Maandag 26/09/2022

De man achter de muis

Amerika is weer even in de ban van 'Uncle Walt'. Ooit incarneerde de revolutionaire animatiefilmpionier en ondoorgrondelijke entertainmentmogul alles wat fatsoenlijk was aan Gods natie.

door jo smets

BRUSSEL l De reden: Neal Gablers monumentale geautoriseerde biografie, even uitputtend als onuitputtelijk.

De legende wil dat de bestuurders van Disney Company kort na Disneys dood een filmpje te zien kregen waarin Walt hen elk afzonderlijk toesprak en instructies gaf voor de toekomst. "I'll be seeing you", zouden zijn laatste woorden zijn geweest. Tot in het graf moest en zou Uncle Walt controle uitoefenen. Controle is het waarmerk van het Disneyimperium geworden. Controle is ook de sleutel tot Gablers kolossale boek Walt Disney: The Triumph of the American Imagination. De auteur kreeg als eerste onbeperkte toegang tot de Disneyarchieven. Een strategisch briljante zet van Walts nazaten. Door de Joodse, vaak rechts met links verwarrende Gabler, die op het ultraconservatieve Fox News Channel de liberal speelt, dat voorrecht te gunnen, bevrijdden zij zich van alle nood aan - juist - controle. Bijvoorbeeld over hardnekkig onderzoek naar Disneys al dan niet vermeende Jodenhaat en racisme. Gabler erkent moeiteloos dat Disney een communistenvreter was, die als friendly witness tegen collega's kwam getuigen voor het House Un-American Activities Committee van McCarthy. Dat hij een Jodenhater en racist was, is echter een ander paar mouwen: hij was het by association.

Het plan om Disneys verhaal te vertellen, aldus Gabler, rijpte omdat van Disney niet één enkele complete, geannoteerde biografie bestond. De hiaat in de cultuurstudies moest worden gevuld, en dus werkte Gabler zeven jaar lang aan een studie die Disney quasi bewonderend als "master of control" portretteert. En daarmee een open deur intrapt. Walt Elias Disney, het is al lang bekend, was obsessioneel-compulsief en fobisch, een alcohol- en nicotinejunk met een hekel aan autoriteit, geld en sociale uitjes (veel liever zat hij thuis bij zijn vrouw Lillian en hun twee dochters). In zijn studio was hij een opvliegende dictator, die volgens een misnoegde werknemer "geniaal was in het gebruiken van andermans genialiteit". En door zijn ziekelijke perfectionisme, dat weliswaar de standaard van de animatiekunst bepaalde, balanceerde hij voortdurend op de rand van het bankroet. Het is nu moeilijk te geloven, maar afgezien van Snow White and the Seven Dwarfs uit 1937, een instantsucces, stierven zijn peperdure lange animatiefilms vaak een stille dood aan de kassa (dat was zo voor de eerste release van Pinocchio en voor Fantasia).

Gablers boek is indrukwekkend in zijn respect voor een monument uit de Amerikaanse cultuurgeschiedenis dat de laatste decennia flink aan het afbrokkelen was. Als de uitdaging op papier was om de mist uit de mythe te halen, dan sorteert het boek het omgekeerde effect. Disneys leven is daar een lange, trage stroom van details die hem larger than life maken.

Toen hij op 5 december 1901 in Chicago werd geboren, als zoon van Flora Call en eeuwige loser Elias Disney, deed nochtans niets vermoeden dat er een mythe in de maak was. Als het aan de oude Disney had gelegen, was zijn zoon, die al vroeg een wonderlijk tekentalent demonstreerde, een nobody gebleven. Hij gunde zijn kinderen geen affectie, en hij sloeg hen. De jonge Walt kon snel vluchten. In de kunst, zo wil de mythe. Naar de Groote Oorlog in Frankrijk, wil de realiteit (hij was amper zestien). En uiteindelijk naar Hollywood, LA.

Maar Walts eerste stappen in de filmindustrie gingen moeizaam. Hij was voor Hollywood gemaakt, dacht hij, toen hij er in 1923 arriveerde met niet meer dan een koffer vol tekeningen en een film in zijn hoofd over een live action-Alice in een animatie-Wonderland. Was Hollywood echter wel voor hem gemaakt? In 1928, op de rand van de doorbraak met een serie rond een nieuw animatiefiguurtje, Oswald the Lucky Rabbit, werd hij door zijn zakenpartners gerold en verloor hij niet alleen de rechten op de animatieserie, maar op één man na ook zijn complete team. Het was zijn tweede zakelijke mislukking. Op de trein naar huis bedacht hij echter het personage van een muis die naar de naam Mortimer luisterde. Zijn vrouw Lillian vond het maar verwijfd klinken, en dus werd Mortimer Mickey, ofwel: Mickey Mouse. De rest is geschiedenis, die zakelijk voortaan zou worden geschreven door broer Roy. De eerste, inderhaast getekende Mickeys hadden nauwelijks effect. Maar toen Walt in 1928 Mickey van gesynchroniseerd geluid voorzag in Steamboat Willie, was het succes onmiddellijk en onhoudbaar.

Disneys cultuurhistorische impact is goed te beschrijven met de slanguitdrukking to slip someone a Mickey. Aardig als pun, denkt u, maar heeft het ook iets te maken met Mickey Mouse, het knaagdier dat zijn irritante piepstem aan Walt Disney zelf ontleende? Nee. Een Mickey Finn was ooit een alcoholische drank die je snel in een roes en willoze verdoving kon brengen, een effect dat dieven en verkrachters snel ontdekten. De uitdrukking verwoordt het weeë gevoel dat velen bekroop na de opening van Disneyland Park in 1955, toen waarnemers de term 'disneyficatie' verzonnen. De idee dat de werkelijkheid in een droom of illusie kan veranderen, en dat je nauwelijks hoeft wakker te liggen van het feit dat iemand je ondertussen aan het naaien is.

Disney was "een stille, aangename man die je op straat zo voorbij zou wandelen", klonk het in een vroeg spotje. Walt vertelde zonder blikken of blozen dat hij nooit depressief was, al fluitend werkte en "blij, alleen maar erg, erg blij" door het leven ging. Het pretpark was een ode aan een idyllisch, ruraal leven waarvan hij als kind slechts heel even had geproefd. Het leven in familiaal verband, in een veilige thuishaven midden in de ongerepte natuur, werd een necessary illusion (om een term van Chomsky te gebruiken). Het werd tevens de noodzakelijke fictie van een natie - 'Walt Disney's America' - waarin niemand merkte dat armen steeds armer en rijken steeds rijker werden, en talloze families de vernieling werden ingejaagd doordat hun zonen in verre oorlogen het leven lieten.

Walt Disney: The Triumph of the American Imagination biedt weinig eenvoudige, cultuurkritische openbaringen. Hoe imposant de detailstudie ook is, nergens wordt er scherp gesteld of met scherp geschoten, zoals in Marc Eliots Walt Disney: Hollywood's Dark Prince of Richard Schickels The Disney Version. Wat je van Gablers monnikenwerk onthoudt, is dat Disney ongrijpbaar blijft. Voor elke typerende opname uit het leven van Mickeys schepper, vind je een andere die ermee contrasteert. Gabler wil ons Uncle Walt zelfs verkopen als voorloper van de tegencultuur van mei '68, een rechtse belichaming van links-progressieve slagzinnen als 'terug naar de natuur' of 'de verbeelding aan de macht.' Zoveel paradoxale manipulatie van een onvoorstelbaar, haast onmogelijk leven laat de lezer weinig meer over dan pure fascinatie voor dat leven zelf (dat op 15 december 1965 door longkanker eindigde).

Freudiaanse clichés kunnen op die manier ineens erg interessant worden. Neem nu de stelling dat het tekenen en maken van cartoons voor Disney een sublimering van anti-autoritarisme was. Van meet af aan bevredigden ze een drang om te vluchten, weg van de wereld, weg van de mens, weg van het spook van zijn vader. Uiteindelijk kroop Disney voorgoed weg in zijn privéwerkruimte, in de fantasiewereld van modeltreintjes (een hobby waarover hij ooit gezellig met Mussolini keuvelde).

Ook de triviale vondst dat de tekenfilms voor Disney een magische dimensie hadden, krijgt iets sinisters: "Voor een man die voortdurend onder de knoet was gehouden door zijn vader, betekende het absolute controle. In animatie vond Walt Disney een wereld die helemaal van hem alleen was. In animatie kon Walt Disney de macht zijn." Kortom, niets was onmogelijk. De menselijke wil kon aan de realiteit opgelegd worden, de wereld was één grote wensdroom waarin het onmogelijke mogelijk werd. Sterker, die illusie kon een mens zelfs amuseren. Om het met de woorden van de onschuldig ogende duivelskunstenaar te zeggen: "It's fun to do the impossible."

BOEK

Neal Gabler, Walt Disney: The Triumph of the American Imagination, hardcover, 858 p., Knopf

DVD

Toeval of niet: terwijl de VS aan de hand van Gablers boek de Disneysaga herkauwt, brengt Buena Vista een monsterbox van 37 Disney-dvd's uit: een tinnen luxeset van vier dvd's met zowat alles van Mickey, Donald en de Silly Symphonies, een box met dertig langspeeltitels, en drie 'steelbooks', speciale edities in een metalen luxeverpakking, van Bambi, Assepoester en Lady en de vagebond.

Gablers boek is indrukwekkend in zijn respect voor een monument uit de Amerikaanse cultuurgeschiedenis dat de laatste decennia flink aan het afbrokkelen was

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234