Dinsdag 19/01/2021

De man die de oorlog gezichten gaf

Judith en Alistair Hetherington keken hem na en zagen hoe hun zoon zich in de regen van Sheffield nog één keer omdraaide. Tim zwaaide. Wat ze toen nog niet wisten, weten ze nu: het was de laatste keer dat ze Tim zagen. Zes maanden later werd de fotograaf dodelijk getroffen in het Libische Misrata. Twee ellendige jaren geleden. 'Er zijn goede en kwade dagen in het leven. Dit waren de kwade.'

The Northern/Sports is on Palatine Road, West Didsbury. All cabs know it.' De mail van Judith Hetherington was geruststellend, maar de taxichauffeur moet zoeken om net buiten het centrum van Manchester het adres te vinden. Wellicht zit zijn hoofd bij het voetbal vanavond. In de stad kon je er niet naast kijken. Sjaals van Man U-Aston Villa. Pins voor 'one pound!'. Vlaggen. Straks wordt het de avond van Robin van Persie.

Hier is rust. De Hetheringtons wonen only one mile verder, maar ze kozen deze tennisclub om te praten. Wat verder van het huis af. Wat verder van de herinneringen. Wat doet het als een moeder en vader hun zoon verliezen? Alleen verdriet.

Het is net 20 april geweest en ook al is élke dag een beetje Allerheiligen, de dag waarop iemand gestorven is, doet altijd wat meer pijn. 2011 was het. Tim Hetherington was samen met zijn Amerikaanse collega Chris Hondros in Misrata. Ze liepen in het spoor van de rebellen die tegen kolonel Kadhafi streden. Er zijn foto's van die dag. Een laatste waarop Tim zelf staat: zijn rechtervoet op de hoogste trede van een ladder, een strijder neemt hem bij de schouder vast en helpt hem een zwaar gehavend huis binnen. Tim kijkt achterom. Later zegt Judith: "Hij was altijd goed voorbereid. Voorzichtig ook." Wat er nadien gebeurde, staat in de geschiedenis. Zeker is dat Tim en Chris onder vuur kwamen.

Dan is er weer een foto: hun twee bebloede lichamen op een draagberrie. Er komt een officieel statement: "We can confirm the death of a British national in Libya and are offering consular assistance to his family." Vorige zaterdag twee jaar geleden dus. Als vandaag in Amsterdam op de World Press Photo Award Days een 'Tim Hetherington Grant' wordt uitgereikt, dan gaat dat op die dag terug. Als Judith en Alistair twee weken terug in New York waren voor de officiële voorstelling van Which Way Is the Front Line From Here, een documentaire van Tims vriend Sebastian Junger, dan gaat ook dat op die dag terug.

Er is maar één smet. In de namiddag hebben we vergeefs gezocht naar Here I Am, The Story of Tim Hetherington War Photographer, van Alan Huffman. "Ik ben blij dat je hem niet vond", zegt Alistair. Het is een niet-geautoriseerde biografie en ze zijn er niet blij mee. "Huffman heeft Tim twee uur gekend, toen ze elkaar eens ontmoetten in Liberia." Geen woord meer daarover. Misschien alleen 'onbeschaamd': Judith wordt in het na- schrift bedankt door Huffman. Respect rijmt niet op marketing.

Verveling, schrik, moedeloosheid

Als dit verhaal een soundtrack had, dan zong Bob Marley nu 'Redemption Song'. "Tim was gek op Bob Marley", zegt Alistair. Niet toevallig dat dat nummer, en 'One Love', op de herdenkingsdienst voor hun zoon in New York werd gespeeld. Daar woonde de fotograaf die 41 was toen hij in Libië stierf. Begraven ligt hij op het Brompton Cemetery in Londen. Alistair en Judith stonden er afgelopen zaterdag. "Die dag proberen we er altijd te zijn", zegt zij. "We bidden en leggen wat bloemen." Ze stonden er niet alleen. Er waren vrienden van Tim. Nadien gingen ze wat eten. En Alistair zegt: "He kept all his friends. Dat was ongelooflijk."

Ondanks zijn leven, bedoelt Alistair. De wereld rondreizend, het oog gericht op de wereld. Maar oude schoolmakkers, vrienden van lang geleden, ze waren hem altijd na. Met een glimlach: "Op zijn begrafenis waren er zelfs zeven van zijn vroegere liefjes. Wisten wij niet, onze dochter vertelde ons dat achteraf."

Op dat kerkhof gebeurde ooit dit: "Op een dag was Tims graf geplunderd. De bloemen die Amerikaanse soldaten en mensen uit Misrata hadden laten bezorgen, waren weg. Allemaal. De kerkhofbewaker wist van niks. Het was dus zeker niet in zijn opdracht of die van de gemeente gebeurd. Er is maar één uitleg voor: op dat moment was Kadhafi nog aan de macht in Libië. Dit kan alleen het werk geweest zijn van Kadhafi en zijn troepen."

Er ligt een boek op tafel dat Infidel heet, het is een beetje het boek van Restrepo, Tims film die een Oscarnominatie kreeg en een Emmy won. De foto's dus van het peloton dat Tim Hetherington en Sebastian Junger tussen september 2007 en augustus 2008 volgden. De tekst is van Junger, de beelden van Tim. Wat je ziet, is niet de strijd, niet de oorlog. Het zijn niet de gevaarlijke beelden. Geen vuur. Geen inslagen van mortieren. Geen ziekenhuisbloed. Je ziet wel de Korengalvallei. Het kamp waar een peloton van 48 man streed. Eén ervan is Juan Restrepo, de verpleger die al in juli 2007 sneuvelde. Hij, de vertrouwensman van al die jongens, blijft er ook na zijn dood bij: zijn foto hangt aan de muur van de kapper. Wat zie je nog: barakken, tattoos, verveling, schrik, moedeloosheid, lege flessen, uitgeputte lijven op veldbedjes. En ook die foto waarmee Tim in 2008 de World Press Photo won. En je leest het motto: 'For he who gives his life, shall always be my brother'.

Fotograaf worden was niet Tim Hetheringtons eerste droom. Aan de Oxford University studeerde hij klassieke talen en literatuur. Deze man was een expert in het werk van James Joyce. Tot ergernis van zijn oudere zus, die voor hem literatuur studeerde. "Ze vond het vernederend dat haar jongere broer meer van Joyce wist", glimlacht Judith. "Hij sprak ook Latijn. Jawel. Hij sprák Latijn. Maar Tim wist één ding zeker: hij wilde nooit aan een bureau blijven zitten. Misschien dacht hij wel dat hij schrijver zou worden en werkte hij daarom eerst een jaar bij een uitgeverij. Maar ik denk dat daar groeide wat hij wilde. Hij wilde verhalen maken met beelden, meer dan met woorden."

Via een opleiding in een avondschool kon Tim les volgen in Cardiff, bij topfotograaf Daniel Meadows. Toen Tim twee jaar geleden overleed, kregen Judith en Alistair van Meadows een bericht. Hij schreef dat Tim zijn eerste moderne student was. De eerste die fotografie combineerde met multimedia. Aanvankelijk via cd-rom, later met andere technieken. Zijn afstudeerproject heette 'House of Pain', over een spoedgevallendienst in een ziekenhuis. Daarin zat ook al muziek. Voortekenen van Restrepo en van Diary, een filmpje dat je via YouTube terugvindt en in 19 minuten toont wat hij met zijn werk wilde doen.

Judith: "Na Tims dood ging ik in zijn appartement in New York door zijn archief. Ik stond ervan te kijken hoe georganiseerd hij was. Alles alfabetisch gerangschikt, zijn negatieven mooi per jaar, misschien wel 27 dagboeken. Er stonden dozen met zijn multimediamateriaal, plus zag ik dat hij alles wat ooit op cd-rom stond, op nieuwe technieken had overgeschreven."

Alistair, met een lach: "Héél veel contactafdrukken had hij ook. Maar dat wist ik: daar hadden we, toen hij studeerde, veel voor betaald." Judith: "Daniel Meadows vertelde me dan van een cd-rom die Tim had gemaakt over mijn liefde voor poëzie. Dat wist ik niet. Ik kon me alleen herinneren dat hij me op een dag, toen ik naar het werk wilde vertrekken, met aandrang vroeg een gedicht in te spreken. Het was Coleridges 'The Rime of the Ancient Mariner'. Hij zei nooit wat hij ermee zou doen. Via Daniel Meadows kreeg ik dat dus te horen." Ze denkt even na: "Ik denk dat hij door dit soort gedichten wilde gaan reizen."

Tim Hetherington Square

Liberia. Ergens in de jaren '90 beslist Tim Hetherington, dan al fotograaf, naar het land van Charles Taylor af te reizen. Dat is geen vakantiebestemming. Dat weet Tim. Dat weten Alistair en Judith. "Al in zijn studententijd sprak hij ervan zijn studies een jaar te onderbreken om te reizen", zegt Alistair. "Dat wilde hij heel graag. Er was alleen een prof in Oxford die zei: misschien is het niet zo verstandig je studies Latijn en Grieks een jaar aan de kant te schuiven om ze dan weer op te pikken. Dat deed hij dus niet. Maar zodra hij was afgestudeerd vertrok hij naar India. Voor een jaar. (snel) Werd natuurlijk twee jaar. Dat was een periode waarin het internet niet zo sterk was ontwikkeld, af en toe kregen we via de post wel een pakketje with some ethnic stuff. Verder weinig nieuws. Tot op een dag mijn secretaresse zei dat Tim had gebeld en dat ik hem moest terugbellen. Ik zei: maar in welk land zit hij? Ik kreeg hem aan de lijn vanuit de London School of Tropical Medicine en hij vroeg of ik hem daar wilde opzoeken. 'Maar zeg het niét aan mama', zei hij."

Op het einde van een lange, smalle kamer vond Alistair zijn grote zoon, grauwe kaken, elke rib in zijn lichaam zichtbaar. "Tim zei: 'Nu weet je waarom ik niet wil dat mama me ziet.' Hij had een of andere ziekte opgelopen, dysenterie of zo."

Ze vertellen dit om in Liberia te geraken: we did get used to him. Dat Tim naar West-Afrika was vertrokken was dus geen wonder. "Hij verdween soms lang onder de radar. Dat waren we gewoon. En je weet wel dat het gevaarlijk kan zijn. Maar als ouder weet je ook dat dat erbij hoort als je kinderen hebt. Je bezit je kinderen niet. Je moet ze laten gaan."

In Afrika zag Tim de eerste gruwelijkheiden. Later volgden Afghanistan, en Libië natuurlijk. In Diary zie je dat: lijken, toch bloed, ledematen. Wat een mens met een mens kan doen. "Als hij terugkwam, vertelde hij dat vaak honderduit. Hij was niet het soort fotograaf dat foto's maakte, ze doorstuurde en dat in zijn hoofd losliet. Hij moest erover praten. En nadien met vrienden op café of restaurant eten en drinken. Maar hij was wel sterk. Toen hij overleed kreeg ik honderden brieven en mails van mensen die met hem contact hadden gehad. Ik heb ze nog altijd niet allemaal kunnen lezen. Eén kwam van een Amerikaanse soldaat die in Afghanistan had gevochten en die Tim toevallig was tegengekomen in een supermarkt in New York. Hij schreef dat hij na zijn terugkeer uit Afghanistan niks anders kon dan thuis alleen in zijn sofa zitten. Steeds dieper wegzinkend. Het was Tim die hem eruit haalde en hem verplichtte buiten te komen en te praten. Tim praatte die jongen uit zijn mistroostig gevoel."

Iemand schreef dit over Tim: "He showed the human side of the most inhuman facts." Het is een uitspraak die deze ouders pleziert. Zelf werkten ze een jaar of vier voor een liefdadigheidsorganisatie in Vanuatu. Op 17 mei organiseren ze, als initiatiefnemers van The Tim Hetherington Trust, in deze tennisclub een geldinzamelingsactie voor het project dat Tim opzette voor blinde kinderen in Sierra Leone. "Hij richtte daar een school voor blinden op, die we nu zelf zijn gaan bezoeken. De school is er nog, maar er zijn geen middelen om de kinderen te helpen. Dat willen we nu opnieuw bij elkaar brengen."

Zijn engagement komt van bij deze mensen. Zijn blik op de wereld ook. Daarom zal Judith nooit zeggen dat haar zoon een war photographer was. "De oorlog op zich interesseerde hem niet. Wel wat de oorlog met mensen deed. Of het nu soldaten in Afghanistan waren, of de mensen in Liberia of Sierra Leone. Dat wilde hij tonen." Hij gaf de oorlog gezichten.

Dan valt die vraag: waarom moest Tim Hetherington in Libië zijn? Volle vuile oorlog. Daar wil zij op antwoorden. Ze vraagt Alistair, die de lange stiltes in haar antwoord probeert op te vullen, haar die stiltes te laten. Die stiltes vallen niet neer te schrijven. Denk ze even tussen haar zinnen door.

"Tims dood was een zeer publieke dood. Daar is heel veel over geschreven. Over waarom Tim er was. En dat hij er niet had moeten zijn. Wie de schuld nu moet dragen. De manier waarop de Amerikaanse pers over zijn dood schreef, een dood die ze bijna glamoureus maakten, stoort me. Voor mij is dat de ontkenning van zijn dood. Het leven heeft goede en kwade dagen. Dit waren de kwade dagen. Maar niet alles is uit te leggen. Ik weet alleen dat Tim altijd zeer voorzichtig was. Zich goed voorbereidde. Tim werd onder vuur genomen door de Kadhafi-getrouwen. Zo heeft het Britse gerechtshof dat ook uitgesproken. Hij werd onwettig gedood. Dat is dus moord."

Ze legt haar arm op die van Alistair. Ze wil nog even verder praten. "Hij is gedood. En de dood is een deel van het leven."

Vandaag hangt er in de Libische ambassade in Londen een herdenkingsteken voor Tim Hetherington. Dat is de post-Kadhafi-ambassade. Toen kon dat niet. Ooit willen ze zelf naar Libië, samen met de moeder van Chris. Zien waar ze in Misrata overleden om afscheid te nemen van die plek. Maar de toestand in het land is niet stabiel genoeg. "Al weet ik niet of ik het troostend zou vinden om Misrata te zien", zegt Alistair. Op de begrafenis van Tim waren delegaties van de rebellen uit Misrata. In Ajdabiya, een andere stad in dat land, werd het grootste plein herdoopt tot het 'Tim Hetherington Square'.

Troost zit in ieder geval in erkenning. Zoals in de twee Amerikaanse vlaggen die senator, zelf Vietnam-veteraan én ex-presidentskandidaat John McCain, aan Judith en Alistair en aan Tims vriendin bezorgde bij de afscheidsdienst in New York. "Dankzij Restrepo was Tim iemand in Amerika. Hij is op het Witte Huis ontvangen. Ze waren hem dankbaar. Volgens mij omdat Restrepo geen pro- en geen anti-oorlogsfilm was. De moeder van iemand uit dat peloton was hem dankbaar omdat Tim voor hun zoon gezorgd had. In onze ogen was Tim natuurlijk ons kind en dus eeuwig jong. Maar hij zei zelf: 'In vergelijking met die jongens van 19 jaar, ben ik een oude man'. Soms was hij hun mentor."

In Tims appartement vond zijn moeder een medaille die een Vietnamveteraan hem geschonken had. In de brief erbij dankte de man Tim omdat hij, dankzij Restrepo, na al die jaren van zwijgen aan zijn familie had kunnen vertellen over Vietnam. Er was nog een brief. Die hing aan een prikbord. In die brief bedankte iemand hem en Sebastian Junger voor de dvd die hij had gezien op het vliegtuig van Afghanistan naar Amerika. "Wel done Sebastian, well done Tim", schreef de man. Zijn naam: David Petraeus. Nu opgestapt na een buitenechtelijke relatie, maar oud-generaal, bevelhebber van de International Security Assistance Force in Afghanistan, later directeur van de CIA.

Vandaag wordt de Tim Hetherington Grant uitgereikt. Met zijn Trust wil Judith jonge fotografen helpen in Tims voetsporen te treden en te focussen op sociale thema's. Tot 18 mei loopt in de Yossi Milo Gallery in New York een expo van zijn werk in Sierra Leone. Ook in Bangkok, Boston, Los Angeles, Liverpool, Oxford en later in Duitsland en Nederland komen er nieuwe tentoonstellingen. En er komt een nieuw boek. Met zijn laatste foto's.

Die zagen zij. Er is van alles een laatste. Een laatste tweet, een laatste foto, een laatste bericht. Allemaal publiek. Van hen zelf is de laatste keer dat ze Tim zagen. Dat was in oktober 2010, tijdens een documentairefestival in Sheffield. "Na afloop liepen we samen in de straat en wuifden hem uit. Het regende en hij draaide zich nog één keer om. Hij zwaaide."

Judith: "Het is een enorm verlies."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234