Donderdag 08/12/2022

De liefde natuurlijk

Virtuoos en emotioneel: Atte Jongstra. 'Disgenoten'

Bart Vervaeck

Een orateur met huwelijksproblemen vertrekt naar het noorden. Een schimmig genootschap ontbiedt hem op een symposion van redenaars. Het doel van deze bijeenkomst in de Scandinavische wouden blijft onduidelijk, zelfs al neem je er het Symposium van Plato bij, maar in ieder geval gaat het om een confrontatie met de natuur. De natuur van man en vrouw, van het woud en van de taal. Die drie domeinen - de mens, de natuur, de taal - zijn onafscheidelijk, want de natuur is als een boek en de mens is als een personage. Marie, de collega op wie de hoofdfiguur verliefd wordt, leeft "in een heel oud boek", het boek van de natuur: "De omgeving waarin wij verkeren, het landschap waarin wij op aarde wandelen, is voor de moderne mens een boek dat werd gesloten. Ten onrechte, waarde deelnemers. Dat boek moet weer open." Als de bijeenkomst al een doel heeft, dan is het wel de "herwaardering van de natuur". De redenaars moeten die herwaardering via "de gave van de taal" uitdragen, zodat de mens weer leert lezen en rondstruinen in het boek der natuur. Maar de natuur blijkt geen eenvoudig en rechtlijnig verhaal te vertellen, ze is niet harmonieus. Integendeel, "evenwicht is een precaire zaak, erg onnatuurlijk bovendien". In de natuur lijken de dingen "zomaar uit de lucht (te) vallen", net zoals de steen die met een plof aan het begin en het eind van de roman neerkomt. Duidelijke grenzen zijn niet natuurlijk, alles loopt zo'n beetje door elkaar, wat gesymboliseerd wordt in de "tweenaaldigheid" van de den die het decor van het verhaal domineert. Man en vrouw vertonen dezelfde tweenaaldigheid, ze horen aan dezelfde boom en in dezelfde grond, maar ze zijn toch anders. Hun verhouding is dan ook onevenwichtig, de grenzen zijn niet duidelijk, hun samengaan is "rommelig".

Als het boek van de natuur opnieuw opengaat, dan kan dat geen eenvoudig, evenwichtig en rechtlijnig romannetje opleveren. Dat is Disgenoten dan ook allerminst. De natuur spreekt vooral in beelden (zoals de steen en de den) die de talrijke verhalen met elkaar verbinden en die zo zorgen voor de samenhang van alles met alles. Als de mens deel wil hebben aan die samenhang, dan moet hij de natuur laten spreken in plaats van zijn eigen oratorische techniekjes op te dringen. Een zekere amor fati is onontbeerlijk: je moet je neerleggen bij je lot, bij wat de natuur voorschrijft. Het motto van de roman zegt het al: "Verlang niet dat alles wat staat te gebeuren een vervulling van je wensen zal zijn, maar wens slechts dat alles gebeurt zoals het nu eenmaal gebeuren moet." Wat de verteller leert door de tafelredes, is dat de spreker een spreekbuis moet worden voor de natuur.

Die onderwerping van het spreken aan de natuur verloopt via het lichaam. Slechts door de taal van het lichaam kan de redenaar de natuur laten spreken. Woorden op zich zijn onvoldoende, wat de verteller te verstaan geeft door na de verwerping van "Woorden!" tussen haakjes de lichamelijke alternatieven te vermelden: "'Woorden!' (veeg) 'Woorden' (stoot) 'Woorden!' (stomp)". De taal van het lichaam is al even rommelig als die van de natuur: ze spreekt in een en hetzelfde gebaar van liefde en agressie, van verlangen en onmacht (op seksueel gebied brengt de verteller er bij zijn Marie niet veel van terecht).

Zo blijkt de taal van de natuur en van het lichaam uiteindelijk de taal van de liefde, die zich uit "in woorden die zichzelf tegenspraken, als zwartwitijswarmte of lichtijzermaangewicht". Alles wat de ikfiguur vertelt, wordt gekleurd door de paradox. "Het is alsof je in twee werelden leeft," zegt zijn vrouw, en dat is ook zo. Hij leeft tussen werkelijkheid en realiteit, tussen droom en waken, licht en duister. Het schemerige woud symboliseert deze tussenwereld. Er zijn fragmenten waarvan je niet kunt uitmaken of ze echt gebeuren dan wel gefantaseerd zijn. Als op het einde de vrouw van de verteller in het woud opduikt, vraagt hij zich af: "Was ze aanwezig, mijn echtgenote? Lijfelijk, echt?"

Lijfelijk is dit boek zeker. Het bevat gedetailleerde beschrijvingen van lijfelijke functies als eten en vrijen, en het wemelt van de zintuiglijke natuurbeschrijvingen. Misschien zit hierin wel de diepste liefde van de verteller: de liefde voor het detail en voor het juiste beeld dat dat detail moet vangen. Telkens opnieuw zoekt hij met veel geduld en precisie naar de juiste beelden. Bijvoorbeeld om de ogen van Marie te beschrijven: "Haar blauwe linkeroog iets lager dan het andere, dat eerder groen was, maar beide kleuren in oppervlakkig pastel, fondantdof, twee ijslaagjes warm toegevroren, dunne stolling op peilloos diepe trechters." Om het detail in de natuur en het lichaam te betrappen gebruikt de verteller neologismen (zoals het "onderdekenduister") en klanknabootsingen (zoals "een metaalachtig tirrie, jeg-jeg-jeg tegen dadawiet").

Alhoewel deze stijl erg doordacht is en getuigt van groot vakmanschap, laat hij nog veel ruimte voor de chaos en de rommel die eigen zijn aan de liefde en de natuur. De ontregelende stem van Jongstra's alter ego Arno Breekveld (een pseudoniem dat de schrijver hanteert voor zijn poëziebundels en dat blijkens het oktobernummer van De Gids ondertussen is omgetoverd tot Arno II von Brechelhain) klinkt meer dan eens door in het fijngeslepen proza, zo bijvoorbeeld in de beschrijving van pijn en bloed, "eigen aan het vuur, rood, aan hart, papaver en rijpe kers, schoon rood haast dood van rode loop, hanenkammentint, ganzenvoetenkleur, de rode jachtvos door staande bloedkoren hijgend".

Deze paradoxale manier van vertellen, waarin het doordachte en het chaotische hand in hand gaan, sluit niet alleen perfect aan bij de inhoud, maar zorgt er ook voor dat er in elke zin en paragraaf wat te beleven valt. Door de thematisering van de liefde heeft dit boek een grotere emotionele betrokkenheid dan de eerdere romans van Jongstra, maar de rijke en beeldende taal is nog steeds die van vroeger. Wemelde het in Groente en Het huis M. van spannende verhalen die je in sneltreinvaart meesleepten, dan vraagt Disgenoten om een bezadigder lectuur. Het leesplezier zit nu minder in de waterval van associaties en verhalen, meer in de stilistische fijnzinnigheid en de emotionele betrokkenheid. Deze roman is geen echte breuk ten opzichte van het eerdere werk, maar van een nieuwe wending kun je toch spreken. Het is even wennen aan de soms Brouwersiaanse emotionaliteit, maar de virtuositeit van Jongstra overtuigt mij er weer van dat hij een van de beste en interessantste schrijvers van dit moment is.

Atte Jongstra, Disgenoten, Querido, Amsterdam, 215 p., 699 frank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234