Vrijdag 28/02/2020

De man aan de flipperkast

Het zou allemaal anders worden, na de zomer van 1996. En dat werd het ook, een beetje. Politie, magistraten en ook politici moesten meer verantwoordelijkheidszin aan de dag leggen. De politieke cultuur moest veranderen. En dat deed ze ook, een beetje. Dagen, weken, maanden werd er gediscussieerd - eerst beleefd maar later weer bitsiger -, rapporten werden geschreven, en het veranderde inderdaad allemaal, met beetjes. Een processie van Echternach was het, nog vele stappen moesten volgen. De klok tikte voort, naar de verkiezingen van 1999. Tot die ene fatale seconde van onoplettendheid in Neufchâteau zand in het radarwerk gooide. Alles wat niet snel genoeg veranderd was kwam als een boemerang terug in de Wetstraat. 'Het nieuws sloeg in als een bom', het beeld was voor één keer niet overdreven. De politici in de Kamer liepen in alle richtingen, gebukt onder de vloek van Marc Dutroux.

Filip Rogiers

België is een thriller. Horror show Belgium, noemt de jonge schrijver Jeroen Olyslaeghers het. De plot, de techniek, álles. Er is een jager en een opgejaagde. En net als de een de ander van zich heeft kunnen afschudden, als de spanning wegebt en de muziek haar dreigende toon verliest, keert de nachtmerrie weer. Donderdag 15.45 uur. "Marc Dutroux zou ontsnapt zijn uit het justitiepaleis van Neufchâteau, zo meldt Radio Contact, zich beroepend op geloofwaardige justitiële bronnen. De rijkswacht heeft het bericht omstreeks 15.00 uur bevestigd." Dat Belga-bericht was de hand van de jager die plots weer opdook in een donkere hoek van de kamer.

"Aangeschoten wild, dat bent u. Er is nu nog een lading lood bijgekomen," zo slingerde VLD-fractieleider Patrick Dewael premier Dehaene donderdagavond in het gezicht. Het klonk als een echo van die broeierige zomer, die verschrikkelijke parlementaire rentree van september 1996. Parlementsleden liepen toen ook kop in kas door de wandelgangen van de Wetstraat. De lichamen van An en Eefje waren net opgegraven. "Er heerst een totale neurose," zei een jong, paniekerig CVP-kamerlid. "Het merendeel van de parlementsleden loopt schichtig rond, als aangeschoten wild. Straks zijn we niet één, maar misschien wel twee of drie politieke generaties kwijt."

Beelden, nog meer beelden. Al twee jaar lang heeft de Belg in metaforen leren spreken om lucht te geven aan het onzegbare. "Er staat iemand aan de flipperkast en het ongeluk is dat het een gokverslaafde is," zei VLD'er Marc Verwilghen in de nazomer van 1996. De Witte Mars was nog niet geboren, Verwilghen was nog een gewoon, wat grijs parlementslid. "Dat is niet meer de objectieve speler die zomaar eens het spel voor de uniciteit van het spel zelf uitprobeert, voor het plezier. Nee, er zit methode in de waanzin. We zitten nu op het punt dat het hoogste spel wordt gespeeld. Het is alles of niets, the winner takes it all of rien ne va plus. Misschien wint hij, misschien verliest hij alles. Dat is nu aan het gebeuren. Die speler is niet één persoon, maar een heel mechanisme."

Dat de malaise diep zit, beseft iedereen in die nadagen van 1996. De politieke agenda van de dag - de begroting, de swaps, de volmachten waar tot diep in de zomer nog verwoede politieke strijd om werd geleverd - krijgt iets hols. Parlementsleden van meerderheid en oppositie vermijden openlijk met elkaar in de clinch te gaan. Er bestaat zoiets als solidariteit in het negatieve. Het begrip van de 'collectieve schuld' wordt geboren. Justitie is jarenlang verwaarloosd, door de drie grote politieke families in dit land, zo leggen vooraanstaande juristen en politologen uit in die dagen. Luc Huyse werkt op dat moment aan een boek dat De lange weg naar Neufchâteau zal gaan heten. Het verhaal begint al in de jaren zestig. Politieke benoemingen en verstarring hebben het justitieapparaat vermolmd. En ook andere vitale zenuwen van de overheid, zoals de administratie, zijn aangetast. De 'nieuwe burger', de wakkere burger die zich al enkele jaren verenigt in organisaties als de vzw Recht op Recht, is niet zo nieuw.

Iets was rot in de staat België, maar het bleef jarenlang moeilijk om er de vinger op te leggen. Want het ging of gaat niet om grote complotten, maar om het dichtslibben van kanalen tussen overheid en samenleving. Om anomalieën die gegroeid zijn uit gewoonten en afspraken die ooit hun reden en hun logica hadden. De scheiding van de machten bijvoorbeeld garandeerde de noodzakelijke onafhankelijkheid van het gerecht. Maar gaandeweg verstarde het systeem. Het zorgde niet meer voor evenwicht of billijkheid, het werd aangewend om privileges en macht in stand te houden. De onafhankelijkheid van het gerecht werd een alibi om niets te hoeven hervormen. Het middel werd doel. Ook politieke benoemingen en politisering waren aanvankelijk nobel bedoeld. Ze moesten ervoor zorgen dat de verschillende geledingen van de maatschappij, waarvan de politieke partijen jarenlang de bijna exclusieve weerspiegeling waren, evenwichtig vertegenwoordigd waren in de besturingskamers van de overheid. Maar naarmate die partijen begonnen te worstelen met hun representativiteit, en de zuilen aan de basis steeds smaller werden, begon ook hier het middel een doel op zich te worden. Idem dito met de schotten tussen de politiediensten: wat een beveiliging moest zijn tegen machtsconcentratie en dus een politiestaat, leidde tot een oorlog.

Dit en veel meer hing al jaren in de lucht. Maar de bal ging pas echt aan het rollen toen de gebeurtenissen een stukje van de scheefgroei pijnlijk zicht- en tastbaar maakten. Toen begon iedereen de tekenen te zien. Het spaghettiarrest zorgde voor een nieuwe opstoot. Juridisch geen speld tussen te krijgen, volledig conform de regels van de rechtspraak. Maar gerechtigheid? Nee. Dat zou twee maanden geleden opnieuw blijken, toen zestig koppelbazen werden vrijgesproken en een hormonenboer vrijuit kon gaan door een justitie die verstrikt was geraakt in haar eigen - nou ja, door de politiek opgestelde - regels. Rechten van de verdediging? Ja. Gerechtigheid? Nee.

Geen enkele democratische politicus die dat niet inzag in het najaar van 1996. Premier Dehaene vroeg van Eliane Liekendael wat "creativiteit". Paniek en chaos ruimden plaats voor sereniteit en hoop op verandering. De Witte Mars van 20 oktober 1996 was een extra stimulans. In relatieve rust werd een begin gemaakt met de remedies. Er werden vele nachtelijke uren geklopt op de kabinetten van Binnenlandse Zaken en Justitie. De oppositie bleef beleefd, wist dat verkiezingen niets zouden oplossen.

Op een memorabele ministerraad van 6 december werden er schijnbaar in een paar uur structurele hervormingen in de justitie doorgejaagd. Schijnbaar, want minister van Justitie Stefaan De Clerck had geen ongelijk toen hij zei dat de regering al heel wat maatregelen in de pijplijn had zitten die precies een aantal structurele mankementen die door de affaire-Dutroux zo zichtbaar werden, moesten verhelpen. Ook op Binnenlandse Zaken werden de problemen van de politieoorlog al langer bestudeerd. Die hervormingen zouden versneld worden doorgevoerd. De soms revolutionaire blauwdrukken die zovelen jarenlang met veel moeite en tegenwerking hadden proberen uit te tekenen, kregen plots een redelijke kans. "Sommige mensen hebben de laatste maanden meer geleerd dan in alle voorgaande jaren," zei SP'er Renaat Landuyt in november 1996. "Als de justitiehervormingen in de justitie erdoor komen, werkt het systeem perfect en krijg je een nieuwe, modernere en logischere scheiding der machten. De meeste politici die ook jurist zijn, vertellen nu iets totaal anders dan enkele maanden geleden. Over zaken waar vroeger jaren over gediscussieerd moest worden, is iedereen het nu binnen de kortste keren eens."

Landuyt, Verwilghen of Tony Van Parys (CVP), ze voelden hetzelfde aan over de hervormingen die al vóór Dutroux nodig waren, ze zeiden ook hetzelfde. Onder dat gesternte begon de commissie-Dutroux aan haar werkzaamheden. De eensgezindheid van de politieke wereld - we hebben het niet over de akkefietjes maar over de grote lijnen en de onderstroom - zette gaandeweg meer kwaad bloed bij politie en justitie, die hun Michaux, Lesages en Doutrèwes de revue zagen passeren. Als de politieke wereld in diezelfde eensgezindheid aan de hervormingen zou beginnen, zwaaide er wat. Wellicht ligt hier de kiem voor de tegenkantingen en protesten die vanaf het najaar 1997, toen de hervormingen hun beslag begonnen te krijgen, politie en magistratuur in het geweer brachten. De kiem ook van de processie van Echternach die zou volgen. Want zodra de hervormingen zich van de grote lijnen naar de technicalities verlegden, groeiden de kakofonie en de ja maars ook in de Wetstraat. De normale weg van het politieke, democratische debat, zei de een. Politique politicienne, de ander.

De voorstelling van het eerste rapport van de commissie-Dutroux, op 15 april 1997, moet zowat het laatste moment van de staat van gratie geweest zijn. Goed, het werd Dehaene niet echt in dank afgenomen dat hij zei dat het rapport "in de lijn lag van de initiatieven die de regering al genomen had" en dat hij de "bijkomende suggesties" ter harte zou nemen. Maar tegelijk zei Stefaan De Clerck dat hij "nu al bezig" was "met fiches over de verantwoordelijken die gefaald hebben".

Behalve de politiehervorming diende zich ook het vraagstuk van de verantwoordelijkheid aan. Die van politie en justitie, gepersonifieerd in het rapport van de commissie. Maar de zomer van 1996 had ook een discussie op gang gebracht over de verantwoordelijkheidszin van de politieke gezagsdragers. Daar ging het in wezen om in zaal F van de Senaat, op het zogenaamde NPC-overleg van Norbert De Batselier en de Staten-Generaal van de Democratie van Raymond Langendries.

Er kwamen kinken in de kabel. Zo onafhankelijk als sommige leden van de commissie en haar voorzitter zich al die maanden hadden opgesteld, zo sterk kwam de partijpolitiek terug in de discussie rond Melchior Wathelet. Het leek een klassiek politiek debat: de oppositie vond dat Wathelet weg moest, de meerderheid dat hij moest blijven. Maar in werkelijkheid was het verre van eenduidig. Commissieleden van de meerderheid trachtten te verhinderen dat sommige van hun partijgenoten Wathelet zouden gebruiken om de commissie - en de hervormingsdrang - kapot te krijgen. Die van de oppositie probeerden de poging te verijdelen van sommige van hún partijgenoten om Wathelet te gebruiken als breekijzer om de regering op een zeer klassieke manier te doen vallen. Maar het nettoresultaat bleef hetzelfde: Wathelet bleef, en hoe moest het nu verder met al die anderen die in het rapport genoemd werden? Psychologie speelt in dit hele verhaal van 13 augustus 1996 - de aanhouding van Dutroux - tot 23 april 1998 - de ontsnappingspoging - een cruciale rol. Schok en vernedering, paniek en gejaagdheid botsen altijd met de complexiteit en de traagheid van hervormingen.

CVP'er Jo Vandeurzen zei het al in 1996. Nooit eerder waren de geesten in de Wetstraat zo rijp voor hervormingen, "maar tegelijk worden ze bevangen door een soort ongeloof dat men dat überhaupt nog allemaal zou kunnen corrigeren. Er heerst een gevoel van 'kunnen wij dit allemaal nog beheersen en sturen?'"

De voorstelling van het tweede rapport van de commissie-Dutroux in februari jongstleden werd overschaduwd door het gekissebis over de vraag of de regering nu al dan niet werk had gemaakt van de aanbevelingen van het eerste rapport. Ja, zei de meerderheid steeds meer als vanouds vanuit één mond, gedisciplineerd en gestroomlijnd. Nee, zei de oppositie die ook weer voluit haar aloude duty to oppose begon te spelen. Nog vorige week, te midden van oerklassieke speculaties over vervroegde verkiezingen en de verveling van een nieuwsarme paasvakantie, schetste Renaat Landuyt tegenover De Morgen een vrij sombere balans. De politiehervorming, ja, die was er nu bijna, "ondanks alle schoonheidsfoutjes zelfs aanvaardbaar". "De dynamiek zit erin, maar we zouden moeten stoppen met discussiëren en er tegenaan gaan."

Over justitie en de doortastendheid van minister De Clerck was hij nog pessimistischer. "Ik stel tot mijn ergernis vast dat de regering nog altijd geen knopen heeft doorgehakt, dat het blijft steken in de fase van overleg. Er zijn nog altijd geen wetteksten voor de Hoge Raad van de Justitie. Er bestaat nog altijd een grote lobbygroep die ijvert voor het status-quo. De magistratuur hoopt op veel denkwerk en weinig beslissingen. Het parlement moet de regering opjagen. We hebben nog 420 dagen voor verkiezingen, en die zullen we zeer goed kunnen gebruiken. Als de hele affaire-Dutroux niet kan uitmonden in deze structurele hervormingen, waar staan we dan?"

Vervroegde verkiezingen? Ga weg. Dat kan alleen als er zich "externe factoren" aandienen, zei SP-voorzitter Louis Tobback, en als er mensen zijn in de meerderheid die die factoren doelbewust aangrijpen als bananenschil. Er kan natuurlijk altijd iets aan de aandacht ontsnappen.

Marc Dutroux ontsnapte. Een accident de parcours wellicht, weer een van die onvermijdelijke menselijke stommiteiten, maar het kreeg in de opgejaagde Kamer van Volksvertegenwoordigers - en daarbuiten - een gigantische symbolische dimensie. Beelden, alweer beelden. Net zoals 'Dutroux' allang niet meer de naam is voor een mens van vlees en bloed maar een symbool, bracht zijn ontsnappingspoging een lading aan connotaties en associaties met zich mee. Was het niet weer Luc Huyse die pleitte voor een soort 'Neufchâteau-norm' als een krachtig referentiepunt "voor de strijd tegen het openbare wantrouwen"?

Uitgerekend dáár, in Neufchâteau, kreeg dat moeizaam, lichtjes herstellend vertrouwen weer een opdonder. Die ene onoplettende seconde, die ene stap van Dutroux buiten het justitiepaleis van Neufchâteau, dat ommetje naar het nabijgelegen Spraimont, leken de politici op de lange weg naar Neufchâteau terug te gooien naar het nulpunt. Het voorval kan gewoonweg niet bewijzen dat de hervormingen die op stapel stonden en staan nu al falen, maar - nogmaals - psychologie speelt in dit verhaal een cruciale rol. En beelden, daar waren de politici zich ook terdege van bewust toen ze even na 15.45 uur in een zee van camera's en microfoons terechtkwamen.

Dutroux zette de onafgewerkte, grote hervormingen die de zomer van 1996 op gang had gebracht, te kijk in al hun onafheid. Eén, de justitie die rechtvaardiger moest worden en de hervormde politie die het net veel beter moest sluiten rond de misdaad. En twee, de NPC en het vraagstuk van verantwoordelijkheid voor iedereen die gezag uitoefent in dit land - van ambtenaren tot politiecommissarissen, van magistraten tot ministers. Ironisch genoeg was de Kamer net aan het debatteren over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers.

Luttele uren later rolden de koppen van twee ministers die sinds de zomer van 1996 het grootste aandeel van de hervormingen, gerealiseerd of niet, op hun naam hadden staan. Eindelijk gaf de Wetstraat blijk van een politieke cultuur 'naar Angelsaksisch model', waar heel wat parlementsleden al op aandrongen na de voorstelling van het eerste rapport van de commissie-Dutroux. En het was weer niet goed. "Wie vandaag meent dat het ontslag van twee ministers onvoldoende is, moet maar eens terugdenken aan het midden van de jaren tachtig. Toen was een moorddadige bende actief en nam niemand ontslag," zei Louis Vanvelthoven (SP).

"Ik hoop dat de bevolking alert, nijdig en zenuwachtig blijft," zei Renaat Landuyt enkele maanden geleden nog in deze krant. Maar zo was het nu ook weeral niet bedoeld. "Augustus, september 1996. Dat was het moment, met een sfeer van: we gaan het veranderen. Men heeft het allemaal voorbij laten gaan. Gewacht op de resultaten van deze of gene commissie in de hoop dat het overwaaide. En nu zijn we verzeild in de anekdotiek, vergleden in de verhalen over de x'en en de ypsilons. Sinds de zomer heeft de commissie het terrein teruggegeven aan het klassieke partijspel. Voor de commissie was dit een misstap van formaat. We discussiëren niet meer over de manier waarop we onze maatschappij moeten aanpassen om te vermijden dat figuren als Dutroux er overal tussen fietsen."

En dat deed hij weer, eventjes. Het bos in. De kwade genius van België, 'Dutroux', gaf dit land weer een harde les. Vraag is nu of iedereen, politici van meerderheid en oppositie, verantwoordelijken in politie en justitie, ook psychisch in staat zullen blijken om terug te keren naar "de sfeer van: we gaan het allemaal veranderen". Misschien moet maar eens de vraag gesteld worden of het ontslag van twee ministers, a fortiori het afbreken van de hervormingen of verkiezingen, niet te veel eer is voor de man achter het symbool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234