Woensdag 12/05/2021

De machtigste vrouwen (en mannen) van Amerika

Ze zijn de enigen die er ooit in geslaagd zijn om burgemeester Rudolph Giuliani op een beslissing te doen terugkomen. Martha Butler en Marian Fontana staan in New York bekend als 'De Weduwen', en het was aan hen te danken dat de brandweer opnieuw op ground zero werd toegelaten. Overal in Amerika zijn vergeten en minder vergeten slachtoffers van 11 september zich aan het organiseren. Ze zijn zich bewust van de macht die ze hebben, en van het feit dat ze die goed zullen kunnen gebruiken wanneer straks de emoties en de solidariteit opnieuw plaatsmaken voor dollartekens.

'De eerste keer dat Giuliani ermee instemde om ons te ontmoeten, waren we oprecht verbaasd." Martha Butler, de jonge weduwe van brandweerman Thomas Butler, spreekt met een bedeesd stemmetje. Er schuilt nog ontzag in, een overblijfsel uit het onschuldige tijdperk van voor 11 september, toen het ondenkbaar was dat een huisvrouw uit Kings Park, Long Island, zomaar de burgemeester van New York City tot een onderhoud kon dwingen. De stem verraadt ook stress, telkens als ze zich verontschuldigt voor het gehuil op de achtergrond. Het valt niet mee om van de ene dag op de andere een alleenstaande moeder van drie kinderen te worden.

Butler is een van die vrouwen die in New York worden omschreven als 'De Weduwen'. Samen met Marian Fontana, weduwe van brandweerman Dave Fontana die in dezelfde eenheid in Brooklyn werkte als Butlers echtgenoot, ligt ze aan de basis van de 9/11 Widows' and Victims' Families Association. De belangengroep werd opgericht naar aanleiding van de vechtpartij tussen politie en brandweer op ground zero op 2 november (DM 24/12). "Toen we het nieuws vernamen dat er brandweermannen gearresteerd waren, waren Marian en ik ontzet. Dit waren mensen die ons wilden helpen. Ze waren naar ground zero getrokken om ervoor te zorgen dat ónze echtgenoten zouden worden teruggevonden. Mijn schoonvader bevond zich onder de manifestanten. Marian en ik hebben toen besloten dat wij voortaan de stem moesten zijn voor onze mannen."

Toen Butler en Fontana hun brief aan Giuliani schreven, waren ze zich nog niet echt bewust van hun eigen macht. Ze bezorgden de brief via via aan de adjunct-burgemeester in de hoop dat hij tot bij Giuliani zou geraken. "In de brief hadden we geschreven dat we bezorgd waren dat de zoektocht naar onze mannen was opgegeven. Dat we de indruk hadden dat het een geldkwestie was geworden." De aanleiding tot de betoging op ground zero was Giuliani's beslissing om het aantal brandweermannen op de site te beperken tot vijfentwintig, wat door de nabestaanden werd gezien als een manier om de bergingswerken te bespoedigen, zonder nog veel om te zien naar de lijken die nog onder het puin lagen. "Iedereen werd gek. De families zagen de lichamen van hun vermisten al opduiken op het stort in Staten Island", zegt Joe Miccio, een brandweerman die met de weduwen samenwerkt. "Gelukkig hadden Marian en Martha de kracht om dit te doen."

'Dit' was behalve de brief een inderhaast belegde persconferentie en een ontmoeting met de vakbonden. De volgende dag werden Butler en Fontana in privé-audiëntie ontvangen door de burgemeester. Voor Fontana was het niet de eerste ontmoeting: Giuliani had op de eerste rij gezeten tijdens de herdenkingsplechtigheid voor haar man, met een lege, van een begrafenisondernemer geleende kist. Giuliani had naast Fontana's vijf jaar oude zoontje gezeten, die de helm van zijn vader droeg. "Hij was zeer open met ons", zegt Butler. "We hebben antwoord gekregen op veel vragen die we ons stelden. Persoonlijk denk ik dat hij een vergissing heeft begaan, dat hij nooit gedacht had dat hij zoveel negatieve publiciteit zou krijgen over het verminderen van de FDNY-aanwezigheid op ground zero." Maar ook Butler hecht geloof aan de overtuiging die bij veel brandweermannen leeft dat de vechtpartij op ground zero werd uitgelokt door het stadsbestuur om de brandweermannen in een slecht daglicht te stellen. "Ja. Tenminste, dat is wat mijn schoonvader mij vertelt en hij was erbij."

De demarche van Butler en Fontana had een katalysatoreffect: drie dagen later organiseerde het stadsbestuur een tweede ontmoeting, waarop behalve de FDNY-weduwen ook een honderdtal andere nabestaanden werden uitgenodigd. De bijeenkomst was geen uitgesproken succes. De gemoederen raakten verhit toen de chief medical examiner, dokter Charles S. Hirsch, de meer dan honderd aanwezigen vertelde dat ze "geen hele lichamen moesten verwachten" want dat de meeste slachtoffers verpulverd waren onder het impact van 110 verdiepingen.

Maar het resultaat was wel dat het stadsbestuur vier dagen later terugkwam op zijn beslissing en opnieuw 75 brandweermannen per shift toeliet op ground zero. Het was een overwinning die de brandweermannen, hoe populair ze ook zijn, op hun eentje nooit hadden kunnen bekomen. "Wij brandweermannen werken voor het stadsbestuur", zegt één pompier, "we kunnen onze jobs verliezen. Maar de weduwen, zij hebben al alles verloren. Zij hebben bovendien de macht om de voorpagina te halen met elke kwestie die ze willen. And whoever they're pissed off at is going to loose."

Martha Butler is iets bescheidener. "Het is mogelijk dat wij er indirect mee te maken hadden dat Giuliani op zijn beslissing is teruggekomen, ja. Wat ook meespeelt, is dat de FDNY één grote familie is. Giuliani wist dat wij duizenden brandweermannen en families achter ons hadden. Het is daaraan dat we onze macht ontlenen." Het relativeert de populariteit van Giuliani, Time-Person of the Year, dat veel brandweerfamilies denken dat hij vooral uit politieke overwegingen op zijn beslissing is teruggekomen. "Ik geloof oprecht dat Giuliani wil doen wat juist is voor de betrokkenen, voor de stad New York, en voor zichzelf", zegt Butler, "maar niet noodzakelijk in die volgorde."

Met de ground zero-kwestie hebben De Weduwen geproefd van een macht waarvan ze niet beseften dat ze die hadden. Nu moeten ze beslissen wat ze ermee zullen aanvangen. "Er zijn nog tal van kwesties. We willen controle op de werkzaamheden op het stort op Staten Island, waar het puin van het WTC wordt doorzocht, en we willen een stem hebben in wat er straks met de site gaat gebeuren." Larry Silverstein, de leasehouder van het World Trade Center, heeft al contact opgenomen. "But I am not running for office", zegt Butler. "Ik ben geen politica. Ik spreek alleen voor mijn man, en voor mijn kinderen." "Ja, ik besef hoeveel macht wij hebben", zei Marian Fontana eerder in de New York Times. "Het is af en toe wel wat overweldigend", gaf ze toe. En ondertussen blijven De Weduwen ook gewoon weduwen. Dave Fontana werd vorige week teruggevonden. Vrijdag begroef Marian Fontana haar man een tweede keer. Martha Butler wacht nog altijd. Ze weigert een plechtigheid te houden zolang het lichaam van haar man niet teruggevonden is.

Het huis van de Farrells in Wantagh, Long Island, onderscheidt zich op het eerst zicht in niets van de andere eengezinswoningen in deze buitenwijk in een uur pendelafstand van New York. Behalve dat het het enige in de straat is dat behalve een Amerikaanse vlag aan de gevel ook een yellow ribbon, een geel lint, in de kale boom in de voortuin heeft hangen. De yellow ribbon, een traditie die teruggaat op de Iraanse gijzelaarscrisis van de jaren zeventig, zegt aan iedereen die voorbijrijdt dat dit huis rouwt om een slachtoffer van de aanslagen van 11 september.

Er zijn honderden dergelijke plaatsen in de wijde omgeving van New York, de groene en veilige buitenwijken waar het gros van de werknemers in het World Trade Center 's avonds naar terugkeerde. Het is een realiteit die de voorbije maanden vaak over het hoofd is gezien, omdat bijna alle aandacht uitging naar de gesneuvelde brandweermannen en hun families. Jenny Farrell verloor op 11 september haar broer James Cartier, een elektricien die in het World Trade Center werkte. In de nasleep van de aanslagen merkte ze hoe moeilijk het was om van zich te laten horen als nabestaande van een burgerslachtoffer. Voor Jenny Farrell was dat de reden om samen met haar broer Michael Cartier Give Your Voice op te richten. De organisatie telt inmiddels achthonderd leden. "Wij zijn uiteraard solidair met de brandweermannen. Maar als nabestaande van een burgerslachtoffer heb je geen enkele structuur, geen organisatie die antwoorden kan geven of die vragen kan stellen over het bergingsproces op ground zero." Farrell was er bij in november toen Giuliani de families te woord stond en begin december, toen senator Hillary Rodham Clinton haar steun voor de nabestaanden uitsprak. Farrell wierp zich toen op als de woordvoerster van de 'vergeten' groep, een term waarop velen aanspraak maken. Zoals Fontana en Butler worstelt Farrell met haar dubbele rol als spreekbuis en rouwend familielid. Afspraken lopen mis omdat ze dna-materiaal moet gaan bezorgen voor de identificatie van haar broer, of naar vergaderingen wordt geroepen, en op de dag voor kerstavond stort ze volledig in. "It's too hard", zegt ze huilend. "Hij was nog maar 26 en zo'n prachtig mens. We missen hem zo in deze periode. Can we please do this after the holidays?"

Give Your Voice is een van de vier organisaties van 'vergeten' slachtoffers die de laatste weken het licht hebben gezien. Een andere groep in New York is de WTC United Family Group, opgericht door Anthony Gardner, die een broer verloor in de Twin Towers. De WTC United Family Group heeft een speciale afdeling in wording voor de overlevenden van 11 september. Maar niemand is zo vergeten als de slachtoffers van de aanslag op het Pentagon in Virginia. Hun nabestaanden moeten leven met feit dat de Pentagon-aanslag, met 189 militaire en burgerslachtoffers, in omvang en spektakelwaarde verbleekt bij de gebeurtenissen in New York. Daar komt nog bij dat zij te maken hebben met een stug ministerie van Defensie, dat zijn bijstandcentrum voor de nabestaanden al twee maanden geleden heeft gesloten en elke samenwerking heeft geweigerd met de website www.pentagonangels, een zelfhulpgroep opgericht door Craig Sincock, wiens vrouw als secretaresse in het Pentagon-gebouw werkte. "Veel families zijn misnoegd", zei Sincock onlangs tegen de Associated Press, "de WTC-slachtoffers krijgen alle aandacht terwijl wij in stilte lijden."

Helemaal pech gehad hebben de nabestaanden van de passagiers van het vliegtuig dat op het Pentagon insloeg. Stephen Push is in dat geval: zijn vrouw, Lisa Raines, was een passagier op American Airlines-vlucht 77. Volgens Push is de houding van het Pentagon ten opzichte van de burgerslachtoffers er een van "onverschilligheid, grenzend aan misprijzen". "Als je geen militair bent, tel je gewoon niet mee", zegt Push, schatbewaarder van Families of September 11, een groep die begin deze maand werd opgericht omtrent de vergeten nabestaanden van vlucht 77. Het is ironisch dat juist deze groep de enige is die zegt voor alle slachtoffers van 11 september te willen spreken, en die ook de ambitieuste agenda heeft. "Wij zijn een nationale groep, internationaal zelfs, want we hebben tal van leden in andere landen", zegt Push tegen De Morgen. "En we willen een drukkingsgroep zijn die kan meepraten over alle beleidsbeslissingen die te maken hebben met het voorkomen van een herhaling van 11 september. Dat wil zeggen: de veiligheid op de luchthavens, antiterroristische maatregelen en het Amerikaanse immigratiebeleid."

Push heeft er geen moeite mee om op de dag voor Kerstmis de pers te woord te staan. Het is duidelijk dat dit zijn missie geworden is, zijn eigen traumaverwerking. "Op dit moment proberen we alles te doen om ervoor te zorgen dat de families een eerlijke schadeloosstelling krijgen. En voorlopig zonder veel succes, moet ik zeggen. Elke familie waarmee ik praat, is razend op de overheid."

In deze kerstweek gaat veel aandacht naar de regeling die Kenneth Feinberg, de verantwoordelijke voor het federale 9/11-slachtofferfonds, vorige week donderdag heeft bekendgemaakt. Onder de federale formule zullen de families een gemiddelde van 1,65 miljoen dollar (72,4 miljoen Belgische frank, 1,8 miljoen euro) krijgen per dodelijk slachtoffer. Dat lijkt veel, maar in New York is het niet eens de prijs die je betaalt voor een drieslaapkamerflat in een goeie buurt, en de Verenigde Staten hebben niet de sociale vangnetten die we in Europa gewend zijn. De regeling lijkt de hoogverdieners te belonen: voor de economische schadevergoeding wordt uitgegaan van wat de overledene nog had kunnen verdienen mocht hij of zij nog in leven zijn. De laagste uitkering is 300.000 dollar (13,5 miljoen Belgische frank, 397.172 euro) voor een alleenstaande 45-plusser met een inkomen van 10.000 dollar (450.000 Belgische frank, 11.155 euro) per jaar, de hoogst mogelijke uitkering is 3,8 miljoen dollar 174 miljoen Belgische frank, 4,3 miljoen euro) voor een dertigjarig gehuwd slachtoffer met twee kinderen dat boven de 100.000 dollar per jaar verdiende. Voor de emotionele schade wordt één enkel bedrag van 250.000 dollar gehanteerd.

Toch vindt Push, zelf een hoogverdiener, dat "zowel de laagverdieners als de hoogverdieners door de overheid in het zak worden gezet". Want er zit een addertje onder het gras: levensverzekering, pensioenopbouw, ziekte- en ongevallenverzekering worden in mindering gebracht van de uitkering. "Voor mij wil dat zeggen dat ik aan het eind van de rit... helemaal niets krijg. Of ik daar bitter over ben? Reken maar. We worden gestraft omdat we als goede burgers voorzorgsmaatregelen voor onze families hebben genomen. Wij zijn twee keer slachtoffers: één keer van de terroristen, een tweede keer van het ministerie van Justitie."

Waar de families vooral boos om zijn, is dat de schaderegeling onderdeel is van de federale reddingsoperatie voor de luchtvaartmaatschappijen. Wie aanspraak wil maken op het slachtofferfonds, moet in ruil daarvoor afzien van verdere schadeclaims voor de rechtbanken. En de federale regering heeft ermee ingestemd om de verantwoordelijkheid van de luchtvaartmaatschappijen te bepeken tot 15 miljard dollar. Push: "De schade in New York alleen wordt geraamd op 100 miljard dollar. Dat wil zeggen dat de luchtvaartmaatschappijen nooit meer zullen moeten betalen dan 3 cent op de dollar. De regering heeft ons het recht ontnomen om de luchtvaartmaatschappijen voor de rechtbank te dagen. Zij komen er gemakkelijk af terwijl zij het waren die de terroristen op de vliegtuigen hebben laten stappen."

Push en zijn groep overwegen nu om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen het ministerie van Justitie. Ten minste één persoon heeft de koe al bij de horens gevat: op de dag dat Feinberg zijn schaderegeling voorstelde, diende Ellen Mariani uit New Hampshire, de vrouw van een passagier op United-vlucht 175, in een New Yorkse rechtbank een klacht in tegen United Airlines wegens nalatigheid. Eén ding lijkt vast te staan: veel nabestaanden van de 9/11-slachtoffers hebben elk vertrouwen in een eerlijke behandeling door de Amerikaanse overheid verloren, en hebben het heft in eigen handen genomen.

En ze zijn van plan om de macht die ze hebben te benutten. "We zijn in zekere zin beroemdheden", zegt Push. "Dat geeft ons toegang tot de media en tot de politici. Maar het valt nog te bezien of dat genoeg zal zijn. Binnenskamers zeggen de politici de juiste dingen, maar van effectieve steun voor onze zaak hebben we nog maar weinig gezien."

De 'Portretten van Verdriet' in de New York Times: 'We proberen het wel grappig te houden.'

Stephen Push, United-vlucht 77-weduwnaar: 'We zijn in zekere zin beroemdheden. Dat geeft ons toegang tot de media en de politici'

Marian Fontana, brandweerweduwe: 'Ja, we zijn ons bewust van onze macht. Het is af en toe wat overweldigend'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234