Zaterdag 10/04/2021

De leider ruziet

Kabila gebruikt nu dezelfde argumenten en dezelfde propagandatechnieken waar het Mobutu-regime zich een jaar geleden van bediende tegen... Kabila

met zijn brood-heren

'Kabila's grootste stommiteit,' zegt men over het ontslag van de Rwandees James Kabare als stafchef van het Kongolese leger. 'De president is erin geslaagd alle buurlanden tegen zich in het harnas te jagen.' Over het geïsoleerde Kinshasa hangt intussen al dagenlang een geladen sfeer. 'Voor de allereerste keer ben ik echt bang,' zegt een Belg die al meer dan dertig jaar in de Kongolese hoofdstad woont. Els De Temmerman brengt verslag uit.

Els De Temmerman Kongo versus Rwanda in Kinshasa

Zaterdag 8 augustus. Op de luchthaven in Ndjili krioelt het van de militairen. Honderden soldaten in camouflagepakken liggen verscholen in het gras langs de landingsbaan, het geweer in aanslag. Velen zijn kind-soldaten uit het binnenland. Een jaar geleden sloten ze zich spontaan aan bij de opmars van Kabila, vastbesloten om het land te bevrijden van dictator Mobutu. Hun gezichten verraden enige verwarring nu zij moeten vechten tegen hun vroegere instructeurs en strijdmakkers: de Kongolese en Rwandese Tutsi's die hen opleidden en met wie ze zij aan zij vochten tegen de soldaten van Mobutu.

Van de klassieke drukte en chaos op de luchthaven valt er nog weinig te merken. Om veiligheidsredenen wordt het publiek niet meer toegelaten in het gebouw. In het ontvangstzaaltje heerst een nerveuse stemming. Vertrekkende passagiers fluisteren dat hét te gebeuren staat: Kinshasa zal binnen de 48 uur vallen. De Amerikaanse ambassade had het zelfs neergeschreven in een nota aan haar personeel. De VS charterde een vliegtuig van Cameroun Airlines om hun laatste non essential landgenoten te evacueren. De reputatie van deze luchtvaartmaatschappij indachtig is het niet meteen duidelijk wat nu het grootste risico is.

Een groep Kongolezen zit aan een televisietoestel gekluisterd. "Ik roep alle vrouwen, mannen en kinderen op zich klaar te maken om de wapens op te nemen," verklaart president Kabila. "Zij moeten hun land verdedigen. Geen enkele staat in de wereld kan aanvaarden dat ze aangevallen wordt door een andere staat." De Kongolezen, die anders over alles hun zegje hebben, zwijgen nu. Alsof ze hun positie nog aan het bepalen zijn in deze vreemde oorlog tussen hun leider en de vroegere broodheren van hun leider. Even veren ze recht als een belangrijke militair met een donkere bril en een strohoed de zaal doorloopt, onderweg hier en daar handjes schuddend: Célestin Kifwa, de nieuwe stafchef van het leger. Hij vervangt de Rwandees James Kabare, die op 11 juli door Kabila werd ontslagen en met alle informatie overliep naar de rebellen. "Kabila's grootste stommiteit," zegt een buitenlander. "Of misschien anticipeerde hij op een staatsgreep," mompelt een ander.

Over Kinshasa hangt een geladen sfeer. In het Memling-hotel is men nog aan het bekomen van het incident van gisteren. Enkele militairen waren het hotel binnengevallen. De gasten in de inkomhal werden met geweren gedwongen op de grond te gaan zitten. Daarna drongen ze het business center binnen en gingen er met negen computers, juwelen en parfums vandoor. De avond voordien was ook de Amerikaanse ambassade bestormd. Soldaten schoten het slot van het hekken stuk, fouilleerden mensen die wachtten op hun evacuatie en vertrokken uiteindelijk met enkele databanken en geld. De Afro-Amerikanen onder het ambassadepersoneel, die ervan verdacht werden Tutsi's te zijn, werden ondervraagd.

In de bar van het hotel zit de lokale Internet-agent er verslagen bij. Ze hebben zonet zijn twee technici opgepakt. "Alles wat met communicatie te maken heeft is per definitie verdacht," zegt hij. "Ze denken dat het in handen is van de Rwandezen." Kabila kondigde aan dat hij Telecel, de mobiele telefoonmaatschappij die deels in handen is van Rwandezen, zal nationaliseren. In de ambassade heerst een crisissfeer. Zopas is een nieuw bericht verspreid waarin de Belgen wier aanwezigheid niet noodzakelijk is 'met aandrang' opgeroepen worden om te vertrekken. Het bericht veroorzaakt kennelijk enige paniek. Angstige telefoontjes lopen binnen.

Er zijn naar schatting nog vierduizend Belgen in heel Kongo, minder dan de helft van het aantal voor de plunderingen in '91. De laatsten der Mohikanen hebben al ongeveer alles meegemaakt: opstanden, plunderingen en brutale repressie. Maar een terugkeer naar het vaderland zien ze niet meer zitten.

Zoals die Belg in de bar van de Memling. "Ik woon hier 33 jaar," zegt hij. "Mijn huis werd drie keer geplunderd. Ik ben voor één miljoen dollar investeringen kwijtgespeeld. Maar voor de allereerste keer ben ik echt bang. Ik kom in het hotel slapen, hoewel ik hier vlakbij woon. Met de soldaten van Mobutu kon je je eruit praten. Een grapje, een schouderklopje, wat geld en ze lieten je met rust. Met deze soldaten lukt dat niet meer. Ze verstaan niet eens Frans."

De staatstelevisie gaat tot een stuk in de nacht door. Kabila spreekt krasse taal aan het adres van de Tutsi's die overal 'geïnfiltreerd' zijn. Hij drijft de spot met de leiders van Rwanda en Oeganda, die hem aan de macht brachten, en roept onophoudelijk het volk op zich te verdedigen tegen de 'buitenlandse agressor'.

"Er zullen zelfverdedigingscomités worden opgericht en wapens worden uitgedeeld aan zij die nog geloven dat ze zich moeten verdedigen in plaats van niets te doen." De man die de rebellen nu als hun leider naar voor schuiven, noemt hij een 'marionet' van Rwanda. Handig speelt hij in op de nationalistische gevoelens van trots van de Kongolezen. "Kunnen wij zomaar toelaten dat een kikker een olifant uitdaagt?" En: "Als wij een groot volk zijn dat vernederd wordt, moeten we strijden tegen zij die ons vernederen."

O ironie. Kabila gebruikt nu dezelfde argumenten en dezelfde propagandatechnieken waarvan het Mobutu-regime zich een jaar geleden bediende tegen... Kabila.

Zondag 9 augustus. De kerk St. Joseph in Matonge zit maar halfvol. De staatstelevisie had opgeroepen voor deze en andere missen, die werden voorgesteld als massale steunbetuigingen aan Kabila. Maar de Belgische priester roept alleen op tot "vrede en gerechtigheid". Ook de protestantse kathedraal is maar voor de helft gevuld. En ook daar is van een manifestatie ter ondersteuning van de regering niets te merken. Wel komen enkele honderden moslims opdagen voor het Palais du Peuple. Het blijkt echter te gaan om het optreden van een 'verlicht' twaalfjarig kind uit Tanzania. Aan de ingang wordt iedereen gefouilleerd. De militairen kijken lang naar het Rwandese visum in mijn paspoort. Ze telefoneren en schrijven alle gegevens af. "Het is oorlog," verontschuldigen ze zich later. "We kunnen geen risico's nemen."

De propaganda lijkt nog niet echt te zijn doorgedrongen tot de straat. De bevolking wacht af, bang en onzeker over wat gaat komen.

De rebellen zijn intussen opgerukt tot in Boma; nabij de havenstad Matadi, op 400 kilometer van de hoofdstad. Met een gekaapt vliegtuig slaagden ze erin om van Goma in het oosten - over Kongolees grondgebied - naar Kitona in het westen te vliegen. Daar bevrijdden ze vierduizend oud-Mobutu-soldaten die in erbarmelijke omstandigheden opgesloten zaten in een 'heropvoedingskamp'. Velen waren zwaar ondervoed en ziek.

De piloot van het gekaapte vliegtuig, een Nigeriaan van Air Atlantique Cargo, vertelt later met trillende stem op de televisie hoe hij door de rebellen in Goma gedwongen werd naar Kitona te vliegen. "Ze waren met zo'n 200 en hun commandant heette James."

Hoe zagen ze eruit? drong de journalist aan. Waren ze zoals wij, of leken ze veeleer op Ethiopiërs? Waarop de Nigeriaan gedwee de fijne trekken van de neus en het gezicht van de Tutsi's beschrijft.

Hoe populair is Kabila eigenlijk, vraag ik later op de dag aan een diplomaat. "Hij is eigenlijk nooit razend populair geweest," zegt die peinzend. "Maar hij is nu ook weer niet zo onpopulair dat ze hem ten val willen brengen. De algemene indruk is dat hij een historische kans gemist heeft om het land er weer bovenop te helpen. Hij is er in korte tijd wel in geslaagd ongeveer al zijn buren tegen zich in het harnas te jagen."

Kabila is blijven steken in het maoïstische gedachtegoed van de jaren zestig, meent de diplomaat. "Hij spreekt in termen van: het leger moet opgaan in de bevolking; er moeten burgercomités worden opgericht; het platteland moet de stad innemen. Het zijn de slogans van de Cubaanse revolutie. Hij is niet voor niets onlangs bij Fidel Castro geweest."

De kentering in de relaties met zijn broodheren is er gekomen op 17 mei, meent de diplomaat, toen de presidenten van Rwanda en Oeganda zonder excuus wegbleven op de viering van de eerste verjaardag van het Kabila-regime. De volgende stap was het ontslag van enkele Rwandese topofficieren. De uitwijzing van alle buitenlandse troepen op 27 juli deed de deur helemaal dicht. "Vooral de toon van de mededeling is door de Rwandezen als beledigend ervaren. De bevolking werd bedankt omdat ze hen zo lang heeft geduld."

Als ik 's avonds de beelden bekijk van de 'steunmanifestaties', begin ik te twijfelen of ik wel in diezelfde kerken zat. Er lijkt een massa volk aanwezig. De Belgische priester laat men zeggen: "Wie niet vaderlandslievend is, is geen gelovige."

Het nieuws gaat uitgebreid in op het 'duivelse plan' en het 'grote complot' van de Rwandese en Kongolese Tutsi's om de macht over te nemen. "De Tutsi's dromen er nog van om heersers te zijn op deze grond. Dat zal hen zuur opbreken," zegt Kabila. Er wordt geïllustreerd hoe het hele land zich als één man achter de president schaart: religieuze leiders en traditionele chefs die de buitenlandse invasie veroordelen. Ministers die hun provincies oproepen "deel te nemen aan de strijd om de aanvallers uit het land te verjagen". Betogers die met geweren, messen, houwelen en stokken zwaaien en spandoeken dragen met slogans als 'Adieu Rwandezen' en 'Geef ons wapens'.

"De Rwandezen hebben ons zonder reden geprovoceerd, ze moeten eens en voor altijd afgestraft worden," schreeuwen ze. De minister van Humanitaire Zaken maakt nog melding van "ernstige daden van deportatie en uitroeiing" in de door de rebellen gecontroleerde gebieden in het oosten.

Maandag 10 augustus. De sfeer lijkt helemaal om te slaan. Nu de opmars van de rebellen tot stilstand schijnt te komen, kiest de bevolking resoluut de kant van Kabila. "De Tutsi's? Die moesten ze uitroeien!" roept een Kongolees aan de balie van het hotel. Ook blanken tonen hun verontwaardiging over de 'stoutmoedigheid' van het kleine Rwanda. Steeds meer getuigen berichten hoe Tutsi's of vermeende Tutsi's door de bevolking worden verklikt, opgejaagd en bijna gelyncht. Militairen vallen huizen en kantoren van vermeende 'infiltranten' binnen, nemen mensen mee en plunderen bezittingen. Aan wegversperringen worden mensen tegengehouden en ondervraagd in het Lingala. Wie niet onmiddellijk kan antwoorden, wordt voor een Rwandees gehouden en opgepakt. Niemand weet hoeveel Tutsi's er al zijn gearresteerd of vermoord.

Over de windstilte aan het front circuleren intussen de wildste geruchten. De weerstand is groter dan verwacht, zeggen de enen. De rebellen willen de stad voorlopig niet innemen, menen de anderen. "Daarvoor is het klimaat momenteel te vijandig. Ze moeten eerst een Kongolees leger vinden. En dat hebben ze gevonden onder de oud-soldaten van Mobutu. Onder het motto 'de vijand van mijn vijand is mijn vriend' worden vroegere tegenstanders nu strijdmakkers."

In de wachtzaal van het ministerie van Informatie houdt een traditionele chef een emotioneel betoog tegen de Rwandezen. "Kongo behoort toe aan de Kongolezen," roept hij kwaad uit. Hij is ontstemd omdat Kabila de traditionele leiders niet meer betrekt bij de strijd. "Net zoals Mobutu vergeet Kabila wie de echte vertegenwoordigers zijn van het volk."

Buiten klinkt een geweerschot. Vanuit het venster van de achttiende verdieping zie ik een menigte door elkaar lopen. Twee mensen worden opgejaagd. Een tweede schot valt, en een man zakt onder gejoel van de omstaanders in elkaar. "Une arrestation," is de onverschillige reactie van de toeschouwer naast mij.

Het wordt nu bevestigd: de rebellen verhinderen de toegang van schepen tot de haven van Matadi. In Kinshasa zijn voedselvoorraden voor twee maanden. Ook de olie is in handen van de opstandelingen. De regering verliest haar belangrijkste bron van inkomsten.

"In buurland Kongo-Brazzaville zitten nog eens vijfduizend oud-soldaten van Mobutu," fluistert een hooggeplaatste Kongolees later in het hotel. "Zij vormen onze grootste zorg. Het is niet uitgesloten dat de rebellen met hen een monsterverbond sluiten. Een verbond dat gedoemd is om later weer uiteen te vallen."

In het stadion komen steeds meer rekruten zich aanmelden om zich bij het front te vervoegen. Velen van hen zijn straatkinderen en bandieten. Zij zijn zo opgezweept dat de militairen moeten slaan om hen te kalmeren. "De Kongolese jongeren hebben maar één ambitie: de bezette gebieden bevrijden en oprukken naar Kigali om Rwanda zijn verdiende loon te geven," becommentarieert de journalist op de staatstelevisie.

Dinsdag 11 augustus. De lokale pers verklaart de 'totale oorlog' aan Rwanda. Ook België wordt met de vinger gewezen. Uitspraken van onze minister van Buitenlandse Zaken worden uit hun context gelicht en uitgelegd als Derycke favorable à un Tutsiland. Op de ambassade zit men verveeld met de hele zaak. Temeer omdat vijftien Tutsi's daar sinds enkele dagen hun toevlucht hebben gezocht. Ook in de Burundese ambassade zit een veertigtal vluchtelingen. De ambassadeur - een Burundese Tutsi - kan nauwelijks voor hen zorgen omdat hij zelf voortdurend wordt lastig gevallen door de militairen. In zoverre dat hij zijn huis niet meer uit kan om eten te kopen. Het Rode Kruis weigerde een kist met voedsel te gaan afgeven. Ook Alitalia weigerde een Tutsi-passagier mee te nemen op haar speciaal ingelegde vlucht. De Italiaanse zaakgelastigde achtte het 'veiligheidsrisico' te groot. De vrouw, die in de auto wachtte, werd teruggestuurd.

Op een persconferentie spreekt de minister van Informatie dreigende taal aan het adres van de Tutsi's. "De Organisatie voor Afrikaanse Eenheid moet Rwanda en Oeganda dwingen de onschendbaarheid van de Afrikaanse grenzen te respecteren. Zoniet, dan zal het verenigde Kongolese volk de droom van een Tutsi-rijk veranderen in een nachtmerrie voor de Tutsi's in het Gebied van de Grote Meren." Hij ontkent dat Boma gevallen is, hoewel onafhankelijke bronnen dat bevestigen, en beweert dat de opstandelingen zware klappen krijgen. Tegelijk kondigt de minister van Humanitaire Zaken aan dat een interdepartementale commissie zal worden opgericht om toe te zien op de naleving van de mensenrechten.

De rebellen houden de hoofdstad intussen in een economische wurggreep. De voedselprijzen stijgen met de dag. De prijs van rijst gaat met 33 procent omhoog, fufu met 66 procent en maïs met 71 procent. Er wordt gevreesd voor voedselrellen en plunderingen. Jongeren betogen woedend in het centrum van de stad. Zij gooien met ijzeren stoelen en slaan op voorbijrijdende auto's. Veel winkels hebben hun deuren gesloten. De minister van Economische Zaken waarschuwt op televisie dat winkeliers die sluiten en speculanten die voorraden opstapelen tot drie jaar gevangenisstraf en een boete van 300.000 Kongolese frank riskeren. Benzine wordt gerantsoeneerd. Chauffeurs kunnen slechts kleine hoeveelheden tegelijk kopen en mogen geen jerrycans meenemen.

"Er is nog voedsel voor enkele maanden," stelt een journalist op de staatstelevisie. "Iedereen zal nog elke dag zijn sneetje brood kunnen eten."

De rebellen zouden nu op ongeveer 20 kilometer van Inga zitten. Het controleren van de waterkrachtcentrale daar lijkt hun volgende doelwit. Dan kunnen ze de stroom naar de hoofdstad afsnijden. Dat zou verregaande gevolgen hebben. Waterpompen zouden stilvallen. Koelkasten, verkeerslichten, communicatiemiddelen en luchthavenapparatuur zouden uitvallen.

Enkele Afrikaanse leiders proberen de impasse te doorbreken en bemiddelingspogingen op gang te brengen. De vraag is echter met wie er gepraat moet worden. Kabila beweert dat het land het slachtoffer is van een buitenlandse invasie en dat er niets te onderhandelen valt. Rwanda en Oeganda ontkennen elke betrokkenheid.

Woensdag 12 augustus. De rebellen hebben een tegenoffensief ingezet op het mediafront. Zij beweren op 40 kilometer van Kinshasa te zitten, maar dat wordt door onafhankelijke waarnemers prompt tegengesproken. Hun enige doelstelling is het herstel van de democratie en de strijd tegen de dictator, zeggen ze. Ze beloven - eens ze aan de macht zijn - onmiddellijk verkiezingen uit te schrijven. Zoals ook Kabila beloofd had... Niettemin pakken ze uit met enkele zwaargewichten, die de bevolking in verwarring brengt. Ernest Wamba dia Wamba blijkt een gerenommeerd professor te zijn aan de universiteit van Dar es Salaam en een voormalig raadgever van Nyerere.

De regering riposteert door te wijzen op verdere schendingen van de mensenrechten in het oosten van het land, en te beklemtonen dat het een strijd is van 'wettige zelfverdediging'. Het Rode Kruis zal, "zodra het mogelijk is", toegang krijgen tot de detentieplaatsen.

De geschiedenis herhaalt zich. En toch zijn er opmerkelijke verschillen met Kabila's opmars, mijmert Léonard Mukuku, ondervoorzitter van de PDSC, een van de traditionele oppositiepartijen.

"Mobutu was méér gehaat dan Kabila. De man in de straat gaf Kabila nog altijd krediet. Voor de intellectuelen had hij zijn kansen al verspeeld. Komt daarbij dat Mobutu ziek was en de toenmalige eerste minister Kengo wa Dondo nooit echt populair was. Het verschil is ook dat Kabila meteen op de voorgrond trad. Hij wist de bevolking te overtuigen dat het ging om een Kongolese opstand tegen de dictator, niet om een buitenlandse invasie zoals Mobutu beweerde. Arthur Ngoma, die zich nu tot leider van de rebellie uitroept, geniet minder geloofwaardigheid. Het is daarom zoveel gemakkelijker hem als een 'marionet van Rwanda' af te schilderen.

"Vergeet niet dat de opmars toen maanden duurde. Naarmate de rebellen verder oprukten, sloten steeds meer Kongolezen zich bij hen aan. Op de buitenlandse televisiezenders konden de mensen vaststellen dat de bevolking in de bezette gebieden met rust werd gelaten. De algemene sfeer werd er een van: dat Kabila nu maar snel komt."

Mukuku gelooft dat vooral de media-oorlog het verschil uitmaakt. "Er was in december 1996 ook al een hetze tegen de Tutsi's. Vrouwen en kinderen vluchtten in bootjes de stroom over. Kongolezen die met Rwandezen getrouwd waren, moesten hun families evacueren. Maar de klopjacht was niet te vergelijken met wat nu gebeurt. Nu zijn het Kabila en zijn ministers zelf die het volk ophitsen. Ze zeggen dat ze wapens zullen uitdelen aan de bevolking om zich te verdedigen. Sommigen maken zelfs de vergelijking met Radio Mille Collines in Rwanda."

Alleen de intellectuelen slagen erin afstand te bewaren en de propaganda te doorprikken, zegt Mukuku. "Onder de militairen die Kabila aan de macht brachten, waren er ook Rwandese soldaten, maar daar werd toen niet over gepraat. Nu strijden er ook Kongolese soldaten aan de zijde van de rebellen, en dat wordt bewust genegeerd. Alleen de mensen die nadenken weten het conflict juist in te schatten: een probleem tussen Kabila en zijn bondgenoten. Maar Kabila wil dat het een probleem wordt van een heel land, tegen een ander land. De meerderheid van de bevolking loopt daarin. Zelfs in mijn eigen omgeving hoor ik uitspraken als: 'We zullen de Tutsi's met messen te lijf gaan. We zullen hen levend verbranden.' Daartegenin gaan is moeilijk. Dan word je voor een mannetje van Rwanda gehouden."

De propaganda speelt in op een diepe wrevel die er van oudsher tegen de Tutsi's heerst, meent Mukuku. "Men vindt dat ze zich superieur en arrogant gedragen. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat zij meteen een hechte en homogene groep vormden. In tegenstelling tot de wirwar van clans rondom hen. Zij slaagden er in korte tijd in macht en rijkdom te verwerven. Zo ontstond de algemene indruk: je geeft ze gastvrijheid en de dag daarop gaan ze je domineren. Het risico op een nieuwe genocide, deze keer op de Kongolese Tutsi's in Kivu, is reëel. Nu al vallen Mai-Mai-krijgers, die de zijde van Kabila hebben gekozen, daar de Tutsi's aan. De Hutu-extremisten van Rwanda en Burundi zullen zich wellicht bij hen aansluiten. Dan wordt het een oorlog zonder einde."

Gelooft hij dat de Tutsi's op de macht of de rijkdommen van Kongo uit zijn?

Mukuku schudt het hoofd. "Ik geloof dat het voor hen hoofdzakelijk een kwestie van veiligheid is. Ze verwijten Kabila stilzwijgend dat hij er niet in geslaagd is de aanvallen van de Hutu-rebellen onder controle te krijgen. Maar dat is een te goedkoop argument. Rwandese soldaten maakten immers deel uit van Kabila's leger. Zij hadden de aanvallen zelf kunnen stoppen. Toen ze het land werden uitgewezen, vreesden ze dat ze alle controle zouden verliezen."

Hoe de huidige impasse doorbreken?

Mukuku zucht. "Ik zie vandaag geen oplossing. Maar morgen of overmorgen kunnen er nieuwe elementen zijn, die misschien de zaken kunnen deblokkeren. De inname van Matadi zou een gelegenheid kunnen zijn om op een of andere manier gesprekken te beginnen. Op dit moment zit er niets anders op dan te wachten. De zaken kunnen snel evolueren. Alle toevoer naar Kinshasa is momenteel afgesneden. Geen enkel schip komt de haven van Matadi nog binnen. De rebellen controleren ook de olie. De regering zit zonder inkomsten. Deze situatie is niet lang vol te houden. De bevolking zal in opstand komen tegen de stijgende voedselprijzen en aan het plunderen slaan. De strijd om Kinshasa zou wel eens een zeer zware strijd kunnen worden, met heel veel slachtoffers. Het is niet uitgesloten dat Kabila, eenmaal hij zich in het nauw gedreven voelt, de vlucht neemt naar zijn provincie Katanga en daar de afscheiding uitroept."

Militaire oplossingen zijn kortzichtige oplossingen, meent Mukuku. "Alleen democratie en een verregaande federalisering kunnen voor stabiliteit zorgen. Nu riskeren we in een complete chaos terecht te komen zoals in Somalië, waarbij het land de facto wordt opgesplitst in verschillende rijkjes die gecontroleerd worden door krijgsheren en hun legers."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234