Donderdag 20/02/2020

De Leonardo van het plaatstaal

Junk-materiaal, scheefstaande wanden, organische vormen: de Amerikaanse architect Frank Gehry maakt ontwerpen die passen bij de chaos van de wereld. In het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam werd zijn studio nagebouwd, met daarin maquettes van spraakmakende werken als Ginger en Fred in Praag en het Guggenheim-museum in Bilbao. Het zijn gebouwen die beweging suggereren en emoties oproepen. 'De architecten keerden zich van me af, kunstenaars omarmden me.'

In het bureau van Frank O. Gehry zijn 90 van de 120 medewerkers modelbouwers. Dat is te merken in zijn studio, die in het Nederlandse Architectuur Instituut is nagebouwd. Aan de muren van The Architect's Studio hangen studies voor het plafond van de zaal van de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles, met piramidale vormen en lijnstructuren in hout, karton en gips. Op sokkels staan talloze modellen en maquettes voor een aantal sleutelwerken van Gehry. Ze zijn gemaakt met blik, ijzerdraad, glanzend papier, miniatuurboompjes, een foto van Jimi Hendrix op transparante folie en een rode fluweelachtige stof die rond een houtblok is gedrapeerd. De modellen en maquettes worden vervolgens in computermodellen vertaald. Dat is kenmerkend voor de werkwijze van Gehry, die begint bij impressionistische schetsen, getekend uit de losse pols. Van Ginger en Fred, het Nationale Nederlanden-gebouw in Praag (1995), zijn achttien kleine modellen te zien, zes grotere en de uiteindelijke maquette, terwijl aan de muur studies hangen voor een bolvormige draadsculptuur op het dak. Het gebouw, dat verwijst naar Ginger Rogers en Fred Astaire, bestaat uit twee tegen elkaar leunende kolommen, waarvan de ene geknikt is en een glazen omhulsel heeft, de vrouwelijke helft. Een ander gebouw, dat momenteel in Berlijn op de Pariser Platz wordt gerealiseerd, ziet er aan de buitenkant vrij traditioneel uit, maar herbergt een gigantisch atrium met een gewelfd glazen dak en een glazen vloer, met daarbinnen een bouwsel in de vorm van een paardenkop dat een vergaderruimte zal bevatten. Op een grote tafel, centraal in de nagebouwde studio, liggen grote bouwtekeningen en er staan door Gehry ontworpen stoelen. Monitors tonen beelden van zijn gebouwen en een driedimensionaal, complex metaalskelet van het Guggenheim in Bilbao. Er is ook een interview met de meester zelf te zien, waarin hij uitlegt: "De wereld is rommelig en chaotisch. Ik probeer gebouwen te maken die erbij passen" en: "Mensen willen iets anders, maar het moet niet al te afwijkend zijn, dan schrikken ze terug. De architecten keerden zich van me af, kunstenaars omarmden me."

Frank Gehry, die bijnamen kreeg als de Nobele Wilde van Santa Monica en de Leonardo van het gegalvaniseerde plaatstaal, werd in 1929 in Toronto geboren. Het verhaal gaat dat zijn grootmoeder hem tot bouwen aanmoedigde door samen met hem vreemd uitziende objecten te maken uit houtrestanten. Uit die tijd dateert ook zijn privé-icoon, de vis, die terugkeert in veel van zijn ontwerpen, van gebouwen tot formica lampen. Zijn oma kocht iedere week op de markt een karper, die in de badkuip rondzwom. Hij mocht met de vis spelen totdat hij op sabbat als gefillte Fisch op tafel verscheen. Het werd voor hem het symbool van de perfecte vorm en een hilarische vorm van protest tegen de gewilde historische citaten die het postmodernisme toepast. In een interview met het tijdschrift GA-Architect zei hij hierover: "Ik werd erg kwaad toen andere architecten gebouwen gingen maken die leken op Griekse tempels. Ik zag het als een ontkenning van het heden. We kunnen dat onze kinderen niet aandoen. Het is alsof je hen zegt dat je alleen maar kunt terugblikken, alsof er geen enkele reden is om optimistisch te zijn over de toekomst. Dus werd ik kwaad. Toen begon ik de vis te tekenen, want die is hier al duizenden en duizenden jaren. Het is een natuurlijk wezen met een zeer vloeiende vorm."

In 1947 verhuisde hij met zijn ouders, die hun naam van Goldberg in Gehry veranderden, naar Los Angeles. Hij studeerde kunstwetenschap, architectuur en vervolgens stedenbouw aan Harvard University. In zijn begintijd als architect ontwierp hij vooral modernistische villa's voor rijke mensen. Langzamerhand ging hij over in een stijl met een samenspel en stapelingen van kleinere, hoekige eenheden. Hiermee doorbrak hij de massaliteit van anonieme, gladde gebouwen. Pas in 1960 krijgt hij zijn eerste grote opdracht en in 1962 richt hij zijn bureau op, Frank O. Gehry & Associates. Hij is bevriend met kunstenaars uit de pop art-generatie zoals Jasper Johns en Robert Rauschenberg, werkt samen met Richard Serra en Jeff Koons, en ontwerpt een huis voor Julian Schnabel.

Een belangrijk moment in zijn loopbaan is de verbouwing van zijn eigen huis in 1978, dat door velen als het beginpunt van het deconstructivisme wordt beschouwd. Behalve van het toepassen van junk-materiaal en scheefstaande wanden is er sprake van een minder rigide overgang tussen binnen- en buitenshuis en hij vervolledigt het ontwerp met minder functionele, maar wel decoratieve elementen. Hierna volgt een stroom van opdrachten voor grotere gebouwencomplexen. Behalve vele andere prijzen krijgt hij in 1989 de 'Nobelprijs voor de architectuur', de Pritzkerprijs. Pas veel later komen de organische vormen in zijn architectuur.

Architectuurcriticus Hugh Pearman van de Sunday Times noemt het Guggenheim in Bilbao, dat twee jaar geleden gereedkwam, een van de sleutelgebouwen van deze eeuw. Op het plein voor het museum met een tien meter hoge bloemenhond van kitschkoning Koons en een terras met oversized witte parasols is het druk. Al twee miljoen bezoekers trok het museum, dat als een schip op zijn eigen privé-eiland ligt, afgebakend door een rivier, verkeerswegen en een brug, grenzend aan een stadswijk en een containerterminal. Het vormt voor Bilbao net zo'n gezichtsbepalend gebouw als het witte Operahouse met zijn schelpachtige vormen in Sydney of de Eiffeltoren in Parijs. Bij het Guggenheim-museum is sprake van een prachtige overgang van de organische computervormen aan de buitenkant - refererend aan golven en een schip - naar het centrale atrium en de zalen binnen in het gebouw. In het atrium komen alle materialen van binnen en buiten samen in een deconstructivistische ruimte. De titanium gevelplaten lopen erin door, evenals het witte stucwerk van de museumzalen. Ze komen er samen met geelmarmeren wanden en de liftschachten, grillige gedraaide kolommen van glas en staal. Een gefragmenteerd geheel, vervolledigd met een prachtige lichtsculptuur van Jenny Holzer. Het atrium heeft loopbruggen en balustrades met doorkijkjes in museumzalen. Gehry is erin geslaagd een museum te maken met een spannende buitenkant, waarbinnen de kunstwerken toch goed tot hun recht komen in de verstildheid van de witte zalen; een prachtig Gesamtkunstwerk. Toch zijn er ook zwakke kanten, zoals een ornament als een holle scheepsboeg, die aan de zijde van de brug is geplaatst waar het gebouw zich onderlangs naar uitstrekt. Het decorstuk fungeert amper als verfraaiing, maar lijkt vooral ter meerdere glorie van Gehry zelf te zijn geplaatst.

Overigens heeft Gehry nu ook een ontwerp gemaakt voor een dependance van Guggenheim in New York. Langs de East River is een multifunctioneel gebouw gepland met onder andere tentoonstellingsruimten, een theater en een skating ramp. Het gebouw moet 45 verdiepingen hoog worden en heeft een wolkvormig silhouet.

Over het algemeen wordt de verbouwing van Gehry's eigen huis met golfplaten, hekwerk, stalen balken en valse gevels niet alleen als een architectonisch manifest gezien, maar ook als het begin van het deconstructivisme en van de L.A. School. Frank O. Gehry ziet zichzelf niet als deconstructivist en wil zoals vele architecten niet in een hokje geplaatst worden. Hij is eerder een constructivist; hij ontmantelt geen bestaande vormen, maar combineert en assembleert elementen tot een driedimensionale collage, waarbij ruimten ineengrijpen en in elkaar overlopen. Hij heeft het gebruik van junk-materialen overgenomen van kunstenaars, maar vertaalde het in een architectonische toepassing. De maquette van het Vitra Museum bij Weil am Rhein lijkt van bovenaf op een werk van kunstenaar Frank Stella, maar er zijn ook raakvlakken met Kurt Schwitters en een van zijn gebouwen is geïnspireerd door de langgerekte, uitgesneden figuren van Matisse. De sculpturale vormen en de opbouw van zijn bouwwerken uit meerdere elementen is ook terug te vinden bij architecten als Zaha Hadid en Libeskind. Zo vertoont de Walt Disney Concert Hall qua vorm duidelijk overeenkomsten met het Imperial War Museum van Libeskind.

Gehry zocht naar de suggestie van beweging in een gebouw. Hij wilde af van de koele doosachtige vormen die in de architectuur overheersen en gebouwen maken waarin emotie gelegd is en die emoties oproepen. Een mooi voorbeeld van een overgangsontwerp (niet gerealiseerd), is een wolkenkrabber met gewelfde uitkragingen, als een boom met uitstulpende wortels en afgeknotte takken; half strak, half organisch. Architectuurcriticus Jencks noemde Gehry's werk kleuriger, humoristischer en meer relaxed dan het deconstructivisme.

Met zijn figuratieve elementen grijpt Gehry terug op een Amerikaanse traditie waarin eettenten de vorm krijgen van een ananas, een hamburger, een donut. Het duidelijkste voorbeeld is een gigantische verrekijker die hij samen met Claes Oldenburg ontwierp als entree voor advertentiebedrijf Chat/Day (1991, Venice), dat zich toelegt op het signaleren van nieuwe trends. Bij het Aerospace Museum in L.A. hing hij boven de ingang een echte straaljager en in Kobe plaatste hij een gigantische vis bij een restaurant.

Niet iedereen is gecharmeerd van zijn architectuur. Zo werd de Walt Disney Concert Concert Hall in zijn thuisstad, waar al sinds 1992 veel over te doen is, betiteld als deconstructivistische rommel of een hyperventilerend gelukskoekje. Gehry kreeg echter wel navolging. Kenmerkend voor de groep architecten van de L.A. School wordt beschouwd: een inventief gebruik van basale industriële materialen met ongebruikelijke combinaties en een voorliefde voor fragmentatie.

In het Nederlands Architectuur Instituut is in de grote zaal de installatie Silent Collisions te zien, die de ruimte opdeelt in dynamische kleinere ruimten met voornamelijk schuin geplaatste, driehoekige elementen en wanden. Silent Collisions is ontworpen door Morphosis, een bureau dat deel uitmaakt van de L.A. School. In deze ruimtelijke installatie zijn de prachtige maquettes en een diapresentatie van dit bureau te zien, dat in Europa het hoofdkantoor van de Hypobank in Klagenfurt ontwierp. Jencks betitelde de L.A.-Style als en-formality: een basishouding ten opzichte van een leven met onzekerheden; het vieren van veranderingen en ontvankelijk zijn voor de mogelijkheden van het banale.

The Architect's Studio is tot 14 november te bezoeken in het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam. Di, wo, do en za van 10 tot 17 uur, vrij van 10 tot 20 uur, zo van 11 tot 17 uur. De installatie Silent Collisions blijft tot 16 januari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234