Vrijdag 30/10/2020

De lont smeult in de vele kruitvaten van Kenia

Kenia brandt. Achter

de bloederige afrekeningen en moordpartijen gaan eeuwenoude vetes schuil, onderhuidse spanningen die Kenia na de onafhankelijkheid

45 jaar lang krampachtig in de doofpot hield. Het lid lijkt er nu af, en niemand durft te voorspellen wat de nabije toekomst brengt.

'Dit land is overleden op het moment

dat dromen een schitterende toekomst horen

te baren.'

Een verslag van onze reporter Aernout Zevenbergen

Vergeven? De 19-jarige Bilha klinkt met haar tong en kijkt naar de grond. "Onmogelijk." Bilha werd twee weken geleden met haar vriendin Josephine door zes jongens verkracht toen ze 's avonds van het dorpje Burnt Forest naar huis liepen. "Dit weggetje is verboden voor Kikuyu's", hadden de jongens gezegd voor ze de meisjes de bosjes in sleurden. "Een Kalenjin vergeven is verspilde moeite", vindt Bilha. "Ze zullen hun misdaden nooit afleren."

Dat fragment stond op 4 maart 1998 in De Morgen. De citaten zijn negen jaar en 48 weken oud. Maar de inhoud is toch zo vers als de dag van vandaag. Opnieuw staan in Burnt Forest de Kikuyu tegenover de Kalenjin. Opnieuw zijn verkiezingen de aanleiding van het etnische geweld. En opnieuw weet iedere inwoner van Burnt Forest waar het geweld eigenlijk over gaat, net als toen. "Het gedonder houdt pas op", zei een jonge Kalenjin fluisterend tijdens de dorpsvergadering destijds, "als deze generatie politici weg is."

De beelden deze week uit de steden Nakuru en Naivasha roepen herinneringen op aan Rwanda in 1994. Jonge mannen met machetes in de hand die blokkades bemannen en daar mensen om hun identiteitsbewijs vragen. De etnische sekte Mungiki, die de alleenheerschappij opeist van de Kikuyu over Kenia en terug wil keren naar hun traditionele wortels. De moord op de gematigde politicus Melitus Were van de oppositiepartij ODM, een man uit de sloppen die omhoog kon klimmen met dank aan Italiaanse missionarissen en zijn geld teruggaf in de vorm van sociale investeringen in de sloppen, een man die zijn aanhangers de opdracht gaf niet te vechten.

Heel voorzichtig komt in sommige berichten de term genocide voor. Enkele extreme politici in Kenia strooien ermee en beschuldigen tegenstanders van het plannen en uitvoeren van de uitroeiing van een andere etnische groep. De beschuldigingen zijn vooral voor intern gebruik en bedoeld om de eigen aanhang op te hitsen. Lokale radiostations geven de ether vrij voor anonieme bellers, die oproepen als 'maai het gras' en 'wied het onkruid' afvuren of spreken over 'het leiderschap van de bavianen' dan wel 'de beesten uit het westen'.

De spanningen laaien vooral op tussen de Luo en de Kikuyu. De gevechten die deze week plaats hadden in Nakuru en Naivasha zijn een uitbarsting van onderhuidse spanningen die al generaties lang in de maak zijn. De verschillen tussen de twee groepen gaan eeuwen terug, maar zijn vandaag nog nauwelijks zichtbaar.

De Kikuyu vestigden zich in de zestiende eeuw rond Mount Kenya in het hart van hedendaags Kenia, en zijn afkomstig uit het noordoosten. Hun god, Ngai, woont op Mount Kenya. De Masai en de Samburu - hun buurvolkeren - delen dezelfde god, maar zijn historische vijanden. De Kikuyu zijn boeren, terwijl de Masai en de Samburu nomadische veehouders zijn, aan wie Ngai het eigendomsrecht heeft gegeven over al het vee ter wereld.

De Luo landden in de vijftiende eeuw aan de oevers van het Victoriameer. Ze kwamen van de Nijl in Soedan. Oorspronkelijk waren zij nomadische veehouders, maar na het uitbreken van de runderpest in het begin van de twintigste eeuw moesten ze overstappen op landbouw en visserij.

In de koloniale tijd gebruikten de Britten vele Kikuyu als arbeiders op grootgrondbezit en als handelaars, terwijl vele Luo's in dienst traden als administrateurs. In de eerste jaren na de onafhankelijkheid speelden Luo's een voorname rol in de overheid. Maar de luide stem van oppositieleider Oginga Odinga (de vader van Raila), die in opstand kwam tegen de verwaarlozing van zijn volk door het nieuwe gezag, maakte de Luo's ongewenst onder de Kikuyupresident Jomo Kenyatta. De moord op vooraanstaande Luopolitici, onder wie Tom Mboya in 1969 en Robert Ouko in 1990, versterkte het gevoel onder Luo's dat zij de verschopten van Kenia waren geworden. Dat gevoel is de afgelopen weken tot een uitbarsting gekomen.

Te midden van de gekte van de haat hebben bijna 900 mensen inmiddels het leven gelaten en zijn honderdduizenden op de vlucht geslagen in wat eens een van de meest stabiele landen van Afrika was. Het geweld raakt iedere Keniaan diep die zich in de eerste plaats Keniaan voelt en pas daarna lid van een specifieke etnische groep. "Ik kies ervoor mijn necrologie te schrijven", aldus Simuyu Barasa op een website. "U moet ze lezen als een liefdesbrief aan mijn land, dat is overleden op dat kritieke moment waarop dromen een schitterende toekomst horen te baren."

Etniciteit is van levensbelang geworden in een land waar de tribale herkomst langzaam zijn waarde had moeten verliezen. Persoonlijke documenten dragen, 45 jaar na de onafhankelijkheid, in zich een opdracht tot executie dan wel tot gratie om de spelling van namen.

De faliekant mislukte presidentsverkiezingen van 27 december hebben de lont aangestoken in niet één kruitvat, maar in een reeks van aan elkaar gekoppelde kruitvaten. De onlusten hebben niet alleen plaats tussen Kikuyu en Luo, twee van de drie grootste etnische groepen van Kenia en tegelijkertijd de thuisbasis van respectievelijk Mwai Kibaki en Raila Odinga, maar tussen nagenoeg alle leden van de lappendeken die Kenia is, met 42 'stammen' (sommige antropologen onderscheiden overigens meer dan 70 etnische groepen). Luo versus Kisii, Kalenjin versus Kikuyu, Luhya versus Luo, enzovoort.

De aanleidingen voor het geweld lopen uiteen: wraak voor brandstichting op de eigen boerderij, de verkrachting van een nicht, een jaloerse blik op een stuk land van de buurman. De nationale politieke leiders hebben nauwelijks invloed op de geweldgolven. Hun oproepen tot rust en matiging blijven ongehoord. De 'massale volksopstand' waarop oppositieleider Raila Odinga en zijn mensen hadden aangestuurd naar het voorbeeld van de ontluikende democratieën in Oost-Europa, is een eigen leven gaan leiden.

Lokale leiders sturen aan op het uitvechten van conflicten die de afgelopen decennia onopgelost zijn gebleven. Geschillen over land, graasrechten en de toegang tot water, cruciale kwesties voor het overleven van de rurale bevolking, vooral in de Rift Valley, hebben 45 jaar in de stoofpot gezeten. Noch de eerste president Jomo Kenyatta (een Kikuyu), noch zijn opvolger Daniel Arap Moi (een Kalenjin), noch Mwai Kibaki heeft de moeite genomen de problemen van de savanne ter harte te nemen.

Het noorden en grote delen van het westen van Kenia zijn al decennia lang berucht om hun banditisme, aanhoudende veeoorlogen tussen rivaliserende nomadische groepen en structurele onderontwikkeling. Pokot en Marakwet vechten onderling om vee, net als Samburu en Turkana. Als die strijd de spuigaten uit dreigt te lopen, stuurt het Keniaanse leger een paar straaljagers om de vooral met speren en pijl en boog bewapende krijgers te bombarderen opdat het weer even rustig zou zijn.

Maar etnische slachtingen in de tweede helft van vorig jaar rond Mount Elgon, op de grens met Oeganda, gingen ongehinderd door, met uiteindelijk meer dan vijfhonderd doden tot gevolg; een conflict waarover nauwelijks is bericht in de internationale media. Ook daar en ook toen was de aanleiding voor de gevechten de toegang tot land, want zonder dat kunnen de meeste inwoners van het Keniaanse platteland hun gezinnen niet voeden.

De staat Kenia is in 45 jaar tijd niet in staat geweest zijn legitimiteit te bewijzen tegenover de vele etnische groepen, die het gevoel hebben dat ze te ver buiten het centrum van de macht zijn gevallen. Turkana, Luo's, Rendille, Somaliërs, Swahili of Mijikenka, zijn maar een paar van die groepen. Het gevoel van regionale achterstelling leeft alom in Kenia.

Dat gevoel was bij de overgang van eenpartijstaat naar een stelsel van meer partijen in 1992 zo sterk dat uit alle windstreken de roep kwam om 'majimbo', federalisme. Oud-president Moi rekende keihard af met die roep, en dat deed ook Mwai Kibaki toen hij in 2002 tot president was verkozen. Uit vrees voor de versnippering van het land moest de hoofdstad Nairobi alle touwtjes in handen houden. De politieke elite kon zo het sterkst toezicht houden op de ontwikkeling, en zelf de geldstromen sturen naar hun politieke en persoonlijke belangen.

Voor de Luoleider Raila Odinga stond majimbo bij de verkiezingen eind december centraal; het was het magische woord waarmee hij zich verzekerde van de steun van regionale leiders voor zijn kandidatuur. Majimbo was ook wat de bezetters van de brandende wegblokkades in de grote steden en in de Rift Valley begin januari in de praktijk wilden brengen. Zij hieven 'belastingen' op al het doorgaande verkeer en verklaarden zich de facto - al was het maar voor een paar uur of een paar dagen - 'onafhankelijk'. Voor etnische minderheden was er geen plek meer.

Het vraagstuk van majimbo staat al zestien jaar hoog op de agenda van burgerorganisaties, advocaten en mensenrechtenactivisten in hun streven naar een nieuwe grondwet. In het jaar dat oud-VN-secretaris-generaal Kofi Annan zegt nodig te hebben om de onderliggende redenen van de huidige crisis aan te pakken, zal majimbo een cruciale rol spelen. De macht van het centrale gezag is te groot, de functie van president staat nagenoeg boven de wet.

Kibaki werd in 2002 gekozen op de belofte dat hij de grondwet zou herzien en dat hij het politieke systeem van zijn land voldoende veiligheidsmechanismen zou geven om nooit meer terug te hoeven keren naar de autocratie van zijn voorgangers. Maar eenmaal in het pluche vergat Kibaki zijn belofte. Zijn naaste medewerkers en zijn kring van adviseurs, berucht als de 'Mount Kenia Mafia', raakten verslaafd aan de almacht. Critici en activisten werden opgenomen in de regering om hen zo de mond te snoeren en deel uit te maken van het verleidelijke en besmettelijke politieke systeem van patronage en nepotisme. Goede voornemens verdampten, principes verdwenen, idealen werden weggemoffeld. Als straf voor dat verraad verloren een ongekend aantal parlementsleden van de oude slag, ministers en zelfs de vicepresident de verkiezingen in hun eigen kiesdistricten.

Kenianen uit de vergeten achterhoeken van het land kozen op 27 december opnieuw voor de verandering die zij vijf jaar geleden al wilden. Vooral Kikuyu vrezen de roep om majimbo, of het vertrek van Kibaki. Beschermd door hun 'vader des vaderlands' Jomo Kenyatta waren het Kikuyu keuterboertjes en grootgrondbezitters, die vanaf 1963 de landerijen overnamen van Europese settlers die vertrokken. Zij hebben hun tokootjes in ver weg gelegen dorpjes alsmede hun zakelijke imperia gebouwd op de voordelen die zij als Kikuyu genoten. Ze hebben hun hotels gebouwd op de stukken grond van vissertjes en boeren aan de kust. Die voorrechten hebben kwaad bloed gezet en niets is ooit gedaan om het wederzijds wantrouwen weg te nemen. Niets is ooit ondernomen om het zwart-witbeeld dat de etnische groepen van elkaar hebben te nuanceren.

Niet elke Kikuyu is schatrijk, niet elke Luo of Kalenjin is onderdrukt en straatarm. "Alles wat ik heb bereikt, heb ik bereikt door er keihard voor te werken", zegt de jonge Kikuyu-intellectueel Tonee Ndungu. Hij werkt voor een Keniaans-Europese organisatie in de hoofdstad Nairobi. "Mijn huidige baan heb ik gekregen op voordracht van een Luo. Wat moet ik met de haat die nu de ronde doet? Ik kan er niets mee. Het maakt ons als land en ons als individuele mensen en als Kenianen kapot."

In zijn eigen necrologie schrijft de eerder aangehaalde Simuyu Barasa de voor hem onherstelbare schade toe aan zijn identiteit, het afsterven van wat hij als zichzelf beschouwt. Hij heeft een Luhyavader en een Taitamoeder, terwijl hij opgroeide te midden van de Kikuyu en verloofd is met een Kikuyuvrouw. Nu woont hij in 'kosmopolitisch' Nairobi, waar de extremistische Mungikisekte van de Kikuyu jaagt op de Bagdad Boys of de 'talibanbende' van de Luo's of anders slaags is met de Chingororoknokploeg van de Kisii. Hij vreest op de barbecue te eindigen van de buren van zijn vader, omdat hij geen woord Luyha spreekt.

"Ik ken mijn stam niet. Ik heb mezelf altijd en alleen als Keniaan gekend en anderen als mede-Kenianen. In tijden als deze is ergens bij horen of nergens bij horen het verschil tussen niet-dood of ernstig dood. Welke kansen heeft een mens als ik?"

Het slotwoord van zijn necrologie snijdt diep in de ziel. "Zodra u moes ziet van menselijk vlees op het asfalt, met jongeren die eromheen dansen terwijl zij hun met bloed besmeurde machetes zwaaien, kijk dan goed. Dat oor kan van mij zijn. Die grijnzende bovenlip kan van mij zijn. Ik hield van u, landgenoot. Ik hield van u, zonder te denken aan uw herkomst. Ik hield van Kenia. Maar kijk wat dit land mij heeft aangedaan: het heeft verdorven mijn besef van menselijkheid en van trots."

Een Keniaan op een website:Als u moes ziet van menselijk vlees op het asfalt, kijk dan goed. Dat oor kan van mij zijn. Die grijnzende bovenlip kan van mij zijn. Ik hield van u, landgenoot

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234