Vrijdag 30/10/2020

Interview

De man die in een dier veranderde

Beeld Felicity McCabe

De excentrieke Brit Charles Foster (53) liet zijn haar en nagels groeien, trok zijn kleren uit en ging - vermomd als hert, das, otter, vos en zwaluw - de vrije natuur in om op padden, regenwormen en insecten te jagen. "We zijn vergeten wat we echt zijn: wilde beesten."

Charles Foster is advocaat, filosoof, schrijver, theoloog, veearts en onderzoeker aan de rechtsfaculteit van de Universiteit van Oxford. Tot zover geen bijzonderheden.

Daarnaast echter kroop de 53-jarige man regelmatig in de huid van een beest. 'Wild Thing' van The Troggs uit 1966 is zijn lijflied. "Ik heb altijd al willen weten hoe het is om zelf zo'n wild thing te zijn", zegt hij. "Maar eigenlijk is dat een fout uitgangspunt, want ik bén al een wild ding, net als jij en net als al onze soortgenoten. Door als een niet-menselijk dier te leven, tastte ik de grenzen af van wat het betekent om mens te zijn. Het was een ontdekkingsreis naar de menselijke natuur, een zoektocht naar de raakvlakken tussen mens en dier."

Over zijn leven als dier schreef Foster het intrigerende Being a Beast. "Het boek is meteen ook een reisgids voor mensen die de wereld willen herontdekken op het niveau van een dier. Being a Beast is een accuraat verslag van hoe landschappen waargenomen worden door beesten."

Foster noemt natuurschrijvers en -documentairemakers zoals de illustere Sir David Attenborough "kolonialisten" en "narcisten": "Ze lopen als mens door de jungle, kijken vanaf bijna twee meter hoogte en beschrijven het dierenleven vanuit hun menselijke 'superioriteit'. Ze beschrijven geen dieren, maar henzelf."

Met kolonialisme en narcisme wilde Foster niets te maken hebben, daarom ging hij door de knieën tot op dierhoogte en transformeerde hij in onder meer een vos en een das. Waarom geen mier of mug? "Omdat ik me alleen maar kan verplaatsen in dieren die ikzelf fijn vind. Ik heb nooit begrepen hoe sommige mensen jaren van hun leven kunnen investeren in het schrijven van biografieën over psychopaten. Ik breng liever mijn kostbare jaren door in het gezelschap van wezens waar ik van hou."

Charles Foster sloop als stadsvos door de straten van Londen. 'Met een vossenjong vocht ik om een kippenbout.'Beeld Felicity McCabe

De jager en de prooi

's Winters ploeterde Charles Foster als otter in de East Lyn River in het Exmoor National Park in Zuidwest-Engeland. In het duister probeerde hij net als een echte mannetjesotter vissen te vangen. Lang hield hij dat niet vol. "Het was ijskoud en ik kreeg er snel een rothekel aan om als bloednerveuze otter overal mijn poten en neus in te moeten steken, op zoek naar een vette pad voor de lunch."

Toen zijn jas op de oever gestolen werd terwijl hij in de halfbevroren rivier rondsjokte, gaf hij er maar de brui aan. "Een leven als zwaluw leek me interessanter."

Dus kocht Foster een vliegtuigticket om te gaan overwinteren in Congo. Daar zweefde hij aan een parapente tussen collega-zwaluwen, zijn mond wijd open om in de vlucht zo veel mogelijk insecten te vangen.

Maar hij kreeg niet echt hoogte van de vogels en keerde terug naar zijn thuisstad Oxford, waar hij zijn haar en nagels liet groeien. Vervolgens trok hij zich naakt terug in het woud om er te gaan leven als edelhert. Hij vroeg aan een vriend om diens bloedhond Monty op hem af te sturen, zodat hij kon ervaren hoe het is om bejaagd te worden.

"Heel even gierde de paniek door mijn lijf en voelde ik wat het betekent om prooi te zijn. Maar in mijn achterhoofd bleef mijn jagersinstinct zoemen; ik besefte dat mijn ware aard niet overeenstemt met die van een edelhert."

Beeld © Felicity McCabe

Jachtgeweer voor dochter

Klopt het dat Charles Foster zelf ooit een zeer gedreven jager was? Hij knikt. "Ik schreef over de jacht, ging elke winter op herten jagen in de Schotse Highlands en joeg op wild gevogelte in Kent. Toen mijn dochter tien werd, kocht ik zelfs een jachtgeweer voor haar. Dat is een zwarte bladzijde in mijn leven die ik het liefst voorgoed zou willen wissen."

Een leven als stadsvos lag Foster beter. 's Nachts sloop hij door de straten van de Londense East End. Hij haalde vuilbakken leeg op zoek naar niet al te bedorven kliekjes, maakte ruzie met een vossenjong over een kippenbout en deed samen met de andere vossen zijn gevoeg op straat. "Ik zag mensen in woonkamers naar hun flikkerende beeldschermen staren", zegt hij. "Ondertussen maakte ik kennis met de beesten rond hun huis en knabbelde ik hun restjes pizza op."

Maar het meeste plezier beleefde hij aan zijn carrière als das. Samen met zijn destijds 8-jarige zoon Tom leidde hij zes weken lang in de bossen van Wales een dassenleven. Overdag sliepen ze opgerold in een hol in de grond, 's nachts trokken ze er op handen en voeten op uit. Snuffelend aan de uitwerpselen van andere dieren, speurend naar sappige regenwormen.

Volgens Charles Foster hebben de meeste mensen op een rampzalige wijze hun voeling met de natuur verloren. "Ze leven in steden en hun verbroken band met de wildernis zorgt voor psychische en lichamelijke kwalen. Veel kinderen krijgen gedragsproblemen omdat ze niet meer in het bos rondhossen. Cynische ondernemers weten perfect hoe ze daar hun voordeel mee moeten doen: om de productiviteit van hun depressieve werknemers op te krikken, zorgen ze in de werkruimte voor ramen met zicht op een paar bomen."

Beeld rv

Gebruik ál je zintuigen

Moeten we dan weg uit de steden? "Nee", antwoordt hij. "Ik woon zelf in een stad." Hij citeert de Amerikaanse filosoof en ecologist David Abram: 'Er zijn enkel relatief onwilde plaatsen.' Foster: "Zelfs in een luxecondominium in het centrum van Manhattan huizen ongedierte, schimmels en bacteriën onder de chique plavuizen. Of we het nu leuk vinden of niet: we zijn allemaal deel van de vrije natuur. Zelfs de keurig uitgedoste bankiers in Wall Street en de Londense City maken deel uit van de woeste wildernis. In plaats van onze wilde natuur per se te willen negeren en ontkennen, is het heilzamer om ons eraan over te geven."

Om met z'n allen terug meer beest te worden? "We zíjn al beesten. Heel speciale, weliswaar. We hebben een paar grote voordelen tegenover niet-menselijke dieren, zoals ons vermogen om kennis te verzamelen. Maar we zijn ook grootmeesters in het omzetten van onze voordelen in nadelen. Wat ziet een mens als hij in een woud rondstapt? Niet het échte woud, maar alleen voorgekauwde ideeën van wat een woud volgens hem zou moeten zijn. Een 'superieur' wezen als de mens ervaart ironisch genoeg veel minder van de natuur dan een simpel beest als een otter of een das."

Foster zegt het zonder enige zweem van ironie. Moeten we dan tijdens boswandelingen ons denken uitschakelen? "Nee. We moeten in de eerste plaats ál onze zintuigen leren gebruiken. De meeste mensen gebruiken er nu maar één: hun ogen. We zijn het verleerd om te ruiken, te horen en te voelen, terwijl we over een potentieel uitstekende neus en prima vingers en oren beschikken. We kijken alleen maar en zetten wat we zien snel om in abstracte beelden van hoe de natuur er volgens ons zou moeten uitzien. Doordat we alleen onze ogen gebruiken, krijgen we geen contact met de echte wereld."

Oefenen met kaas

Naakt, op handen en voeten, snuffelend op zoek naar voedsel, is dat contact er volgens Foster wel. In de weken voor hij als das de Welshe bossen onveilig maakte, oefende hij zijn reukzin in zijn huis. Hij kocht verschillende soorten kaas, vroeg zijn vrouw om ze in hoeken en kanten te verbergen en ging vervolgens geblinddoekt op zoek. "Geur is voor een das van levensbelang. In het woud ontdekte ik dat geuren zich aanpassen aan het weer en de tijd. Op een koude, droge ochtend is er amper iets te ruiken. Naarmate de dag vordert en de temperatuur stijgt, komen ook de geuren tot leven."

Hoe smakelijk is een dieet van strontvlieg, riviervis, kwakende kikker en slijmerige slak? "Ik heb mijn best gedaan om af en toe de voedselgewoonten van de dieren te kopiëren, maar continu lukte dat niet", antwoordt Foster. "De menselijke spijsvertering slaat op tilt van rauwe vis of amfibie vol ingewanden. Dus at ik tussendoor mijn gewone mensenkostje.

"Zo spectaculair smaakt een regenworm trouwens ook weer niet. Je proeft vooral de grond waarin hij leeft. Een regenworm in Wales smaakt anders dan een regenworm in Oxford. Dat heeft te maken met de bodem, met de terroir. Maar geldt niet hetzelfde voor wijn? Een Bordeaux smaakt toch ook anders dan een Côtes du Rhône?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234