Donderdag 19/09/2019

De lange eeuw van Ingmar Bergman

Bergman zette mensen van zijn tijd aan het denken, niet het minst omdat hij zelf worstelde met de grote vragen van toen

De dood van Ingmar Bergman is meer dan zomaar het afsterven van een rijkelijk getalenteerd en veelvuldig gelauwerd cineast. Bij zijn dood hoort niet alleen het requiem voor een individu, maar ook voor een tijd die almaar definitiever voorbij is.

Bergmans oeuvre was een opgemerkt onderdeeltje van de door Eric Hobsbawm zo meesterlijk beschreven Short Twentieth Century. Hobsbawm situeert die tussen 1914 en 1991, het begin van de Tweede Wereldoorlog en het einde van de Sovjet-Unie. Tussen die twee ijkpunten verloopt nagenoeg het hele creatieve leven van Ingmar Bergman: geboren in 1918, en in 1982 voltooide hij zijn laatste 'grote' film, Fanny och Aleksander, waarmee hij ook zijn laatste Oscar won. De Muur stond nog overeind en Gorbatsjov had nog niet nog de macht in het Kremlin.

Bergman filmde zijn tijd, zette mensen van zijn tijd aan het denken, niet het minst omdat hij zelf worstelde met de grote vragen van zijn tijd. In essentie gaat zijn oeuvre over de mens die zijn lot in eigen handen neemt, en wel in een continent dat in die jaren 'van God los' was.

Dat was inderdaad zo in het Europa waarin Bergman vanaf de late jaren veertig filmde. Op zijn eigen Zweden na, samen met Zwitserland een van de weinige neutrale landen, was Europa na de Tweede Wereldoorlog een verwoest werelddeel, fysiek in puin en moreel failliet.

Fysiek, want Duitse steden als Berlijn en Dresden waren als het ware ten prooi gevallen aan een wrekende, niet toevallig oudtestamentische God uit de joodse traditie: kinderen en vrouwen kwamen om, verbrand, verpulverd in een vuur dat bij nacht en ontij uit de hemel kwam. Ashes to ashes, dust to dust: voor Ingmar Bergmans generatie was dat geen louter religieuze frase, geen holle formule die men mompelt bij het ter kerke gaan.

Maar ook moreel, zeker voor iemand als Ingmar Bergman, zoon van een lutherse predikant. Het bijwoord is van belang: luthers. De leer en praxis van de lutherse episcopale kerk (die in Scandinavië sterk staat) zijn in bepaalde opzichten verwant aan die van de katholieke kerk, en in andere - doctrinaire - aspecten verschillend. In vergelijking met een katholieke gelovige, die veilig kan schuilen onder de dekmantel van de kerk, haar heiligen en de maagd Maria, ziet elke lutheraan zich individueel geconfronteerd met een verpletterende aanwezigheid van God. Hij kan alleen redding krijgen van zijn zonden door de gratie van God ('sola gratia') en God staat dat alleen maar toe aan mensen met een onwrikbaar geloof ('sola fide'). Dat geloof kunnen lutheranen accentueren via hun kunst. Het is geen toeval dat Bach zeer luthers was.

Net zoals Bergman dat was. Nergens komt dat zo indrukwekkend tot uiting als in de eerste sequentie van De avondmaalgasten (1962): een minutenlange observatie van een lutherse eredienst, ontroerend in al zijn eenvoud, aangrijpend als de kleine vissersgemeenschap de slothymne aanheft.

Bergman heeft zich van dat geloof ontworsteld. Hij vertrekt van een God die heil belooft voor wie in hem gelooft, maar als hij naar de wereld rondom zich kijkt, ziet hij een andere realiteit. Het is geen toeval dat de Duitse protestantse theologe Dorothee Sölle in die tijd haar 'Gott ist tot'-theorie verkondigde. "God heeft geen andere handen dan die van onszelf", schreef ze.

Dat is ook de conclusie in vele van Bergmans films. Al in Het zevende zegel (1957) is ridder Antonius Block op zoek naar de zin van het leven en in De avondmaalgasten is het besluit dat niemand zich kan isoleren. Niet in een afgelegen gemeenschap (want een visser raakt in een psychologische crisis nadat hij gehoord heeft van de dreiging die zou kunnen uitgaan als ook de Chinezen een atoombom zouden kunnen maken: Hobsbawm had het niet scherper kunnen stellen), niet in zichzelf gekeerd (zelfs de dominee kan niet zonder liefde).

Het begint dan wel bij God, maar het eindigt altijd en overal bij de mens: zijn twijfel, zijn fouten, zijn hunkering, zijn eenzaamheid en de steeds terugkerende schuldvraag, in modern jargon de 'zelfevaluatie'. Heb ik wel goed gedaan?

Wie Bergmans oeuvre bekijkt, ziet dat er eigenlijk geen pure cineast aan het werk is, maar ook een filosoof die via zijn kunst de wereld inzichten wil meegeven over de condition humaine. In die zin is zijn werk bijzonder verwant aan dat van Jean-Paul Sartre. Een filosoof die zijn inzichten af en toe systematiseerde in een filosofisch werk (L'être et le néant), maar het vooral deelde met het publiek via zijn literaire prestaties, weze het theaterstukken als Huis-clos of romans als La nausée. Filosoof Sartre kreeg een (door hem geweigerde) Nobelprijs voor literatuur, filosoof Bergman aanvaardde zijn Oscars.

Er zijn niet gek zoveel regisseurs van het niveau van Bergman, zelfs niet bij zijn navolgers. Je hebt er als Ken Loach en soms Oliver Stone, maar in hun werk zit eerder een politieke dan wel een filosofische lijn. Je had Rainer Werner Fassbinder, maar de rode draad in zijn oeuvre is toch 'het leven zoals het is' in het West-Duitsland zoals hij dat kende.

Je hebt er als Federico Fellini en Stanley Kubrick, maar bij hen draait het om de vraag of de ontwikkeling van een hoogst persoonlijke filmtaal niet primeert op een levensbeschouwelijke ontwikkeling door de jaren heen.

Als er al verwante zielen zijn, zijn dat meestal Centraal-Europese cineasten. Neem Krystof Kieslowski, de Pool van de 'Dekalog', een man die eigenlijk de omgekeerde weg bewandelde van Bergman. Zeker in zijn laatste films, zoals in La double vie de Véronique, suggereert hij dat er iets hogers is.

Maar welk antwoord Bergman of Kieslowski ook gaven, ze stellen zich vooral vragen over de mate waarin zij, u en ik ons lot in eigen handen moeten, mogen en kunnen nemen.

Ook al is de eeuw van Hobsbawm en Bergman voorbij, die vraagstelling blijft actueel. Wie kan de spanning tussen het Westen en delen van de moslimwereld begrijpen zonder in te zien dat er essentieel andere inzichten leven over de autonomie van het individu?

Maar dan moet je verder kijken dan de vorm alleen. En niet schrijven zoals de Nederlandstalige versie van Wikipedia doet: "Op enige afstand gezien staan wij nu versteld van Bergmans succes wanneer hij in zijn films de grote levensvragen, de zin van het geloof en schuld en boete behandelde. Na de secularisatiegolf van de laatste decennia zijn dergelijke onderwerpen met de toenmalige polemiek eromheen nog slechts van kunsthistorisch belang."

In welke mate, vraag je je dan af, is het doorgronden van de menselijke aard, de worsteling van een individu met zijn bestaan een kunsthistorische kwestie?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234