse slachtoffers hun verdriet nog steeds geen definitieve plaats kunnen geven. In de lobby van een hotel, niet ver van waar het allemaal gebeurd is, eenzaam onder de onzichtbare stolp van zijn rouw, zit een slimme man met groene ogen en een warm hart.

U zit hier voor een interview, is Melvil op de crèche?

"Jazeker. (lacht) Elke ochtend breng ik hem er om halftien heen, vandaar dat ik pas na tienen beschikbaar ben. Om kwart voor vijf ga ik hem halen. Et voilà, dat is ons kleine leven."

U en Hélène kenden elkaar al 12 jaar. Jullie relatie was, zoals u het beschrijft, totale en doorleefde liefde.

En toen, die ene avond, is alles gekanteld.

"Het begon met die sms van een kennis: 'Alles goed? Zijn jullie in veiligheid?' Ik heb mijn boek laten vallen en de televisie aangezet. Ik zag dat er iets gaande was in het Stade de France; op de nieuwsband onderaan verscheen de naam Bataclan. Ik heb meteen Hélène gebeld. Honderden keren na elkaar. Ze heeft nooit geantwoord. Ik handelde machinaal, als een dier haast, en terzelfder tijd wist ik: Melvil slaapt, hij is zich niet bewust van de verschrikkingen van deze wereld. Gelukkig maar."

We zijn bijna acht maanden verder. Begrijpt Melvil wat er is gebeurd, weet u hoe hij met de feiten omgaat?

"Neen. Hij is intussen twee jaar oud, hij is een peuter. Maar ik denk ook dat het fout zou zijn om onze volwassen manier om met de dingen om te gaan, op hem te projecteren. Ik wil bij Melvil ook niet terugvinden wat ik bij mezelf ervaar. Melvil is met andere dingen bezig dan ik. Jawel, ik heb hem verteld van mama en we spreken over haar. Hij is geen kind zonder moeder. Hij is een kind dat een moeder heeft gehad die niet langer bij ons is. We praten over mama, over onze herinneringen, maar voor de rest wacht ik geduldig af tot hij me vragen stelt. Die zal ik zo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Zonder taboes, en zonder hem onrecht aan te doen."

U werkte eerst als jurist, daarna als radiojournalist, maar na Melvils geboorte zette u uw activiteiten op een lager pitje om dichter bij uw echtgenote en uw zoon te zijn. Hélène, een visagiste met een passie voor rock, deed ongeveer hetzelfde.

"We hadden besloten om wat tijd voor onszelf te nemen. Daar hadden we zin in. We hebben er heel erg van genoten, van die laatste maanden. We waren ouders geworden, maar we wilden ook niet vergeten hoe verliefd we nog wel waren. Een pasgeboren kind eist aandacht op, en het is normaal dat je het als moeder en vader alle affectie geeft. We wilden daar grandioos van profiteren. Van hem, van ons tweeën, van ons drieën. Dat waren onze laatste maanden. Nu zijn veel dingen weg, het is moeilijk ze terug te vinden."

Uw boek is een vervolg op de bewuste Facebook-brief, die in luttele uren honderdduizenden keren werd gelezen. Was u zich op het moment zelf van die bijval bewust?

"Neen. Eerst niet. Het ging om iets wat ik voor mezelf geschreven had en voor de mensen rondom mij, zodat ze wisten hoe ik op de gebeurtenissen reageerde, welke weg ik voor Melvil en mezelf gekozen had. Ik wilde dat mensen die keuze begrepen.

"Het effect van de brief, de emotionele golven eromheen, heb ik maar van ver beleefd. Ik had wel andere dingen aan mijn hoofd op dat moment. Omdat ik Melvil wilde behoeden voor beeldschermen, heb ik mijn smartphone zo weinig mogelijk bekeken, de tv al evenmin, daarmee zouden we onszelf alleen maar geweld hebben aangedaan. Ik heb pas echt gesnapt wat er gaande was toen ik telefoontjes kreeg van mensen die ik volstrekt niet kende, collega-journalisten en zo. Toen pas snapte ik dat mijn tekst massaal gelezen werd."

Een van de redenen waarom u een stap had opzijgezet bij Radio France, was dat u een roman wilde gaan schrijven, en daar was u ook aan bezig. In Vous n'aurez pas ma haine klinkt uw taal erg literair. Bent u doelbewust met een soort romantechniek aan de slag gegaan?

"Ja en neen. Ik kan niet anders schrijven dan zoals ik schrijf. Ik heb hooguit een verslag willen neerpennen, een getuigenis dus, geen roman. Toch stelde het boek me ook in staat mijn emoties te overstijgen, of correcter, ze mooier te maken om er de diepte, de intensiteit beter van aan te voelen. Mijn woordkeuze verruimde mijn gevoelens en opende perspectieven.

"Maar het boek is ook heel snel geschreven, omdat ik het eerlijk wilde, ongepolijst zeg maar. Ik had intussen ook de lezer in gedachten; ik wilde dat mijn woorden een fijn leesmoment zouden vormen. Daarom is het boek geworden wat het is."

Het is een doorslaand succes. Aan hoeveel

vertalingen zit u intussen?

"Een twintigtal. Binnenkort 21, want een Egyptische uitgever brengt het in het Arabisch uit. Daar ben ik heel blij om."

U wilde geen psychologische bijstand, na de feiten. Is het schrijven uw therapie geworden, dan? Een vorm van veerkracht?

"Dat weet ik niet. Nog niet. Over enkele jaren pas zal ik in staat zijn om erover na te denken. Wat ik wel weet is dat, voor mij persoonlijk, dat schrijven cruciaal geweest is. In mijn relatie tot de wereld, en dat is altijd zo geweest, kan ik niet integer zijn als ik de dingen niet opteken. Om emoties te vertalen heb ik papier nodig. Ook in die uren na de Bataclan: ik zat ergens in opgesloten, ik wilde mijn werkelijkheid niet ontkennen maar wou toch naar buiten.

"Ik had zin om aan Hélène te denken, zin om voluit mijn verdriet te beleven zodra Melvil was gaan slapen of in de crèche was. Door te schrijven kreeg ik weer adem en won ik mijn vrijheid terug. Als je schrijft, gaat er een wereld voor je open. Ik schreef niet om aan de pijn te ontsnappen, neen, wel om er in alle vrijheid mee te leren omgaan."

Hebt u het er niet moeilijk mee u bloot te geven, jullie intieme leven met zo veel lezers te delen?

"Eigenlijk was het niet eens mijn bedoeling om anderen mijn gevoelens voor te leggen. Als ik dat van meetaf aan gewild had, zou het ook een ander boek geworden zijn. Misschien had ik mensen dan wel levenslessen willen meegeven. Terwijl... neen, dat wilde ik niet. Ik wilde alleen iets vertellen dat ons toebehoorde en dat elke lezer voor zichzelf kon interpreteren. Misschien hebben mensen iets aan wat ik schrijf, misschien ook niet. Hoe dan ook, ik kon me niet voorstellen dat het werkje zo'n overweldigende ontvangst zou krijgen. Meer nog, als ik dat vooraf geweten had, zou mijn basisgegeven er vermoedelijk onder geleden hebben."

Alleszins blijft uw boek discreet, bescheiden, weinig ostentatief.

"Ik heb de diverse elementen zorgvuldig uitgekozen. Er zijn andere dingen die ik enkel voor ons tweeën houd, of enkel voor mezelf. Mijn werk gaat over de dood van Hélène en de twaalf dagen erna, maar eigenlijk zonder dat er veel gebeurt. Ik heb dus niet de indruk dat de mensen massaal en schaamteloos mijn leven zijn binnengedrongen. Mijn lezers vragen wel hoe het met me gaat, maar wat ik zo fijn vind is dat ze bijna nooit vragen stellen over terrorisme, des te meer over liefde en vaderschap. Ik vertel een deel van mijn innerlijke reis, anderen vertellen mij iets over hún innerlijke reis. Meer niet, ik denk niet dat ik mijn intimiteit te grabbel gooi."

Gaat het leven na 13 november door, of moet u opnieuw beginnen?

"Beide. Het gaat door, maar anders dan het was. Zo is het natuurlijk altijd, niet alleen de dood zorgt voor verandering. Melvils geboorte bijvoorbeeld: niets was nog hetzelfde, daarna, en toch bleven we onszelf."

(denkt na) "En toch, in die eerste uren na Hélènes dood vroeg ik me hardnekkig af hoe de wereld het in godsnaam aandurfde om te blijven draaien. Eigenlijk wilde ik dat alles stopte, zodat ik de maat kon nemen van de dingen, begrijpen wat ons was overkomen. Want dan mochten er 130 of 140 andere slachtoffers gevallen zijn, dit ging over ons. Óns. Gelukkig komt daarna gauw genoeg het moment terug waarop je denkt: 'Wat goed dat de wereld is blijven draaien!' Want aan dat draaien is het te danken dat we de draad weer kunnen opnemen."

Was u niet bang om niet begrepen te worden? Of beter, waren mensen niet bang dat ze u en uw leed niet konden vatten?

"Elke mens reageert anders. Maar het is wel grappig: in het begin wilde niemand nog over zichzelf praten, want ík was toch degene die zo hard leed. De mensen praatten dus alleen maar over mij. Niemand durfde zijn zorgen nog ter sprake brengen, ook al hadden ze dat recht. Heus, mensen hebben het recht om ernstig genomen te worden, ook als het over het pietluttigste aller problemen gaat."

Volgt u het nieuws nog op de voet? Knoopt u weer aan bij wat er in de wereld gebeurt?

"Ik vind weer aansluiting, maar naar tv kijk ik niet meer en het heeft ook weken geduurd voor ik de radio weer opgezet kreeg. Ik volg de actualiteit wel, maar met meer afstand dan vroeger. Het zal tijd vergen voor de nabijheid van weleer terugkomt."

En de feiten van 13 november, Salah Abdeslam en de stand van het onderzoek?

"Dat volg ik zeker niet van dag tot dag. Ik heb me wel burgerlijke partij gesteld, minder voor mezelf dan voor mijn zoon, opdat hij later toegang krijgt tot het dossier, de feiten kan ontdekken en zelf kan reconstrueren wat er met zijn moeder is gebeurd. De dag dat ook ik zin krijg om de dingen te begrijpen, dan wil ik dat kunnen doen. Maar nu? Neen. Nog niet."

U schrijft dat de Bataclan en wat daar allemaal gebeurd is hooguit decoratieve elementen zijn, dat de essentie elders ligt. 'De dood was er', schrijft u, 'de terroristen waren haar ambassadeurs.'

"De essentie is dat Melvil en ik de liefde van ons leven kwijt zijn, al de rest is secundair. Mensen gaan dood, aan tumoren en tijdens verkeersongevallen, in ons geval door een aanslag. Journalisten vragen me wat die plotselinge bekendheid met me doet. Dan zeg ik net hetzelfde: decor, bijzaak.

"Mijn leven is maar één iets, momenteel: elke dag rechtop proberen te krabbelen, week na week, maand na maand. Denken aan Hélène en denken aan hoe Melvil gelukkig kan worden, zonder dat hij het gewicht van de hele wereld moet torsen. Die brief? Het boek? De terroristen? Allemaal achtergrond. Ik ben intussen ook al langs de Bataclan geweest, maar ik ben geen fetisjist, ik hoef mezelf niet aan symbolen op te trekken. Niet aan gebouwen, niet aan verjaardagen."

U gaat wel verhuizen, binnenkort.

"Ja, we woonden nog maar een jaar in onze flat en hadden er niet echt een band mee. Melvil en ik trekken ergens anders heen. Dat moet wel, want ik heb de grootste moeite om Hélènes spullen op te bergen. Door te verhuizen móet ik ook tot handelen overgaan, dat is wat het rouwproces van me verlangt."

U noemt de moordenaars van Hélène dode

zielen, maar weigert hen te haten. Is dat een louter emotioneel gegeven of werkt het ook rationeel, als een categorische imperatief?

"Beide, de afwezigheid van haat ontspringt aan mijn hart en aan mijn hoofd. Door hen niet te haten, bescherm ik ook mezelf. Haat is een vicieuze cirkel, haat stopt nooit. Toegeven aan de haat zou betekenen dat ons hele leven in het teken van die haat staat. Daar wilde ik ons voor behoeden, vanaf dat eerste moment al, en dat blijft zo tot het einde van mijn leven. Andere mensen kunnen misschien met haatgevoelens leven, ik niet. Ze zitten niet in mijn cultuur, in hoe ik ben opgevoed."

Waar put u troost uit?

"Uit mensen die me toelachen, vrienden die bij me over de vloer komen, iemand die me opbelt en vraagt hoe het ons vergaat. Samen biertjes drinken, zoals gisteravond, een sigaret opsteken. Uit de kleine dingen haal ik moed. Ze doen me goed. Echt en authentiek goed. De black-out na Hélènes dood duurde hooguit een paar minuten, daarna kwam het leven razendsnel terug. Mijn rouwproces is rijk; het lijkt echt niet, zoals veel mensen denken, op dagenlang met tranen in je ogen door het raam staren naar hoe het buiten regent, het liefst met droevige vioolmuziek op de achtergrond. (lacht)

"Soms vragen mensen me of het niet moeilijk is om altijd opnieuw dat verdriet in te moeten duiken door over het boek te praten. Maar neen, ik duik niet opnieuw in mijn verdriet. Ik zit er midden in, elk uur van de dag en overal. En dat zal mijn hele leven lang zo blijven. Minder intens en lichter dan vandaag, dat wel, maar het zal er zijn.

(peinzend) "Toch sta ik mezelf toe om andere dingen te doen en me niet schuldig te voelen als ik even niet aan Hélène denk. De momenten van vreugde, blijdschap, goesting en geluk komen terug, zeker wel. En Hélène? Zij blijft bij me. Voor altijd."

Antoine Leiris, Mijn haat krijgen jullie niet. Dagboek van een man die zijn vrouw verloor bij een aanslag, uitgeverij Atlas Contact, 112 p., 15 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234