Woensdag 21/04/2021

De man die de kennis van de hele wereld op steekkaart zette

In 1934 bedacht Otlet een machine die miljoenen fiches met elkaar verbond. Hij zag het als een groot netwerk van kennis, een web, zeg maar

Amerikaanse kranten pakten deze week uit met het verhaal van de vergeten Belg Paul Otlet, voorvader van het internet. L'homme qui voulait classer le monde bleek in de eerste plaats een pacifist en bibliograaf te zijn. Maar dat de utopische Brusselaar ook profetische gaven had, zal men in het jarige Mundaneum in Bergen niet ontkennen

Door Eric Bracke

Vroeger was De Morgen vlak bij de Otletstraat gevestigd. Er was een Spaans café op de hoek waar we een broodje gingen eten en 's avond zwierf jong gespuis door de straat. Je kon maar beter niets in je geparkeerde auto achterlaten.

Dat was de Otletstraat. Tot The New York Times en The International Herald Tribune ons er deze week aan herinnerden dat Otlet nog iets meer is dan de naam van een obscure straat aan de rand van Kuregem. Paul Otlet (1868 - 1944) blijkt een vergeten Brusselse bibliograaf en ondernemer te zijn, die baanbrekend werk verrichtte voor de structurering van kennis. Zijn utopische Mundaneum, een centrum waar alle menselijke kennis zou worden opgeslagen en voor iedereen toegankelijk zou worden gemaakt, werd een voorloper van het internet.

Volgens Alex Wright, auteur van de artikels in de Amerikaanse kranten, bedacht Otlet in 1934 een mechanische machine waarmee gebruikers hun weg konden zoeken door een database met miljoenen fiches. Revolutionair was vooral dat de machine verbanden, links, legde met andere verwante documenten, afbeeldingen, films en geluidsopnamen. Otlet zag al dat materiaal als één groot netwerk van menselijke kennis, een web, zeg maar. Hij stelde zich voor dat er een dag zou komen dat gebruikers van een afstand, via een telefoonlijn, een reproductie van een document zouden kunnen oproepen en projecteren op een plat scherm. Wright benadrukt dat die hersenspinsels tot stand kwamen ruim een halve eeuw voor Tim Berners-Lee in 1991 de eerste browser lanceerde. Otlet dacht na over manieren om van de ene tekst associatief door te stoten naar de andere, twaalf jaar voor Vannevar Bush zijn dromen over 'memex' op papier zette en decennia voor Ted Nelson de term hypertext muntte.

Het is redelijk ironisch dat uitgerekend de Amerikaanse pers die Belgische voetnoot bij de Angelsaksische geschiedenis van het internet onder de aandacht brengt. Komt de herontdekking van de pionier van de informatiearchitectuur dan zomaar als een kwak zwaluwdrek uit de lucht gevallen? Nee, dus. Het antwoord ligt in Bergen, de stad van Elio Di Rupo. Daar ging in 1998 het Mundaneum open, dat het resterende archief van Otlet bewaart en onderzoekt. In dat archief, dat donderdag zijn tiende verjaardag vierde, is Wright op bezoek geweest.

Ik word vriendelijk ontvangen in wat een voormalige supermarkt van een coöperatieve voor het staatspersoneel was. Maar over Otlet is afgezien van de fichekasten tegen de wanden niets te bespeuren. De expositieruimte wordt in beslag genomen door de tijdelijke tentoonstelling Images de femmes. In een hoek klinkt de Vlaamse stem van Antje De Boeck: fragmenten van de film Daens dienen er als illustratie voor de arbeidsomstandigheden van de arbeidsters in de filatures eind negentiende eeuw. Twee opgewonden Franse bezoekers hebben daar geen oog voor, want ze hebben in een lade net steekkaarten gevonden in verband met een auteur over wie ze informatie zochten.

Dat soort opzoekingen wordt gedoogd, maar is niet de bedoeling, legt Stéphanie Manfroid, directrice van het Mundaneum, me later uit. Ze neemt me mee naar de plaats waar de archieven worden bewaard en onderzocht. Het museum beschikt over zes kilometer documenten van Paul Otlet en zijn compagnon Henri La Fontaine, die nu eigendom zijn van de Franse Gemeenschap. Veel van de oorspronkelijke collecties is in de loop der tijden verloren gegaan.

De onderzoekers en archivarissen van het Mundaneum in Bergen hebben vooral aandacht voor drie thema's die ze ook toegankelijk willen maken voor andere onderzoekers: pacifisme, feminisme en anarchisme. Het zijn niet toevallig onderwerpen waar de bezielers van de collecties erg mee begaan waren. Pacifistisch waren ze allebei in hart en nieren, al was Otlet utopischer dan de nuchtere La Fontaine, die senator voor de socialistische partij was. Vrijmetselaar La Fontaine was tevens een fervent verdediger van vrouwenrechten, daarin vurig bijgestaan door zijn jongere zuster Léonie.

Gevraagd naar wat er gebeurd is met de mechanische zoekmachine waarover Wright schrijft, schudt Stéphanie Manfroid het hoofd: "Maar nee, dat was een louter intellectuele machine, een concept dat Otlet wel heeft beschreven in Le traité de documentation (1943), maar dat nooit is uitgevoerd. Het is zeker waar dat sommige theoretische modellen in Le traité het internet aankondigen. Zo heeft hij het ook over het boek van morgen dat een livre téléphoté zou zijn. Maar even revolutionair is dat Otlet er aan het begin van de twintigste eeuw van uitging dat de drager van kennis allerlei vormen kon aannemen en dat kennis dus niet alleen in boeken te vinden was. Prentbriefkaarten en affiches waren evengoed kennisoverdragers." Otlet stelde in Le traité ook dat geen enkel document begrepen kon worden op zichzelf. De betekenis werd maar duidelijk als men de onderlinge invloed tussen documenten mee in beschouwing nam.

Dat er sowieso nog iets bestudeerd kan worden van zijn vele deelcollecties, is wellicht te danken aan Boyd Rayward. De Australiër liep in 1968 een gebouw in het Leopoldpark in Brussel binnen en trof er een enorme stapel papier in een deplorabele toestand aan. Het bleek een deel te zijn van het Mundaneum van Otlet. Doctoraatstudent Boyd Rayward had zich verdiept in Otlets geschriften en was naar Brussel gekomen om diens archief te zien. Rayward, die onlangs weer voor drie maanden in het land was om zijn geliefde onderwerp te bestuderen, schreef daarna verschillende studies over Otlet, waaronder een biografie, en wekte hem op die manier weer uit de doden op. Want hoewel Otlet tijdens zijn leven geroemd werd als een groot man, was hij bij zijn dood in 1944 al bijna vergeten. Het internationale politieke klimaat keerde zich in de tweede helft van de jaren twintig tegen hem.

Paul was de zoon van de welvarende ondernemer Edouard Otlet, die zowat over de hele wereld trams leverde. Nadat hij zijn moeder op driejarige leeftijd had verloren, kreeg de jonge Paul gedurende zijn lagereschooltijd thuisonderwijs. Hij werd een onverbeterlijke boekenwurm, die op zijn veertiende als schrijver debuteerde. Tijdens zijn rechtenstudies verscheen zijn tweede boek, L'Afrique aux noirs (1888), een pleidooi voor dekolonisatie.

Zijn stage bij de literaire advocaat Edmond Picard bracht hem in contact met diens secretaris Henri La Fontaine. Nadat Otlet in het bloeiende familiebedrijf was gestapt, richtte hij in 1895 met La Fontaine l'Office International de Bibliographie (OIB) op. Ze geloofden dat de verspreiding van kennis een doeltreffend middel tegen oorlog kon zijn. Binnen de instelling werd het Repertoire Bibliographique Universel (RBU) opgericht, dat informatie moest verschaffen over alle mogelijke publicaties ter wereld, vroeger en nu. Het wilde een antwoord bieden op twee grote vragen: welke werken heeft een bepaalde auteur gepubliceerd en wat is er nog meer over het onderwerp verschenen?

Omdat de bestaande ordeningssystemen niet voldeden, ontwikkelden ze in 1905 hun eigen Universele Decimale Classificatiesysteem (UDC), dat in het pre-internettijdperk zijn nut als opzoekingsinstrument afdoende bewees. Al snel kwam er ook een Repertoire Iconographique Universel (RIU), met prenten, affiches, prentbriefkaarten en fotoplaten, en een Musée International de la Presse.

Ook architectuur en urbanisme boeiden Otlet. In 1905 bouwde hij samen met architect Octave Van Rysselberghe, broer van schilder Théo, een vakantieoord in Westende, op gronden in het bezit van de familie. Het concept was geïnspireerd op de toen modieuze tuinsteden. Vanaf 1910 tot het einde van zijn leven zou hij ook veel energie steken in het ontwerp van een Cité Mondiale, utopische plannen waarvoor hij achtereenvolgens de architecten Hendrik Andersen, Le Corbusier en Victor Bourgeois en Huib Hoste wist in te schakelen.

Na de Eerste Wereldoorlog zag Otlet de kans om zijn Mundaneum in het Jubelpark onder te brengen. Het Palais Mondial - Mundaneum bood onderdak aan alle collecties in wat nu de gebouwen van Autoworld zijn. Omdat de Belgische overheid lonkte naar de zetel van de Volkerenbond, kwam het project van Otlet en La Fontaine, die in 1913 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, niet ongelegen. Maar nadat duidelijk was geworden dat de Volkerenbond zich in Genève zou vestigen, verliepen de relaties met de overheid steeds stroever. Toen Otlet in 1924 weigerde zalen te ontruimen voor een beurs over rubber, liet men de collecties door de tuinmannen buitenslepen.

Het ging van kwaad naar erger, en in 1934 sloot de overheid de deuren van het Palais Mondial af voor Otlet en zijn team. De laag stof op de collectie werd steeds dikker, tot de nazi's in 1941 de gebouwen schoonveegden om er een expositie over het Derde Rijk op te zetten. In de daaropvolgende jaren geraakten de collecties verspreid en moesten ze meermaals verhuizen. Gelukkig ging de jonge Boyd Rayward in 1968 op speurtocht in Brussel en werd wat er van de collecties restte in 1993 naar Bergen overgebracht. Daar zal nu in 2009 een expositie over Otlet te zien zijn. Ik ben een jaar te vroeg gekomen.

Wanneer ik weer naar huis spoor, verlaat ik in Brussel-Zuid het station. De Otletstraat is niet ver, goed vijf minuten. Het is zoals ik me had voorgesteld: geen voornaam op het straatnaambord. Voor alle zekerheid toch even vragen aan Stéphanie Manfroid. Shit, volgens haar is de straat genoemd naar vader Edouard Otlet. Deugt mijn intro nu nog wel?

Le Mundaneum, rue de Nimy 76, Bergen (www.mundaneum.be)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234