Dinsdag 19/01/2021

De magie van Bill Murray

Sofie Coppola heeft een kerstfilm gedraaid waarin Bill Murray (ook bekend van haar Lost in Translation) alles parodieert wat hem tot cultheld heeft gemaakt. Want hoe doe je dat, van een tamelijk doorsnee acteur uitgroeien tot een icoon?

Bill Murray staat voor een hotelkamerraam en kijkt uit over New York. Buiten sneeuwt het. De acteur draagt bretels, zijn strikje hangt los om zijn nek. Een rendiergewei zit om zijn hoofd geklemd. Hij draait een kwartslag en kijkt vlak langs de camera, naar de pianist. Het is een blik van zelfmedelijden en melancholie. In die ogen schuilt het besef dat het leven een lijdensweg is, maar ook een feestje, als er maar genoeg drank in huis is.

En dan begint Murray een liedje te zingen, 'Christmas Blues', hij zingt het met raspende stem. De groeven in zijn gezicht benadrukken dat hij weet waarover hij zingt. Het is niet echt goed en ook niet erg grappig, maar toch zullen miljoenen mensen genieten van Bill Murray die een liedje zingt, simpelweg omdat het, nou ja, Bill Murray is die een liedje zingt. Met een rendiergewei op.

Het is precies deze instantcult uit de openingsscène waarop de Netflix-special A Very Murray Christmas, vanaf vandaag online, ongegeneerd inspeelt. In de één uur durende film bedreigt een zware sneeuwstorm het goede verloop van een live kerstvariété-uitzending met Murray als host. Het parodieert alles wat Bill Murray eerder tot cultheld heeft gemaakt.

Hoe deed hij dat precies, uitgroeien van een tamelijk doorsnee acteur tot een icoon?

Groundhog Day

De afgelopen tien jaar speelde Murray (65) op het witte doek nauwelijks een rol van betekenis: na zijn onthechte en lethargische rol in Lost in Translation (2003), net als de Netflix-special geregisseerd door Sofia Coppola, werd Murray als acteur weer echt serieus genomen. Ook zijn depressieve en apathische personages in de Wes Anderson-films Rushmore (1998) en The Royal Tenenbaums (2001) hadden daaraan bijgedragen.

Tot dan toe was Murray vooral bekend van enorm populaire, maar ook nogal flauwe comedy's als Ghostbusters (1984), Caddyshack (1980) en Meatballs (1979) en zijn melige sketches als tv-comedian in Saturday Night Live. Murray was de wat gemakzuchtige mainstream acteur die rolletjes kreeg in blockbusters als Space Jam (1996) en Charlie's Angels (2000).

Een fijnbesnaarde uitzondering op het makkelijker Murray-werk is de haast perfecte film Groundhog Day (1993), waarin hij eindeloos opnieuw dezelfde dag beleeft. Murrays melancholiek-charmante en droogkomische mimiek komt hier uiterst subtiel tot zijn recht. Deze rol moet het zijn geweest die regisseurs als Coppola en Anderson deden inzien dat hij meer potentieel had.

Voor de generatie die in de jaren 80 geboren werd, was Groundhog Day zowat wekelijks op tv te zien. Niet veel later volgden de door hipsters zo geliefde (want ironisch gestileerde) Wes Anderson-films, die Murray monumentale status verschaften. Opeens was hij een figuur met wie je je goede smaak kon etaleren. Zo kon je hem tegenkomen als iemands omslagfoto op Facebook: een screenshot uit The Life Aquatic (2004), waarin Murray een Jacques Cousteau-achtige figuur speelt, Steve Zissou.

Inmiddels kun je die en vele andere Bill Murray-looks kopen op kitscherige schilderijen, koffiemokken, T-shirts, onesies, telefoonhoesjes, onderzetters, babymobiles, kussens en nog veel meer. Hij is een product geworden: Murray-merchandise. Twintigers en dertigers hebben zijn gezicht op hun armen laten tatoeëren. Blogs houden alles bij wat over Murray te vinden is. De kruisbestuivende werking van absurde real life-anekdotes, de online verspreiding hiervan en de commerciële exploitatie van zijn portret in de beeldcultuur heeft Bill Murray een ongekende populariteit bezorgd.

Murray was altijd al iemand van practical jokes en bizarre fratsen, maar sinds het tijdperk van sociale media staan die uitspattingen allemaal meteen de volgende dag online. Dus zijn er nu beelden van Murray die (met witte veiligheidshelm op) poëzie voordraagt aan bouwvakkers, een bachelorparty crasht en een speech vol levenslessen geeft, of achter de bar gaat staan op rockfestival SXSW en iedereen, ongeacht de bestelling, tequila schenkt.

Elke keer heeft hij die blik. Hij lacht niet, maar kijkt onaangedaan en gepijnigd tegelijk, zijn laatste beetje haar door de war, met rimpels die alles in zijn gezicht naar beneden lijken te trekken, zijn kin een beetje naar achter, de lippen getuit, ogen op half zeven. Vaak omdat hij ook werkelijk beschonken is.

Al sinds de jaren 70 is Bill Murray de held voor alle mannen die niet knap en ook niet heel stoer zijn, maar zichzelf wel slim en grappig vinden en een flinke dosis zelfmedelijden hebben. Daarna werd hij als ironische stoïcijn de lieveling van hippe jongeren en millennials. Al met al heeft hem dit een status bezorgd als popculturele performancekunstenaar, bekender om zijn grappen off dan on screen. Een improvisatiekomiek die elke situatie in het echte leven uit zijn comfortzone wil trekken.

In het slop

De verhalen die over hem de ronde doen, zijn genoegzaam bekend. Zo heeft hij geen agent of manager, ondenkbaar voor Hollywood-sterren van zijn statuur. Wie hem wil bereiken moet een bericht achterlaten op een 0800-nummer of een script aan een vriend van hem geven. Het kan ertoe geleid hebben dat hij ondanks zijn salonfähigheid het afgelopen decennium slechte carrièrekeuzen maakte. Na zijn periode van droevige rollen wilde hij graag weer echt grappig zijn, schrijft goede vriend en scenarist Mitch Glazer (die ook het script schreef voor A Very Murray Christmas) deze maand in een groot persoonlijk essay over Murray in Vanity Fair.

Dat verlangen leidde onder meer tot de pijnlijk flauwe roofkunstfilm The Monuments Men, geregisseerd door goede vriend George Clooney. Ook die in het slop geraakte filmcarrière komt terug in A Very Murray Christmas, in een scène vol onderkoelde zelfspot. Wellicht is het dat wat zo aanspreekt in Murray. Hij lijkt wars van ijdelheid en doet niet mee aan het voorgekookte promotiecircus van Hollywood. "Hij heeft een gebrek aan pretentie en nepheid waar mensen op aanslaan", zei Robert Schnakenberg deze week tegen The New York Times. Hij is de auteur van het in september verschenen The Big Bad Book of Bill Murray, waarin alle legenden, verhalen en feitjes zijn verzameld.

Anderen gaan nog verder in hun adoratie voor Murray en zien in hem de belichaming van de romantische levensstijl die misschien wel aan het verdwijnen is. De wil om elke dag te verdwalen, je nooit te conformeren, altijd bereid te zijn je plan om te gooien en uit elk moment iets bijzonders te willen halen. En dat alles om het echte leven meer op dat in films te laten lijken.

Je kunt die mentaliteit ook korter verwoorden. "Bill leeft zijn hele leven in het moment", zei regisseur Ted Melfi vorig jaar tegen Rolling Stone. "Bill koopt nooit een retourtje. Hij koopt een enkeltje en daarna kijkt hij wel wanneer hij weer naar huis wil."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234