Dinsdag 31/01/2023

De man die The Observer groot maakte

Astor beschouwde zijn journalisten als temperamentvolle acteurs die je het naar de zin moest maken, troosten en geruststellen

David Astor 1912-2001

Ooit vatte hij de filosofie van zijn krant samen als 'proberen het tegenovergestelde te doen van wat Hitler gedaan zou hebben'. David Astor, 27 jaar lang hoofdredacteur van The Observer, de oudste zondagskrant van Groot-Brittannië, maakte kranten vanuit zijn persoonlijke overtuiging, niet om winst te maken. Hij geloofde passioneel in Mandela's strijd tegen de apartheid, de afschaffing van de doodstraf, nucleaire ontwapening en dekolonisatie. Onder zijn leiderschap groeide The Observer uit tot een krant die het centrum vormde van elk serieus maatschappelijk debat en de agenda voor politici dicteerde.

Dergelijke liberale opinies waren niet vanzelfsprekend voor een jongeman van David Astors afkomst. De Astors waren in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog zowat het equivalent van de koninklijke familie. Davids vader, burggraaf Astor, was een van de rijkste mannen ter wereld. Zijn moeder Nancy was de eerste vrouwelijke MP en gastvrouw op Cliveden, het beroemde landgoed, dat onder meer het decor vormde voor het Profumo-schandaal.

David Astor volgde college in Cambridge en Oxford, waar hij Adam von Trott zu Solz, een jonge Duitse aristocraat en tegenstander van Hitler, ontmoette. Von Trott, die later werd opgeknoopt voor zijn aandeel in de samenzwering tegen Hitler in 1944, had een grote invloed op Astors politieke bewustwording. Detail: Astor studeerde niet af in Oxford, hij kreeg een zenuwinzinking en ging in analyse bij Anna Freud. "Ik geloof niet in God, maar ik geloof in Freud", werd later een van zijn gevleugelde uitspraken en hij vond er plezier in om het lastige gedrag van Observer-redacteurs in pychologische termen te verklaren.

Astor nam The Observer over in 1948, toen hij pas 29 was en na een jaar training op de Yorkshire Post, maar op Cliveden was hij opgegroeid tegen een achtergrond van ministers, diplomaten en intellectuelen. Terwijl andere kinderen rijmpjes en versjes hoorden, beluisterde hij de gesprekken tussen staatslieden en politici. In plaats van zich te identificeren met aristocraten uit zijn milieu ontdekte Astor zichzelf via artiesten, intellectuelen en Labour-politici. The Observer was politiek onafhankelijk, maar Astor toonde zich onwrikbaar als het ging om dingen waarin hij geloofde. Hij had een hekel aan marktonderzoek dat moest aantonen wat de lezers wilden, en toen zo'n onderzoek stelde dat er geen belangstelling was voor boekbesprekingen, verstopte hij de resultaten voor zijn journalisten. Toen hij zijn beklag deed tegen Cecil King van de Daily Mirror over het feit dat de krant de feiten verdraaide, zei King: "Ik moet rekening houden met de cijfers." Waarop Astor repliceerde: "Ik geef The Observer uit voor mezelf en mijn vrienden." Hij was altijd bereid om risico's te nemen met zijn lezers. Toen Chroesjtsjov in 1956 zijn wereldberoemde speech hield waarin hij definitief met Stalin afrekende, drukte Astor alle 26.000 de woorden af, waardoor onder meer alle reclame sneuvelde. De lezers gaven hem gelijk: de edities was uitverkocht en dienden te worden herdrukt. Er kwam wel een boze lezersbrief: waarom onderschatte men het niveau van de Observer-lezer door de speech niet in het oorspronkelijke Russisch af te drukken? Zelf had Astor geen groot schrijftalent, maar talentspotting beschouwde hij als zijn vak. Hij overtuigde mensen als Arthur Koestler en George Orwell om voor The Observer te schrijven. Zijn respect voor een goede pen was legendarisch en hij maakte nooit een onderscheid tussen journalisten en schrijvers. Hij hield ervan romanschrijvers, dichters en academici in te zetten als verslaggevers of columnisten. Astor beschouwde zijn journalisten als temperamentvolle acteurs die je het naar de zin moest maken, troosten en geruststellen. Hij was een vaderfiguur, altijd bereid tussen te komen in een emotionele crisis.

De Suez-crisis in 1956 was tegelijk een hoogte- en een keerpunt voor The Observer. Eerder dat jaar stak de krant zijn rivaal The Sunday Times voorbij in de cijfers. Toen nationaliseerde de Egyptische president Nasser het Suezkanaal, iets waar Astor, overtuigd antikolonialist, achter stond. Hij toonde zich dan ook zeer verontwaardigd toen de Conservatieve Britse regering Egypte de oorlog verklaarde. "Wij hadden niet gedacht dat onze regering in staat was tot zulke waanzin en schurkenstreken", schreef Astor in wat nu beschouwd wordt als een van de grote commentaarstukken van de voorbije eeuw. "Het is niet langer mogelijk om landen te bombarderen omdat je ze niet langer kunt uitbuiten." Drie aandeelhouders van de krant namen ontslag en, erger, duizenden lezers haakten af.

Toch begon de echte neergang van The Observer door de weigering van Astor om mee te doen aan commercialisering. Terwijl The Sunday Times algauw uitpakte met bijlages en veel geld uit reclame haalde, hield Astor de boot (te) lang af. De twee kranteneigenaars vertegenwoordigden tegenovergestelde visies op de rol van de pers. David Astor beschouwde de krant als een middel om zijn eigen ideeën te verspreiden, terwijl Roy Thompson van de The Sunday Times geen politieke interesse had en in de krant alleen een vehikel voor winst zag.

In 1975 - hij was toen 63 - nam Astor ontslag. Hij was ontsteld toen The Observer in 1980 werd verkocht aan zakenman Tiny Rowland, zowat de tegenpool van alles waar Astor voor stond. Rowland wilde de reputatie van The Observer gebruiken voor zijn eigen commerciële doeleinden. Voor Astor was het een enorme opluchting toen The Observer in 1993 door The Guardian werd gekocht.

Hilde Sabbe

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234