Maandag 17/01/2022

De lange weg uit de crisis

‘We stonden aan de rand van de afgrond. Een wereldwijde crisis was dichtbij.’ De woorden van EU-president Herman Van Rompuy deze week in een interview met de Financial Times zinderen nog altijd na. De uit de hand gelopen schuldencrisis dreigde begin mei tot een implosie van de eurozone te leiden. Die dreiging is intussen van de baan. Maar met torenhoge tekorten, snel oplopende staatsschulden, stijgende werkloosheid en tegenvallende groeiprognoses heeft Europa nog een lange weg af te leggen om uit de crisis te raken.

Europese Unie staat voor uiterst moeilijke taak om besparingen te verzoenen met economische groei

Ondertussen hypothekeren de Duitsers de besparingsinspanningen van hun Europese partners. Berlijn vindt het niet zijn taak om de Europese economie op sleeptouw te nemen.

“Voor het eerst sinds ik voorzitter ben van de Europese Raad is dit een normale top.” Voor EU-president Herman Van Rompuy was het eergisteren even wennen. Geen reddingsplan, geen noodvergaderingen, geen paniek. De Europese Unie is weer in rustiger vaarwater beland, nadat de afgelopen maanden volledig in het teken van de bestrijding van de schuldencrisis hadden gestaan.

De toestand blijft evenwel fragiel. Op de financiële markten staat Spanje onder toenemende druk. De regering van José Luis Zapatero ziet de rente op de staatsschuld almaar stijgen. Tal van Spaanse bedrijven en banken kunnen geen geld meer lenen op internationale kapitaalmarkten. De financiële problemen zijn dus lang niet voorbij. Op de hypernerveuze financiële markten kan de vlam snel weer in de pan slaan.

Sinds begin mei houden de eurolanden samen met het Internationaal Monetair Fonds 750 miljard euro achter de hand om landen die in problemen komen te hulp te snellen. “Spanje kan altijd het noodfonds aanspreken als het dat wenst”, zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel nadat er deze week alweer nieuwe geruchten waren opgedoken dat Madrid Europese centen nodig heeft.

De buitenwereld is ervan overtuigd dat de eurozone met haar noodfonds over voldoende afweergeschut beschikt om speculanten voorlopig op afstand te houden. In plaats van van de ene crisisvergadering naar de andere te hollen hebben de Europese leiders nu tijd om hun problemen grondig aan te pakken. Want de crisis heeft één zaak heel duidelijk gemaakt: het eurohuis staat helemaal niet zo stevig op zijn poten als eerst werd gedacht.

De hele euroconstructie zit fout in elkaar, zei de Amerikaanse multimiljardair en superspeculant George Soros onlangs in interviews. “De euro beschikt wel over een centrale bank die instaat voor de geldmiddelen, maar de eenheidsmunt mist een volwaardige begroting die zijn solvabiliteit kan garanderen.”

De weeffouten in het systeem kwamen duidelijk aan het licht tijdens de financiële crisis in 2008. Niet Europa maar elke lidstaat apart kon opdraven voor de redding van zijn banken. Iedere lidstaat moest zijn eigen verdediging organiseren. Dat scenario herhaalde zich de voorbije maanden toen speculanten munt probeerden te slaan uit de penibele financiële situatie waarin Griekenland, Spanje en Portugal verzeild waren geraakt.

Dat leidde tot speculatie over het einde van de euro. De eurozone dreigde te ontploffen. Grote banken in Duitsland en Frankrijk bezitten voor honderden miljarden aan staatsobligaties van Zuid-Europese landen. Mochten die landen uit de eurozone verdwijnen, dan zou dat de banken duur komen te staan met een onvermijdelijke, nieuwe bankencrisis tot gevolg. Toen dat duidelijk werd in Berlijn, kwamen de Duitsers met centen over de brug om Griekenland en andere Zuid-Europese landen te beschermen.

Om de hele euroconstructie voor nieuwe crises te behoeden moet de muntunie worden hervormd. “Europa moet een volwaardige begroting krijgen. De belastingen van de verschillende lidstaten zouden daarin moeten worden gestort en Europa zou de opbrengsten dan kunnen herverdelen. Landen die een achterstand hebben of in moeilijkheden verkeren, zouden dan meer geld krijgen dan ze afdragen”, luidt het radicale idee van George Soros.

De Europese Unie beschikt vandaag over een begroting die via cohesie- en structuurfondsen geld doet vloeien van rijkere naar armere lidstaten. Maar dat is maar een bescheiden werktuig. De Europese begroting, goed voor zo’n 140 miljard euro per jaar, vertegenwoordigt amper 1 procent van het bruto nationaal product van alle lidstaten. Een pak minder dan de 750 miljard euro die voor de redding van de Zuid-Europese landen, buiten de EU-begroting om, werd gemobiliseerd.

Om in de toekomst crises te vermijden zou er dus veel meer geld in het laatje van de Europese begroting moeten komen. En om de problemen op een gecoördineerde manier aan te pakken zou de monetaire unie die de eurolanden vandaag vormen, moeten uitgroeien tot een politieke unie. Dat betekent dat er veel meer beslissingen in Brussel worden genomen dan nu het geval is. Weinig lidstaten zijn daar vandaag nog voor te vinden. Zeker het Duitsland van Angela Merkel wil daar niet meer van horen. Duitsland wil als grootste Europese lidstaat niet langer de melkkoe van Europa zijn, nu het land met de zwaarste economische crisis in decennia worstelt.

Onder Duitse druk bewandelt Europa nu een ander pad. In ruil voor de miljarden die Berlijn bijdraagt aan het noodfonds eisen de Duitsers een versterking van het stabiliteitspact. Dat pact bevat de afspraken die werden gemaakt bij de introductie van de euro elf jaar geleden. Begrotingstekorten mogen niet hoger oplopen dan 3 procent, staatsschuld niet hoger dan 60 procent. Door de crisis zitten de meeste lidstaten ver boven die limieten. Niemand in Europa betwist intussen dat er bespaard moet worden. Dat er het best ook strenge straffen worden voorzien voor landen die zich niet aan de regels houden. Dat er een vorm van economisch bestuur komt waarbij Europa andere landen op de vingers tikt als ze te laks zijn.

Wat wel betwist wordt, is de vraag wie nu het meest moet besparen. Toen Duitsland vorige week voor 80 miljard euro besparingen aankondigde, kwam die beslissing als een donderslag bij heldere hemel. De Duitsers zitten met hun tekort boven de 3 procent. Maar hun tekort is beduidend kleiner dan dat van Spanje, Portugal, Griekenland, Italië of zelfs Frankrijk. Waarom gaan de Duitsers dan zo hard op de rem staan en willen ze uitmunten als saneringskampioen?

“Het Duitse besparingsplan is overbodig en gevaarlijk”, schreef de krant Le Monde deze week. Overbodig omdat de financiële markten helemaal geen druk zetten op Duitsland. Beleggers beschouwen de Duitse staatsobligaties als de betrouwbaarste ter wereld. Gevaarlijk, omdat de Duitse besparingsdrift zeer negatieve gevolgen heeft voor de economische groei in Europa. Op een ogenblik dat de andere landen in Europa met forse besparingsplannen uitpakken, zou het voor hen welgekomen zijn dat Duitsland de economie stimuleert. “Voor zijn eigen goed, voor dat van zijn partners en voor de toekomst van de euro, is er nood aan een nieuw evenwicht”, luidde het striemende commentaar.

Het Duitsland van Merkel sluit zich op in zijn eigen gelijk, overtuigd van de superioriteit van zijn groeimodel dat gebaseerd is op competitiviteit, loonmatiging en export, vervolgde Le Monde. “Berlijn houdt niet op met een beter economisch bestuur van de eurozone, een versterking van het stabiliteitspact en sancties tegen lakse landen te eisen. Maar een beter bestuur betekent ook meer collectief spel. Jammer dat Merkel op het vlak van het economische beleid in Europa niet over dezelfde deugden beschikt als de Mannschaft, het Duitse team in Zuid-Afrika.”

Van Rompuy heeft een vette kluif aan die discussie. Hij zit een taskforce voor die de hervormingen op het vlak van begrotingsdiscipline en economisch bestuur in goede banen moet leiden. In oktober moeten zijn voorstellen rond zijn, maar hij heeft nog een lange weg te gaan. Het wordt een loodzware opdracht, nu de andere landen het almaar moeilijker krijgen met de eigengereide opstelling van de Duitsers, zei een diplomaat. “Het moeilijkste van al wordt om Duitsland ervan te overtuigen meer te doen voor de economische groei.”

Op de Europese top bleef de kritiek op Duitsland binnenskamers, maar daarbuiten zwelt ze aan. “Europa heeft nood aan een strategie die een evenwicht zoekt tussen de begrotingsinspanningen in de lidstaten en maatregelen om groei en jobs te bevorderen”, zei Poul Nyrup Rasmussen, de leider van de Partij van Europese Socialisten. “In plaats van Europese solidariteit krijgen we machopolitiek met veel sancties.”

Hulp van Duitsland bij het economisch herstel is nochtans meer dan welkom. Voor dit en volgend jaar verwacht de Europese Centrale Bank een groei van ongeveer 1 procent. Ook voor de jaren daarna ogen de groeivooruitzichten mager. Europa zal nog jaren met hoge werkloosheid kampen. De eurozone telt vandaag 10 procent werklozen, het hoogste cijfer sinds 1998. Om de economie aan te zwengelen lanceerde de EU deze week haar nieuwe strategie EU2020. Maar dat plan lijkt nu al gecompromitteerd door de besparingstrein die over Europa dendert.

Europa heeft vijf doelstellingen uitgekozen om meer groei te creëren. De werkgelegenheidsgraad moet over tien jaar worden opgetrokken naar 75 procent. Europa moet meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. Drie procent van het bruto binnenlands product moet daar naartoe. Verder moet de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen, moet de Europese bevolking beter geschoold zijn en moeten miljoenen mensen uit de armoede worden gehaald.

De nieuwe strategie vormt een mooi pakket, maar critici waarschuwen nu al dat het hele programma dreigt te mislukken, net zoals dat het geval was met de Lissabonstrategie. Die agenda voor meer economische groei moest tegen 2010 van Europa de belangrijkste kenniseconomie ter wereld maken. Maar dat programma flopte compleet.

De financiële crisis gooide roet in het eten. Het programma faalde vooral omdat er geen enkele stok achter de deur werd gehouden om lidstaten in het gareel te laten lopen. De Europese leiders zeggen dat ze deze keer zelf zullen waken over een correcte uitvoering van EU2020 en dat er voldoende peer pressure zal zijn om lidstaten die hun huiswerk niet maken tot de orde te roepen.

Het Europees Parlement hecht weinig geloof aan die woorden. Het vreest dat de nieuwe strategie opnieuw een maat voor niks wordt, want opnieuw ontbreken er sancties voor lidstaten die bij de pakken blijven zitten. “De lidstaten herhalen dezelfde fouten van de Lissabonstrategie”, zei Guy Verhofstadt, leider van de liberale fractie. “De Europese leiders hebben de boodschap van het Europees Parlement niet begrepen. We vragen meer afdwingbare maatregelen. En niet de lidstaten maar de Europese Commissie moet de spil zijn van de nieuwe strategie.”

In de aanpak van de crisis heeft Europa naast de aanscherping van de begrotingsregels en de nieuwe groeistrategie nog een derde belangrijke werf geopend: de regulering van de markten. Een twintigtal wetgevende initiatieven zijn in bespreking of staan op stapel, gaande van nieuwe kapitaalvereisten voor banken tot strengere regels voor hefboomfondsen en handel in derivaten. Ook speculatieve instrumenten zoals credit default swaps(een verzekering tegen wanbetaling, JCS) en short selling(speculeren op een koersdaling met aandelen die je niet bezit, JCS) worden aan banden gelegd.

Maar de molen van de Europese wetgeving draait langzaam. Er is nog een lange weg te gaan. Voorstellen om het toezicht op de financiële sector op Europees niveau te versterken, wachten nog steeds op goedkeuring van het Europees Parlement. “Als er vandaag een nieuwe bankencrisis uitbreekt, dan moeten we nog altijd met de oude regels werken”, klaagde een diplomaat.

De Europese leiders zorgden op hun jongste top nog voor extra werk. Europa wil een bankentaks invoeren, kwestie van de banken te laten meebetalen voor de crisis die ze zelf hebben veroorzaakt. Het is een voorstel dat Angela Merkel eergisteren vurig kwam verdedigen. “Heel begrijpelijk”, zegt een diplomaat. “Er worden offers gevraagd van de bevolking om mee te saneren. Niemand kan uitleggen dat die nodig zijn als de banken buiten schot blijven.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234