Vrijdag 06/12/2019

De man die nooit van de maan droomde

Het kleinste ego en de grootste koelbloedigheid. Op basis daarvan mocht Neil Armstrong als eerste van de drie astronauten van Apollo 11 op de maan stappen. Zaterdag overleed hij aan complicaties na een hartoperatie. Hij werd 82.

In de eerste week van juni 1962 kwam bij de Amerikaanse ruimtevaartdienst een sollicitatiebrief binnen van de 31-jarige zoon van een boekhouder. Dat was een week nadat de vacature voor nieuwe astronauten was afgesloten. Een oud-collega zag de brief en schoof hem onopgemerkt in de stapel aanmeldingen. Drie maanden later trad Neil Alden Armstrong in dienst; zeven jaar later zette hij als eerste mens een voet op de maan.

Op die 21ste juli 1969 veroverde Armstrong, die zaterdag op 82-jarige leeftijd overleed aan complicaties na een hartoperatie, een plek in de geschiedenisboeken. Voortaan werd de ruimtevaarder in één adem genoemd met pioniers van de luchtvaart zoals Wilbur Wright, die in 1917 als eerste mens met een vliegtuig de lucht in ging, en Charles Lindbergh, die tien jaar later als eerste in een vliegtuig de Atlantische Oceaan overstak.

Net als die pioniers was Armstrong een ingenieur in hart en nieren, een vliegtuigbouwkundige en een testpiloot die weinig had met de ophef die zijn prestatie losmaakte. Nog geen twee jaar nadat hij op de maan had gestaan, zwaaide Armstrong af als astronaut en ging hij lesgeven aan Purdue University. Een grote, maar niet de grootste universiteit waar 's werelds eerste maanwandelaar aan de slag had kunnen gaan.

Nul inbreng

Over de keuze van Armstrong als 'de eerste' zijn boeken vol geschreven. Hij zou zijn uitverkoren omdat hij een burger was. Een militair als eerste mens op de maan in een tijd dat Amerikaanse soldaten waren verwikkeld in een bloederige oorlog in Vietnam, leek niet zo'n slimme zet. In zijn verslag van de maanlanding sprak The New York Times consequent van 'Mr.' Armstrong en 'colonel' Buzz Aldrin, de luchtmachtpiloot die de tweede man op de maan werd.

De waarheid is dat Armstrong uitverkoren werd als de reservebevelvoerder van Apollo 8, die als eerste om de maan zou vliegen. Het rotatiesysteem schreef voor dat de reservebevelvoerder drie vluchten later de ruimte in zou gaan. Voor Armstrong was dat Apollo 11, aangewezen als de missie naar de maan. Als voorbereidende vluchten mislukt waren, dan had Apollo 12 die eer gehad.

Tijdens simulaties van de landing verliet de piloot - Aldrin in het geval van Apollo 11 - steeds als eerste de maanlander. Maar uiteindelijk besloot de NASA dat Armstrong als eerste op de maan zou stappen. "Ik had nul inbreng en nul invloed op dat besluit", zei Armstrong later. Armstrong leek ideaal omdat hij van alle kandidaat-maanreizigers over het kleinste ego beschikte en de grootste koelbloedigheid.

Dat laatste toonde Armstrong aan door tijdens de afdaling de autopiloot uit te zetten en de maanlander weg te voeren van de geplande landingsplaats, omdat die bezaaid bleek met rotsen en grote stenen. Had de landing vijftien seconden langer geduurd, dan had Houston het bevel gegeven om ze af te breken. Groot was de opluchting toen om zeventien minuten over negen uur 's avonds Belgische tijd Armstrongs stem van de maan klonk: "Houston, Tranquility Base here, the Eagle has landed."

Armstrong en Aldrin liepen twee uur en 26 minuten over het maanoppervlak, nadat Armstrong als eerste van de ladder van de maanlander was gesprongen. Over zijn eerste woorden zijn decennia lang debatten gevoerd. Zelf hield Armstrong vol dat hij 'een' mens had gezegd in plaats van 'de' mens: "That's one small step for a man, a giant leap for mankind." In de krakende radioverbinding sneuvelde de a van 'a man'.

Na de historische vlucht werd de Apollo 11-bemanning de hele wereld rond gevoerd, een lot dat Armstrong zwaar viel. Twee jaar later verdween hij bij de NASA en uit de schijnwerpers. Vanaf 1980 ging Armstrong aan de slag als boer, in Wapakoneta (Ohio), het stadje waar hij op 5 augustus 1930 was geboren. Het teruggetrokken bestaan beviel hem prima.

Pas de laatste jaren kwam hij weer in het nieuws. De ene keer om de plannen van president Obama voor de bemande ruimtevaart af te kraken. Een andere keer om de verkoop te verhinderen van lokken haar die zijn vaste kapper wilde veilen. Twee jaar geleden grapte Armstrong op een congres in Den Haag dat hij naar Mars zou gaan als ze het hem zouden vragen.

Tot het einde toe kregen familieleden, vrienden, collega's en journalisten geen vat op de persoon achter de ruimtevaarder. "Neil laat nooit meer zien dan de buitenkant", zei Michael Collins, zijn medebemanningslid van Apollo 11. "En zelfs dat slechts met mate." Voor de opvallendste ontboezeming moest de wereld tot twaalf jaar geleden wachten, toen Armstrong onthulde dat hij maar één teleurstelling had over zijn grootste avontuur: "Ik heb nooit een droom gehad waarin ik op de maan was."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234