Woensdag 22/05/2019

Voorpublicatie

De maakbare baby: de toekomst is veel meer dan ivf-behandelingen

Vergeet de klassieke ivf, er is een ware vruchtbaarheids­revolutie op komst. In hun boek De maakbare baby brengen fertiliteitsexperte Petra De Sutter (UZ Gent) en De Morgen-journaliste Eline Delrue een overzicht van alle mogelijke behandelingen om zwanger te raken. In het boek geven veel wetenschappers uitleg, wij publiceren vandaag enkele hoofdstukken waarin (wens)ouders aan het woord komen.

Beeld Kwennie Cheng

1. 'Hoera een kind, dankzij de baarmoeder van mijn donor.' 

Ze is nog jong, heeft geen baarmoeder, maar wil niks liever dan haar eigen baby dragen. Lindsay (28), grote liefde van Filip (30), is een van de eerste Vlaamse vrouwen die een baarmoeder van een donor ingeplant zal krijgen. ‘Deze kans moeten we gewoon grijpen. En is het niet, dan is het niet.’

“Tot voor kort was een draagmoeder onze enige optie op een baby van onszelf”, vertelt Lindsay. “Maar nu is er deze mogelijkheid: én een eigen kind én het zelf dragen. Dit mogen we niet laten schieten.”

Nog voor er sprake is van baarmoedertransplantatie, gaan Lindsay en Filip al aankloppen in een fertiliteitskliniek, samen met een draagmoeder. Maar die aanvraag botst op een njet, omdat de vrouw in kwestie twee keizersnedes achter de rug heeft. Een tijd later, in oktober 2014, hoort Lindsay op de autoradio een bericht dat haar aandacht trekt: in Zweden is de eerste baby geboren na een baarmoedertransplantatie. En ook het UZ Gent onderzoekt de toepassing van de techniek in ons land.

“Geen moment hebben we geaarzeld”, vertelt Lindsay. “We hebben direct gemaild met de vraag hoe dat zat. Nog voor er een echte wachtlijst was, hebben ze ons al bij de geïnteresseerden gezet. Anderhalf jaar later, in de zomer van 2016, mochten we dan voor het eerst op gesprek. Het begin van een spannend parcours.”

Binnenstebuiten gekeerd

Lindsay was veertien en verstoken van menstruatie, toen artsen ontdekten waarom: ze lijdt aan het MRKH-syndroom of het syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster-Hauser. Dat betekent: wel gezonde eierstokken, maar geen baarmoeder. Lindsay: “Een slag in mijn gezicht? Ja en nee. Ergens waren het vooral zorgen voor later. Een tijdlang heb ik ook gedacht dat ik zelf geen kinderen hoefde.”

Want daar, in haar eigen kinderdagverblijf, zit ze sowieso tussen de allerkleinsten. “Niet dat ik dit beroep gekozen heb omdat ik zelf geen kinderen kan krijgen. Het is geen compensatie, ik werk gewoon graag met kleintjes. Maar precies omdat ik er elke dag tussen stond, was het verlangen naar een eigen kind lange tijd niet zo groot. We wisten ook dat het niet makkelijk zou gaan, ook dat temperde die wens misschien. Maar de laatste drie jaar is dat helemaal gekeerd. We zagen koppels rondom ons kinderen krijgen en begonnen er zelf ook sterk naar te verlangen.”

Longen, nieren, hart, gebit, urine, bloed: Lindsay is de voorbije maanden zowat binnenstebuiten gekeerd. Intensieve vooronderzoeken, plus psychologen en psychiaters, moeten inschatten of vrouwen zoals zij helemaal klaar zijn voor dit traject. Ook omdat zware medicatie nodig is, om afstoting van de baarmoeder tegen te gaan. En, laten we wel wezen: het blijft natuurlijk een operatie. Lindsay: “Dat is iets waar ik soms mee in mijn hoofd zit, dat het een groot litteken zal zijn. Maar wie weet krijgen we er toch iets speciaals voor in de plaats? Dat is wat telt.”

Nu de grote medische check er bijna op zit, kan Lindsay binnenkort ivf ondergaan, voor een punctie. De fertiliteitsarts plukt dan zoveel mogelijk eicellen weg, die nadien in het labo worden bevrucht. Komen daar een aantal goeie embryo’s uit, dan gaan die het vriesvak in, én komt Lindsay definitief op de wachtlijst. Dan wordt het helemaal nagelbijten, wachtend op een baarmoeder van een overleden donor. “Die periode zal nog het ergste van al zijn”, vermoedt Lindsay. “Niet de vooronderzoeken, niet de ivf, of het invriezen van de embryo’s. Maar het wachten op dat telefoontje. Opspringen bij elk nummer dat je niet herkent.”

Er komt onnoemelijk veel bij kijken, dat is het minste wat je kunt zeggen. Dan moet je wel een relatie hebben als een rots om op te bouwen. Zeker als je voor de buiten­wereld gewoon dat jonge koppel bent dat een huis bouwt. Dat koppel dat steevast het grapje wegwuift ‘of er al een kinderkamer is’ – “want we hebben nog alle tijd om daaraan te beginnen”. Zij die beter weten, zijn op één hand te tellen, dus dragen Lindsay en Filip dit vooral alleen.

Filip: “Heftig, zeg je? Ik kan me wel voorstellen dat anderen er zo over denken. Want er komt inderdaad veel bij kijken. Maar als je er zelf middenin zit, dan doe je dat gewoon. We krijgen maar één kans, en dus ondergaan we dit. Met de volle goesting. Als buitenstaander denk je wellicht: amai, al die onderzoeken. Maar zo zien wij het niet. Elke stap die we kunnen afvinken, is passé. Hop, op naar het volgende. Dat is ook onze sterkte. We halen overal het positieve uit.”

Spannende tijden

Positief-realistisch, zo staan ze er tegenover. “Dit is onze enige kans om zelf een kindje te dragen”, glundert Lindsay. “Die kans willen we 100 procent grijpen. Is het niet, dan is het niet. Dan zal dat spijtig zijn, maar hebben we tenminste toch geprobeerd. Anders gaan we ons later misschien schuldig voelen dat we het niet gedaan hebben. De kans doet zich nu voor, wij zijn er klaar voor, hebben de perfecte leeftijd, en ons huis is bijna af. (glimlacht) Op dat vlak zit het ons al mee.”

Het beloven spannende tijden te worden voor Lindsay. Wachten op dat telefoontje: dat ze een baarmoeder beschikbaar hebben, die dan ook nog eens geschikt is. Als het lot een beetje meezit, komt het er dit jaar nog van. Al rijst dan onvermijdelijk die volgende vraag: stoot haar lijf dat geschenk, hoe mooi het ook is, niet af? Blijft die kinderkluis wel veilig zitten? Daar zijn pillen voor nodig, veel pillen, die je niet één dag vergeten mag. Is de operatie geslaagd, dan dient de baarmoeder getraind te worden zoals een spier. Een baby is dus nog niet voor meteen.

Lindsay: “Na de transplantatie wachten ze een jaar voor ze een embryo gaan terugplaatsen. De baarmoeder moet echt stabiel zijn, zeker die laatste vier maanden. In het begin krijg je veel medicatie tegen afstoting. Die bouwen ze dan langzaam af naar een minimum. Maar dat blijft nodig, zelfs tot na de bevalling nog. Daar hebben ze ons echt wel op gewezen: dat ik nauwgezet mijn medicatie moet nemen. Daar slordig mee omgaan, kun je je echt niet veroorloven.”

En voor de rest, zo voegen ze er nog aan toe, komt het zoals het komt. Mocht het niet lukken, dan vallen ze terug op plan B: een draagmoeder. Of op plan C: adoptie. Filip: “Lukt ook dat niet, dan is het maar zo. Dan blijven we met ons tweetjes. Want met ons tweeën zijn we tenslotte ook keigelukkig, hé. Maar we geloven er wel in, in ons plan A. Je moet er ook wel in geloven.”

En dat die baarmoeder, dat grootste denkbare cadeau, er na één kindje al weer uit moet, dat zou dan echt wel het laatste van hun zorgen zijn. Lindsay (minzaam): “Na één zouden wij al supercontent zijn. Nietwaar, schat?”

Beeld Kwennie Cheng

2. Een kind, ontstaan uit huidcellen

Maak u klaar voor dé vrucht­baarheidsrevolutie: ivg of in-vitrogametogenese. Voorlopig kan het enkel bij de muis, maar volgens wetenschappers is het maar een kwestie van jaren voor we ei- en zaadcellen gaan kweken uit ons eigen vel.

Huidcellen worden bij ivg geherprogrammeerd tot stamcellen: cellen die nog alle richtingen uit kunnen. Door er bepaalde stofjes aan toe te voegen, zouden ze tot een ei- of zaadcel kunnen uitgroeien. Bevruchten in een proefbuis, terugplaatsen in de baarmoeder, en daarna de natuur haar gang laten gaan. Nooit eerder zullen onze kinderen ons zo dicht op de huid hebben gezeten.

Komt de techniek ooit op punt te staan, dan zet ze onze menselijke voortplanting ongetwijfeld op haar kop. Vervelende ivf-hormoonbehandelingen? Verleden tijd! Een donor nodig? We dachten het niet, schraap gewoon wat huidcellen weg. Een vrouw op hoge leeftijd? Geen issue meer, de biologische klok vervalt. Een lesbisch koppel? Ook zij kunnen een genetisch eigen kind op de wereld zetten: neem van de ene vrouw een eicel, en maak van een huidcel van haar partner een zaadcel. Waarom niet?

Kortom, met ivg razen wetenschappers de ivf voorbij. Onwaarschijnlijk veel grenzen liggen klaar om opgeschoven te worden. Volgens sommigen zo snel zelfs dat er over vijf à tien jaar wel ergens ter wereld een kind geboren wordt, zonder dat er een natuurlijke zaad- of eicel aan te pas kwam. ‘Mijn mama en mijn papa zijn een huidcel.’ De vraag is: willen we dit wel? We leggen de vraag voor aan het lesbische koppel Elisa en Lili, respectievelijk moeder en meemoeder van de acht maanden oude Thelma.

Het romantische aspect

Lili: “Ik geloof wel dat ik het zou doen, een kind ter wereld laten komen van wie de conceptie is gebeurd met een zaad- en een eicel gemaakt uit onze huid. Dan zou Thelma ook twee moeders hebben, en zou dat biologische vraagstuk er niet zijn. Het zou allemaal veel duidelijker zijn voor haar. Dat ik ook mezelf in haar zou herkennen, zou pas op de tweede plaats komen. Ik zou het toch vooral voor haar doen. Ook al moet het wel erg fijn zijn om jezelf te herkennen in je kind. Misschien zet ik dat nu niet op de eerste plaats, precies omdat ik dat gevoel niet ken.”

Elisa: “En, Lili, dat is opmerkelijk: je vergeet wel een ik-weet-niet-hoe-belangrijk aspect.”

Lili: “Het romantische aspect, natuurlijk. Een kind van ons twee. Maar het heeft ook iets te klinisch, vind ik, om nog echt romantisch te kunnen zijn.”

Elisa: “Maar dan nog, kijk naar de heterokoppels uit onze kennissenkring die een fertiliteitsbehandeling hebben ondergaan. Zodra zij zwanger waren, vergaten zij ook hoe klinisch het allemaal gegaan was. Zodra je toeleeft naar dat kind, valt dat klinische weg.

“Maar inderdaad, zoals Lili zegt, wij nemen alle beslissingen zoveel mogelijk in functie van Thelma. Deze techniek zou een groot vraagteken wegnemen voor haar. Het zou een derde factor wegnemen – de donor – wat nu nog lastig kan zijn.”

Wie beslist?

Wel is het zo dat lesbische koppels via ivg alleen maar meisjes zouden kunnen voortbrengen. Dit komt omdat beide vrouwen enkel X-chromosomen hebben. Geen van de twee partners heeft een Y-chromosoom, en dat is nodig wil je een jongetje krijgen.

Lili: “Dan krijg je dus alleen meisjes. Daar zit ook weer iets verdraaids aan.”

Elisa: “(knikt heftig) Dat is wel waar.”

Lili: “Eventjes kort door de bocht, zie je ze al allemaal lopen: al die lesbiennes met al hun dochters? Daar zit iets raars aan.”

Elisa: “Dat vind ik ook.”

Lili: “(denkt na) Je kunt ook niet verlangen dat sommige koppels dan wel verplicht met een donor werken om er af en toe toch een jongen tussen te krijgen. Het moet voor iedereen gelijk zijn.”

Elisa: “Je zit hier op het kruispunt tussen wat de wetenschap kan – en steeds meer kan – en het ethische vraagstuk. Dat is waar ik ook tijdens ons traject een enorme weerstand tegen voelde: dat eender wie mij kan vertellen dat ik geen kind zou mogen hebben met mijn lief. Want wie is dat dan? Wie krijgt die macht in handen? Wie beslist er over dat ethische vraagstuk? Een kind krijgen is zo individueel, bijna een oerdrift. Wie kan daarover beslissen? Dus ofwel zeg je dan: de wetenschap stopt hier, maar dat zal niet gebeuren. Alleen, wie kan dan beslissen dat jij het koppel bent dat alsnog een donor moet inschakelen? Want je wilt toch niet nummertje vijf zijn dat niet mag.”

Lili: “Mochten wetenschappers er iets op vinden waardoor we én meisjes én jongens kunnen krijgen, dan zou ik het zeker doen. Met meisjes alleen blijft het raar. Maar toch aanlokkelijk, dat wel.”

Maatschappij vs. individu

Moet de voortplanting via je eigen vel dan ook kunnen voor single vrouwen? Wat vinden Elisa en Lili van de ‘soloslim’?

Elisa: “Dat is toch wel geschift. Dan wordt een man gewoon overbodig.”

Lili: “Het heeft iets heel manipulatiefs.”

Elisa: “Klopt. Maar, aan de andere kant, velen zullen dat ook vinden van het feit dat wij, als lesbisch koppel, een kind gekregen hebben. Stel dat we dit gesprek honderd jaar geleden hadden gevoerd. Dat we sperma bij een lesbische vrouw zouden inbrengen, zodat ze samen met haar lief haar kinderwens kan vervullen? Ze verklaarden je gek. Ik denk dat velen ook dat al een stap te ver vonden én vinden.”

Lili: “Waar ligt de grens? Ik weet het ook niet. Maar ik kan me wel voorstellen dat een alleenstaande vrouw met een kinderwens dezelfde reflex heeft als wij: dat ook zij haar kind op die manier een hoop onzekerheid wil besparen. De zoektocht naar de biologische vader, de donor, hoeft dan niet. Dat hele vraagstuk valt weg. Dus als wij zo redeneren, waarom zou zij dit dan niet mogen?”

Elisa: “Maar als je kijkt naar hoe de natuur, de biologie in elkaar steekt, dan is het wel zo dat een mannen- en vrouwenlijf erop afgestemd zijn om samen een kind te maken. Als we daar dan ook aan beginnen te morrelen...

“Maar op het moment dat het dan over je eigen, individuele verhaal gaat, voel ik mij ook niet verantwoordelijk dat er dan misschien gefutseld wordt aan onze basisbedoeling hier op aarde: je voortplanten, sterven, tot er geschifte dingen gebeuren die je niet meer snapt.”

Lili: “Dat is het dubbele eraan. Het is iets heel privé, maar heeft toch zulke maatschappelijke gevolgen. Elke kinderwens is zo individueel, en dan wringt het als de maatschappij daar op ingrijpt.”

Elisa: “Kinderen maken uit je eigen huidcellen, het is een moeilijk vraagstuk. En dan denken we er nu alleen rationeel over na. Leg dat maar eens emotioneel uit. Natuurlijk, wie ben ik om te zeggen dat het niet mag? Als een vrouw echt een kind wil, maar ze vindt geen partner, ze wordt ouder en er zijn allerlei omstandigheden waardoor haar kinderwens moeilijker uit te voeren valt, dan kan ik me indenken dat ik die keuze misschien ook zou maken. Gewoon omdat je zo graag dat kind wilt. Die wens is zo diepmenselijk, zo sterk.”

Lili: “Punt is dat je hier met twee totaal verschillende standpunten zit. Je hebt het maatschappelijke standpunt en je hebt het individuele verhaal, waarvoor je wel empathie kunt opbrengen. Je kunt dan wel op voorhand zeggen: nee, dit is de grens. Maar zodra je je inleeft, zeker in ons geval, kun je je afvragen: waarom zou het niet mogen?”

Beeld Kwennie Cheng

3. Embryo’s selecteren op het homo- of hetero-gen: stel dat het kon

Een vooroordeel hier, een sneer daar. Elisa en Lili, trotse mama’s van de acht maanden oude Thelma, voelen zich als lesbische ouders niet zelden in een hokje geplaatst. Stel dat ze de geaard­heid van hun kind zouden kunnen kiezen, zouden ze dat dan doen?

Lili en Elisa staan meer dan eens stil bij de vragen die later in dat kleine kinderhoofdje van Thelma zullen dollen, zoals: ‘Hoe komt het dat ik twee mama’s heb?’

Elisa: “We weten gewoon dat het traject minder makkelijk zal zijn dan wanneer er een papa in het spel was. We moeten ons daar geen illusies over maken. Hopelijk kan ze er gewoon goed mee om.”

Lili: “Het hoeft ook helemaal geen negatieve impact te hebben. Maar die vragen zullen er komen, zeer zeker. Er zal een hoofdstuk in haar en ons leven komen, waarin dat een punt wordt. Dan zullen wij zo goed mogelijk antwoorden.”

Elisa: “Ik kan soms nu al naar haar zitten kijken en daarmee bezig zijn. Iets in mij denkt dan: ik heb je toch niks vervelends aangedaan, hé? Ergens ben ik daar toch bezorgd over, dat het wel negatief zou kunnen zijn. Mensen zijn nu eenmaal niet zo lief voor elkaar. Als je ziet hoe de wereld aan het verrechtsen is, wat sommigen allemaal lopen te spuien. Dan hoop ik uit de grond van mijn hart dat ze niet te veel naar haar hoofd geslingerd krijgt.”

Het perfecte kind

We leggen Elisa en Lili een denkoefening voor, gebaseerd op een idee van filosoof Edgar Dahl. Hij publiceerde in 2003 een controversieel artikel waarin hij ervoor pleitte om embryo’s te screenen en te selecteren op hun seksuele geaardheid, mocht dat ooit mogelijk zijn. Voor mochten wetenschappers ooit stoten op het ‘homo-gen’. Zo zouden heterokoppels bewust een holebikind kunnen vermijden of ‘wegselecteren’. Holebi­koppels zouden dan weer net expliciet voor een homoseksueel embryo kunnen kiezen. Als ze dat zouden willen.

Lili: “Ik denk wel dat veel ouders die selectie zouden doen, dat zij een homoseksueel embryo zouden wegfilteren. Niet vanuit de wens naar het perfecte kind, dat niet. Wel vanuit de angst dat hun kind het anders later moeilijk zou hebben.”

Elisa: “Stel dat ik dat nu zou kunnen beslissen voor Thelma, dan zou ik ook zeggen: liever niet. Liever niet lesbisch. Dat is eigenlijk wel erg, hé. Maar dat heeft te maken met de perceptie van anderen. Ik zou het doen om haar te beschermen. Het ‘perfecte kind’ staat er ook voor mij helemaal los van. Tuurlijk, als Thelma lesbisch zou blijken: het is wat het is. Maar als je dat op voorhand zou kunnen uitsluiten? Er valt iets voor te zeggen. (denkt na)”

Lili: “Ik twijfel toch, hoor. Ik denk niet dat ik het in deze tijden zou wegselecteren. Met de mogelijkheden die wij vandaag hebben, het geluksgevoel dat ik persoonlijk ervaar, en vele anderen met mij in het holebi-zijn. Ik zou er niet op ingrijpen. Maar stel nu dat werkelijk alle ouders dat gen gaan wegfilteren. Tja, dan zou ik het ook doen. Anders dreigt je kind als een soort eenzaat over te blijven, dat zou ik wel erg vinden. Maar het blijft toch wel ingrijpen op je kind. Het embryo is er al, het leven is er al. Daar blijf ik het toch moeilijk mee hebben – met die gedachte dat ik haar ergens niet zichzelf zou laten zijn.”

Beeld Kwennie Cheng

Elisa: “Het is dubbel. Ik ben nu voor mijn job vaak met suïcidepreventie bezig geweest. Als je dan ziet dat lesbische pubermeisjes een van de grootste risicogroepen zijn voor zelfdoding, dan denk je daar ook eens over na. Ik heb gelukkig nooit zelf zo diep gezeten. Maar het is wel allemaal simpeler, denk ik, als het gaat zoals het meestal gaat. En dat wens je je kind wel toe.”

Lili: “Mijn moeder heeft een paar maanden geleden op een familiefeest, waar mijn nicht en haar man ook waren, vlakaf gezegd: ‘Ik had liever zo’n man naast jou gezien in plaats van Elisa.’ Zowel Elisa als Thelma waren er toen bij. Dat heeft me enorm gechoqueerd. Ik moet zeggen: dit zit in de categorie reacties die ik mijn eigen kind niet zou toewensen, mocht ze zelf lesbisch zijn. Dus ja, die selectie. Het blijft iets om over na te denken, mocht dat ooit aan de orde zijn.”

Elisa, Lili (en Thelma) zijn om privacy­redenen fictieve namen.

Petra De Sutter & Eline Delrue, 'De maakbare baby', Academia Press, 240 p., 24,99 euro. Boekvoorstelling op dinsdag 12 september, 19.30 uur, Aula, Gent. Bent u er graag bij? Schrijf u dan gratis in bij klaartje.ballon@lannoocampus.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.