Woensdag 11/12/2019

De magievan het theater

Betty Mellaerts praat met Dimitri Leue

Als je in de bestaande toneelliteratuur niet precies vindt wat je wilt zeggen, moet je het zelf schrijven. Sinds zijn eerste stuk vertelt Dimitri Leue met poëzie en humor over de zoektocht van een jongeman naar zichzelf en de geliefde. Met Fink of het uniform van de liefde sluit hij een cyclus af. De geliefde is vanzelf gekomen en de schrijver-speler weet wie hij is. Het is tijd om aan de dromen te beginnen.

Foto Stephan Vanfleteren

'Galilei, Galilei, gore klootzak, de wereld is niet rond, hij is bergafwaarts.' Dat was de eerste zin die ik schreef voor Maura of de zeven magen der eenzaamheid. Zo ging het maar door, in een spiraal van negativiteit. Het was mijn eerste stuk. Tijdens mijn toneelopleiding had ik heel veel gelezen, maar in geen enkele theatertekst stond wat ik op een podium wou vertellen over verliefdheid en liefdesverdriet, mijn ontmaagding in de pijn. Ik ben dan maar zelf beginnen te schrijven, het moest er even allemaal uit. Maar je kunt het de mensen niet aandoen om ze verslagen terug naar huis te sturen, en dus ging het na de regen weer over de zonneschijn die zal komen. Dat moet er in iedere voorstelling bij zijn.

"Eens een stuk schrijven voor een acteur of tien met wie ik graag speel, een soort landgoed-Tsjechov, dat zou ik nog graag doen. Of een muziekgroep hebben, maar dat zal een droom blijven. Ik heb wel teksten geschreven die rijmen en daar hebben we muziek op gezet, maar ik ben niet echt een begaafde zanger. Het is daarnaast de droom van iedere auteur om een roman te schrijven en van iedere toneelauteur om eens het scenario te maken voor een film. Ik wil ook echt graag iets om te lachen schrijven voor televisie. Geen sitcom, maar meer iets met sketches, zoals in de Britse serie League of gentlemen. Een reeks als De kampioenen schrijven is een kunde, een trucje dat je kunt leren zoals op een eenwieler rijden. Maar als je op die eenwieler het publiek kunt ontroeren, ben je met kunst bezig.

"Ik probeer om niet meer 's nachts te schrijven omdat ik een lid van het gezin wil zijn en niet iemand die toevallig rond een uur of vier wakker wordt en romantisch aan de schrijftafel gaat zitten. Ik wil dat ook uit respect voor mezelf, en dat betekent: 's nachts slapen, goed eten, sporten. Het is belangrijk als acteur om een lichaam te hebben dat in conditie is. Als straks een regisseur tegen mij zegt: 'En nu zou ik willen dat je een kwartier loopt', dan moet ik dat kunnen. Tijdens het zwemmen of het lopen kom ik trouwens altijd wel op ideeën, ofwel werk ik degene die ik al had verder uit. Soms kan het een maand duren voor ik ze opschrijf, maar als ik eraan begin, is er vrij snel een lijn.

"Ik schrijf zoals ik gebekt ben en deze vogel zingt nogal veel hetzelfde lied. Maar ik doe mijn best om variaties binnen dat fluiten te vinden. Het thema verliefdheid en afscheid ben ik aan het afronden. Dat hebben we nu in vijf voorstellingen gehad. In wat ik nu aan het schrijven ben en in wat klaarligt voor volgend jaar, gaat het veel meer over dromen en geloven in jezelf. Aanvaarden wie je bent en daarmee gelukkig zijn. Fink of het uniform van de liefde is nog een verwijzing naar Maura. Eigenlijk wou ik na vijf jaar eens de balans opmaken. Van tijd tot tijd dingen in je leven laten terugkomen en zien hoe je er dan over denkt, kan deugd doen. Maura was veel rauwer, misschien toch een tikkeltje te therapeutisch. Niet alleen om het liefdesverdriet te verwerken maar meer van: kijk naar mij, ik studeer nu af en dit kan ik.

"Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik ooit iets zou doen waarmee ik mezelf zou verbazen. Zoals de schrijver 's nachts iets opschrijft en als hij wakker wordt niet kan geloven dat hij het was. Theater maken is een roeping. Als er applaus komt, ben ik trots op mezelf. En nog altijd voel ik: wacht maar, er is nog dat ene ding dat ik wil vertellen. Ik kan niet zeggen wat het is, maar vroeg of laat... Misschien hou je er wel mee op als dat er niet meer is."

'Toen ik veertien was, stierf mijn grootmoeder en werd ik voor het eerst verliefd. Ik volgde voordracht en om de twee weken moest ik een nieuw gedicht meebrengen. Ik herinner me vooral dat ik telkens met tien gedichten aankwam en dat ik veel te veel Jotie T'hooft heb gelezen. Iedereen kent die periode van gedichten waarover hij zich later schaamt, maar het is het moment waarop je ontdekt dat er andere manieren zijn om te zeggen: ik zie je graag of ik ben triest.

"Een verdedigingsmiddel zijn woorden nooit geweest, ik kon mij ook op spiervlak laten kennen, maar rond die tijd merkte ik dat ze een andere uitwerking konden hebben dan ik bedoelde. Er was een leerkracht geschiedenis die vertelde over de Via Appia in Rome. Daar staan nog oude gebouwen uit de tijd van de Romeinen maar ook supermoderne kantoren. Die leraar was altijd erg zenuwachtig, het zweet droop van hem af terwijl hij les stond te geven. Hij werd gepest, maar ik had medelijden met hem omdat hij het zo goed meende. Ik dacht: ik ga een vraag stellen om hem te bewijzen dat hij goed bezig is en dat ik echt aan het luisteren ben. De slijmerd in mij kwam helemaal boven. Ik zei: 'Mijnheer, excuseer, maar die nieuwe en oude gebouwen door elkaar, is dat eigenlijk mooi of verwarrend?' Die man was het zo gewoon van niet serieus genomen te worden dat hij tegen mij begon te schelden: 'Dimitri, ik heb u wel door, vijf bladzijden straf tegen morgen'. Sindsdien let ik op mijn woorden.

"Als kind geloofde ik alles. Ik speelde heel veel met mannetjes, plastieken popjes waarvan je de armen en benen kon bewegen. Ik gebruikte het hele huis, zodat ik altijd een andere achtergrond had. Ook de voorwerpen die erin stonden, kregen een rol in het verhaal. Elke dag was er een ander avontuur en daar zat ik dan helemaal in. Je kent die kinderen die naar een film of een theaterstuk kijken en die roepen en willen ingrijpen omdat ze zo meegaan in het verhaal. Ik was een van die kinderen. Als ik aan het spelen was, moest mijn moeder op mijn schouder komen tikken: 'Ik heb gezegd dat je moest komen eten'. Roepen hielp niet.

"Op een dag mocht ik mee met mijn nonkel, Warre Borgmans. Hij speelde de hoofdrol in een toneelstuk voor kinderen: De kleine prins van Denemarken, een Hamlet-bewerking. Hij vloog door de zaal en er kwam ook een beer in voor, alle trucs van het theater werden bovengehaald. Toen het afgelopen was, mocht ik mee, achter en op de scène. Het was de ontmaskering. Ik kon het mechanisme zien van het draaiende decor en in de kleedkamer lag de berenkop, de bruine stof als een harmonica ineengeduwd. Op tienjarige leeftijd pas doorhebben dat beren op het podium meestal niet echt bestaan, evenmin als Sinterklaas, dat was ik. Maar het moment waarop in de coulissen de magie werd weggehaald, deed de liefde voor het theater alleen maar toenemen. Ik dacht: ik wil ook toveren.

"Van toen af ging ik met Warre mee naar alle voorstellingen. Ook naar die voor volwassenen. Het was de tijd dat sommige gezelschappen heel experimenteel bezig waren. Waar live op de scène gevreeën werd en kostuums betekenden: minstens één persoon naakt. Ik was daar allemaal nog niet mee bezig, ik zei: 'Dat stukje dans vond ik heel mooi'. Vrijen was dansen, ik snapte niks van die voorstellingen. Het was heel moeilijk theater, maar ik was zo blij dat ik altijd mee mocht. Ik vond het fantastisch. Als er nu mensen naar mijn voorstellingen komen kijken die hun eigen verhaal maken, vind ik het al een geslaagde avond. Dan heb ik fantasie in gang gezet die misschien niet met de mijne samenliep maar wel bij mij vertrokken is. Katalysator zijn is meer dan voldoende.

"Toch heb ik de ijdele hoop dat ik het jongerenpubliek kan laten voelen: eigenlijk is theater toffer dan de film die ik gisteren heb gezien. Je kunt die acteur bijna aanraken, hij reageert op wat wij zeggen. Stel dat ik na een voorstelling twintig jongeren daarvan heb weten te overtuigen en ik speel veertig keer, dan zijn dat er achthonderd die voor de rest van hun leven misschien gebeten zijn door de theatermicrobe. De volwassenentheaters mogen blij zijn, ik ben de perfecte opstap.

"Ik ging naar het conservatorium van Antwerpen en heb vijf jaar over de toneelopleiding gedaan. Om eerlijk te zijn: een jaar te veel. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het conservatorium eigenlijk maar genoeg geld had voor drie schooljaren. Ga alle jaren maar na, ze hebben blijkbaar consequent altijd een klas doen zakken. Mij werd gevraagd: 'Kom volgend jaar je tweede jaar maar eens overdoen'. Maar ik zat bij mijn vriend Adriaan Van den Hoof in de klas en hij mocht niet terugkomen. Hij ging naar Studio Herman Teirlinck en ik ging met hem mee. We kregen Stanislavski-oefeningen. Wij moesten een voorval uit onze jeugd vertellen, maar alsof het een verhaal was. Ik zat helemaal achteraan en toen het mijn beurt was, hadden er al vier mensen gehuild om allerlei triestige redenen. Ik zei: 'Ik heb eens meegemaakt dat ik in een klas zat bij Studio en ik weet nog goed dat ik toen naar buiten ben gegaan en nooit meer ben teruggekomen'. Zo is het ook gegaan. Het emotionele geheugen vind ik zo'n onzin, dat werkt bij mij absoluut niet. Het is de situatie niet. Als je het kind moet spelen van wie de moeder gestorven is, moet je dat zelf geloven en niet ergens oud verdriet ophalen. Als jíj al niet in je rol gelooft, doet het publiek dat zeker niet. Ergens moet het ambacht van de acteur komen bovendrijven, het doen alsof. Theater mag geen therapie zijn, ook niet als auteur. Ik mag niet gewoon schrijven: mijn grootvader is gestorven en ik vind dat jammer. Als ik dat wil zeggen, moet ik naar een club gaan zoals de Anonieme Alcoholisten maar dan voor Triestige Kleinzonen. In het theater moet je de werkelijkheid uitvergroten of juist verkleinen, ze moet in ieder geval getransformeerd worden. Om eerlijk te zijn: Fink gaat over mijn zoon Ilya, die dit jaar geboren is en over mijn grootvader, die gestorven is. Toch zal niemand zeggen: 'Het gaat over zijne bompa, die was kleermaker, dat is waar'. Ik gebruik het gevoel van liefde en afscheid nemen en nostalgie naar de herinneringen die ik met hem heb gedeeld. Je mag niet leeg op een podium staan, maar het moet wel poëzie worden.

"Ik ging terug naar het conservatorium en ik ben nooit ergens met zulke open armen ontvangen als daar. Dat gaf me een heel vies gevoel. Ik legde een eerste examen af en ze vonden van toen af alles wat ik deed fantastisch. Waarom moest ik mijn jaar dan overdoen? Daar wringt nog wel een schoentje, hoor. Maar ik ben blij dat ik teruggegaan ben. Ik heb er les gehad van prachtige mensen. Dora Van der Groen heeft één theoretische les die ze in een uur ook aan jou zou kunnen geven. Na die les kun je bij wijze van spreken je diploma gaan halen, ware het niet dat je dan alleen maar de theorie kent. Ze had het voorspeld en het is waar: er flitsen nog altijd zinnen van die eerste les door mijn hoofd. Het is heel simpel. Ze had het over de vijf p's: passie, persoonlijkheid, poëzie, perversiteit en euh... pijn. Dat is degene die ik op school ook altijd vergat. Ik heb geen trauma's. Eén keer, op mijn zestiende, toen ik dacht dat de wereld een feest was, heb ik eens een roze salopette gedragen. Ze was eigenlijk eerst wit maar ons moeder had ze met iets roods mee gewassen. Ik had een fez en op een festival was ik met mijn vrienden aan het dansen en springen. Iemand van een jaar hoger op school sloeg dat hoedje van mijn hoofd en zei: 'Leue, stel je niet aan'. Daar ben ik danig van geschrokken. Het was de eerste keer dat ik besefte dat andere mensen een mening hadden over wat ik deed en droeg. Voordien was mij dat nog niet opgevallen. Het is de enige keer dat ik mij kan herinneren dat iemand mij in mijn openheid heeft geraakt. Maar kwetsbaarheid tonen vind ik een sterkte. Ik zou niet weten waarom ik energie zou moeten steken in mij anders voordoen dan ik ben. "Het voordeel van zo'n toneelopleiding is dat ze je dwingen in een sérieux waardoor je het leven echt wel begint te zien zoals het is en er niet mee lacht. Bij mijn eerste examen op het conservatorium werd er heel veel gelachen met mijn voorstelling. Ik kreeg goede cijfers. Bij het examen van het tweede semester was het weer prijs, ik dacht: de plussen zijn binnen. Maar het was niet zo. 'Je hebt het weer om te lachen gedaan', zeiden ze. 'Kun je wel iets anders?' Vier jaar aan een stuk hebben ze me pijn laten spelen, ik kwam er maar niet bij hoe dat moest. Nu ben ik daar erg blij om, want de bedoeling van het conservatorium is een universele acteur te maken. Iemand die alles kan. Een theatermaker."

'Naast de ernst op het conservatorium waren De Kakkewieten een uitlaatklep. Wij hadden het nodig om zonder reden onze broek te laten zakken, een feestneus op te zetten en te springen en te dansen. De Kakkewieten namen niets serieus, alles was relatief. Het was een ongelooflijk goede leerschool. Wij hebben optredens gedaan waar de schaamte ons normaal ver boven de oren zou moeten stijgen, maar wij gingen gewoon door op ons pad. Als die grens eenmaal verlegd is voor jezelf, is ze dat ook op een podium. Om acteur te zijn mag je geen schaamte hebben.

"Zolang ik mij kan herinneren wou ik clown worden. Ik hield ervan de mensen te doen lachen door de hele tijd te vallen, tegen dingen aan te lopen, echt zoals kinderen doen. Dan keken de mensen naar mij en van die aandacht kon ik genieten. Mensen doen lachen en humor zijn twee verschillende dingen. Humor is je bewust zijn van wat je doet, humor is manipuleren. Op een podium is dat zalig. Weten: na deze zin mag ik drie seconden pauze houden, want dan zijn ze aan het lachen. En dat gebeurt dan. De eerste keer dat je een voorstelling voor publiek speelt, is het altijd schrikken. Dan lachen ze ook op plaatsen waar ik het niet voorzien had. Soms blijft het zo, soms is het een toeval. Maar ieder publiek is anders.

"Ik had een oudere broer tegen wie ik moest opboksen, maar het was vrij snel duidelijk dat het omgekeerd was. Er valt bij hem, vrees ik, nog wel iets te verwerken van alle aandacht die ik naar mij toe zoog. Ik kon er niets aan doen, ik was een zonnetje. Mijn moeder zegt dat ze niet naar mij moesten omkijken. Ik speelde met mijn mannetjes en iedere avond had ik wel iets te doen: zwemmen, turnen, voetballen, volleyballen, tekenen - wat ik nooit gekund heb, overigens. Ik zag mijn vrienden op school meer dan mijn ouders. En mijn grootouders nog meer, omdat ik 's middags bij hen ging eten, en op zaterdag gingen we er slapen. Zowel van mijn ouders als van mijn grootouders heb ik hard van het leven leren genieten. Mijn grootvader, de kleermaker, deed klanten na in zijn winkel. Hun houding, maar ook stemmetjes. Daar had hij veel plezier in en dat heeft Warre zeker ook beïnvloed. We speelden gezelschapsspelletjes en dat doe ik nog altijd graag. Die twee kasten hier zitten er vol van. Toen ik ontdekte dat je al spelende kon leren heb ik me zelfs op school rot geamuseerd. Van mijn Latijnse woordjes had ik een groot spel gemaakt, je kent dat wel, zoals dat waar je bij een fiets eenzelfde fiets moet zien te vinden.

"Mijn ouders hebben me maar een paar keer op de vingers moeten tikken, toen ik 'de verkeerde vriendjes' had, zoals ouders dat zeggen. Ik was elf en zat bij de KSA. Wij sneden het raam uit van het lokaal, gingen naar binnen, aten de voorraad snoep van het kamp op, smeten toiletrollen in het rond en gingen weer naar buiten. Na de derde keer werden we betrapt. Mijn ouders waren woest, en dat is geloof ik de enige keer dat er opvoeding aan te pas kwam. Maar ik weet het niet zeker. Ik weet nog niet goed wat dat is, opvoeden. Ik denk dat ik dat de komende achttien jaar zal leren. Spelplezier doorgeven is in ieder geval belangrijk. De sérieux komt vanzelf, al was de confrontatie ermee op het conservatorium heel pijnlijk. Ik was voor het eerst gezakt. Afgewezen. Misschien hebben ze het ook daarom gedaan, om mij een pijn te leren kennen?

"In dat tweede jaar wou ik stoppen met toneel en voor dokter gaan studeren. Dat ik dokter ben en naar Afrika ga om de kindjes te helpen komt een paar keer terug in mijn verhalen. Ik wilde mij nuttig maken. Acteur is geen nuttig beroep. Het is de mensen ontspannen door ze even aan iets anders te laten denken dan dat ze 20 procent moeten halen met hun bedrijf. Dat is een luxe. Ik vond wat we aan het conservatorium leerden zo nutteloos. Dat heb ik in de klas ook gezegd: er is oorlog in Europa en wij zijn hier Bérénice van Racine aan het bestuderen, die man is al driehonderd jaar dood! Het was een grote geruststelling toen ik in boeken las dat net in tijden van oorlog theater heel hard leeft. Theater is ontstaan omdat iemand een boodschap wou doorgeven en die was meestal politiek geladen. In mijn voorstellingen zit het ook, maar voor mensen die echt met dat soort theater bezig zijn, zal het wel Barbie-politiek zijn.

"Wij hebben een groep samengesteld van een man of twaalf, van de Studio en het conservatorium, ook muzikanten. Omdat ik tien jaar in de turnkring in Mortsel heb gezeten, ben ik daar een oude trampoline gaan vragen en met geleende bestelbusjes zijn we naar Kroatië vertrokken met het idee in vluchtelingenkampen aan kinderanimatie te gaan doen. Het was niet gemakkelijk om toegang te krijgen tot die kampen. De meeste hulporganisaties zijn zeer protectionistisch, dat heeft me sterk verbaasd. Behalve Cause Commune, de Waalse tegenhanger van de Balkanactie, wilde niemand ons toelaten. In een eerste kamp hebben we met de mensen ter plaatse een voorstelling gemaakt en daarmee zijn we naar drie andere kampen getrokken. Het was, voor zover je dat in die omstandigheden kunt zeggen, een succes. Mensen lachten, zongen met ons mee. Een kruising tussen anarchie en democratie, maar het gaf het goede gevoel dat we met ons vak iets deden.

"Ik had me totaal geen voorstelling gemaakt van waar we terecht zouden komen. We hebben er ongelooflijke verhalen gehoord. Van vrienden die elkaar moesten beschieten omdat ze plots vijanden waren geworden en er dan maar naast mikten. Van gemengde huwelijken tussen Serviërs en Kroaten - bij het uitbreken van de oorlog vluchtten die koppels naar een kamp. Van een meisje wier papa was gestorven, en als ze naar huis belde nam er iemand op in het Arabisch omdat hun woning was ingenomen door moslims. Van een jongen en zijn vriendinnetje die altijd naar hun lievelingsplek aan het water gingen en plots vier lijken voorbij zagen drijven, voor hen het begin van de oorlog.

"Mijn kennismaking met pijn was daar heel hevig. Door hun verhalen, maar ook vanwege het afscheid. Ik wou wel langer blijven, maar ons ingezamelde geld was na een maand op. De machteloosheid die je dan voelt, is niet te beschrijven. We zeiden: we komen volgend jaar terug. We hebben ons best gedaan, maar het is niet gelukt. Niemand wilde ons nog een busje uitlenen, want we hadden er verscheidene kapotgereden. Niet ik, want ik had geen rijbewijs. Ik heb het nooit goed begrepen. Het was echt goed allemaal, en ik kan er in komen dat mensen graag wiet roken, maar dan met een bestelwagen rijden en tegen muurtjes botsen, dat mag je gewoon niet doen.

"We hebben geprobeerd om met auto's en volgeladen aanhangwagens terug te gaan. In Hasselt kregen we autopech. We beslisten de wagen te laten repareren, ondertussen te logeren op een camping en daar te oefenen met de plaatselijke bevolking. We hebben drie dagen met Hollandse kindjes spelletjes gespeeld, echt feest. Toen viel de spilfiguur van de groep van een drie meter hoge springtoren en hij kwam hard op het beton terecht. Hij heeft het overleefd maar was zwaargewond, en de meesten van ons wilden bij onze vriend blijven. Intussen hoorden we dat in Bosnië de weg opgeblazen was. Er rustte zo'n vloek op de onderneming dat we uiteindelijk thuisgebleven zijn. Dat was heel jammer, maar ze hebben het me niet kwalijk genomen. Vorig jaar zijn Eva en ik naar Travnik gegaan, waar de meeste vluchtelingen vandaan kwamen. Onze zoon Ilya is daar gemaakt en we hebben hem genoemd naar een oude man uit het vluchtelingenkamp. Bosnië is zo mooi, je kunt het je niet voorstellen, maar dat dorp is helemaal kapotgeschoten."

"Theater is magie, maar het probleem van toveren is dat het niet echt is. Daarom zou ik graag om de vijf jaar ergens toneel willen gaan spelen waar dat normaal niet gebeurt. Drie jaar geleden stond ik met Tine Reymer in Zuid-Afrika met Zarah of de vogels komen terug uit het zuiden, een Bronks-productie, in schooltjes waar ze nog nooit toneel hadden gezien. De kinderen keken er met grote ogen naar en daar hebben we ook weer ontzettend van genoten. Nu ben ik aan het uitkijken wat ik over twee jaar zou kunnen doen. Ik droom opnieuw van een voorstelling in Afrika waar iedereen van kan genieten. Met zo'n simpele actie maak je zoveel mensen blij. Ze laten lachen is leuk, maar ze blij maken is veel intenser. Ik heb een katholieke opvoeding genoten en ik denk dat het gevoel van goed te willen zijn en mensen te willen helpen er diep in zit. Dat zat ook in mijn grootmoeder, die overleden is, en in mijn moeder. Zij waren dezelfde persoon, gesplitst in twee lichamen en echt van het motto: wie goed doet, goed ontmoet. Misschien is het dus niet de katholieke opvoeding maar het familiegen dat mij bepaalt.

'Zoals velen ben ik misdienaar geweest, een jaar lang zelfs iedere dag. Toen ik merkte dat bidden niet hielp om een goed examen wiskunde te doen of om mijn grootmoeder weer beter te maken, is dat geloof eigenlijk van de ene dag op de andere opgehouden. Ieder mens zoekt naar de beste weg in het leven, zoals water de gemakkelijkste weg zoekt naar de zee. Ik wil weleens een show doen met een waterval of een bocht, maar ik wil uiteindelijk rustig naar de zee. De bijbel, het hindoeïsme, de islam en het boeddhisme bieden handvatten aan de mens om aan de zee te geraken. Al die ideeën over het zoeken naar evenwicht komen over de hele wereld terug. Het is wel fijn om te voelen dat je weg samenkomt met die van andere mensen. Dat ik geloof dat de mijne en die van Eva voor de rest van ons leven samen zullen vallen, stelt me gerust. Daar moet ik al niet meer mee bezig zijn en daardoor kan ik me concentreren op wat ik wil met mijn vak in dat grotere geheel.

"Net als Sinterklaas en die beer is ook God uit zijn pak gekropen, maar in de verpakking zitten nog geloof, hoop en liefde. Die drie begrippen zijn nog altijd in al mijn stukken aanwezig. Ik geloof dat iedere mens iets goeds in zich heeft, ik hoop dat het ooit afgelopen zal zijn met oorlog, en de liefde is een groot begrip. De piloten die in het WTC zijn gevlogen, deden het tenslotte ook uit liefde.

"God viel weg en de vrouw kwam in zijn plaats. Ik werd verliefd, ik geloofde erin en hoopte dat het voor altijd zou zijn. Maar een goede relatie is wel gebaat bij twee mensen die ermee instemmen om het elkaar niet moeilijk te maken. Sinds Eva heb ik gemerkt hoe gemakkelijk het eigenlijk kan zijn, terwijl ik voordien zeven en een half jaar mijn best heb gedaan om een relatie in stand te houden die eigenlijk niet ging. Wij pasten niet bij elkaar maar vanwege de liefde gingen we verder, want 'de liefde kan alles overwinnen'. Als ik nu een raad mag geven aan alle mensen die dat denken: het is niet zo.

"Eva vindt dat we voor elkaar gemaakt zijn. Ik geloof niet in voorbestemd zijn. Het toeval is toch een veel mooier cadeau? Als het niet in de sterren geschreven staat, ben je toch des te blijer als je elkaar tegenkomt? Daar hebben we weleens ruzie over. Mijn grootmoeder, de moeder van mijn vader, gelooft heel sterk in voorbestemming. Dan komt ze me tegen in de stad en zegt: ik wist dat ik je zou zien, ik heb aan jou gedacht. Daar krijg ik kippenvel van. In negatieve zin heb ik het ook al meegemaakt. Dat ik leuk met woorden zat te puzzelen en om te lachen in een liedje schreef: 'Je hebt me bedrogen'. Een week later werd ik bedrogen. Of ik schreef over de dood en een week later stierf er iemand. Dan denk ik: ik raak die computer niet meer aan. Ja, misschien schrijf ik daarom alleen maar over mooie dingen."

Dimitri Leue speelt 'Fink' dit jaar nog twee keer: Op 14 december in CC Stroming in Evergem en op 20 december in CC Ter Dilft in Bornem, telkens om 20 uur. Daarna de hele maand januari in Vlaamse zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234