Woensdag 25/05/2022

ColumnLize Spit

De man loopt even gehaast als voordien, maar de situatie is wel degelijk veranderd. De haast past niet meer bij zijn lichaam

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit schrijft over haar leven.

Lize Spit

Licht gehaast wandel ik naar het station. Ik wil voordat mijn trein vertrekt nog ergens een meeneemkoffie bestellen. De hele wijk rondom mijn huis ligt opengebroken wegens de bouw van metrolijn 3, en bij de aanleg van alle omleidingen hebben ze vooral aan het autoverkeer gedacht. Omdat ik gehaast ben, neem ik de sluiproute. Een man loopt mee, al even haastig, een paar passen achter me.

Bij het bereiken van de overkant hoor ik een geluid door de muziek in mijn oortjes heen, een klap, enkele dingen die niet aan de man vasthangen worden weggekatapulteerd, met de snelheid waarmee hij eerder wandelde, zijn telefoon komt aan mijn voeten terecht, zijn bril een paar meter verderop. Bij het opstappen van de stoep is de man met zijn voorhoofd tegen een ijzeren buis geknald die op een kleine twee meter hoogte hangt, een buis die de verbinding vormt tussen twee verkeersborden die de omleidingen verduidelijken moeten. Ineengezakt zit hij op de grond.

Ik raap zijn spullen op, de bril is nog heel, maar de telefoon heeft een gebroken scherm, ik hoop dat de man niet denkt dat ik bezig ben hem te beroven, maar zo zie ik er toch niet uit, hij ziet er ook niet uit alsof hij in staat is enige gedachte over mij te vormen. Hij tast naar zijn hoofd en kijkt of er geen bloed op hangt - nee, er hangt geen bloed op, hij tast opnieuw naar zijn hoofd en kijkt opnieuw naar zijn vingers - nog steeds geen bloed. Ik kijk ook eens grondig, nee, inderdaad, geen bloed, verzeker ik hem, het is geen open wonde, het ziet enkel wat rood en er vormt zich een buil. De man heeft een grote, onhandige map onder de arm, die hij niet heeft losgelaten, je zou voor minder ergens tegenaan knallen. Gaat het, vraag ik. Ik geef hem zijn spullen terug.

De man krabbelt weer recht, zet zijn bril op. Meteen loopt hij verder, met een vreemde beslistheid, alsof hij de ideale situatie, zijn niet gevallen zelf, weer wil inhalen. Hij loopt even gehaast als voordien, maar de situatie is wel degelijk veranderd, de haast past niet meer bij zijn lichaam, dat is zonet nog erg plotseling tot stilstand gekomen, op de plaats waar ik nu nog steeds stilsta en hem nakijk.

Hij heeft een klap gekregen, maar eigenlijk moet de echte klap nog aankomen, zodra de adrenaline gaat liggen, dat weet ik zeker, ik begin ook weer te wandelen, volg de man, hij loopt ook naar het station, en inderdaad, ter hoogte van de waterpartij van de Zuidertoren waar het altijd stevig tocht en het wandelen minder gesmeerd gaat, zo ongeveer op de plaats waar hij zijn ongeblutste zelf zou hebben ingehaald, lijkt zijn zelfbehoud aangetast te worden door het besef: ik heb zonet een klap op mijn hoofd gehad, een klap op mijn hoofd, auw.

Hij gaat langzamer lopen, tast naar zijn zakken om te kijken of hij alles nog heeft, kijkt achterom, langs me heen, naar de plek waar het gebeurd is, alsof hij zichzelf daar heeft achtergelaten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234