Dinsdag 12/11/2019

De m/v van de poëzie

Achtste editie van Koningsblauw voert vier dichteressen en één dichter op

In de Genkse schouwburg ging donderdag de achtste editie van Koningsblauw, het poëzieprogramma ter ere van Herman de Coninck, in première. Behalve vaste waarde Leonard Nolens lazen vier bekroonde dichteressen voor uit eigen werk. Een vrouwenkoor met diverse stemmen.

Door Sarah Theerlynck

GENK l 'Mocht u zich afvragen waarom er dit jaar vier dichteressen en één dichter op het podium staan, dan moet u zich ook de vraag stellen waarom dat vorig jaar vier dichters en één dichteres waren', sprak presentator Piet Piryns. Een duidelijke boodschap: poëet zijn is een m/v-beroep.

Een podium, een katheder en naar beneden gehaalde spots die een warm blauw licht verspreiden. Nog voor er een woord is gesproken, is het duidelijk dat Koningsblauw dit jaar, na de grootsere editie van 2007, weer naar de essentie gaat. Vorig jaar was het tien jaar geleden dat dichter Herman de Coninck stierf. Dit jaar elf dus. Bij een sober getal hoort een sobere voorstelling, moeten de organisatoren van Behoud de Begeerte gedacht hebben.

Hagar Peeters, Miriam Van hee, Anne Vegter, Maria Barnas en Leonard Nolens komen samen op. Van hee opent de avond met 'Zomereinde aan de Leie', waarmee ze dit jaar de Herman de Coninckprijs van het publiek in de wacht sleepte. Het gedicht, waarin ze het portret van een stukje natuur schildert en dat verbindt met haar jeugd, is typisch voor Van hee: een beetje stil, een beetje melancholisch. Daarna nemen de overige dichters achtereenvolgens het woord met elk één gedicht. Ze zetten meteen hun toon.

Maria Barnas, die in 2004 de Cees Buddinghprijs won, kiest voor het speelse gedicht 'Absoluut'. Kersvers VSB Poëzieprijswinnaar Leonard Nolens bevraagt in zijn gedicht het dichterschap zelf. Is niet elke dichter een geleerde zonder vakgebied? Met 'Kwart over twaalf tot één uur' opteert Anne Vegter, de winnares van de Anna Blamanprijs 2004, voor hetzelfde onderwerp. Wat zegt iemand als hij gevraagd wordt hoe dat precies gaat, het schrijven? Hagar Peeters, die in 2005 de J.C. Bloempoëzieprijs in de wacht sleepte, heeft het over de liefde en over de wil "met echte armen" vastgehouden te worden.

Enter Piet Piryns. De journalist presenteert nu al acht jaar de hommage aan zijn goede vriend en compagnon de route bij Humo. Elf jaar is het al geleden dat hij stierf, constateert hij, "volgend jaar twaalf". "Dat zijn van die onbegrijpelijke dingen." Daarna roept hij het publiek op om zich vooral niet af te vragen waarom er dit jaar vier dichteressen en één dichter op het podium staan. "Dan moet u zich ook afvragen waarom dat vorig jaar vier dichters en één dichteres waren." Nee, het geslacht van de dichters zal er deze avond niet toe doen.

Hagar Peeters trekt zich van dat voornemen niets aan. In een bewerking van het verhaal over haar naamgenote - u weet wel, de concubine van aartsvader Abraham die van hem het kind Ismaël kreeg en verjaagd werd door zijn vrouw Sara - stelt zij de man-vrouwverhoudingen op scherp. "Laat mij een van de decadenten zijn die drinken met de mannen", smeekt ze. Om daarna het recht op te eisen vrouw te mogen zijn en te blijven. Hagar als het prototype van de moderne vrouw.

Anne Vegter heeft het vooral over de dood. Niet dat dat tot sentimentaliteit leidt, eerder tot verrassende zinnen en observaties. Je raakt soms verstrikt in haar web van associaties, maar af en toe nestelt een gedachte of zin zich in je hoofd. Dat kunstenaars vroeg sterven omdat ze kleine oren hebben bijvoorbeeld. Of de zin die het allemaal samenvat: 'Ik sterf al jaren van nieuwsgierigheid.'

Het vrouwenkoor wordt onderbroken door de bas van Leonard Nolens. Grasduinend in zijn laatste bundel Bres speelt hij met het 'ik' en het 'wij' en twijfelt hij tussen binnen- en buitenwereld. Kun je schrijven als buiten kindsoldaten elkaar afmaken? Is de dichter niet de lafaard bij uitstek? Het ultieme boek schrijft hij toch nooit. Nolens is nu al acht jaar bij Koningsblauw te gast, maar vervelen doet hij nooit.

Dan is daar een meisje van 35 jaar. Ze heeft het over grote dichters en knappe Engelsmannen die haar piano komen stemmen, en met wie ze "zo zou meegaan". Maria Barnas' speelsheid verlicht, ontroert en doet gniffelen. Voor ons is ze de ontdekking van deze editie van Koningsblauw.

"Er zijn maar weinig dichteressen die op zoveel verschillende manieren kunnen fluisteren", zei Herman de Coninck ooit over Miriam Van hee. Fluisteren deed de winnares van de Herman De Coninckprijs 2008 dan ook. In haar gedichten neemt ze ons mee naar een lichtjes beangstigende wereld. Even voelen we ons ongemakkelijk. Maar dan lijkt ze te zeggen: 'Het is niks.' Alsof ze je moeder is.

Herman de Coninck is niet prominent aanwezig, eerder een schim in de coulissen. Meer dan de dichter herdenken, wil Koningsblauw een ode zijn aan de poëzie van vandaag en zo de missie van De Coninck voortzetten: gedichten onder de mensen brengen. Al wordt het de toehoorder niet gemakkelijk gemaakt. Die heeft alleen de woorden om zich aan vast te houden.

Dat is dapper van Behoud de Begeerte, maar het maakt ook dat dit zeker niet de sterkste editie van Koningsblauw was. Te veel soberheid, te weinig begeestering. Maar de avond bood wel een uurtje verstilling in de chaos van het dagelijkse leven. Herman de Coninck wist het al. Zo helpt poëzie.

Koningsblauw, nog tot 26 mei in Lier, Gent en Antwerpen, www.begeerte.be.

Het programma bracht een ode aan de poëzie van vandaag en zette de missie van Herman de Coninck voort: gedichten onder de mensen brengen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234