Zondag 31/05/2020

De man die Wiesenthal net niet vond: de beul van Mauthausen

Eichmann heeft hij gepakt, en Silberbauer en Stangl, maar Aribert Heim, de beul van Mauthausen, het kamp waar Simon Wiesenthal op het einde van de oorlog had gezeten, heeft de beroemde nazi-jager nooit gevonden. Net voor Wiesenthals dood afgelopen week dook een nieuw spoor op. In het Spaanse Dénia, dat voor ex-nazi's altijd een van de belangrijkste Zuid-Europese vrijhavens is geweest.

Rudy Pieters

'Hermann Frohns' staat op een graf, 'Heinz Westhal' op dat ernaast, en daar weer naast 'Röttger', en 'Bungenstabe', 'Blankennagel', 'Grass', 'Adler', 'Kneisel'... Toch is dit Duitsland niet. We staan onder de strakblauwe hemel van de Costa Blanca, het bejaardenhuis van Europa. Nergens heb je vlugger in de gaten dat de Duitsers hun laatste dagen graag aan de Spaanse kust doorbrengen dan op de begraafplaats van Dénia, halfweg tussen Valencia en Alicante.

En niet alleen 'gewone' Duitsers op rust.

Eduardo, de bewaker, moet niet eens zijn registers raadplegen. Blindelings toont hij het graf waarvoor de begraafplaats stilaan berucht is. "Er komen regelmatig mensen voor, journalisten en zo. De man is een nummer één geweest in de oorlog, niet?" Eduardo wandelt tussen de hoge muren waarin ze in Spanje hun kisten en urnes schuiven, vier verdiepingen boven elkaar, elk gat met een naamplaat afgesloten. "Daar heb je hem." 'Anton Galler' staat in het zwarte marmer gegraveerd. Geboren in 1915, gestorven in 1995. Een groot kruis erbij en de naam van zijn vrouw, vóór de plaat een plastic kerstroos. Niets laat de verschrikkingen vermoeden waarvoor deze Oostenrijker verantwoordelijk was. Toen hij tien jaar geleden stierf, waren hier wellicht weinigen die wisten wie deze Galler precies was.

Op 12 augustus 1944 haalde de zestiende pantserdivisie van de Waffen-SS 560 inwoners van het Toscaanse bergdorp Sant'Anna di Stazzema uit hun huizen. Ze werden neergeschoten, met benzine overgoten en in brand gestoken. De slachtoffers waren vooral bejaarden, vrouwen en kinderen; het jongste slachtoffer was amper twintig dagen oud. De verantwoordelijke SS-commandant heette Anton Galler. Pas in 1994 werden de rapporten over deze slachting bij toeval in de kelder van een militaire rechtbank in Rome teruggevonden. Een jaar later veroordeelde een Italiaanse rechtbank tien SS-officieren bij verstek tot levenslang.

Galler was drie maand voordien overleden. De dans net ontsprongen. Zijn laatste jaren had hij in zijn Spaanse villa-met-zwembad doorgebracht, ver weg van de nazi-jagers. Zijn buren zagen hem soms wandelen, altijd met het hoofd naar beneden.

Toen Anton Galler midden jaren tachtig naar Dénia kwam, moet hij hier ongetwijfeld Gerhard 'Gerd' Bremer nog gekend hebben, de bekendste ex-nazi uit Dénia. Iedereen wist dat Bremer een hoge officier bij de SS was geweest. Nostalgische websites tonen de lachende Bremer in SS-uniform en melden dat hij na de oorlog in Frankrijk in de gevangenis belandde, in 1948 is vrijgelaten en toen naar Spanje kwam. Hij kende de oostkust goed: tijdens de Spaanse burgeroorlog had hij met SS-vrijwilligers de republikeinen uit Valencia helpen verjagen. In Les Rotes, een buitenwijk van Dénia, bouwde hij een vakantiedorp met bungalows. Oudere inwoners van Dénia herinneren zich luidruchtige feesten in Les Rotes op 20 april, de geboortedag van de Führer.

Bremer stierf in 1989. De kunstbloemen zijn verkleurd, niemand lijkt het graf nog te verzorgen. "Natuurlijk kende ik Gerd Bremer", zegt Eusebio, de gemeentelijke tuinman. "Wie kende Bremer niet? Hij was de eerste die hier is beginnen te bouwen. Hij heeft hier welvaart gebracht. Hij had fortuin gemaakt en heeft dat naar hier gebracht. Maar hoe hij dat gedaan heeft, dat vertel ik niet. Ben je journalist? Dan vertel ik het zeker niet. Niemand die het zou geloven. Natuurlijk wist iedereen wie Bremer was, wat hij in de oorlog had gedaan. Of iemand hem daarmee lastigviel? Hombre, hij was hier de baas!"

Het is in deze streek dat de politie nu volop naar Aribert Heim aan het speuren is, een van de laatste nog levende zware nazi-beulen. De nummer twee op de most wanted-lijst van het Simon Wiesenthal Center in Israël (zie kader), na Alois Brunner, Adolf Eichmanns rechterhand. Tienduizend euro looft het centrum uit voor dé gouden tip, bovenop de 130.000 euro die de Duitse politie op zijn hoofd zette.

Heim had als arts in het concentratiekamp van Mauthausen gruwelijke medische experimenten op joodse gevangenen uitgevoerd. Hij schiep er genoegen in om zonder verdoving hun buik open te snijden en er milt, lever en darmen uit te halen. Hij injecteerde vloeistofcombinaties rechtstreeks in het hart om uit te maken welke het vlugst werkte. In de nauwelijks zeven weken dat hij in Mauthausen werkte, joeg hij op die manier honderden joden de dood in. Van hun getatoeëerde huid maakte hij een lampenkap. Na de oorlog bleef hij uit de klauwen van de nazi-jagers, net zoals Josef Mengele, de kamparts van Auschwitz met wie Heim vaak wordt vergeleken. Eichmann, Silberbauer Stangl en Braunsteiner heeft Simon Wiesenthal kunnen grijpen, maar de beul van Mauthausen ontglipte hem telkens.

Begin dit jaar lanceerde het Simon Wiesenthal Centrum de Operatie Laatste Kans in Duitsland, met helemaal bovenaan de most wanted-lijst Alois Brunner en Aribert Heim. Brunner was door Eichmann naar probleemgebieden gestuurd waar de jodenvernietiging niet vlug genoeg opschoot. De 'jagers' zijn zo goed als zeker dat hij in Damascus zit, maar Syrië weigert elke medewerking. De kans is groot dat Brunner nooit berecht wordt.

Bij Aribert Heim, ondertussen 91, is er wel nog hoop. "We zijn er zeker van dat hij nog leeft", zegt de Duitse politie. Ze ontdekte een rekening van Heim met ruim 1 miljoen euro bij een Berlijnse bank. Van 2000 tot 2003 werd 180.000 euro naar "een stadje aan de Spaanse oostkust" gezonden. Dénia. Sinds begin deze maand voert de Spaanse politie huiszoekingen uit bij Duitsers in Dénia en omgeving. Hij zou relatief makkelijk te herkennen zijn: hij is 1,90 meter groot, heeft schoenmaat 47 en zijn rechtermondhoek vertoont een V-vormig litteken. Hij zou zich nu Gausmann laten noemen.

Tot 1962 was Aribert Heim in West-Duitsland blijven wonen. In Baden Baden had hij een praktijk als gynaecoloog. Toen hij lucht kreeg van zijn nakende arrestatie verdween hij. Eerst naar Egypte, waar ook Alois Brunner was ondergedoken. Eind jaren zeventig vermoedde de Mossad dat hij zich in Uruguay bevond. Eind jaren negentig hoorde Wiesenthal van een informant bij de Paraguayaanse politie dat ene Albert Heinrich von Heim daar nog steeds woonde en hulp kreeg van de politie.

De voorbije decennia is Heim al enkele keren in Spanje gesignaleerd, onder meer op het eiland Ibiza. In het Spanje van Franco konden ex-nazi's decennialang ongestoord wonen en werken, of van daaruit naar Zuid-Amerika vluchten. Sommige ex-nazi's kregen zelfs de Spaanse nationaliteit, zoals de Belgische Rex-leider Léon Degrelle, die in 1954 zijn naam in Léon José de Ramirez Reina veranderde. Zijn nieuwe paspoort maakte uitlevering aan België onmogelijk.

Degrelle was goed bevriend met Otto Skorzeny, de SS-topman die Mussolini had helpen bevrijden in 1943. In 1948 was Skorzeny uit de Duitse gevangenis ontsnapt en in Spanje ondergedoken, waar hij nazi's naar Zuid-Amerika hielp te vluchten. Samen met Degrelle zette hij een neonazi-beweging op poten, die vandaag actief blijft, ook al stelt extreem-rechts electoraal niets voor in het land. Skorzeny overleed in 1975 in Madrid. Advocaat José Luis Jerez Riesco, Degrelles naaste medewerker, publiceert nog steeds het tijdschrift Rex. Op het internet valt een site van de Asociación Cultural Amigos de Léon Degrelle te raadplegen, waarop voorzitter Jerez Riesco trots meldt dat de vereniging in 1996 erkend werd door het ministerie van Justitie.

Dénia is voor ex-nazi's altijd een van de belangrijkste Spaanse vrijhavens geweest. Gerd Bremer was hier als een van de eersten neergestreken. Otto Skorzeny kwam er regelmatig, in de jaren tachtig verborg Anton Galler er zich. En mogelijk nu ook Heim. Hij heeft er een ideale dekmantel. De laatste jaren zijn steeds meer Noord-Europeanen aan de Costa Blanca komen wonen, meestal gepensioneerden. Een derde van de gemeenten in de provincie Alicante, waar Dénia deel van uitmaakt, telt nu al meer dan 20 procent ingeschreven vreemdelingen, vooral Britten en Duitsers. De straten lopen er vol grote oude mannen met witte haren.

"Het is makkelijk zich hier te verbergen", zegt journalist Holger Weber, die in de Costa Blanca Rundschau, een krant voor Duitstaligen aan de Costa Blanca, een uitgebreid artikel over Aribert Heim schreef. "Je hoeft je als buitenlander zelfs niet in te schrijven in het gemeenteregister, je hebt geen verblijfsvergunning nodig. Bovendien zijn de meeste buitenlanders hier van oudere leeftijd."

Maar Weber betwijfelt of de beul van Mauthausen zich hier schuilhoudt. "Heim is 1,90 meter groot, dat trekt heel erg de aandacht. Maar in principe is het mogelijk. Het kan zijn dat iemand hem verzorgt en dat hij niet meer in staat is op straat te komen. We kregen onlangs een telefoon van een lezer, een Duitser. Hij zei dat hij en zijn vrouw Heim enkele jaren geleden gezien hadden in Dénia. Maar het was niet geloofwaardig. Hij was vooral geïnteresseerd in het aanklagen van zijn buur die vroeger bezoek had gekregen van nazi's van hoge rang, nazi's die niets met Heim te maken hadden gehad. Bovendien zei hij dat hij dácht dat hij en zijn vrouw Heim hadden gezien, maar hij kon dat niet concreter maken."

In de heuvels van Les Rotes, waar men vroeger ongegeneerd de verjaardag van de Führer vierde, is het nu rustig. Bungalows en villa's in de schaduw van de pijnbomen. Hoge afsluitingen die huizen en zwembaden aan het uitzicht onttrekken. Geen mens op straat, alleen krekels te horen. "Toen het nieuws over de zoektocht naar Heim bekend werd, heb ik geen onrust gemerkt bij de Duitsers hier", zegt Weber. "De mensen leven hier heel rustig, teruggetrokken in hun bungalows. Er zijn wel enkele clubs waar ze samenkomen, maar niet zo veel. Het is ook niet de eerste maal dat dit verhaal opduikt. Het zou anders zijn mochten er echt concrete sporen naar Dénia leiden. Ik heb nog een Duitse cafébaas gesproken die ons artikel had gelezen. Hij zei dat de mensen er niet meer over praten, voor velen is het een afgesloten hoofdstuk."

Een mening die ook stilaan bij een deel van de nazi-jagers aanhangers vindt. Volgens Micha Brumlik, directeur van het Fritz Bauer Institut in Frankfurt (het Duitse Studie- en Documentatiecentrum over de holocaust), leven er nog 400 à 500 nazi-oorlogscriminelen, de meeste in Latijns-Amerika en de Baltische Staten. "Meestal mannen die de negentig voorbij zijn. Ik twijfel of ze nog in staat zijn voor een rechtbank te verschijnen."

Het is daarom ook dat Wiesenthal zo'n vier jaar geleden met het zélf actief jagen stopte. "De nog levende nazi's zijn zulke treurige oude lui geworden dat hun proces hooguit medelijden zou opwekken", vertelde zijn secretaresse toen aan De Morgen. Wie nog leeft, was bovendien nog vrij jong tijdens de oorlog, merkte Mossad-nazi-jager Gad Shimron onlangs op. "De breinen zijn er niet meer, wat overblijft zijn verdachten die twintigers of adolescenten waren tijdens de holocaust." En tegen lagere officieren met een beperkte verantwoordelijkheid is het bijzonder moeilijk harde bewijzen te vinden, stelt Shimron.

Wat niet wil zeggen dat de boeken én ogen gesloten worden. Volgens het Simon Wiesenthal Centrum is er nog genoeg werk aan de winkel. Van april 2004 tot maart 2005 zijn er meer dan zeshonderd nieuwe onderzoeken naar nazi-oorlogscriminelen geopend, een verdubbeling tegenover het jaar voordien. Het Simon Wiesenthal Centrum heeft nu ruim 1.200 onderzoeken lopen in vijftien landen. "Sinds januari 2001 zijn er 32 veroordelingen tegen holocaustuitvoerders uitgesproken, zijn er 35 nieuwe inbeschuldingstellingen geweest, en zijn honderden nieuwe onderzoeken gestart", zegt Efraim Zuroff, coördinator van de Simon Wiesenthal Centrum-nazi-jacht. Zuroff stelt vaak politieke onwil vast om ex-nazi's te vervolgen, vooral in Oekraïne, Zweden, Noorwegen en Syrië. De Verenigde Staten vervolgen het actiefst. Maar ze geven niet op. "Ondanks de nogal wijdverbreide veronderstelling dat het te laat is om nazi-moordenaars voor de rechtbank te brengen, tonen de cijfers duidelijk het tegendeel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234