Zondag 05/12/2021

De man zonder geheugen

variété

met gilbert bécaud verdwijnt een belangrijke ambassadeur van het franse lied

De Franse variétézanger Gilbert Bécaud, die gemeenzaam bekendstond als 'Monsieur 100.000 volts', is gisterochtend overleden aan de gevolgen van kanker. Hij was 74. Bécaud, een generatiegenoot van Charles Aznavour, had er een succesrijke carrière op zitten die zo'n halve eeuw omspande en hits opleverde als 'Nathalie', 'Et maintenant', 'L'important c'est la rose' en 'Quand il est mort le poète'. Zijn werk werd opgenomen door onder anderen Frank Sinatra, Barbra Streisand, Elvis Presley en Bob Dylan.

Brussel / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Het was de oudste zoon van de zanger, werkzaam bij RTL, die gisteren Bécauds overlijden wereldkundig maakte en zo heel Frankrijk in diepe rouw dompelde. Gilbert Bécaud schreef tijdens zijn muzikale loopbaan meer dan vierhonderd liedjes, waarvan een twintigtal grote hits, die van een bijzonder gevoel voor swing getuigden en alle modes en trends hebben overleefd. Zijn laatste langspeler bracht hij uit in 1999, in een periode toen hij, na een chemotherapiekuur van achttien maanden, zijn ziekte, een kankergezwel aan de wang, dacht te hebben overwonnen. De tabak en de alcohol gaf hij echter nooit op. "Kanker zal van mij geen redelijk mens maken", vertelde hij aan een interviewer. "Ik ben het nooit geweest. Ik kan me gewoon geen leven zonder sigaretten voorstellen."

Bécaud werd als een van de belangrijkste ambassadeurs van het Franse lied beschouwd. Zijn naam zal altijd verbonden blijven met de Parijse Olympia, de music-hall waar hij in april 1954 zijn officiële debuut maakte en waar hij in de loop der jaren ruim dertig concertreeksen afwerkte. Op het toppunt van zijn roem trad hij ruim 250 keer per jaar op, steeds gekleed in een nachtblauw pak, wit hemd en das, een 'look' die zijn handelsmerk zou worden.

Maar niet alleen in Frankrijk was Bécaud een begrip: in 1966 stond hij bijvoorbeeld drie opeenvolgende weken op het podium in Broadway en ook vertalingen van zijn liedjes vonden probleemloos hun weg naar de Angelsaksische wereld. 'Et maintenant' (uit 1962) stond als 'What Now My Love' op het repertoire van zo'n honderdvijftig artiesten, onder wie Frank Sinatra, Barbra Streisand, Shirley Bassey, Judy Garland, Elvis Presley en Sonny & Cher; 'Je t'appartiens' (uit 1957) werd 'Let It Be Me' en zou worden vertolkt door The Everly Brothers, Brenda Lee, Roberta Flack, Nina Simone, Bob Dylan en James Brown. Zelf hield Gilbert Bécaud van country en gospel, was hij een bewonderaar van Johnny Cash en nam hij ooit een nummer op met Stevie Wonder. Afgelopen zomer verklaarde hij nog aan de Franse krant Libération dat hij zijn volgende langspeler wilde gaan opnemen met zijn oude vriend Quincy Jones.

Gilbert Bécaud wordt geboren op 29 oktober 1927 als François Gilbert Silly, in een familie van kleine middenstanders uit het Zuid-Franse Toulon. Hij is een middelmatige leerling, maar volgt wel vanaf zijn negende pianolessen aan het conservatorium van Nice, waar hij les krijgt van de Poolse virtuoos Ignacy Paderewski. In klassieke kringen komt de jonge François nauwelijks aan de bak, maar na de oorlog versiert hij een paar contracten als pianist in Parijse bars, cabarets en nachtclubs. Daar ontwikkelt hij een speelstijl die doordrongen is van dissonante akkoorden en invloeden uit de jazz. In die periode bedenkt hij, samen met tekstschrijver Pierre Delanoë, ook zijn eerste chansons, die zullen worden vertolkt door zangeres Marie Bizet. Vervolgens wordt Silly begeleider van de populaire zanger Jacques Pills, met wie hij op tournee gaat in de Verenigde Staten. Daar ontmoet het duo Edith Piaf, die met veel succes hun compositie 'Je t'ai dans la peau' opneemt.

In 1952 besluit Silly de naam van zijn stiefvader Louis Bécaud aan te nemen en zelf te gaan zingen. In enkele jaren tijd ontpopt Gilbert Bécaud zich als een hoogst dynamische en energieke performer, die zijn publiek uitzinnig weet te maken. Als vierduizend toeschouwers tijdens een optreden in l'Olympia van pure opwinding het zaalmeubilair slopen, komt de pers met allerlei bijnamen op de proppen: 'Monsieur Dynamite', 'Le champignon atomique' en 'Monsieur 100.000 volts'. De laatste is meteen ook de duurzaamste.

Gilbert Bécaud wordt beschouwd als de verbindende schakel tussen Jean Sablon (de Franse Bing Crosby) en Julien Clerc, een zelfverklaarde Bécaud-discipel. Hoewel de vader van 'Nathalie' zijn liedjesteksten consequent aan anderen overliet, waren ze hem doorgaans wel op het lijf geschreven. De enige artiest in Frankrijk met een vergelijkbare staat van dienst was de eveneens dit jaar overleden Charles Trenet, maar ook met Charles Aznavour had Bécaud een sterke affiniteit. Beide zangers debuteerden ongeveer gelijktijdig, in 1952, componeerden aanvankelijk zelfs samen en waren een tijdlang protégés van Edith Piaf.

Dankzij liedjes als 'L'important c'est la rose', 'Je reviens te chercher', 'Quand il est mort le poète', 'La solitude n'existe pas' en 'Le jour où la pluie viendra' groeide Gilbert Bécaud in Frankrijk en ver daarbuiten uit tot een monument, maar de zanger moest ook een paar mislukkingen incasseren. Zijn uitstapjes als filmacteur, onder meer in Le pays d'où je viens van Marcel Carné (1956) en Toute une vie van Claude Lelouch (1973), werden met argwaan bekeken; Aran, zijn 'opéra brutal' uit 1962, stuitte op lauwe reacties en flopte. En zijn loflied op generaal de Gaulle, 'Tu le regretteras', uit het verkiezingsjaar 1965, zorgde voor zoveel heibel en controverse dat Bécaud wijselijk besloot het nooit meer te zingen. Het liefst had hij meer films gemaakt, "maar in Frankrijk mag je variété en film blijkbaar niet combineren", verklaarde hij met enige bitterheid aan een journalist.

De zanger was tweemaal getrouwd: in 1952 met de actrice Monique Nicolas en in 1976 met de Amerikaanse Kitty St John. Hij had zes kinderen, onder wie een geadopteerd dochtertje uit Laos. Bécaud hield er niet van over zichzelf te praten, had niet de minste belangstelling voor het verleden en beweerde te pas en te onpas dat hij "geen geheugen" had. Niettemin publiceerde hij in 1993 zijn autobiografie Quand t'es petit dans le Midi.

'Kanker zal van mij geen redelijk mens maken. Ik ben het nooit geweest'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234