Zondag 17/01/2021

De legendarische ex-ballerina Zizi Jeanmaire schreef haar leven neer

'Mon truc en plumes'

'Ze heeft ogen die in vijf minuten een volledig trappistenklooster kunnen laten leeglopen', orakelde de Franse schrijver Boris Vian. Om dan nog te zwijgen van dat lenige lijf. Danslegende Zizi Jeanmaire, ook wel 'Le petit Rat' met de langste benen van de Opéra de Paris, werd volwassen als een bronstig androgyn podiumbeest. In haar recent verschenen, ietwat geëxalteerde memoires Et le souvenir que je garde au coeur wervelen grote namen van de internationale dans-, film- en variétéwereld, zonder de Franse culturo's te veronachtzamen. door Eliane Van Den Ende

You talk like Marlene Dietrich

And you dance like Zizi Jeanmaire

Your clothes are all made by Balmain

And there's diamonds and pearls in your hair

(uit 'Where Do You Go To My Lovely' van Peter Sarstedt)

'Nee, het went niet, nooit", zegt Zizi Jeanmaire, nog altijd even rank op haar 85ste. Haar huidige leeftijd kom je in haar autobiografie niet te weten; wel dat ze nog elke dag de planken, het publiek, het dansen, de show mist. "C'est une séparation d'un amour profond. Het is een mankement, een rouwproces."

De tijdslijn in haar boek start in 1933. Zizi is dan 9 jaar en ze legt voor het eerst haar been op de balletbalk van de Ecole de Danse van de Opéra de Paris. Spagaten, pliés, arabesques, cambrés... zal ze een leven lang blijven oefenen. Elke dag minstens twee uur zwoegen als een 'slavin van de dans' om dat lijf soepel te houden, en nu nog heeft ze geen gram vet te veel.

Op haar 66ste snoert ze - ondanks enkele operaties - nog haar pointes om en danst ze de pannen van het dak. In 1990 incarneert ze Doornroosje, in een ballet van Roland Petit geïnspireerd op de kitscherige sfeer van Little Nemo. Het liep ruim twee jaar. En nadien kroop ze nog in de rol van een wulpse tijgerin. Ook dat doet ze voor Roland Petit, haar levenspartner die ze op haar 9de ontmoet in - jawel - de balletschool. Roland, dan al haantje de voorste, plaagde haar met haar vlechtjes en haar huisgemaakte kleertjes. Maar van dan af wil ze zich - telkens weer - overtreffen om Roland te behagen: "Roland is uitermate gevoelig en toch een rots. Met hem heb ik me altijd sterk gevoeld." En ze heeft stevige concurrentie: prima ballerina Margot Fonteyn is niet de 'sainte nitouche' waarvoor ze vaak versleten wordt. Op een vrieskoude dag trekt de danseres al haar kleren uit en springt poedelnaakt in de Seine, roepend: "Wie van mij houdt, volgt me." Roland Petit, die met haar samenwerkte, laat het zich geen twee keer zeggen.

Vrijbuiters

Maar ook Zizi heeft haar aanbidders: zoals de filmmagnaat Sam Goldwyn en de excentrieke multimiljonair Howard Hughes. Zelfs de legendarische Rudolph Noureev maakt een pirouette met haar in Le jeune homme et la mort, alweer een choreografie van Roland Petit.

In 1954 trouwen de jeugdvrienden. Kennissen en familie denken dat die verbintenis geen lang leven beschoren is. Allebei zijn ze koppig, behept op hun vrijheid, en hun leven staat in het teken van de bühne. En toch, hun huwelijk houdt nog altijd stand.

Vrijbuiter Roland Petit, die het Franse klassieke ballet moderniseerde en er invloeden van jazz, blues en variété in bracht, kneedde Zizi tot de legende die ze is geworden. Zelfs in de schlager van Peter Sarstedt 'Where Do You Go To My Lovely' wordt ze als rolmodel naar voren geschoven: "You talk like Marlene Dietrich and you dance like Zizi Jeanmaire." En dansen kan ze. Voor een televisieopname in 1980 herneemt ze haar glansrol Carmen met de jonge dansgod van dat moment, Mikhail Baryshnikov. Een YouTubefilmpje (verwijzing onderaan) geeft nog een vleug van de erotische uitstraling van die biseksuele hoogpotige Zizi. Jeanmaire in haar zwart korset zonder tutu. Zizi is dan... 56 jaar.

Carmen is de rol die Jeanmaire wereldberoemd maakte. In 1949 dansen zij en Roland samen die pas-de-deux voor het eerst in Londen, later volgen negen maanden weergaloos succes op Broadway. Met die rol 'verbrandt ze de planken' (het betekent zoveel als een staande ovatie tijdens de vertoning). Tot dan was ze een klassieke ballerina met een tullen dansrok en het lange haar in een stijf knotje. Roland neemt haar mee naar de kapper. De paardenstaart wordt gekortwiekt en het jongenskopje met lokjes over het voorhoofd en voor de oren wordt haar handelsmerk. Renée - haar doopnaam - is Zizi - haar koosnaam - geworden. Als baby noemde haar moeder haar knuffelend "Mon Jésus", wat Renée als kind zelf verbasterde tot 'Zizi'. In de volkstaal betekent dat zoveel als 'piemel(tje)'.

Zizi is van Zazou, zoals ze Roland noemt. 'Zazous' waren na de oorlog dandyachtige slungels met een vetkuif en nonchalant gedrag die hun imago uitermate cultiveerden. Het paste bij het sfeertje van de Rive Gauche, van het existentialisme, van de kelders waar muziek werd gespeeld en gediscuteerd, bij de jazzmuziek van de achtergebleven Amerikaanse GI's. Voor die Amerikaanse cultuur had Roland Petit wel aandacht. Later bedenkt hij choreografieën op muziek van Cole Porter en Duke Ellington, en zelfs op songs van Pink Floyd, en werkte met Fred Astaire en Bing Crosby. Het is een vermenging van hoog- en laagcultuur die ook in Parijs opgang maakte. Dansvoorstellingen worden opgezet op teksten van avant-gardeschrijvers als Raymond Queneau, met decors van Picasso en Erté, met muziek van zowel Satie, Liszt, Berlioz als Robert Gallian.

'Diseuse'

Naast modern klassieke voorstellingen doet Petit ook zijpasjes naar variétéshows en revues en sleurt daarin Zizi mee. Hij zet haar aan om te zingen, niet dat ze zo een goeie stem heeft. Ze is meer een 'diseuse' dan een 'chanteuse', maar dat euvel kennen wel meer Franse zangeressen. Boris Vian noemt het een typische 'Paris canaille'-stem, wat schreeuwerig als van een straatventster. En een grote mond heeft ze letterlijk.

Haar bekendste lied is 'Mon truc en plumes', dat het niet moet hebben van een beklijvende inhoud maar wel van haar benenspel. Gekleed in een zwarte trui die net haar bips bedekt en zwarte collants heeft deze act verder weinig om het lijf, maar het voetenspel van het opmerkelijk kleine dametje is wel subtiel subliem. Het kostuum - meer dan een lange trui is het niet - werd bedacht door niemand minder dan Yves Saint-Laurent. Veertig jaar lang draagt Jeanmaire zijn ontwerpen: jurken met franjes, jumpsuits, mannelijke regenjassen, en voor de productie van Champagne Rosé (op uitnodiging van de theatergoeroe Jean Vilar in 1963) een enorme wolk van een (kont)staart van 2 meter pluimen van fazanten, struisvogels en maraboes.

In Frankrijk lijkt iedereen mekaar te vinden: voor de viering van 200 jaar Franse Revolutie suggereert vriendin Edmonde Charles-Roux om het nationale volkslied 'La Marseillaise' als een 'java' te omkleden. Mevrouw Charles-Roux is niet alleen een eminente schrijfster, lid van de Académie Goncourt, maar ook auteur van libretto's voor danspartijen van Roland Petit, en voormalige eindredactrice van Vogue in Frankrijk. Zij is bovendien de vrouw van Gaston Deferre, socialistisch politicus die als minister van Binnenlandse Zaken onder Mitterrand de decentralisatie van Frankrijk bewerkstelligde. Als burgemeester van Marseille richtte hij zo een eigen stedelijke dansgroep op waarvan... Roland Petit gedurende 25 jaar directeur was.

Alles verglijdt in alles. Voor de millenniumviering in 2000 - reken zelf uit: Jeanmaire werd geboren in 1924 - gaf ze nog een uitgebreide show in L'Opéra de la Bastille met liedjes geschreven door hun eigen dochter Valentine, van Guy Béart, Raymond Queneau, Jacques Prévert en vooral van Serge Gainsbourg, die ze adoreerde (hoewel in haar autobiografie nogal veel 'tout le monde est beau, tout le monde est gentil' klinkt). Dwarsligger Gainsbourg schreef voor haar 'Eliza' en 'J'suis snob' en haar versie van het dubbelzinnig wrange 'Les bleus' (over een vrouw die de blauwe plekken van de pandoeringen van haar partner als juwelen draagt) bezorgt kippenvel.

Roland Petit dweilt nog altijd de wereld rond met danssuggesties; Jeanmaire blijft noodgedwongen thuis (in Genève) want de ziekte van Menière bezorgt haar hevige oorsuizingen en evenwichtsstoornissen. Daarom titelt haar biografie niet voor niets Et le souvenir que je garde au coeur, een zin uit het revolutionaire, energieke lied 'Le temps des cérises'. En energiek is Zizi nog steeds.

Het boek Zizi Jeanmaire - Et le souvenir que je garde au coeur is een uitgave van Editions des Arènes, Parijs, isbn 978 2 35204 076 7, www.arenes.fr

De erotiek van een 50-plusser met 'le beau male' Mikhail Baryshnikov (1980): www.youtube.com/watch?v=2t-FVFafQQ4

n Zizi Jeanmaire in Le rêve de Léonor (1948), een choreografie van jeugdvriend en later man Roland Petit.

n Een leven op de bühne: op haar 66ste danste Jeanmaire nog de pannen van het dak.

Het jongenskopje met lokjes over het voorhoofd en voor de oren wordt haar handelsmerk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234