Maandag 24/01/2022

Politiek

De linkse aderlating in Latijns-Amerika: electorale crisis en een ruk naar rechts

Braziliaanse protestvoerders die actie voeren voor de afzetting van Dilma Rousseff. Beeld belga
Braziliaanse protestvoerders die actie voeren voor de afzetting van Dilma Rousseff.Beeld belga

In Latijns-Amerika krijgen de linkse regeringen opdoffer na opdoffer te incasseren. Venezuela is de implosie nabij, Brazilië lijkt op drift en Argentinië stemde voor het eerst sinds lang weer rechts. "De nieuwe leiders zullen beter moeten doen."

LODE DELPUTTE

In Venezuela heeft president Nicolás Maduro de werkweek voor ambtenaren tot twee dagen gereduceerd, ligt de elektriciteitsbevoorrading op apegapen en raast de inflatie tegen 500 procent. In Brazilië loopt niet alleen een afzettingsprocedure tegen Dilma Rousseff, het land kampt met een golf van corruptieschandalen en de economie, zo zegt het Internationaal Muntfonds, krimpt dit jaar alweer met 3,8 procent.

Argentinië, dat met handen en voeten aan Brazilië gebonden is, kan weinig anders dan lijdzaam ondergaan. Mexico kijkt weliswaar tegen een mooie groei aan, maar daar verraadt de onopgehelderde verdwijning van 43 studenten hoezeer overheid, maffia en dood met elkaar verstrengeld blijven.

Neen, het gaat niet goed met Latijns-Amerika. De recessie in Brazilië, het trekpaard van de regio, snijdt dieper dan verwacht en sleurt het hele subcontinent in zijn val mee. In plaats van de malaise op te lossen, heeft de politieke klasse zich in populistisch theater vastgereden: vicepresident Michel Temer staat te trappelen om Rousseff op te volgen, maar wordt zelf van corruptie beticht, met zwaardere bewijslast op de koop toe. Terwijl Latijns-Amerika voor het eerst sinds 1968 de Olympische Spelen heeft binnengehaald, in Rio de Janeiro, kampt het met zijn diepste inzinking in decennia.

Hoe anders zag het plaatje er in 2009 nog uit! Niet één kenner is hem vergeten, de cover van het blad The Economist waarop de Christus van Corcovado, óók in Rio, als een raket uit zijn voetstuk schoot. "Brazilië stijgt eindelijk op", luidde de kop. Volgde een katern dat de lezer haast omverblies. Veertien pagina's lang stak de Londense redactie de loftrompet, enkele waarschuwingen daargelaten, over de linkse president Lula da Silva.

Het laboratorium van Latijns-Amerika, zo noemden ze Brazilië. Een revanche op de geschiedenis die gefêteerd werd op het ritme van de samba. En ja, in het boek dat we zelf aan het land wijdden, Braziliaanse Bloei, waren we niet minder onder de indruk.

null Beeld © belga
Beeld © belga

Raket die ontploft

Het lijkt gisteren wel: in Salvador da Bahia raakten torenflats verkocht nog voor de eerste spade de grond in ging; Embraer werkte zichzelf op tot de op twee na grootste vliegtuigbouwer ter wereld; in geen tijd werd Petrobras, het staatsoliebedrijf dat vandaag synoniem is met corruptie, een van de rijkste olieboeren van de planeet. In 2010 kreeg alleen de megapool São Paulo er al een half miljoen flexfuel auto's -met alternatieve brandstof - bij, genoeg om veertig keer de Avenida Paulista mee vol te parkeren.

En, het opvallendste nieuws destijds: tussen 2002 en 2010, de Lula da Silva-jaren, steeg het inkomen van de 20 miljoen armste Brazilianen met 8 procent per jaar; 30 miljoen burgers tilden zichzelf over de armoedegrens heen.

De verdwijning van 43 studenten in de stad Iguala heeft een elektroshock door de Mexicaanse samenleving gejaagd. Beeld reuters
De verdwijning van 43 studenten in de stad Iguala heeft een elektroshock door de Mexicaanse samenleving gejaagd.Beeld reuters

Hoe kon het in vredesnaam zo verkeren? Een van de meest visionaire economisten die we spraken, de inmiddels overleden André Urani van het Economisch Instituut voor Arbeid en Samenleving (IETS, Rio), klonk toen al sceptisch.

We dronken koffie in zijn penthouse, vijftien hoog, met aan onze voeten het strand van Flamengo, badend in de ochtendzon. Het decor paste maar half bij zijn boodschap. "Er zal een generatie nodig zijn voor we weten of we de goede keuzes gemaakt hebben," zuchtte hij. "Vergeet niet dat Brazilië tussen 1940 en 1970 al een economische boom meemaakte. Die was zonder voorgaande in de wereldgeschiedenis, een beetje zoals China nu: autoritair, met politieke distorsies en gigantische milieuschade. Na de explosie van dat ontwikkelingsmodel duurde het decennia voor de smeerboel opgeruimd raakte. Vandaag kan Brazilië kiezen: gooien we het over een andere boeg of vervallen we in de oude waanzin?"

Het ziet ernaar uit dat het land, alle proporties welbeschouwd, voor dat laatste heeft gekozen: een raket die in volle vaart ontploft, from boom to dust.

De crisis heeft vele moeders, maar voor Brazilië, Venezuela en de rest van Latijns-Amerika blijft de eerste boosdoener de economische structuur. "Het is niet omdat er nog miljarden vaten olie in de bodem zitten, dat je die per se moet ontginnen", vond Urani. "Het stenen tijdperk is ook niet voorbijgegaan bij gebrek aan stenen, toch?" "Onze afhankelijkheid van grondstoffen is al te groot", waarschuwden ook 's mans collega's. "Als de vraag in China stopt, dan zullen we het geweten hebben."

Dat is maar net wat er gebeurd is, bevestigt het gezaghebbende Latijns-Amerikaanse studiecentrum Cepal. Tussen januari 2011 en oktober 2015 vielen de internationale prijzen voor ertsen, olie, gas en steenkool met 50 procent terug. De voedsel- en consumptieprijzen volgden die trend veel minder, waardoor het leven duurder werd en de koopkracht zwakker. De regio moest bovendien afrekenen met kapitaalvlucht, het economische klimaat elders in de wereld hielp ook al niet.

"Structurele verandering is nodig", zegt Cepal-onderdirecteur Daniel Titelman aan de BBC. "Op lange termijn moet Latijns-Amerika eindelijk eens producten met toegevoegde waarde gaan vervaardigen. Op korte termijn moeten ook het investeringsklimaat en het fiscaal beleid veel beter."

Opgeblazen retoriek

Latijns-Amerika is het slachtoffer geworden van zijn eigen euforie, van makkelijk geld en snel succes. Linkse stuurlui van Venezuela over Brazilië tot Argentinië hebben met andere woorden niet vooruitgedacht. Daar was hun wraak op de oude vormen en gedachten net te zoet voor.

Die oude vormen en gedachten, dat waren de jaren 80 en 90, toen de 'Consensus van Washington' hoogtij vierde. Die neoliberale denktrant had privatisering, deregulering en liberalisering bepleit, maar bleek vooral maatschappelijke ontwrichting tot gevolg te hebben gehad, met drugstrafiek, grootstedelijk geweld, ecologische rampspoed en massamigratie. Hoog tijd, zo vond een nieuwe generatie leiders, om de staat weer te versterken.

Neem de Bolivariaanse revolutie van wijlen Hugo Chávez. Zijn naar Latijns-Amerikaanse normen nog altijd rijke land, Venezuela, zwolg in de olie. Dat leverde zoveel geld op dat Chávez hulpprogramma's in het leven riep waar de armste Venezolanen inderdaad fors baat bij hadden.

Maar cliëntelistische willekeur, corruptie, opgeblazen retoriek, een paranoïde militarisering van de samenleving, de personencultus, de doelmatige verzwakking van de oppositie en het economische dilettantisme hebben Venezuela met een kater opgezadeld - met lege rekken, schaarste, geweld en nieuwe armoede.

Het is de aard van het Bolivariaanse beestje dat de schuld bij voorkeur op de "imperialistische" VS wordt afgewenteld, al zijn zelfs onverdachte vrienden daar zo zeker nog niet van. "Geen enkele progressieve regering in Latijns-Amerika is erin geslaagd haar productiestructuur om te bouwen", schreef eerder dit jaar Le Monde Diplomatique. "Ook op fiscaal vlak hebben ze geen succes geboekt. Als de rente instort en de economie stagneert, dan smelt het beschikbare geld als sneeuw voor de zon."

Niemand in Latijns-Amerika heeft politieke moed getoond op een moment dat de middelen nog beschikbaar waren. Lula heeft het gewicht van erts en olie niet teruggedrongen, net zomin als hij de armsten echt zelfredzaam heeft gemaakt. Ook toen al luidde er kritiek. "Arme moeders die hun kroost naar school en naar de dokter sturen, krijgen cash (het Bolsa Família-systeem bestaat nog altijd, LD)", vertelde mij een collega-journalist. "Dat verbetert hun lot, maar aan Braziliës klassieke handicaps, de enorme ongelijkheid in de samenleving in de eerste plaats, doet het nog altijd niets."

Le Monde Diplomatique, dat lijfblad van gedesillusioneerde Europeanen die hun linkse utopieën dan maar op Latijns-Amerika projecteerden, heeft er nauwelijks van terug. "Vanwaar de panne?", heet het in hetzelfde nummer. "De electorale nederlaag in Venezuela? De ruk naar rechts in Argentinië? De politieke crisis in Brazilië?"

null Beeld © afp
Beeld © afp

Totale chaos

Om maar te zeggen dat de ooit zo succesvolle linkse cyclus ver over zijn regionale hoogtepunt heen is. Eind vorig jaar kreeg Nicolás Maduro een opdoffer, in Argentinië kwam de marktgezinde Mauricio Macri aan de macht en voor de Braziliaanse Arbeiderspartij (PT) dreigt een strenge oppositiekuur. Links steekt de schuld op de wereldeconomie en op rechts; rechts steekt de schuld op links; de politieke chaos is totaal.

Brazilië alweer. Daar kwam Dilma Rousseff meteen na haar nipte herverkiezing, eind 2014, al in de problemen. Ze werd ervan verdacht de begroting met het oog op haar zege te hebben bijgekleurd. Toen barstte de bom bij Petrobras, dat Rousseff zelf nog mee gerund had, en bleken politici over het hele spectrum smeergeld aan de handen te hebben. De pogingen om 's lands rekeningen weer effen te krijgen en de economie aan de praat te houden strandden in de politieke impasse, de export kelderde.

Het is de wet van Meden en Perzen: nu zijn grootste handelspartner in de rats zit, heeft de crisis ook Argentinië aangestoken. President Macri maakt zich sterk niet te tornen aan de sociale programma's van zijn voorgangster Cristina Fernández de Kirchner, maar hoe hij dat met zijn liberale agenda kan verzoenen, is een raadsel. In Venezuela, waar president en parlement met getrokken messen tegenover elkaar staan, is de urgentie nog het grootst.

"In Latijns-Amerika hebben rechts en centrumrechts dit jaar flink terrein gewonnen", stelt Peter Hakim van de Inter-American Dialogue, een denktank in Washington. "Maar met beleidsopties of programma's heeft dat niets te maken, met ideologie nog minder. Veeleer betalen linkse regeringen de prijs voor de knoeiboel die ze achtergelaten hebben. Dat is op zich goed nieuws, zoals het ook goed nieuws is dat de nieuwe leiders beter zullen moeten doen. Anders zullen de kiezers, die steeds pragmatischer worden, ook hen eruit gooien."

null Beeld ap
Beeld ap

Het economische muziekje klinkt er dan wel opgewekter dan in Venezuela, Brazilië of Argentinië, maar ook in Mexico, dat andere regionale zwaargewicht, is werk aan de winkel. De spoorloze verdwijning van 43 extreem-linkse studenten in de stad Iguala - het is nog altijd niet bewezen dat ze zijn vermoord - heeft een elektroshock door de samenleving gejaagd, maar de politieke zeden niet veranderd.

Daar moet even wat uitleg bij. In Mexico werd de democratisering van de voorbije twee decennia belichaamd door de conservatieve Nationale Actiepartij (PAN). Die verklaarde de drugskartels de oorlog, maar kreeg in plaats van vrede nog meer gruwel.

Zoveel geweld konden de Mexicanen niet meer hebben, en dus bonjourden ze de PAN eruit. Prompt stemden ze de formatie weer aan de macht die, in de woorden van de Peruaanse auteur Mario Vargas Llosa, 70 jaar lang de "perfecte dictatuur" belichaamd had. De Revolutionaire Institutionele Partij (PRI), dat ongrijpbare gedrocht met die ongrijpbare naam, gaat er prat op elke vorm van politieke oppositie altijd weer te hebben opgeslokt, gerecupereerd of onderdrukt. Corruptie en gekonkelfoes zijn legio.

Anders dan de PAN gaat de PRI de strijd met de kartels minder frontaal aan. Veeleer bevechten die laatste elkaar onderling, met burgers en migranten volop in de vuurlijn. Ergens in die permanente oorlog van allen tegen allen - in Iguala tussen gematigd links en extreemlinks, tussen kartels ook die met deze of gene tak van de lokale politiek gemêleerd zijn - moeten de jongeren verdwenen zijn. Niemand weet wat er met ze is gebeurd, zelfs in rook opgegaan lijken ze niet: van een vermeende massacrematie zouden sporen moeten zijn, quod non. Wat erger is: een goed deel van Mexico's midden- en hogere klasse kan het drama ook maar bitter weinig schelen. Opgeruimd staat netjes.

Koortsachtigheid

Er hangt mist in de Andes, boven de tropen zijn donkere wolken samengepakt, ook in republiekjes als Honduras en El Salvador blijft het bloed onstelpbaar vloeien. Intussen zorgt het zikavirus voor onrust, de gevolgen van de aardbeving in Ecuador niet minder.

null Beeld ap
Beeld ap

En toch, zo'n tranendal is Latijns-Amerika anno 2016 ook weer niet. In minstens twee landen, niet de minste, valt zelfs goed nieuws te sprokkelen. Zo hebben de VS hun diplomatieke betrekkingen met Cuba hersteld en een bijna 60 jaar oude impasse eindelijk doorbroken. De verwachting "dat alles straks anders wordt" op Cuba leidt tot een koortsachtigheid die ook economische beloften in zich draagt: het toerisme boomt als nooit tevoren, investeerders schuimen het eiland af op zoek naar kansen en stukje bij beetje zal ook Jan Modaal daarvan profiteren. Niet heel Cuba is de vrijage met Washington genegen, en daar zijn best wel redenen voor, maar het vermolmde status quo was ook geen optie. Traag maar gestaag timmert Raúl Castro aan de toekomst.

Oók op Cuba vinden, nog altijd, en in uitgesteld relais, de gesprekken plaats die vrede moeten stichten in Colombia. Ook daar wegen de laatste loodjes onvermijdelijk het zwaarst. Maar als de marxistisch-leninistische FARC-guerrilla en de regering van Juan Manuel Santos blijven praten, zullen ze de oudste en hardnekkigste oorlog op het continent, een conflict met honderdduizenden doden en 6 miljoen ontheemden, bezegelen.

Latijns-Amerika is groot, Latijns-Amerika is minder verenigd dan Europa denkt, Latijns-Amerika valt niet voor een gat te vangen. Neen, het gaat toch niet erg goed. De Venezolanen zijn de schaarste beu - aan voedsel, medicijnen, banen en niet in de laatste plaats veiligheid. De Argentijnen eisen hun internationale kredietwaardigheid terug en hebben het, voorlopig althans, gehad met hun gesloten economie. Miljoenen Brazilianen willen Dilma Rousseff eruit, maar zijn vooral boos op het systeem: zwakke instellingen, politiek gekrakeel, corruptie van nok tot kelder, post-fascistische stokebranden die ook daar van het machtsvacuüm hopen te profiteren.

De ontnuchtering valt zwaar, ze doet pijn, en vooral: niemand ziet op dit moment helder aan de horizon. Met of zonder Rousseff, de Spelen zitten eraan te komen, het antwoord op de crisis zal voor later zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234