Vrijdag 18/10/2019

Maatschappij

De Man weet het niet meer: wat kan? Wat mag? Wat moet?

Kwetsbaar of stoer? Assertief of juist meegaand? Wil ‘de juiste man’ nu opstaan? Beeld RV montage DM

Wat betekent het anno 2018 om man te zijn? Heleen Debruyne vroeg het onder meer aan een aantal mannenrechtenactivisten.

De man zit in het defensief. Jongens doen het op school steeds minder goed dan meisjes – ze lopen een groter risico om de middelbare school voortijdig te verlaten en maken hun hogere opleidingen minder vaak af. Behalve condooms bestaat er nog altijd geen goede anticonceptie voor mannen. Jongens slikken vier keer meer antidepressiva en psychofarmaca. Het aloude ideaaltype van de man als stoere kostwinner: probeer daar maar eens aan te beantwoorden. Macho-mannetjesputter Donald Trump zetelt in het Witte Huis, maar tegelijk bracht #metoo horden mannen in verwarring. Wat kan er nog? Wat mag er niet meer? Wat is dat, een man?

Vrouwen, binnen en buiten de feministische beweging, reflecteren al decennia over wat ‘vrouw zijn’ betekent, over wat de maatschappij hen oplegt en wat hun eigen verlangens zijn. Mannen doen dat minder. Nochtans verenigden in de jaren 70 enkele Amerikaanse mannen zich in de Men’s Liberation Movement. Net als vrouwen moesten mannen bevrijd worden van stereotypen, vonden ze. Mannen organiseerden praat­groepen, net zoals de feministen dat deden. Ze onderzochten hoe ze te lijden hadden onder de heersende beeldvorming van mannelijkheid: de man als kostwinner, als rots in de branding, als assertief figuur.

In de late jaren 70 viel die beweging in twee kampen uit elkaar. De conservatievere mannen zagen een vijand in het feminisme: feministen willen mannen demoniseren, overbodig maken, en zijn blind voor het onrecht dat mannen wordt aangedaan. Zij verenigden zich in de Men’s Rights Movement. Een belangrijke stem in die beweging is de gewezen feminist en socioloog Warren Farrell. Hij vindt dat niet vrouwen, maar mannen achtergesteld worden. “De kracht van vrouwen ligt in hun slachtofferschap; de zwakte van mannen in hun vermeende dominantie”, zegt hij in The Red Pill, een documentaire uit 2016 over mannenrechtenactivisme.

Uitgelachen

De meer progressieve mannen zetten hun strijd tegen stereotypen tot op vandaag voort, in goede dialoog met de feministische beweging. Zo reflecteert seksuoloog Wim Slabbinck, die zich openlijk feminist noemt, regelmatig publiekelijk over mannelijkheid. ‘Wat kunnen we doen om het beeld van de man als carrièrejager, testosteronbom en casanova bij te stellen? Kunnen we het beeld van de succesvolle man diverser maken?’, vraagt hij zich af. “We zien dat mannen het ongelooflijk moeilijk hebben met het uiten van hun emoties. Onderzoek laat zien dat jongetjes van kleins af aan wordt geleerd stoer te zijn, niet te huilen. Dat zorgt op latere leeftijd voor een enorme emotionele constipatie, voor psychologische problemen ook.”

Onzin, vindt een mannenrechtenactivist als de Britse journalist Peter Lloyd. Mannen plegen niet vaker zelfmoord omdat ze niet kunnen communiceren; mannen plegen vaker zelfmoord omdat ze aanvoelen dat de samenleving zich op allerlei manieren tegen hen heeft gekeerd en dat dat wordt genegeerd. Want, zo schrijft hij in Stand by Your Manhood (2014): feministen willen geen gelijkheid, maar een bevoorrechte positie voor vrouwen. Zie maar hoe feministen reageren op vrouwen in het leger, zegt hij. Daar horen ze niet, ze horen niet te vechten en te sterven. Maar dat mannen sterven, dat kan ze niet schelen.

Feministen willen niet horen wat hij te zeggen heeft, vindt hij.
“Dat herken ik”, zegt Filip Van Houte (34), een productivity- en salescoach, en in zijn vrije tijd mannenrechtenactivist. “Je wordt uitgelachen, als je zegt dat je mannenrechtenactivist bent. Veel mannen beseffen wel dat mannen ook slachtoffer kunnen zijn, maar durven dat niet te zeggen.”

Guy Van Sanden (40), een IT’er die in zijn vrije tijd de site mannenrechten.be runt, beaamt dat. “Je voelt veel woede en ontevredenheid bij mannen. Ik merk vooral dat ze teleurgesteld zijn in relaties, in het huwelijk. Ze trekken vaak aan het kortste eind. Ik heb zoveel verhalen gehoord van mannen die na een echtscheiding hun kinderen niet meer mogen zien. Maar zeg maar eens aan je collega’s dat je mannenrechtenactivist bent.”

Bij ons trekken de mannenrechtenactivisten vooralsnog niet de straat op. In de Verenigde Staten is de beweging groter en vocaler. Ze verzamelen zich op Reddit-fora, op sites als avoice­for­men.com. De Amerikaanse mannenrechtenactivisten begeven zich ook in de echte wereld. Ze betogen. Ze mogen op de koffie bij Trumps minister van Onderwijs, Betsy DeVos, om te praten over valse beschuldigingen van verkrachting op universiteitscampussen.

Op hun fora gaat het niet alleen over echtscheidingen en onderwijs. Ze klagen ook dat vrouwen geen vrouw meer mogen zijn, dat ze alleen mannen met status willen daten, dat ze van zichzelf steeds het slachtoffer maken, dat westerse vrouwen onmogelijk zijn, dat de beste vrouwen in Japan en in Oost-Europa te vinden zijn.

Ook bij Van Houte waren het zijn persoonlijke ervaringen met vrouwen die hem aan het denken zetten. “Vroeger lukte het me nooit om een relatie te beginnen. Ik was de nice guy – ze belden me als ze een psycholoog nodig hadden. Ik snapte niet hoe ik moest verleiden. Tot ik tien jaar geleden The Game las, een boek over versieren. Ik las dat vrouwen willen dat je kracht en zelfverzekerdheid uitstraalt. Je moet vrouwen assertief benaderen. Dat heeft me erg geholpen. Ondertussen heb ik wel bedenkingen bij dat boek: er is een hele scene van zogenoemde pick-up artists uit ontstaan, coaches die mannen trucjes leren om zo veel mogelijk vrouwen te versieren. Dat vind ik oppervlakkig en onvolwassen. Verleiding heeft meer met karakter en eigenwaarde te maken, dan met trucjes. Maar het succes van die pick-up artists bewijst dat veel mannen niet meer weten hoe ze zich tot vrouwen moeten verhouden. Ik had dat ook nooit geleerd.”

“Een vrouw”, vervolgt hij, “valt nu eenmaal meer op zelfvertrouwen en status. Voor een man is dat, algemeen gesproken, minder belangrijk. Uiterlijk is belangrijker. Welke hoogopgeleide vrouw wil een relatie met een loodgieter?”

Dat vindt ook de Nederlandse politicus Thierry Baudet (Forum voor Democratie). Hij schreef in 2014, ter verdediging van pick-up artist Julien Blanc: “Geen diersoort zo wreed als de jonge vrouw.” De vrouw, meent hij, doet alsof ze gelijkwaardigheid wil, maar wil stiekem niets liever dan “overrompeld, overheerst, ja: overmand’ worden”. En in een interview met het Reformatorisch Dagblad zei hij: “We verliezen onze mannelijkheid. We gaan voor consensus, een vrouwelijke waarde. We zijn bang.” Woorden die zo van een forum van mannenrechtenactivisten geplukt lijken.

Toch tonen cijfers aan dat vrouwen die steeds hoger opgeleid zijn, steeds vaker relaties aangaan met lager opgeleide mannen. “Natuurlijk zijn daar variaties in, maar over het algemeen willen vrouwen een partner van minstens hetzelfde statusniveau. Liefst hoger”, zegt Van Houte.

Structuur en archetypes

“Welk mannelijk kenmerk wordt nog positief gewaardeerd?”, vraagt Van Houte zich ook af. “Onderscheidingsvermogen, analytisch vermogen, sterkte... Alles wordt neergesabeld. Welke positieve rolmodellen hebben mannen? Het enige wat ze leren, is dat ze kwetsbaarder moeten zijn. Dat ís belangrijk, maar we leren vooral dat alle andere mannelijke eigenschappen inherent slecht zijn. Idem voor het radicale feminisme: van hen mogen vrouwen geen vrouwen meer zijn. Maar wat is er mis met een zachte vrouw die voor haar kinderen wil zorgen? Je merkt het: er is geen kader meer, er is chaos. Mensen weten niet meer hoe ze zich moeten gedragen. We hebben behoefte aan structuur en archetypes.”

Guy Van Sanden vindt ook dat mannelijkheid in de verdomhoek zit. “Mannen mogen geen mannen meer zijn. Er zijn weinig goede voorbeelden: met al die echtscheidingen groeien steeds minder jongens op met een stabiele vaderfiguur. Op school en in de media leren ze dat mannen gewelddadig zijn. Mannelijkheid krijgt geen respect meer. Kijk maar naar het onderwijs. Daar wordt mannelijk gedrag totaal niet aangemoedigd. Lagere scholen worden gedomineerd door vrouwelijke leerkrachten. Het gevolg: jongens doen het steeds slechter. Ik heb vier zonen, ik maak me zorgen over hun toekomst.”

Beiden zijn het erover eens: het feminisme heeft veel kwaad aangericht. “Gelijke rechten, stemrecht en gelijke kansen: daar ben ik natuurlijk voor”, zegt Van Houte. “Maar het idee van het patriarchaat dat vrouwen bewust onderdrukte? Nee hoor, voor het grootste deel van de geschiedenis hadden de meeste mannen het ook heel slecht: zij moesten gaan vechten. Zij moesten fysiek zware jobs doen. In het discours van de feministen zijn mannen altijd de onderdrukkers. En iedereen anders is de onderdrukte. Kijk maar naar de media! Die schrijven de hele tijd op die manier. Er zijn niet genoeg vrouwen in de politiek omdat ze geen voorbeelden hebben, wordt er gezegd. Dat is toch betuttelend! Als een vrouw een probleem heeft, wordt ze onderdrukt. Als een man een probleem heeft, zal het wel aan hemzelf te wijten zijn. Die dynamiek zie je ook weerspiegeld in relaties.”

Varken

Over relaties en verknipte dynamieken gesproken: hoe kijken mannenrechtenactivisten naar hét strijdpunt van het hedendaagse feminisme: seksueel geweld en grensoverschrijdend gedrag? Wat vinden zij van de affaire-Weinstein en de daarop­volgende #metoo-storm?

Van Houte: “Ik keur seksueel misbruik uiteraard niet goed. Maar de vele gevallen die nu aan het licht komen, draaien niet om mannelijkheid. Wel om psychologisch ongepast gedrag en machtsmisbruik.”

Van Sanden is categoriek in zijn afkeuring van Weinstein. “Een varken is het. Maar op foto’s zie je wel steeds vrouwen flirterig rond hem hangen. Idem bij super-pervert Hugh Hefner, die na zijn dood veel lof kreeg in de media. In het liberale mekka dat Hollywood is, is seks een transactie, zowel voor mannen als voor vrouwen. Het is geen daad van liefde, maar een inzet in machtsspelletjes.
“Mannen die zich aan vrouwen opdringen, zijn misselijkmakend. Maar ik loop ook niet te hoog op met de losbandigheid van vrouwen die hun seksualiteit gebruiken om in het leven vooruit te komen. Losbandigheid wordt opgehemeld in onze maatschappij.”

Sommige mannenrechtenactivisten vinden de m/v-verhoudingen ondertussen zo vermoeiend en verwarrend, dat ze het opgeven nog aan relaties te beginnen. MGTOW – Men Going Their Own Way – noemen ze zichzelf. “Dat wil ik zelf niet”, zegt Van Houte. “Ik wil wél een partner, een vrouwelijke vrouw die me aanvult, een moeder voor mijn kinderen. Ik woon sinds kort in Hongarije, daar mogen vrouwen nog meer vrouw zijn. Maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke keuze.”

Van Sanden ziet heil in een terugkeer naar meer traditionele gezinnen. “In onze industriële maatschappij vinden we economische status waardevoller dan het samenleven in gezins- of familieverband. Koppels moeten bovendien met twee werken om rond te komen. Ze trouwen met het naïeve idee dat het allemaal wel vanzelf zal gaan, maar dat klopt niet: een gezin is hard werk.”

Hoe ziet hij het gezin dan wel? “Geen troepje individuen die allemaal hun eigen doelen nastreven, maar een organisch geheel. Waarin vaders ook hun rol opnemen. Als mannelijk rolmodel. Het feminisme heeft daar zoveel kwaad aangericht: vrouwen gaan alleen nog voor economische status, niet meer voor hun gezin. Maar wat is er mis met een vrouw die er, zoals mijn echtgenote, voluit voor kiest om moeder te zijn?”

Pijnlijk

“Mannen dachten eeuwenlang dat zij dominant en superieur zijn, dat zij de inherent zwakkere vrouwen moesten beschermen”, zegt de Nederlandse socioloog Abram de Swaan. “Maar nu merken ze dat vrouwen in zowat alle opzichten even bekwaam en begaafd zijn. Die vanzelfsprekende status verliezen, tja, dat is natuurlijk pijnlijk.”

De Swaan bestudeert de razendsnel veranderende man-vrouwverhoudingen in niet-westerse landen. “Daar mogen vrouwen plots naar school gaan. Vrouwen met een opleiding kunnen gaan werken, verdienen meer geld en krijgen minder kinderen – ze zijn dus minder aan het huwelijk gebonden, minder afhankelijk van mannen. Dat is mooi, zou je denken. Maar die ontwikkeling gaat daar zo snel, dat er een enorme tegenreactie van mannen is, die zich gefrustreerd voelen."

In het Westen verliep de emancipatie een stuk geleidelijker: vrouwen mogen al zo’n eeuw naar de universiteit, in 1948 kregen Belgische vrouwen stemrecht, in de jaren 60 en 70 werd de ergste discriminatie op de arbeidsmarkt weggewerkt. “Ik vond het in de jaren 70, toen we plots veel vrouwelijke hoogleraren aanstelden, raar dat de mannen niet tegenpruttelden.”

Het gepruttel lijkt nu wel op gang te komen. De Swaan leest regelmatig mee op de fora van de mannenrechtenactivisten. “Ze hebben wat sommige onderwerpen betreft echt wel een punt: echtscheidingen, schoolresultaten, suïcide­cijfers: daar trekken mannen aan het kortste eind. Maar de feministen en de mannen­rechten­activisten gaan heus niet de handen in elkaar slaan om die problemen, die heel reëel zijn, aan te pakken. Het water is veel te diep. De vrouwbeelden die veel van de mannen­rechten­activisten eropna houden, zijn ook heel erg karikaturaal, geworteld in een oppervlakkige lezing van sommige onderzoeken.

“Ik zie ook veel verbanden met rechtse en extreem­rechtse bewegingen, die vrouwen terug aan de haard willen krijgen. Er zijn wel heel wat vrouwen die die mannen­rechten­activisten enthousiast steunen. Dat lijkt paradoxaal, maar zo voelen zij dat niet aan. Je ziet ook dat arbeiders zich aansluiten bij reactionaire partijen die hun belangen helemaal niet dienen.”

Hand in hand

Toch hoeft nadenken over mannelijkheid niet te betekenen dat je je in de vuurlinie van de strijd tussen de geslachten plaatst. Voor Wim Slabbinck gaan vrouwen- en mannenzaken hand in hand. “In landen waar vrouwen meer geëmancipeerd zijn, heeft iedereen het beter, ook de mannen. Het is geen of/of-verhaal. Maar het wordt tijd dat we bepaalde dingen bespreekbaar maken: meer mannen in het onderwijs, dat is hoognodig. Ook in de zorg is er een tekort aan mannen. En dat vaderschapsverlof blijft maar op zich wachten.

“Maar mannen kunnen in hun eigen leven zeker meer werk maken van hun emotionele emancipatie. Praat over de dingen waar je mee zit. Laat je zogenaamde stoere mannelijkheid je niet tegenhouden om op tijd naar een dokter of hulpverlener te gaan. En vooral: laat die oude archetypen achter je. Mannen zijn geen bronstige stieren, geen gevoelloze spierbundels. Bepaal zelf wat jou tot man maakt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234